Europees akkoord slecht nieuws voor onze sociale zekerheid

19 maart 2019, over deze onderwerpen: Werk zoeken en werkloosheid, Uitkeringen, Europees beleid

Vandaag is in de Europese ‘triloog’ tussen de Raad, Commissie en Europees Parlement een akkoord bereikt over een aantal nieuwe Europese sociale zekerheidsregels. Die regels moeten ervoor zorgen dat de Sociale zekerheid De sociale zekerheid is in België tot nader order federaal. De belangrijkste pijlers van de Belgische sociale zekerheid zijn: de ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV), de pensioenen, de werkloosheidsverzekering en de kinderbijslagen. Daarnaast ook nog beroepsziekten, arbeidsongevallen en jaarlijkse vakantie. Sommige Vlaamse partijen ijveren al lang voor de overheveling van (grote delen van) de sociale zekerheid naar gewesten en gemeenschappen. sociale zekerheid van de lidstaten beter is afgestemd op de mobiliteit van EU-burgers. In werkelijkheid wordt een resem prikkels voor sociaal welvaartstoerisme gecreëerd. "Het is onbegrijpelijk dat Europa de bezorgdheden van haar burgers over het behoud van een sterke sociale zekerheid links laat liggen", zegt Europees Parlementslid Helga Stevens geërgerd.

Absoluut onaanvaardbaar voor de N-VA is dat EU-burgers na amper één maand in België te hebben gewerkt een Belgische werkloosheidsuitkering kunnen krijgen die onbeperkt is in tijd. Een Belgische werkloosheidsuitkering ligt al snel een pak hoger dan een Bulgaars loon. Deze uitkeringen kunnen ook voor zes maanden worden meegenomen naar andere lidstaten. Voor grensarbeiders zal dit zelfs tot 15 maanden kunnen. Tijdens die export zullen we nauwelijks controle hebben of die persoon ook effectief naar werk zoekt. “Dit brengt de houdbaarheid van onze sociale zekerheid in gevaar”, aldus Stevens.

Dankzij de N-VA moeten Europese nieuwkomers vandaag eerst drie maanden gewerkt hebben in België vooraleer zij recht hebben op een Belgische werkloosheidsuitkering. Er was bovendien een akkoord in de regering-Michel I om deze termijn verder te verstrengen naar zes maanden. Deze werkvereiste van drie maanden dreigt nu strijdig te worden met het Europees recht.

Opvallend in dit dossier is de ambigue houding van de CD&V. In december onthielden de CD&V-Europarlementsleden zich over het dossier. Vorige vrijdag kondigde Kris Peeters nog aan dat hij samen met andere lidstaten “zich zou blijven verzetten tegen een verlaging van de termijn om als EU-werknemer te kunnen genieten van Belgische werkloosheidsuitkering.” Deze communicatie staat in schril contrast met de gretigheid van Europees Commissaris Marianne Thyssen (CD&V) om tot een akkoord te komen, ook al gaat dit ten koste van onze sociale zekerheid. “Er is een grote discrepantie tussen woorden en daden van de CD&V'ers”, stelt Stevens vast.

Het Europees Parlement en de Raad moeten het akkoord nog bekrachtigen. We kunnen alleen maar hopen dat het gezond verstand alsnog zal zegevieren. “Wij zijn in het bijzonder benieuwd of Kris Peeters zoals beloofd in naam van de ontslagnemende federale regering voldoende lidstaten rond zich kan krijgen om dit akkoord te blokkeren en zo te laten heronderhandelen in de volgende legislatuur”, besluit Stevens.