Armoedecijfers tonen dat het anders moet

29 april 2019, over deze onderwerpen: Werken, Werk zoeken en werkloosheid, Activering, Armoede, Uitkeringen

Een op de negen minderjarigen in ons land groeit op in een gezin zonder inkomen uit arbeid, kopt De Morgen vandaag. Zoals steeds verbergen deze Belgische cijfers grote regionale verschillen. In Vlaanderen groeit maar 7,3 procent van de kinderen op in een gezin waar niemand werkt. In Wallonië is dat echter 16,2 procent en in Brussel gaat het zelfs over 23,2 procent, meer dan het dubbele en driedubbele van Vlaanderen. “Er is overal nog werk aan de winkel”, stelt Kamerlid Valerie Van Peel. “Maar de regionale verschillen tonen wel welke kant het uit moet. En dus horen ze in deze discussie ook niet doodgezwegen te worden. Het Vlaamse model met activeringsbeleid is het meest effectieve en dus ook het meest sociaal. Wars van de dogma’s die er door andere partijen vaak rond gemaakt worden.”

Het verschil is stuitend. “De Belgische generatiearmoede in cijfers”, stelt Valerie Van Peel, “en grotendeels het gevolg van een uitkeringsbeleid versus een activeringsbeleid. Kinderen in armoede help je door het gehele gezin vooruit te helpen. Eenieder is verantwoordelijk om zijn leven in handen te nemen, maar dat is niet voor iedereen even evident. Soms kan het leven tegen zitten en kunnen mensen in armoede geboren worden of terechtkomen. Dan is het de taak van de overheid om te helpen. Maar het uiteindelijke doel van een gedegen armoedebeleid moet zijn om mensen opnieuw zelfredzaam te maken."

"Tekenend is bijvoorbeeld hoe de Franstalige partijen denken over het GPMI, een contract op maat tussen het OCMW en de cliënt waarin een traject met rechten en plichten wordt uitgestippeld om iemand uit de uitkeringsafhankelijkheid en uit het sociaal isolement te krijgen. Sla er de commissieverslagen bij de uitbreiding onder deze regering maar op na. Voor de PS en Ecolo is dat instrument van GPMI volstrekt asociaal en paternalistisch", zegt Van Peel. "Terwijl het in Vlaanderen al langer breed gedragen is en zijn effect ook bewijst. Om de diepe armoedekloof tussen de deelstaten aan te pakken is er echt een wake-up call nodig."

Vorige week verdedigde Kris Peeters nog het status quo van ons arbeidsmodel, maar voor Van Peel tonen deze cijfers dat het fundamenteel anders moet: "De confederale reset is echt wel nodig. Decentralisering van de loonvorming, activerend maken van de werkloosheidsuitkering en ook een echt activerend beleid bij de OCMW's. We hebben een periode van hoogconjunctuur op de arbeidsmarkt achter de rug, maar er zijn nog heel veel mensen die we niet bereiken."

De werkloosheid beperken in de tijd is een activeringsmaatregel die we moeten durven nemen. Uit de beperking van de inschakelingsuitkering leren we dat slechts een derde, en in Vlaanderen nog een pak minder, beroep moet doen op het OCMW. En dat deze groep ook beter af is met de ruimere begeleiding die OCMW’s kunnen aanbieden. Wie langdurig werkloos is, heeft immers vaak een ruimere problematiek die moet aangepakt worden. In plaats van hen gedurende meer dan 5 of 10 jaar structureel afhankelijk te maken van een werkloosheidsuitkering helpen we hen liever via een moderne sociale bijstand op weg naar sociale integratie en naar de arbeidsmarkt.

In Vlaanderen voorzien we ook een intensieve begeleiding voor elke jongere die afstudeert maar geen werk vindt. Elke jongere die zonder diploma secundair onderwijs de schoolbanken verlaat, wordt automatisch ingeschreven bij de VDAB De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) is een Vlaamse overheidsdienst die vraag en aanbod op de arbeidsmarkt samenbrengt, bemiddelt voor werkzoekenden en hen naar werk begeleidt via een traject op maat. In het kader van de zesde staatshervorming werd ook de controle en sanctionering van werkzoekenden, een vroegere RVA-bevoegdheid, in 2016 een taak van de VDAB. De Waalse tegenhanger van de VDAB is Forem en de Brusselse Actiris. VDAB . En ook elke nieuwkomer die een inburgeringstraject volgt, willen we verplichten om zich in te schrijven bij de VDAB. Op die manier kan de VDAB de nieuwkomer begeleiden naar werk. We streven ernaar om alle leefloongerechtigden via onder meer wijkwerken en tijdelijke werkervaring opnieuw naar de arbeidsmarkt toe te leiden.

We willen ook dat de gewesten de volledige autonomie krijgen om een verplichte gemeenschapsdienst voor langdurig werkzoekenden in te vullen als stap in hun traject naar werk. En ieder uur werken moet lonen. We willen het nettoloon verder verhogen zodat het verschil tussen een uitkering en betaald werk voldoende groot is. Uiteindelijk moet het hele huis omhoog voor we de uitkeringen nog verder kunnen optrekken. Alleen zo ga je echt het gevecht aan tegen armoede.

Vlaanderen zit op de goede weg. En op die weg moeten we blijven doorgaan. Liefst met ruime bevoegdheidspakketten zodat we niet langer slachtoffer zijn van een te weinig ambitieus arbeidsmarktbeleid op het federale niveau.