Bestuurlijke aanpak van criminaliteit: CONDITIO SINE QUA NON!

27 juni 2017, over deze onderwerpen: Lokale overheid, Veiligheid, Politie, Justitie

De VVSG bepleit vandaag het standpunt om lokale besturen de mogelijkheid te geven de achtergrond te checken van personen die zich in hun stad of gemeente komen vestigen. Zo’n ‘moraliteitsonderzoek’, waarbij justitiële en politionele diensten op basis van de door hun gekende veiligheidsinformatie adviseren aan het lokaal bestuur, is absoluut een goed idee maar gaat voor de N-VA niet ver genoeg.

In een centrumstad als Aalst – waar we sinds het begin van de legislatuur stevig inzetten op een kordate aanpak van de criminaliteit – moeten we helaas vaststellen dat een burgemeester onvoldoende legale middelen ter beschikking heeft om snel en kordaat te kunnen optreden. Indien de lokale politie mij inlicht over het feit dat er in bepaalde panden zaken gebeuren die het daglicht niet mogen zien, dan lijkt het mij de logica zelve dat ik vanuit mijn bevoegdheid als burgemeester onmiddellijk kan ingrijpen. Momenteel stellen we vast dat bijvoorbeeld horecazaken, nachtwinkels etc. gebruikt worden voor het witwassen van geld of het verhandelen van drugs. Burgemeesters moeten meer slagkracht krijgen om dergelijke criminele netwerken aan te pakken.

Het spreekt voor zich dat wij het idee steunen om proefprojecten in te richten waarbij actief informatie wordt uitgewisseld, zoals in Limburg en in Antwerpen het geval zal zijn. Het Nederlands voorbeeld, waarbij alle overheidsdiensten succesvol samenwerken om kordaat op te treden tegen criminaliteit, kan inspirerend werken voor de op te richten proefprojecten.

Anno 2017 moet een lokaal bestuur over een arsenaal aan wettelijke middelen beschikken om op te kunnen treden voordat criminelen hun slag kunnen slaan. Vanuit de N-VA denken we concreet aan het gebruiken van de informatie die nutsmaatschappijen ter beschikking hebben. Sinds vorig jaar worden deze gegevens gebruikt in de strijd tegen sociale fraude; ons inziens mag dit gebruik absoluut worden verruimd naar alle vormen van criminaliteit. Daarnaast is de N-VA van mening dat we locaties waar haat wordt gepredikt, of waar wordt opgeroepen tot (gewapend) verzet tegen onze maatschappij, moeten kunnen sluiten. Vandaag is zulks nog niet wettelijk mogelijk. Beter dan wie ook voelen de burgemeesters de polsslag van hun lokale leefgemeenschap, en kunnen zij – in overleg met politie en justitie – het beste inschatten waar concrete actie noodzakelijk is.

Het draagvlak voor dergelijk ‘gewapend bestuur’ groeit. Het is dan ook hoog tijd dat deze vorm van bestuurlijke handhaving, waarbij potentieel gevaarlijke en/of geradicaliseerde individuen effectiever worden aangepakt, de nieuwe standaard wordt inzake veiligheidsbeleid.