Bpost beschouwt Brussel als een Franstalige stad

27 augustus 2018, over deze onderwerpen: Overheidsbedrijven, Wonen en werken in Brussel

Wanneer bpost geen informatie heeft over de taalvoorkeur van een Brusselaar, verloopt de correspondentie automatisch in het Frans. Dat mocht Karl Vanlouwe, Vlaams parlementslid voor N-VA en Brusselaar, persoonlijk ondervinden toen hij van bpost Franstalige informatie toegestuurd kreeg over een postpakket. Hij diende klacht in bij de Vaste Commissie voor Taaltoezicht (VCT) en kreeg overschot van gelijk: met een dergelijke praktijk schendt bpost duidelijk de taalwetten. “Ongehoord dat een overheidsbedrijf bij de correspondentie met haar cliënteel ervan uitgaat dat er in Brussel enkel Franstaligen wonen, terwijl het officieel een tweetalige stad is.”

Dat verschillende overheden het in Brussel niet al te nauw nemen met de taalwetgeving, kan je niet echt een geheim meer noemen. Bpost is voorlopig de laatste in het rijtje van overheden die de taalwetgeving schenden en daarvoor al door de VCT op de vingers getikt werden. Wanneer een Brusselse klant niet expliciet aangeeft dat hij zijn of haar briefverkeer in het Nederlands wenst te ontvangen, zal men bij bpost automatisch voor het Frans kiezen. In een brief verdedigt het postbedrijf zich door te stellen dat een algoritme de taal van correspondentie kiest op basis van een postcode. Voorlopig catalogeert het algoritme de Brusselse postcodes als zuiver Franstalige gemeentes, waardoor er dan ook enkel in het Frans met de klanten gecommuniceerd wordt. Bpost meldt wel dat een tweetalige communicatie volop in voorbereiding is.

Vlaams Parlementslid en Brusselaar Karl Vanlouwe vindt een dergelijke manier van werken totaal onaanvaardbaar voor een overheidsbedrijf: “Als de overheid haar eigen wetten en regels al niet meer kan naleven, waarom zou ze dat dan nog wel mogen verwachten van haar burgers? De huidige manier van werken is duidelijk in strijd met de taalwetgeving en moet dan ook onmiddellijk aangepast worden. Is het nu echt zo moeilijk om minstens in de twee landstalen te communiceren?”