Erdogan zal niet stoppen bij Afrin, de internationale gemeenschap kan niet blijven toekijken

20 maart 2018, over deze onderwerpen: Turkije, Buitenlandse Zaken, Syrië, Koerden

De afgelopen maanden omsingelden Turkse eenheden de Koerdisch-geleide enclave van Afrin in Noordwest-Syrië. Op zondag 18 maart verklaarde president Erdogan dat Afrin volledig in Turkse handen is.

Fractievoorzitter Peter De Roover dringt opnieuw aan bij minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders op een strenge veroordeling.

“De Koerden De Koerden zijn een volk, verspreid over Turkije, Irak, Iran en Syrië. Naar schatting zijn er 35 miljoen Koerden, wat hen de bedenkelijke eer van grootste staatloze volk ter wereld oplevert. In Europa wonen ongeveer 1 miljoen Koerden, waarvan naar schatting 50.000 in België. Behalve in Zweden zijn de Koerden nergens een erkende minderheid. Koerden zijn onze bondgenoten in de strijd tegen IS. Hen zomaar laten vallen na het vuile werk te hebben opgeknapt, zou gewoonweg walgelijk zijn”, aldus De Roover die reeds vanaf de eerste signalen van Turkse agressie in Syrië, hier de aandacht op vestigt in de Kamer en via sociale media.

“Erdogan heeft zelf al laten blijken dat de inname van Afrin slechts een eerste stap is in de totale verdrijving van de Koerden. Het stadje Manbij, dat nu eindelijk stabiel is, zal wellicht als volgende aan de beurt zijn.”

De Roover benadrukt dat België alleen niet de nodige slagkracht aan de dag kan leggen, maar een formele veroordeling is wel een signaal naar de internationale gemeenschap dat dit absoluut niet door de beugel kan. “De internationale gemeenschap is de Koerden iets verschuldigd”, besluit de Midden-Oosten-specialist van de N-VA.