Europese Green Deal lijkt beloftes en geld te recycleren

14 januari 2020, over deze onderwerpen: Europees beleid, Klimaat

Op 11 december stelde de Europese Commissie de “Green Deal” voor. Een ambitieus plan dat van Europa het eerste klimaatneutrale continent ter wereld moet maken. De cijfers ontbraken echter. Vandaag poogde de Commissie duidelijkheid te bieden over een ‘duurzaam investeringsplan’ en een ‘eerlijk transitiemechanisme’.

“De Green Deal is een voluntaristisch plan, waar een prijskaartje van 1000 miljard euro aan hangt. Waar dat geld vandaan moet komen, blijft hoogst onduidelijk”, aldus Europarlementslid en voorzitter van de Commissie Begroting Johan Van Overtveldt. Een gezonde leefomgeving is een zaak van iedereen. Over de nood aan een duurzame transformatie en de hoogdringendheid van de klimaatuitdagingen is een brede consensus. Van Overtveldt herhaalt ook dat de Green Deal voor Vlaanderen veel positieve punten bevat, maar dat alles staat of valt met een correcte financiering.

“Wij zijn absoluut voor een circulaire economie, maar tegen het recycleren van beloftes en geld. Wij zijn niet gewonnen voor creatieve boekhouding en financiële avonturen. Wij willen inzetten op innovatie en concrete werkbare actie” benadrukt Van Overtveldt.

In het plenaire debat legde Van Overtveldt de vinger op de wonde: “De Commissie neemt niet alleen een voorafname op de meerjarenbegroting, waarover de onderhandelingen nog lopen. Ze legt ook een bijzonder zware last op de schouders van de Europese Investeringsbank (EIB). Ik roep de EIB dan ook op haar solide positie te bewaken.”

Inzake het eerlijk transitiemechanisme hinkt de Commissie op twee benen. Enerzijds staat het fonds open voor alle lidstaten, anderzijds is het duidelijk de bedoeling om lidstaten die op de rem staan, met geld over de streep te trekken. “Het fonds dreigt een grabbelton te worden die de lidstaten verdeelt”, merkt Van Overtveldt op.

Een duurzame transformatie houdt voor iedereen bijzondere uitdagingen in, niet alleen voor lidstaten die momenteel nog draaien op steenkool. “Ook state-of-the-art industriële centra die voor welvaart in de EU zorgen, zoals Vlaanderen, moeten ruimte krijgen om verder te groeien.”