Aangescherpte eindtermen secundair onderwijs leggen de lat hoger

26 juni 2020, over deze onderwerpen: Secundair onderwijs

De Vlaamse Regering heeft een eerste versie goedgekeurd van nieuwe eindtermen voor de 2de en 3de graad van het secundair onderwijs. In een streven naar de versterking van de onderwijskwaliteit worden de ambitieuze eindtermen aangescherpt in alle richtingen van zowel het ASO, BSO als TSO. Zo wordt de lat inzake statistische en STEM-competenties hoger gelegd voor alle leerlingen. In het BSO en TSO blijft er naast een sterke algemene vorming ook genoeg ruimte voor technische en praktische vakken.

Weyts benadrukt dat met deze goedkeuring de -soms felle- discussie tussen verschillende experten niet is afgesloten. “Alle begrip voor de gevoeligheden. Daarom vraag ik ook aan de VLOR en de SERV om zich bij hun advies over dit ontwerp ook te laten informeren door vertegenwoordigers van de ontwikkelcommissies. Zo geven we ruimte voor dialoog zonder het beslissingsproces te vertragen.”

De Vlaamse overheid bepaalt eindtermen met minimumdoelen die alle leerlingen moeten halen, ongeacht de onderwijskoepel waar de school toe behoort. Die eindtermen worden voorbereid in ontwikkelcommissies met maar liefst een 270-tal experten allerhande. De Vlaamse Regering gaat aan de slag met het ontwerp van de ontwikkelcommissie en legt uiteindelijk een ontwerp van decreet voor aan het Vlaams Parlement. Er wordt al maandenlang gewerkt aan nieuwe eindtermen voor de 2de en 3de graad secundair onderwijs, die moeten ingaan op 1 september 2021 (voor de 2de graad) en op 1 september 2023 (voor de 3de graad). 

Het voorstel van de ontwikkelcommissies werd licht bijgestuurd. Meer bepaald ontstond grote bezorgdheid dat al te veel kennisvereisten die werden opgelegd aan ASO in quasi dezelfde mate ook werden opgelegd aan BSO en TSO en dat ten koste van praktische en technische vakken. Daardoor zou ook het onderscheid tussen ASO, BSO en TSO dreigen te vervagen. Daarom werden beperkte aanpassingen doorgevoerd. “Ik begrijp de gevoeligheden bij diverse experten”, zegt Weyts. “Ik hoop dat de dialoog binnen de VLOR en de SERV samen met de afgevaardigden van ontwikkelcommissies tot wat wederzijds begrip kan leiden. Al besef ik dat er altijd enige discussie zal blijven.”

De ambitieuze eindtermen worden aangescherpt in alle richtingen. Er verdwijnen quasi geen leerinhouden uit de eindtermen, maar er worden wel nieuwe accenten gelegd. Zo wordt de lat voor statistische en STEM-competenties hoger gelegd voor alle leerlingen. Het algemene curriculum wordt ook inhoudelijk verbreed met meer aandacht voor economische kennis en digitale vaardigheden.

“Het geheel vormt een serieuze uitbreiding, verdieping en verbreding van de vorming van al onze leerlingen”, zegt Weyts. “We leggen de lat in het middelbaar onderwijs nog iets hoger. We zijn het aan onze jongeren verplicht om ambitieus te zijn met hen. Onze hele welvaart is gebouwd op scholen waar veeleisend en eigentijds onderwijs gegeven wordt.”

Ook in het beroeps- en technisch secundair onderwijs wordt de algemene vorming versterkt. Zo komen er bijvoorbeeld voor het eerst eindtermen rond kunst en cultuur in het BSO. Daarnaast blijft er wel voldoende ruimte voor technische en praktische vakken. De leerlingen van het TSO krijgen dezelfde basisvorming als de leerlingen van het ASO en KSO, maar de invulling verschilt. In het ASO wordt de leerstof abstracter benaderd, bijvoorbeeld met uitgebreide en conceptuele fysica. In het TSO wordt de leerstof meer benaderd vanuit concrete toepassingen, bijvoorbeeld met aandacht voor thermodynamica en constructieleer. Zo wordt er maximaal rekening gehouden met de specificiteit van elke onderwijsvorm.