Klokkenluidersstatuut politie is er eindelijk

27 maart 2019, over deze onderwerpen: Ambtenaren, Lokale overheid, Politie

De Kamercommissie heeft het wetsvoorstel goedgekeurd waardoor voortaan alle personeelsleden van de geïntegreerde politie beschermd zijn wanneer zij integriteitsschendingen melden.

In 2011 bracht panorama een spraakmakende reportage over wantoestanden in de politiezone Hazodi (Hasselt-Zonhoven-Diepenbeek). Sedert de politiehervorming was dit de eerste keer dat een aantal personeelsleden de kat de bel aanbonden.

De klokkenluiders stootten echter op een lokale overheid die eerder hen viseerde in plaats van de mogelijke daders. Tot op heden bestaat er geen enkele wetgeving die personeelsleden van de geïntegreerde politie beschermt tegen herplaatsing, isolement of zelfs ontslag.

Vis noch vlees
De personeelsleden van de geïntegreerde politie vallen echter onder een totaal andere wetgeving dan hun collega’s in lokale besturen of in federale openbare diensten. Dit heeft tot het gevolg dat politieambtenaren in een lokaal bestuur niet vallen onder de klokkenluiderswetgeving van het betreffende gewest, maar ook niet onder de wetgeving van de federale openbare ambtenaren.

De wet is echter wel van toepassing op de federale politie, die valt onder de federale administratieve overheden.

Nochtans is het de plicht van elke ambtenaar om overtredingen of wantoestanden te melden. Maar het ontbreken van enige bescherming weerhoudt vele personeelsleden ervan om ‘rare’ toestanden aan hun oversten te melden.

Wet tot melding van integriteitsschending
In 2013 werd een wet tot melding van integriteitsschending aangenomen, maar deze is slechts van toepassing op de ambtenaren van het federale openbare ambt en leden van de federale politie.

"Deze wet was aan actualisering toe. Ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt om dit te koppelen met mijn eerder ingediend wetsvoorstel voor de politie", aldus Koenraad Degroote.

De wet voorziet een bescherming van de ‘klokkenluiders’ en richt een meldpunt op binnen het comité P.