Bpost blijft volharden in de boosheid

27 februari 2019, over deze onderwerpen: Overheidsbedrijven, Wonen en werken in Brussel

Nog steeds verloopt de communicatie van Bpost met zijn Nederlandstalige klanten in Brussel niet correct. “De taalwetgeving blijkt voor Bpost niet meer dan een vodje papier te zijn. Ondanks de verschillende klachten bij onder andere de Vaste Commissie voor Taaltoezicht (VCT) blijft BPost Nederlandstalige Brusselaars als tweederangsklanten behandelen”, aldus Karl Vanlouwe, Vlaams Parlementslid en Brusselaar.

Nadat verscheidene Brusselse Vlamingen hun ongenoegen uitten over het feit dat Bpost met hen eentalig communiceert in het Frans blijkt Bpost nu niet enkel de taalwetgeving te schenden, maar ook als ‘oplossing’ een schending van de taalwetgeving voor te stellen.

Als autonoom overheidsbedrijf is Bpost gebonden aan de wetgeving op het gebruik van de talen in bestuurszaken (SWT). Wanneer Bpost weet of iemand in Brussel Nederlands- dan wel Franstalig is – bijvoorbeeld door de taal van een leveringsadres, van de account op bpost.be, … – moet Bpost in die respectieve taal communiceren. Dit liep in het verleden geregeld mis waarbij Nederlandstalige Brusselaars e-mails ontvingen die eentalig in het Frans waren opgesteld of eentalig Franstalige e-mail ontvingen. Na beloftes van Bpost en van de bevoegde minister Alexander De Croo, blijkt nu dat Bpost een loopje wil blijven nemen met de taalwetgeving. Na een klacht van een Nederlandstalige klant stuurde Bpost volgend antwoord: “We zien dat je van Brussel afkomstig bent. Het is de bedoeling dat de mail voor jouw regio in de toekomst tweetalig wordt.”

“Werkt er bij Bpost nu werkelijk niemand die de taalwetgeving kan lezen?”, vraagt Vanlouwe zich af. “Ofwel is de taalaanhorigheid bekend en dan moet men in die taal communiceren. Ofwel is de taalaanhorigheid niet bekend en dan moet communicatie tweetalig gebeuren. Dit is echt geen hogere wiskunde. Ik begin Bpost haast te verdenken van kwaad opzet. Een overheidsbedrijf moet zich aan de wetgeving houden, en ik zal hier op blijven hameren. Brusselse Vlamingen mogen geen tweederangsburgers zijn in hun eigen hoofdstad!”, besluit Vanlouwe.