Helft voedingszaken leeft ‘allergenenwet’ niet na

8 juni 2017, over deze onderwerpen: Gezondheidszorg, Voedselveiligheid

Sinds 2014 zijn aanbieders van onverpakte voeding verplicht om de aanwezigheid van allergenen mondeling of schriftelijk te melden aan consumenten. Uit de allereerste cijfers opgevraagd door N-VA-Kamerleden Yoleen Van Camp en Renate Hufkens een half jaar geleden bleken 60 procent van de zaken niet in orde. Een verbetering tekende zich af in 2016 en die zet zich verder in de eerste maanden van 2017.

Voor de periode van januari tot mei 2017 blijken nog 53 procent van de zaken te zondigen tegen de allergenenwetgeving. Het gaat daarbij om aanbieders van onverpakte voedingswaren, dus pittazaken, frituren, bakkers, broodjeszaken, … Zij zijn sinds 2014 verplicht om allergenen aan te geven. Hoewel dit al een verbetering betekent tegenover 2015 – het eerste jaar na de invoering van de wet – blijft er werk aan de winkel.

Van Camp en Hufkens: “Tot nu toe voorzag bevoegd minister Borsus (MR) enkel waarschuwingen en werden er nog geen pv’s uitgeschreven. Het wordt tijd om op te treden tegen overtredingen. Het gaat hier om de bescherming van onze bevolking, want contact met of inname van allergenen kan in sommige gevallen leiden tot de dood. Daarom vragen we controles die leiden tot pv’s voor iedereen die de wet met de voeten treedt.” Van de aanbieders van verpakte voedingswaren, zoals supermarkten, leeft 93 procent de wetgeving inzake etikettering na. Voor hen geldt de wetgeving al sinds 2007.

Van Camp en Hufkens herhalen ook hun vraag om de sector te ondersteunen om hun ingrediëntenlijst digitaal te beheren. De consument moet snel en eenvoudig digitale en up-to-date informatie over ingrediënten van verpakte, maar ook onverpakte, voedingswaren kunnen terugvinden. (bijvoorbeeld: welke bakker verkoopt ook patisserie zonder eieren of glutenvrij brood, hoeveel koolhydraten bevat een product, enz.)