Bundel alle Vlaamse initiatieven in Brussel in één geïntegreerd pakket

11 juli 2017, over deze onderwerpen: Wonen en werken in Brussel, Onderwijs in Brussel

Het aanbod van de Vlaamse Gemeenschap in Brussel is rijk en gevarieerd maar tegelijk erg versnipperd. Dat kan een stuk efficiënter. “We moeten alle Vlaamse initiatieven in Brussel - consultatiebureaus, kinderopvanginitiatieven, scholen, culturele centra, …. in een geïntegreerd pakket aanbieden. Dat maakt dit aanbod zichtbaarder waardoor het nog aantrekkelijker wordt en ongetwijfeld nog meer Brusselaars zal aanspreken.” Dat zegt Vlaams Parlementslid Karl Vanlouwe (N-VA). Hij schreef zijn voorstel neer in een conceptnota, waarmee de N-VA het debat op gang brengt in het Vlaams Parlement.

11 juli, Vlaamse feestdag. Vlaanderen feest, Vlaanderen zingt, ook in Brussel. Vooral in Brussel. Maar ook die andere 364 dagen van het jaar is de Vlaamse Gemeenschap actief in Brussel. Via onder meer Vlaamse scholen, welzijnsinstellingen, culturele uithangborden, toont Vlaanderen zich dagelijks aan de Brusselaar. Prijskaartje: bijna 1 miljard euro per jaar. Met een parlementaire conceptnota “ter versterking van het Vlaams gemeenschapsbeleid te Brussel” in de hand en met de Vlaamse feestdag in het achterhoofd wil Vlaams volksvertegenwoordiger Karl Vanlouwe (N-VA) het debat openen: wat willen we daarmee bereiken? En hoe kunnen we dit nog beter bereiken?

Vanlouwe legt uit: “We willen het Vlaams Gemeenschapsbeleid in Brussel versterken door een meer geïntegreerd aanbod van de Vlaamse voorzieningen.” Wat Vanlouwe betreft heeft dat gemeenschapsbeleid drie doelstellingen:

  1. Eerst en vooral betrachten we de Brusselse Vlamingen zo veel mogelijk aan hun stad te binden.
  2. Een tweede oogmerk is het aantrekkelijker maken van de hoofdstad voor Vlamingen. Te weinig Vlamingen kiezen ervoor om zich in Brussel te vestigen, zelfs wanneer zij er werken.
  3. En tenslotte: een beleid voeren dat gericht is op nieuwkomers en anderstaligen en die zo veel mogelijk warm te maken voor de Vlaamse Gemeenschap.

Vanlouwe: “Vlaanderen is opvallend aanwezig in Brussel, maar op dit moment gebeuren vele initiatieven en inspanningen te veel los van elkaar, terwijl die elkaar veel meer zouden moeten versterken in een ‘ketenbenadering’. Met een geïntegreerd aanbod betrekken we zo veel mogelijk Brusselaars bij de Vlaamse Gemeenschap.”

Concreet denkt Vanlouwe onder meer aan het registreren, verzamelen en bundelen van gegevens over het zorg- en onderwijstraject dat Brusselse ouders en kinderen afleggen in Vlaamse instellingen en voorzieningen (consultatiebureaus, kinderopvanginitiatieven, scholen, …), want vandaag wordt deze informatie onvoldoende bijgehouden. Ook moeten het opvang- en het onderwijstraject van kinderen sterker op elkaar aansluiten – in het Nederlands. Daarnaast zouden net dat onderwijs (met meer aandacht voor BSO en TSO), tewerkstellingsprojecten en de arbeidsbemiddelingsdiensten en het bedrijfsleven meer moeten samenwerken om de jeugdwerkloosheid doortastend aan te pakken.

Vanlouwe merkt op dat Vlaanderen de Brusselse problemen niet alleen de baas kan: “De Franse Gemeenschap heeft hier minstens evenveel een verantwoordelijkheid. Terwijl de Vlaamse Gemeenschap zijn ‘Brusselnorm’ heeft, is het oorverdovend stil aan de overkant. Aan Franstalige zijde is het helemaal niet duidelijk hoe groot de financiële inspanning in Brussel is. Ook daarover zouden we afspraken moeten kunnen maken, zeker met de sterke demografische groei die Brussel te wachten staat.”