Brusselse kinderopvang: gegarandeerde inspraak ‘Kind en Gezin’ en ‘One’ noodzakelijk

10 maart 2017, over deze onderwerpen: Kinderopvang, Wonen en werken in Brussel

Een 'Brussels' statuut voor kinderopvang is noodzakelijk om tragedies te vermijden bij kinderdagverblijven die noch bij het Vlaamse Kind en Gezin, noch bij het Franstalige ONE erkend zijn. Maar de uitbouw van een echte Brusselse 'tweetalige' kinderopvang is totaal nutteloos als deze instellingen naar Brusselse traditie in realiteit enkel een Franstalige dienstverlening bieden. “Bovendien moet ongewenste concurrentie tussen Vlaamse, Franstalige en Brusselse kinderopvang vermeden worden door de inspraak van het Vlaamse Kind en Gezin en het Franstalige ONE bij de vergunningsvoorwaarden van de Brusselse kinderdagverblijven wettelijke verplicht te maken”, aldus Brussels parlementslid Liesbet Dhaene. “Mijn amendement werd echter weggestemd.” 

De noodzaak van een 'Brussels' statuut voor kinderopvang, naast de kinderopvang erkend bij Kind en Gezin en het Franstalige ONE, werd pijnlijk duidelijk met de tragische dood van de kleine Malaïka in een niet-erkend kinderdagverblijf in Brussel. Maar met deze ordonnantie creëert de Brusselse regering ook de mogelijkheid om zelf Brusselse 'tweetalige' crèches te subsidiëren. En dat doet vragen rijzen. “Allereerst leert de ervaring met Brusselse 'tweetalige' instellingen ons dat deze zelden tot nooit Nederlandstalig zijn”, aldus Liesbet Dhaene. “De uitbouw van 'Brusselse' kinderopvang is dan ook totaal nutteloos ten aanzien van de Nederlandstalige Brusselaars, maar ook ten aanzien van anderstalige Brusselaars die hun kinderen de kennis van het Nederlands willen bijbrengen om hen zo tweetalig te maken.”

Maar ook de gevolgen van het bestaan van deze 'Brusselse' kinderopvang op de bestaande Vlaamse en Franstalige kinderopvang zijn niet duidelijk. Dit hangt vooral af van de vergunningsvoorwaarden. Zo sloten in het verleden instellingen met een uitsluitend Franstalige werking zich aan bij het Vlaamse Kind & Gezin louter omdat sommige vergunningsvoorwaarden er minder streng waren dan bij de Waalse ONE. Om dergelijke ongewenste concurrentie te vermijden moeten Kind & Gezin en ONE inspraak hebben bij het vaststellen van de Brusselse vergunningsvoorwaarden. “Ministers Smet en Fremault bevestigen wel dat beiden betrokken werden in het kader van deze ordonnantie, maar er is geen garantie dat dit in de toekomst bij eventuele wijzigingen opnieuw zal gebeuren”, aldus Dhaene. “Ik heb dan ook een amendement ingediend om deze garantie in de ordonnantie zelf op te nemen.”