Geens moet kaders opvullen om rechtsgang te verzekeren

7 februari 2019, over deze onderwerpen: Ondernemen, Zesde staatshervorming, Justitie, Gerechtelijke hervorming BHV

Ondernemingen die morgen een geschil starten voor de Brusselse Nederlandstalige ondernemingsrechtbank zullen hun zaak pas behandeld zien ten vroegste binnen twee jaar. Dat is het gevolg van een ernstig tekort aan magistraten. Kamerlid Kristien Van Vaerenbergh vindt dat justitieminister Geens de bestaande kaders moet opvullen zodat de rechtsgang kan worden verzekerd voor eenieder.

Ten tijde van de zesde staatshervorming en de splitsing van het gerechtelijk arrondissement BHV werd in allerijl een werklastmeting uitgevoerd om de personeelsbehoeften bij de Brusselse rechtbanken te berekenen. Volgens die meting zou er bij de Brusselse Nederlandstalige ondernemingsrechtbank behoefte geweest zijn aan zestien rechters.

“De Vlaamse partijen die over de splitsing van het gerechtelijk arrondissement onderhandelen hebben zich laten rollen, waardoor er slechts 11 in plaats van 16 rechters werden toegewezen”, herinnert Kamerlid en justitiespecialiste Kristien Van Vaerenbergh zich.

Maar in de praktijk is de situatie nog erger. Het te kleine kader werd zelfs nooit opgevuld waardoor er momenteel maar 7 en binnenkort maar 6 rechters ter beschikking zijn. Zo zijn er 2 langdurig zieken en gaan 2 rechters met pensioen.

“Het is ongehoord dat een rechtstaat niet kan voorzien in een redelijke termijn en dat voor de hoofdstad van Europa. Minister Geens moet ervoor zorgen dat elke rechtszoekende binnen een redelijke termijn zijn geschil behandeld ziet. Het lijkt wel of er sprake is van minimale dienstverlening. Dit kan niet: justitie is een kerntaak van de overheid en de toegang tot de rechter is in gevaar”, zegt Van Vaerenbergh.

Daarnaast wil minister Geens verderzetten met de oprichting van een Engelstalige ondernemingsrechtbank voor internationale geschillen in Brussel. Hiervoor zou personeel gebruikt worden van het Brusselse Hof van Beroep. Van Vaerenbergh ziet dit, zeker na de noodkreet vanuit de ondernemingsrechtbank, niet meer zitten: justitie kan nu nog niet voorzien in een vlotte behandeling van de gewone rechtszaken.

Als het van de N-VA afhangt, komt deze er niet. Van Vaerenbergh hoopt dat het belang van de rechtszoekende voorgaat op internationaal prestige. “We rekenen op het gezond verstand van de andere partijen om dit project on hold te zetten en eerst prioriteit te geven aan de bestaande rechtbanken.”