95 procent van alle zakkenrollers in Brussels openbaar vervoer hebben buitenlandse nationaliteit

14 februari 2019, over deze onderwerpen: Openbaar vervoer, Veiligheid, Wonen en werken in Brussel

Uit cijfers die Kamerlid Brecht Vermeulen opvroeg aan ontslagnemend minister van Binnenlandse Zaken De Crem blijkt dat het overgrote deel (94,7 procent) van alle zakkenrollers in en rond het Brussels openbaar vervoer, een buitenlandse nationaliteit hebben. Hoeveel personen hiervan illegaal zijn, is vreemd genoeg niet geweten. Voor Kamerlid Vermeulen is dit onaanvaardbaar: “Meten is weten. Enkel dankzij gedetailleerde informatie kunnen de betrokken politieke overheden en veiligheidsdiensten een adequaat veiligheidsbeleid uittekenen. We mogen onze kop niet in het zand steken.”

De opgevraagde cijfers hebben betrekking over de periode 2008 tot en met het eerste trimester van 2018. De verdachten van zakkenrollerij hebben voornamelijk een buitenlandse nationaliteit. Ongeveer de helft (49,1 procent) van alle verdachten komen uit andere Europese landen (In 43 procent van de gevallen gaat het over inwoners uit de Europese unie, 5,9 procent zijn afkomstig van overige Europese landen). De andere grote groep zijn mensen die van buiten Europa komen (45,8 procent). Amper 5,3 procent van de zakkenrollers hebben de Belgische nationaliteit.

De politie kon het aantal illegalen binnen de groep personen van buiten Europa niet meedelen. Onaanvaardbaar, vindt Kamerlid Brecht Vermeulen. “Om een adequaat veiligheidsbeleid te voeren is het belangrijk om over zo gedetailleerd mogelijke cijfers te beschikken. Uit de huidige classificatie valt het niet af te leiden hoeveel personen in de groepen “Europa(niet EU)” en “Andere” er met een illegaal verblijfstatuut in België zijn. De problemen met transmigranten in het Noordstation in Brussel, een van de belangrijke hubs van openbaar vervoer in Brussel, zijn bekend. Op basis van de huidige cijfers zien we wel dat het aandeel van niet-Europese zakkenrollers in het begin van 2018 veel hoger is dan andere jaren. Dit moet verder onderzocht worden zodat de gepaste acties ondernomen kunnen worden”, besluit Vermeulen.

Ondanks dat het aantal unieke verdachten van zakkenrollerij per jaar min of meer stabiel bleven, liggen het aantal geregistreerde feiten voor zakkenrollerij in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 2,5 keer lager dan de afgelopen 5 jaar. De daling doet zich voor bij alle vormen van openbaar vervoer maar is het sterkst bij het bus- (bijna vier keer minder)  en tramvervoer (bijna drie keer minder). Voor de metro en trein zijn de cijfers meer dan gehalveerd. Volgens Kamerlid Brecht Vermeulen zijn de cijfers bemoedigend maar hij waarschuwt wel voor overdreven optimisme: “De laatste - onvolledige - cijfers van 2018 tonen weer een lichte stijging. Alle betrokken actoren moeten samen nagaan in welke mate de genomen maatregelen na de aanslagen van 22 maart 2016, die ongetwijfeld mee voor deze spectaculaire dalen hebben gezorgd, niet blijvend kunnen gelden. Dit is in het belang van zowel de Brusselaars, de Vlaamse pendelaars als de buitenlandse toeristen.”