70 extra toegankelijke lijnen voor mindermobiele reizigers

Dankzij de historisch hoge investeringen van deze regering, bedient De Lijn haar bijna 36.000 haltes met meer dan 70 procent toegankelijke trams en 95 procent toegankelijke bussen. Tegen 2020 zijn zelfs alle bussen van De Lijn toegankelijk. Het echte probleem van toegankelijkheid situeert zich vooral bij de bus- of tramhaltes. Slechts 26 procent is toegankelijk voor reizigers met een beperking, zonder assistentie is dit zelfs maar 10 procent.

“Dat leidt tot de absurde situatie waarbij bussen en trams toegankelijk zijn voor mensen met een beperking maar niet de haltes”, zegt Weyts. “Na een geslaagd proefproject onder begeleiding van een team mindermobiele reizigers, worden nu 70 lijnen omgevormd tot ‘Meer Mobiele Lijnen’ met toegankelijke haltes en voertuigen. We maken meteen ook 3 miljoen euro extra investeringen vrij en we roepen de nieuwe lokale besturen meteen op om hetzelfde te doen.”

Met historisch hoge investeringen in het openbaar vervoer zorgde Vlaamse minister van Mobiliteit Ben Weyts voor meer dan 70 procent toegankelijke trams en 95 procent toegankelijke bussen. Tegen 2020 zullen finaal alle bussen toegankelijk zijn. 1 van de grootste problemen voor mindermobiele reizigers is echter de toegankelijkheid van de haltes.

Om meer structuur en ervaringsdeskundigheid te hebben, richtte Weyts in het begin van de legislatuur een begeleidingsgroep op, bestaande uit mindermobiele reizigers om de halteproblematiek planmatig aan te pakken. Alle 36.000 haltes werden elk gescreend op hun toegankelijkheid voor elke beperking en werden gelabeld. (zie https://www.delijn.be/nl/overdelijn/organisatie/zorgzaam-ondernemen/toegankelijkheid/).

Daarnaast liep er het voorbije half jaar een proefproject met 1 ‘Meer Mobiele Lijn’ in elk van de 5 Vlaamse provincies. Tijdens die periode voorzag De Lijn in een volledige toegankelijkheid zonder voorafgaande reservatie. Op basis van de positieve evaluatie van alle gebruikers en chauffeurs, wordt het project nu uitgebreid met nog eens 65 extra toegankelijke lijnen bovenop de 5 uit het proefproject. Samen goed voor 70 mobiele lijnen in heel Vlaanderen. “Door niet in het wilde weg haltes aan te pakken, maar geconcentreerd op belangrijke bedieningslijnen, gaan we sneller vooruit.”
Door de verdere uitrol van de ‘Meer Mobiel Lijnen’, zullen reizigers met een beperking, al hun verplaatsingen met een bus of tram van De Lijn niet meer 24 uur op voorhand moeten reserveren. Op zo’n Meer Mobiele Lijn wordt enkel gereden met volledig toegankelijke voertuigen en minstens de helft van de haltes zijn toegankelijk en minimum 30 procent toegankelijk zonder assistentie.

“Uit onze evaluatie blijkt dat 80 procent van de mensen met een beperking meer De Lijn zou gebruiken als vervoersmiddel. Ook zij zijn voor ons een heel belangrijke doelgroep.”

De aanleg of de heraanleg van haltes in Vlaanderen is een bevoegdheid van de wegbeheerder, het Agentschap Wegen en Verkeer voor de gewestwegen maar in de meeste gevallen de lokale besturen. Weyts voorziet zelf in een extra investering van 3.000.000 euro om bus- en tramhaltes aan te pakken. Concreet zal dat er bijvoorbeeld toe leiden dat de haltes van de kusttram verhoogd worden over de hele lengte. Zo is elke tramdeur toegankelijk voor kinderwagens, rolstoelen en andere hulpmiddelen.

Weyts hoopt dat dit voorbeeld inspireert. De Lijn maakt haltenota’s op die heel concreet aanduiden welke haltes op lokaal niveau prioritair moeten aangepakt worden. “Net zoals wij zelf doen, verwachten we van de gemeentebesturen niet dat ze in één ruk alle haltes aanpakken, maar wel dat ze focussen op die haltes waar de nood aan toegankelijkheid het hoogst is. Daardoor moeten de nieuwe lokale besturen minder investeren, maar wel gerichter. We hopen dat de nieuwe lokale besturen zo sneller verleid zullen worden om die broodnodige investeringen effectief te doen”, besluit Weyts.