Infrabel sproeit 4 ton giftige pesticiden… en is niet van plan om daarmee te stoppen

29 oktober 2019, over deze onderwerpen: Overheidsbedrijven, NMBS, Leefmilieu, Klimaat

Spoorwegbeheerder Infrabel sproeide in 2018 4,8 ton giftige pesticiden. Dit is een toename van 1,2 ton tegenover 2017. Daarmee zijn ze goed voor 80 procent van het publieke pesticidengebruik. Dat blijkt uit een parlementaire vraag van Kamerlid Tomas Roggeman, die een aanpassing eist: “Giftige glyfosaten horen niet thuis op onze bermen.” Infrabel heeft echter geen alternatief klaar.

In 2018 sproeide Infrabel 4,8 ton pesticiden langs de sporen en op spoorwegterreinen. Daarvan was 4038 kilogram glyfosaat. Dit is een stijging van meer dan een ton tegenover het jaar voordien. “De selectie gesproeide producten is een bloemlezing van vergiften: Roundup, Madrigal, Gallup, Zapper... stuk voor stuk zware glyfosaathoudende stoffen die niet thuis horen op onze bermen”, licht Roggeman toe.

Sinds 2015 is het gebruik van pesticiden in Vlaanderen verboden voor alle openbare besturen. Voor het onderhoud van de sporen verkreeg Infrabel echter een uitzondering in de vorm van een overgangsperiode voor 5 jaar. Deze vervalt binnen twee maanden, in januari 2020. Daarom keurde het parlement in juli 2016 unaniem een N-VA-resolutie goed met de opdracht aan Infrabel om zich aan te passen met oog op het verlopen van de deadline.

“Vier jaar later is van die afbouw niet veel in huis gekomen”, stelt Roggeman vast. “Nochtans is deze omslag bij Infrabel bijzonder belangrijk, want dit bedrijf is op zijn eentje verantwoordelijk voor ongeveer 80 procent van het totale pesticidengebruik in Vlaanderen. Het is al te gek dat we van lokale besturen eisen om enkele kilo’s verdelger te vermijden terwijl Infrabel de glyfosaat sproeit met tonnen tegelijk.”

We stellen vandaag vast dat Infrabel onvoldoende werk gemaakt heeft van alternatieven. Het is duidelijk dat men rekent op een voortzetting van het uitzonderingsregime. “Ik roep Infrabel op om de gesproeide hoeveelheden onder controle te houden en alternatieven uit te rollen”, besluit Roggeman.