Enkelband voor moordpoging volstaat niet

20 februari 2019, over deze onderwerpen: Justitie, Gevangenissen

Een 19-jarige vrouw, aangehouden op verdenking van een moordpoging na een steekpartij in Mol, werd dezelfde dag nog vrijgelaten om haar voorlopige hechtenis met een enkelband thuis uit te zitten. De onderzoeksrechter kan daartoe beslissen, maar voor Kamerlid en justitiespecialiste van de N-VA, Sophie De Wit is dit onaanvaardbaar. De Wit vreest dat de beslissing om de elektronische voorlopige hechtenis in dit geval op te leggen, genomen is puur op basis van plaatsgebrek in de gevangenissen.

Sophie De Wit: “Elektronische voorlopige hechtenis kan zinvol zijn in bepaalde gevallen, maar hier spreken we wel over een poging tot moord. Hoe leg je uit dat een slachtoffer, de dag na een aanslag op haar leven, moet vrezen dat ze opnieuw geconfronteerd kan worden met de dader. Een dader die de feiten bekend heeft, nota bene.”

De Wit wil bekijken hoe er wettelijk een mouw aan gepast kan worden, dat de elektronische voorlopige hechtenis voor bepaalde zware misdrijven uitgesloten wordt. Op die manier creëren we duidelijkheid, die zeker bij zware misdrijven broodnodig is, stelt De Wit: “Ofwel oordeelt de onderzoeksrechter bij die misdrijven effectief dat voorlopige hechtenis nodig is en zit de verdachte die uit in de gevangenis, ofwel is de voorlopige hechtenis niet nodig. Maar van de onduidelijke situatie waarin we nu zitten, wordt niemand beter. Integendeel, dit vergroot de kloof tussen justitie en de burger, terwijl we die net moeten verkleinen.”

Tot slot klaagt De Wit een kwalijke gewoonte aan in ons land, die we dringend achter ons moeten laten: “Het moet gedaan zijn om wetten, straffen en het aantal gevangenen aan te passen aan het aantal plaatsen in de gevangenis. We moeten de capaciteit aanpassen aan onze wetten en aan het aantal gevangenen. En dus moet het aantal plaatsen in onze gevangenissen omhoog.”