Blijven inzetten op wegwerken gerechtelijke achterstand

7 oktober 2015, over deze onderwerpen: Justitie

De doorlooptijden bij de Belgische hoven van beroep voor burgerlijke zaken blijven zeer lang. De gemiddelde doorlooptijd is 1 jaar en 9 maanden. De helft van de zaken heeft een doorlooptijd van meer dan 1 jaar en 5 maanden, voor een kwart van de zaken duurt de behandeling langer dan 2 jaar en 4 maanden. Dat blijkt uit de recentste cijfers, waarop N-VA-Kamerlid Kristien Van Vaerenbergh de hand kon leggen. Het Kamerlid hoopt dat de hervormingen die het parlement dit jaar stemt voor een positieve verandering zullen zorgen.

De gerechtelijke achterstand is al lang een oud zeer. Dit blijkt nog maar eens uit de recent gepubliceerde cijfers, cijfers voor 2013 nota bene. Een kwart van de burgerlijke zaken wordt binnen een aanvaardbare 9 maanden afgehandeld door het hof van beroep, maar voor een ander kwart van de zaken duurt het meer dan 2 jaar en 4 maanden. Voor 10 procent van de zaken is zelfs meer dan 3 jaar en 5 maanden nodig.

Grote regionale verschillen zijn er niet, al hinkt het arrondissement Brussel wel achterop. De helft van de zaken bij het Brusselse hof duurt langer dan 2 jaar en 4 maanden. Dat is bijna een jaar langer dan het nationale cijfer. 10 procent van de zaken duren er zelfs langer dan 4 jaar en 2 maanden.

Bij de arbeidshoven zijn de cijfers minder dramatisch. De helft van de zaken wordt binnen 11 maanden afgehandeld. Brussel en Bergen scoren wel slechter met respectievelijk 1 jaar en 5 maanden en 1 jaar en 1 maand voor de helft van de zaken. 10 procent van de zaken nemen meer dan 2 jaar en 4 maanden in beslag.

Hervormingen
Van Vaerenbergh hoopt dat de achterstand bij de hoven van beroep in de toekomst zal verbeteren door de hervormingen die deze legislatuur worden doorgevoerd.

Kristien Van Vaerenbergh: “Tot nu toe behandelt het hof van assisen misdaden zoals moorden, politieke misdrijven of persdrukmisdrijven. Het openbaar ministerie zal door de hervormingen bijna elke misdaad naar de correctionele rechtbank kunnen verwijzen. Een groot deel misdaden zal dan behandeld worden door correctionele rechtbanken in plaats van de hoven van assisen. Een grote vooruitgang, want assisen slorpt een massa personeel en middelen op. Met vertraging van de andere zaken tot gevolg. Ook bij de gewone rechtbanken ontstaan daardoor vertragingen omdat hun personeel wordt weggeplukt.”

Uit eerder gepubliceerde cijfers in De Tijd (13 augustus 2015) blijkt dat in 2014 in totaal 83 assisenprocessen plaatsvonden. In de vijf gerechtelijke gebieden namen die telkens tussen 124 en 180 zittingsdagen in beslag.

Het Kamerlid wijst ook op enkele maatregelen uit het eerste potpourri-wetsontwerp dat intussen werd goedgekeurd door de Kamercommissie Justitie.

Kristien Van Vaerenbergh: “Het instellen van hoger beroep werkt per definitie niet meer schorsend, waardoor het vonnis uitgesproken door de rechter in eerste aanleg onmiddellijk uitvoerbaar is. Dit moet de instroom van zaken bij het hof van beroep afremmen. Het is in de toekomst ook niet langer mogelijk om hoger beroep in te stellen tegen bepaalde tussenvonnissen.”

Het N-VA-Kamerlid hoopt dat beide maatregelen nog tijdens deze legislatuur de doorlooptijden bij de hoven van beroep in positieve zin zullen beïnvloeden.

Daarnaast moet blijvend ingezet worden op de informatisering om de efficiëntie te verhogen. Het e-Deposit-project dat momenteel bij de hoven van beroep loopt, toont aan dat investeringen in informaticatoepassingen echt een meerwaarde kunnen zijn.