Brusselse begroting leidt tot stilstand en achteruitgang

11 december 2014, over deze onderwerpen: Wonen en werken in Brussel

Met deze begroting maakt de regering duidelijk dat ze liever werk maakt van nieuwe instellingen en belastingen, in plaats van zich te concentreren op een echt werkgelegenheidsbeleid. De begroting is tevens nefast op diverse domeinen voor het gewest zoals de digitale ontwikkeling, de verhuurmarkt, de tweetaligheid, de middenklasse en de principes van goed bestuur. Deze begroting zorgt bij gevolg niet enkel voor een stilstand maar leidt op vele vlakken ook tot achteruitgang.

Deze begroting is rampzalig voor het economische klimaat van ons gewest. Zo plant de regering bijvoorbeeld een taks van liefst 8000 euro op de 1400 gsm-antennes in dit gewest. Johan Van den Driessche (Brussels fractievoorzitter N-VA) : “Nu de taks op computerschermen eindelijk van de baan is, komt de regering af met een nieuwe taks op vooruitgang, deze op gsm-masten. Dit zal een impact hebben op de kwaliteit en de prijs die de consument betaalt. Bovendien bengelt Brussel reeds vandaag aan de staart van digitaal Europa”. Ondertussen blijft ook de lijst van nieuw gecreëerde instellingen groeien zonder dat de regering zich concentreert op een écht tewerkstellingsbeleid.

Cieltje Van Achter (Brussels volksvertegenwoordiger N-VA): “De regering zet onvoldoende in op de begeleiding en activering van werkzoekenden. Enkel voor de jongeren worden een beperkt aantal bijkomende bemiddelaars voorzien, maar het is nu al duidelijk dat dit onvoldoende is om een serieuze begeleiding te kunnen aanbieden. De regering gaat bovendien geen enkel engagement aan om bijkomend te investeren in de begeleiding van de 100.000 andere werklozen.”

De begroting bevat weinig positieve ambitie voor de promotie van twee- en meertaligheid. Op dat vlak is de aanwezigheid van het FDF alvast zichtbaar. De fiscale druk op onroerende goederen, zal de stadsvlucht van de middenklasse alleen maar doen toenemen. Johan Van den Driessche: “De registratierechten bij aankoop van een onroerend goed liggen in Brussel 25% hoger dan in Vlaanderen, het bezit ervan wordt vanaf het tweede onroerend goed beduidend duurder en de successierechten op onroerend goed swingen de pan uit”. Maar ook op het vlak van goed bestuur scoort deze regering slecht: geen enkele aanzet van vereenvoudiging van de subsidiereglementen of een rationalisering van de talrijke instellingen die het gewest kent. Typisch voorbeeld is toerisme waarvoor het gewest bevoegd wordt. Er bestaat reeds ‘Visit Brussels’ maar toch wordt een nieuwe instelling opgericht ‘Toerisme Brussel’ zonder de oude te integreren. Ook de oude cultuur van subsidies voor instellingen en sportclubs die beslist wordt volgens de discretie van de bevoegde minister, blijft bestaan. Over cultuur gesproken, de Brusselse regering houdt voet bij stuk als het gaat over de aankoop van het Citroëngebouw. Cieltje Van Achter: “Omtrent de Citroëngarage ontbreekt het de Brusselse regering niet alleen aan een plan van aanpak voor het museum, maar bovendien is het onduidelijk hoe de regering de aankoop financiert. Ook het Rekenhof bevestigt dat er in de begroting geen budget voorzien is. Onduidelijkheid en amateurisme zijn helaas de sleutelwoorden in dit dossier.”

Ook bij de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie voert gebrek aan ambitie de boventoon. Liesbet Dhaene (Brussels volksvertegenwoordiger N-VA): “Er is helemaal geen sprake van een nieuw beleid ten aanzien van de bevoegdheden die de GGC al uitoefende. Voor de nieuwe materies die overkomen met de 6de staatshervorming, kan men zelfs niet over een beleid spreken: de oude federale opties worden budgettair gewoon overgenomen. De 6e staatshervorming maakt van het kleine Brusselse prinsje, de GGC, een keizer, weliswaar zonder nieuwe kleren.”

Dat de begroting in evenwicht is, is een goede zaak maar het is geen evenwichtige begroting. Hiermee zet Brussel geen stap voorwaarts, op sommigen domeinen zelfs een stap achterwaarts.