Maak sneller werk van treinaanbod op GEN

8 februari 2019, over deze onderwerpen: Mobiliteit, Openbaar vervoer, NMBS

In de Kamercommissie Infrastructuur deze week kwam het voorstadsnet rond Brussel opnieuw aan bod. Volgens Kamerlid Inez De Coninck kijkt minister Bellot te veel naar de nog uit te voeren GEN-werken, terwijl het treinaanbod dat het GEN voor ogen had onvoldoende wordt uitgewerkt.

Infrastructuurwerken
Het Gewestelijk Expresnet (GEN) staat gelijk aan ‘vertraging’. Het project moest initieel in 2012 afgewerkt zijn, maar nu wordt eerder gekeken naar 2030. Er moeten nog voornamelijk infrastructuurwerken gebeuren. Nochtans zijn een groot deel van de werken al uitgevoerd en kan men dus op sommige spoorlijnen de doelstelling om 4 treinen per uur te laten rijden, nu al uitvoeren. Nu gaat er geld uit het GEN-fonds naar de aanleg van geraniums in plaats van treinen. Dat is totaal absurd.

Inez De Coninck: “minister Bellot focust vooral op de resterende infrastructuurwerken, terwijl de echte doelstelling is om méér treinen te doen rijden. Je bent immers weinig met spoorwegen waar amper of geen treinen over rijden.”

Groter treinaanbod
Meer treinen doen rijden is vandaag al mogelijk dankzij de reeds afgewerkte spoorlijnen. Dat was ook onderdeel van de strategische visie van de Zweedse regering. Die zette al een forse stap vooruit door 5,1 procent méér treinen te doen rijden, al is er natuurlijk nog méér nodig.

Bovendien heeft de NMBS tegen eind 2022 meer treinen, dankzij de aankoop van de nieuwe dubbeldeksrijtuigen (type M7). Het gaat in totaal om zo’n 50.000 zitplaatsen extra. Dan geeft de NMBS alle nodige middelen om het treinaanbod te verbeteren. “Wat houdt met anderen woorden de minister tegen om een beheerscontract voor te stellen waarin het GEN-aanbod versneld wordt ingevoerd”, besluit De Coninck.