Bijna 5000 Vlaamse studentenkamers onderzocht in 2019

25 juni 2020, over deze onderwerpen: Huren, Lokale overheid

Uit het antwoord op een parlementaire vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Allessia Claes blijkt dat 4.993 onderzoeken werden uitgevoerd in verschillende studentensteden in Vlaanderen, zowel door Wonen Vlaanderen als door de lokale gemeentebesturen. “Door dergelijke controles worden verhuurders geconfronteerd met de geldende woningkwaliteitsnormen en de gebreken in hun eigen pand. Finaal leidt dat tot een verbetering van de veiligheid en het comfort van het studentenpatrimonium”, aldus Allessia Claes.

Het agentschap Wonen Vlaanderen en de lokale gemeentebesturen voerden in 2019 4.993 onderzoeken uit in verschillende studentensteden in Vlaanderen, zo blijkt uit het antwoord van Vlaams minister van Wonen Matthias Diependaele (N-VA) op een parlementaire vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Allessia Claes. Het agentschap Wonen-Vlaanderen controleerde 268 studentenkamers in 37 verschillende panden in Antwerpen, Gent, Hasselt, Kortrijk en Leuven. Hierbij stelden de woningcontroleurs voor 165 studentenkamers, of 62 procent van de gecontroleerde studentenkamers, de ongeschiktheid en/of onbewoonbaarheid vast. De woningcontroleurs van de lokale besturen in Gent, Hasselt en Leuven voerden 4.725 conformiteitsonderzoeken uit van studentenkamers. Hiervan bleken 1.811 ongeschikt of onbewoonbaar, dat is zo’n 38 procent van het totale aantal gecontroleerde studentenkamers.

Controles leiden tot verbeteringswerken
Claes roept op tot waakzaamheid, maar nuanceert tegelijkertijd ook de cijfers: “Iedereen kent wel verhalen, soms feit, soms fictie, van wantoestanden met studentenkamers. Studenten zijn makkelijke slachtoffers. Hun budget is vaak beperkt, waardoor de kans vergroot dat men een studentenkot huurt met een slechte woonkwaliteit.”

Zeker niet elke vaststelling van ongeschiktheid of onbewoonbaarheid resulteert ook effectief in een besluit tot ongeschikt- of onbewoonbaarverklaring. “Veel verhuurders van studentenkamers voeren immers snel de nodige verbeteringswerken uit, waardoor ze een definitief besluit tot ongeschikt- of onbewoonbaarverklaring kunnen vermijden. En daar gaat het ook om: problemen aanpakken en zo stelselmatig het patrimonium verbeteren”, aldus het parlementslid.