“Een Europees verbod op pulskorvisserij mag geen verbod betekenen op verder onderzoek naar deze techniek”

2 februari 2018, over deze onderwerpen: Visserij

Voor Vlaanderen is het belangrijk dat verder onderzoek gebeurt naar het potentieel van de pulskortechnologie, ondanks een mogelijk Europees verbod. Dat blijkt uit het antwoord van Vlaams minister voor Landbouw en Visserij, Joke Schauvliege, op een vraag van Vlaams Parlementslid Sabine Vermeulen. “Een verbod mag geen rem zijn op de verdere ontwikkeling van de techniek”, aldus Vermeulen.

Begin dit jaar heeft het Europees Parlement gestemd voor  een volledig verbod op het vissen met de pulskortechniek. Het is geen algemeen aanvaarde techniek in de Europese wateren, maar mocht bij wijze van experiment in het kader van duurzame visserij toch worden toegepast. Een experiment waar vooral de Nederlanders gretig gebruik van maakten en 80 vaartuigen met een pulskor uitrustten. In Vlaanderen zijn slechts twee vaartuigen van een pulskor voorzien en enkel om op garnalen te vissen.

Voor- en tegenstanders
De pulskortechniek kent voor- en tegenstanders. Volgens sommige experten is het een veel milieuvriendelijkere methode in vergelijking met de boomkor, die de zeebodem erg beschadigt. Anderen pleiten voor een verbod, omdat volgens hen, de techniek zo doeltreffend is dat het visbestand daalt. Vissen zouden ook kwetsuren oplopen ten gevolge van de shock.  

Verder onderzoek
“Een van de redenen waarom de polemiek zo groot is, is dat er in de discussie geen onderscheid wordt gemaakt tussen de techniek op zich en de wijze waarop de techniek wordt uitgevoerd”, aldus Sabine Vermeulen. “De techniek heeft meerdere voordelen op het vlak van bodemberoering, brandstofverbruik en selectiviteit van de vangst. Daarin volg ik de Nederlanders die stellen dat een verbod geen rem mag zijn op de verdere ontwikkeling van de techniek. De manier waarop Nederland echter te kwistig licenties heeft uitgereikt, kan je niet meer experimenteel noemen. Als er een verband zou zijn tussen de pulskortechniek en de teloorgang van de visbestanden in de Zuidelijke Noordzee, dan moet er dringend een kader worden uitgewerkt voor de inzet van de techniek. Want het is immens belangrijk dat Vlaanderen verder onderzoek blijft voeren om de langetermijneffecten op de visbestanden te kennen en de impact op het bodemleven”, besluit Vermeulen.

Ze wijst er ook op dat pulskorvisserij een antwoord kan bieden op de aanlandingsplicht, waar nogal wat vissers mee worstelen. Als er echt selectief gevist wordt met de pulskor, betekent dat minder bijvangst en dus minder ondermaatse vis die aan land moet gebracht worden. Tot slot blijft Vermeulen ijveren voor een gelijk speelveld onder de vissers; een ongelijkheid tussen onze vloot met twee pulskorren en een Nederlandse vloot met 80 dergelijke schepen, zorgt alleen maar voor spanningen binnen de internationale visserijwereld.