De beperking van de inschakelingsuitkering in de tijd stimuleert het vinden van werk

16 januari 2020, over deze onderwerpen: Werken, Activering

De beperking van de inschakelingsuitkering tot drie jaar heeft tot activering geleid, dat blijkt uit cijfers die minister Muylle bekend maakte. Zo’n 43 procent van de personen die er beroep op doen, zijn al aan het werk zes maanden na het aflopen van de uitkering. “Daarom ijvert de N-VA voor een degressieve werkloosheidsuitkering die beperkt is in de tijd”, aldus Kamerlid Björn Anseeuw.

De inschakelingsuitkering is in het leven geroepen voor werkzoekende schoolverlaters die in de beroepsinschakelingsperiode van 1 jaar nog geen werk hebben gevonden. In 2011 heeft de regering Di Rupo beslist om deze uitkering te beperken tot drie jaar. Uit cijfers die de minister van Werk Nathalie Muylle gisteren bekend maakte, blijkt nu dat deze beperking in tijd ervoor gezorgd heeft dat deze personen effectief gestimuleerd worden om sneller werk te zoeken.

“Ook de RVA De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) of Office National de l'Emploi (ONEM) is een federale openbare instelling van Sociale Zekerheid. De RVA past het stelsel van de werkloosheidsverzekering toe en bepaalt onder meer het recht op en de omvang van uitkeringen. De RVA is ook bevoegd voor bepaalde tewerkstellingsmaatregelen en voor het stelsel van tijdskrediet en loopbaanonderbreking. De Belgische federale regelgeving wordt uitgevoerd door de RVA. RVA toonde reeds aan dat in 2017 zo’n 53 procent van de personen wiens inschakelingsuitkering werd stopgezet naar werk doorstroomde, en slechts 13 procent naar het leefloon”, benadrukt Björn Anseeuw. “De angst dat de beperking in de tijd enkel maar zorgt voor een doorstroom naar het leefloon of andere uitkeringsstelsels is dus ongegrond. Door een termijn op de uitkering te zetten, worden werklozen net gemotiveerd om op zoek te gaan naar werk.”

“Onze partij wil dan ook de werkloosheidsuitkering beperken in de tijd. Ons wetsvoorstel ligt klaar. Daarnaast willen we inzetten op een degressievere werkloosheidsuitkering, die aanvankelijk hoger ligt, maar sterker daalt in de tijd”, stelt Anseeuw. Over de invoering van een degressievere werkloosheidsuitkering bestond een afspraak binnen de regering Michel I. “Minister Kris Peeters en zijn opvolgers hebben echter nooit voldoende inspanningen geleverd om deze afspraak te honoreren. We hopen alvast dat de recente cijfers ook andere partijen tot het inzicht kunnen brengen dat het activerender maken van sociale uitkering loont”, besluit Björn Anseeuw.