Basisbereikbaarheid zet de reiziger centraal

18 december 2015, over deze onderwerpen: Mobiliteit, Openbaar vervoer

Vrijdag keurde de Vlaamse Regering een ingrijpende hervorming van het mobiliteitsbeleid goed. Het mobiliteitsbeleid wordt meer globaal en meer lokaal. Zo komt er een overkoepelende mobiliteitsvisie voor Vlaanderen en krijgen de lokale besturen de ruimte om het mobiliteitsbeleid mee aan te sturen. Daarnaast wordt het begrip basismobiliteit vervangen door basisbereikbaarheid. “We leggen de focus voortaan op de reiziger en dus op de reële vraag in plaats van op het blinde aanbod”, zegt Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts.

Meer globaal
Het huidige mobiliteitsbeleid vertoont gebreken: het is noch globaal, noch lokaal. Vandaag zijn alle mobiliteitsspelers van de Vlaamse overheid bezig met een eigen mobiliteitsvisie en een eigen uitvoering vanuit een te grote focus op de eigen vervoersmodus. Het ontbreekt aan een neutraler helikopterzicht dat oog heeft voor alle vervoersmodi. Zo legt het Agentschap Wegen & Verkeer uitstekende wegen aan, maar zonder al te veel oog voor goede connecties met het openbaar vervoer. Weyts wil het ontwikkelen van één heldere visie centraliseren bij het departement Mobiliteit en Openbare Werken, zodat er een globaal mobiliteitsbeleid komt dat alle vervoersmodi op elkaar afstemt. De entiteiten zoals bijvoorbeeld AWV, De Lijn of de waterwegbeheerders voeren dat beleid uit vanuit de eigen specifieke vervoersmodus. Vanuit Weyts’ visie rond combimobiliteit, mogen de verschillende vervoersmodi niet langer elkaars concurrent zijn, maar moeten ze elkaar aanvullen en slim op elkaar inspelen.

Meer lokaal
Daarnaast hebben lokale besturen op dit moment amper mogelijkheden om het openbaar vervoer mee aan te sturen. Een gemiste kans, want steden en gemeenten hebben heel wat kennis en kunde over de lokale vervoersvragen en –klachten. Weyts wil die expertise benutten en het openbaar vervoer meer van onderuit opbouwen, zodat de lokale besturen de ruimte hebben om het mobiliteitsbeleid aan te sturen.

De dertien vervoerregio’s geven de kans aan de lokale besturen om samen met De Lijn, AWV, NMBS, de MAV’s (mobiliteitscentrale aangepast vervoer) en Infrabel het mobiliteitsbeleid mee in te kleuren. De vervoersregio’s zijn wetenschappelijk vastgelegde groepen van gemeenten die clusters vormen. Een vervoersregio heeft een centrumstad als kern, met daarrond een ‘invloedsgebied’ van gemeenten. Door de vervoersregio’s te betrekken bij het mobiliteitsbeleid, zullen lokale besturen er mee voor kunnen zorgen dat bussen, trams, deelfietsen en ander collectief vervoer slim op elkaar afgestemd kunnen worden, met aandacht voor alle lokale noden.

Basisbereikbaarheid
Sinds 2001 is het decreet Basismobiliteit het kompas voor het openbaar vervoer in Vlaanderen. Het systeem van Basismobiliteit vertrekt van een focus op het aanbod: elke Vlaming moet op maximaal 750 meter van zijn of haar voordeur een bushalte kunnen vinden. Of die Vlaming daar nu nood aan had of niet: het aanbod werd toch gecreëerd. Weyts wil voortaan de reiziger centraal zetten en zorgen voor het juiste voertuig met de juiste capaciteit op de juiste plaats. Er komt dus een omschakeling naar een vraaggestuurd beleid.

De dertien vervoersregio’s krijgen een specifieke rol in het systeem met vier netten die een betere dienstverlening mogelijk maken.

  • Het treinnet. Treinen blijven de ruggengraat van het openbaar vervoer. Ze zorgen in de eerste plaats voor de interregionale verbindingen. Het treinnet wordt georganiseerd door de federale overheid met inspraak van Vlaanderen.
  • Het kernnet. Bussen en trams verbinden de kernen en bedienen de belangrijkste attractiepolen. Het kernnet focust op de voorstedelijke en interstedelijke verbindingen. De Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn staat in voor de organisatie en bediening van het kernnet.
  • Het aanvullend net. Kleinere gemeenten worden met het treinnet en het kernnet verbonden door het aanvullende net. De Vlaamse overheid en de vervoersregio’s slaan de handen in elkaar om de mobiliteit in dit aanvullende net vorm te geven.
  • Het vervoer op maat. Tal van lokale en private partners organiseren een vorm van vervoer die inspeelt op een heel particuliere nood. Denk maar aan bedrijven die een pendeldienst organiseren of sociale verenigen die een busje inleggen en de krachten zouden kunnen bundelen. Het zullen de vervoersregio’s zijn die hier de regie in handen krijgen en lokale en/of private spelers vervoer te laten verzorgen.

Dit gelaagde model zorgt ervoor dat alle vormen van openbaar vervoer op de juiste manier en op de juiste plaats ingezet worden.  Door slim samen te werken met deze lokale of private partners kan er een beter aanbod voor de reiziger georganiseerd worden.

Er komen proefprojecten om het nieuwe beleid rond Basisbereikbaarheid te verfijnen op het terrein. Concreet zal het systeem worden uitgetest in en rond Aalst, Mechelen en Oostende-Westhoek.