Bourgeois: “CETA is gered”

30 april 2019, over deze onderwerpen: Ondernemen, Europese handel, Buitenlandse handel

Vlaams minister-president Geert Bourgeois reageert tevreden op de uitspraak van het Europees Hof van Justitie (HJEU) in de Belgische CETA-adviesvraag: “CETA is gered. Het Waals verzet is ongegrond. Met deze uitspraak blijkt ook het volledige moderne EU-handelsbeleid op stevige fundamenten te rusten”, aldus de minister-president.

Pro memorie: deze adviesvraag was deel van het interne Belgische akkoord dat bereikt werd tussen de federale en deelstaatregeringen in oktober 2016 voor de ondertekening van CETA. België diende de adviesvraag over de verenigbaarheid van het Investment Court System (ICS) in CETA met de Europese verdragen in bij het HJEU in september 2017.

Na de conclusie van advocaat-generaal Bot op 29 januari 2019 bevestigt nu ook het Europees Hof van Justitie vandaag dat het “stelsel van investeringsgerechten” (Investment Court System of ICS) in overeenstemming is met het EU-recht. Minister-president Bourgeois: “Ik heb hier nooit aan getwijfeld omdat de ICS-rechters het EU-recht niet mogen interpreteren. Daarom is Vlaanderen ook doorgegaan met de goedkeuringsprocedure van CETA. Ik roep dan ook de andere deelstaatparlementen en de EU-lidstaten die op dit advies hebben gewacht op om -in navolging van het Vlaams Parlement- CETA nu onverwijld goed te keuren.”

Op die manier kan CETA eindelijk volledig in werking treden en wordt alle eventuele onzekerheid over de status ervan weggenomen. In een wereld met toenemende spanningen in de handelsrelaties en onzekerheden ten gevolge van de brexit is deze uitspraak te verwelkomen. CETA levert de Europese ondernemingen heel wat voordelen op, m.n. het wegvallen van tarifaire (98,8 procent van de Canadese invoerheffingen verdwijnt) en niet-tarifaire belemmeringen, toegang tot overheidsopdrachten (ook op provinciaal niveau in Canada), de markt voor diensten en investeringen, enz. De Vlaamse handelscijfers van 2018 tonen het belang aan van Canada als exportbestemming voor Vlaanderen. De totale Vlaamse uitvoer van goederen naar Canada was goed voor 2,5 miljard euro in 2018. De Vlaamse uitvoer naar Canada steeg zowel in 2017 (+22,9 procent) als 2018 (+17,3 procent). We rekenen erop dat deze trend sinds de inwerkingtreding van CETA zich verder zet.

Bovendien versterkt deze uitspraak de toekomst van het Europees handelsbeleid. Na het Singapore-advies van 2017 dat leidde tot de splitsing van Europese handelsakkoorden volgens de bevoegdheidsverdeling tussen de EU en haar lidstaten, laat deze uitspraak toe op de ingeslagen weg verder te gaan wat betreft investeringsbescherming (en akkoorden daarover). De minister-president steunt dan ook ten volle de inzet van de EU om hiermee verder te gaan en om een multilateraal investeringsgerecht te creëren met zoveel mogelijk andere landen in de wereld.

Minister-president Geert Bourgeois: “In lijn met de visienota Visie op de toekomst van de Europese Unie van de Vlaamse Regering heb ik steeds gepleit voor een gepaste bescherming voor investeringen van bedrijven tegen maatregelen zoals onrechtmatige onteigeningen door overheden. Dit kan voor de Vlaamse Regering de vorm aannemen van een verbeterd investeerder-staat-geschillenbeslechtingsmechanisme ( ISDS Investeerder-staatarbitrage (Investor-State Dispute Settlement). Een speciaal arbitragemechanisme om conflicten op te lossen tussen de overheid van een land en een buitenlandse investeerder die in dat land actief is en meent dat zijn belangen geschaad zijn. ISDS ) of een permanent systeem investeringshoven of -hof (ICS). Hierbij hebben we wel steeds bijzondere aandacht voor de betaalbare rechtstoegang voor kmo’s.”

Het Hof oordeelt positief over de vier deelvragen:

  • Het Hof oordeelt dat het ICS in CETA voldoende waarborgen bevat, aangezien de bevoegdheden ervan strikt afgebakend zijn. Zulk gerecht kan enkel benadeelde investeerders schadeloos stellen en niet voorschrijven hoe het EU-recht in de EU moet worden uitgelegd. Voorts kan het Gemengd Comité uitleggingen van de bepalingen van de overeenkomst aannemen die bindend zijn en wordt er een beroepsprocedure ingevoerd.
  • Ten tweede is er geen schending van het algemene gelijkheidsbeginsel voor de toegang tot het gerecht.
  • Ten derde bevat CETA voldoende waarborgen voor het recht op toegang tot een onafhankelijk en onpartijdig gerecht, inclusief regels inzake de bezoldiging van de leden ervan.

Ten slotte is de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de leden gegarandeerd door regels over de benoeming en eventuele afzetting.