Groener Europees energiebeleid blijft betaalbaar

13 november 2018, over deze onderwerpen: Energieprijzen, Energiebeleid, Europees beleid

Europa gaat voluit voor een groener energiebeleid. Voor de N-VA blijft de betaalbaarheid van de nieuwe doelstellingen het grootste aandachtspunt. Tegen 2030 moet de EU 32,5 procent minder energie verbruiken en moet 32 procent van de energieproductie hernieuwbare energie zijn. Een overweldigende meerderheid van Europarlementsleden keurde vandaag deze doelstellingen goed. De N-VA pleit voor een kostenefficiënte aanpak. De energiefactuur moet naar omlaag, niet naar omhoog.

Europarlementslid Anneleen Van Bossuyt was de hoofdonderhandelaar voor de ECR De N-VA is lid van de Europese Conservatieven en Hervormers (ECR, European Conservatives and Reformists), een conservatieve, eurorealistische fractie in het Europees Parlement. De N-VA deelt hun realistische kijk op het Europese project en pleit eveneens voor een correcte en doorgedreven toepassing van het subsidiariteitsbeginsel. Zo moeten we ons durven afvragen of we bepaalde Europese initiatieven niet beter overlaten aan de lidstaten. De N-VA herkent zich ook in de klemtonen die de ECR legt op sociaal-economisch vlak. Sinds de verkiezingen van 2014 is de ECR de derde grootste fractie in het Europees Parlement. ECR -fractie: “Ik ben tevreden met dit resultaat. Zowel de burger als de bedrijven willen voluit voor verandering gaan op het vlak van energiebeleid. De gevolgen van de klimaatopwarming zijn duidelijk. Daarom moeten we ambitie aan realiteitszin koppelen. Deze investeringen zullen op korte termijn veel inspanningen vergen, maar mogen niet ten koste van onze burgers en bedrijven gaan. Het is cruciaal dat we de juiste balans gevonden hebben.”

Europa moet voornamelijk inzetten op efficiëntie en hernieuwbare bronnen om energie te produceren. Van Bossuyt: “We moeten in de eerste plaats inzetten op een lager verbruik. Hoe minder we verbruiken, hoe minder we moeten investeren in nieuwe energiecentrales of alternatieve bronnen. Concreet betekent dat meer renovatie van onze bestaande gebouwen, efficiëntere industriële processen en een vergroening van onze mobiliteit. Tegen 2030 moeten we 32,5 procent minder energie verbruiken, wat uiteraard niet ten koste mag gaan van onze productiviteit.”

Hiernaast moet tegen 2030 32 procent van de energieproductie in Europa uit hernieuwbare bronnen komen. Van Bossuyt: “We mogen niet over één nacht ijs gaan zoals in Duitsland. Daar heeft de snelle kernuitstap gezorgd voor een stijging van de uitstoot van broeikasgassen. Oude vervuilende bruinkoolcentrales moeten daar nu de elektriciteitstoevoer garanderen. Nieuwe faciliteiten bouwen kost tijd en geld. Daarbij hebben we nood aan een Europese aanpak. In de toekomst zal het voor de lidstaten niet meer lukken om zelf 100 procent van de eigen energieproductie te leveren. Ook kan hernieuwbare energie in bepaalde lidstaten goedkoper en efficiënter geproduceerd worden. Denk maar aan zonne-energie in Spanje of Griekenland. We zullen dus meer en beter moeten samenwerken tussen de lidstaten. Met 28 energie-eilandjes zullen we nooit onze doelstellingen halen. ”

Van Bossuyt vindt wel dat ook de andere internationale spelers hun verantwoordelijkheid moeten nemen: “We mogen niet naïef zijn. De EU is bv. verantwoordelijk voor minder dan 10 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Als we onszelf torenhoge doelstellingen opleggen, dan trekken de bedrijven weg naar landen buiten de EU waar de uitstootregels minder streng zijn. Met dit evenwichtig pakket komt Europa duidelijk zijn afspraken na om het Klimaatakkoord van Parijs uit te voeren. Maar de rest van de wereld moet nu diezelfde ambitie aan de dag leggen.”