Agressie tegenover personeel van De Lijn blijft een probleem

10 februari 2020, over deze onderwerpen: De Lijn, Veiligheid

In de eerste negen maanden van 2019 waren er 1.274 incidenten van agressie tegenover personeelsleden van De Lijn. In 84 procent van de gevallen was er sprake van verbale agressie. In de andere gevallen was het personeel het slachtoffer van fysieke agressie. Werknemers van De Lijn waren in diezelfde periode samen meer dan 20.000 uren werkonbekwaam. Dat blijkt uit het antwoord op een parlementaire vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Bert Maertens aan minister van Mobiliteit Lydia Peeters.

“In vergelijking met 2018 is er helaas nauwelijks vooruitgang te merken, ondanks de inspanningen van De Lijn inzake de beveiliging van de bussen en trams en het in dienst nemen van extra controleurs. Dat stemt tot nadenken. Ik pleit daarom – nogmaals – voor een hoffelijkheidscampagne die de reizigers sensibiliseert en meer respect voor de bestuurder voorop stelt. Het is ook aangewezen dat alle bussen en trams uitgerust worden met veiligheidscamera’s. Vandaag is dat nog niet zo voor alle bussen”, aldus Bert Maertens. 

Stijgend aantal uren werkonbekwaamheid
“In 2018 waren er 1.860 incidenten van agressie tegenover lijncontroleurs en chauffeurs van De Lijn en haar onderaannemers”, weet Bert Maertens. “In de eerste negen maanden van 2019 waren er 1.274 incidenten. Als je die cijfers extrapoleert voor een gans jaar, dan merk je nauwelijks een daling van het aantal incidenten.” In de eerste drie kwartalen van 2019 ging het 1.072 keer om verbale agressie en 202 keer om fysieke agressie. Bert Maertens: “Dergelijke incidenten leiden jammer genoeg vaak tot werkonbekwaamheid. Terwijl de chauffeurs en controleurs in 2018 samen 23.298 uren afwezig waren als gevolg van verbale en fysieke agressie, was dit in de eerste drie kwartalen van 2019 al 20.388 uren. Normaliter zullen we dus voor het ganse jaar 2019 een stijging van het aantal uren werkonbekwaamheid moeten noteren.”

Veiligheidscamera’s in elke bus
De Lijn zet sterk in op de uitrusting van voertuigen voor het garanderen van de veiligheid, met onder meer een alarmsysteem en een flexibel afsluitbare stuurpost. “Iedere tram beschikt intussen ook over camerabewaking. Dat is ook in 70 procent van de bussen van De Lijn het geval. Bij de voertuigen van de onderaannemers gaat het om 64 procent. Ik roep De Lijn op het nodige budget vrij te maken om camerabewaking in elke bus te realiseren. Bij de aankoop van nieuwe bussen moet dit zeker inbegrepen zijn in het bestek.”

Twee jaar geleden onderzocht De Lijn de installatie van een volledig gesloten stuurpost. Na een uitvoerig onderzoek werd beslist om af te zien van dit soort stuurpost. “Zowel reizigers als chauffeurs blijken geen voorstander. Chauffeurs vinden andere maatregelen belangrijker, zoals het oproepen van een dispatcher of ondersteuning na een incident. Bovendien zorgt een gesloten stuurpost er niet voor dat er geen enkel risico meer is op een incident”, besluit Maertens.