Jeugd verwaarloost gebit

4 januari 2019, over deze onderwerpen: Gezondheidszorg, Minderjarigen

Hoewel sinds 2009 alle basis mondzorgen voor -18-jarigen volledig terugbetaald worden, neemt de jeugd het niet nauw met mondzorg. Zo blijkt uit cijfers die Kamerlid Yoleen Van Camp opvroeg. “Vooral gezinnen uit lagere sociale-economische klassen besteden te weinig aandacht aan hun gebit, en ook Wallonië en Brussel hinken achterop (al hangt dat natuurlijk samen met hun achtergestelde socio-economische toestand). De kinderen uit socio-economisch lagere klassen die wel op tandartscontrole gaan, vertonen systematisch meer tandproblemen dan kinderen uit socio-economisch hogere klassen”, stelt Van Camp vast.

Ouders nemen hun kindjes voor het eerst naar de tandarts op gemiddeld 6-jarige leeftijd. Reeds hier zien we verschillen naar status; socio-economisch minder gestelde gezinnen wachten gemiddeld langer om voor het eerst met hun kroost naar de tandarts te gaan dan de hogere klassen (7,5 jaar tegenover 5,6 jaar). Kind en Gezin raadt aan om vanaf 2 jaar het gebit jaarlijks te laten controleren. De verschillen tussen socio-economische status én de deelstaten zijn opvallend: in Vlaanderen gaat 24 procent van de jongeren jaarlijks op tandartscontrole, in Wallonië zakt dat terug naar 16 procent en in Brussel naar 11 procent. Bijna dubbel zoveel kinderen uit hogere socio-economische milieus gaan jaarlijks op controle (18 procent tegenover 10 procent).

Slechts de helft van de kinderen die wel op tandartsbezoek gaan, heeft geen tandbederf. 17 procent van de -18-jarigen moest een tand laten vullen en 14 procent had tandplaque. Kinderen uit Wallonië en Brussel en kinderen uit socio-economisch minder gegoede milieus (wat ook onderling samenhangt), vertonen systematisch meer tandproblemen.

Van Camp ziet duidelijke oorzaken in het verslechterde voedingspatroon: “Ook bij jongeren nemen overgewicht en obesitas problematische proporties aan. Het consumeren van gesuikerde en geraffineerde producten, frisdranken en vezelarme voeding hebben niet alleen een invloed op het gewicht van jongeren maar zijn ook nefast voor het gebit.” Uit de gezondheidsenquête weten we dat in Brussel en Wallonië meer jongeren kampen met overgewicht en obesitas, dan in Vlaanderen. Van Camp ziet daar een reden te meer in om de gezondheidszorg op het niveau van de deelstaten te organiseren.

* Socio-economische status wordt hier ingeschat op basis van de status 'verhoogde tegemoetkoming' (vroegere OMNIO). Het aandeel -18-jarigen met zo’n statuut verhoogde tegemoetkoming steeg van 8 procent in 2006 tot 20 procent in 2016.