120 miljard voor baanbrekend Europees onderzoek

12 december 2018, over deze onderwerpen: Europees beleid, Leefmilieu, Klimaat, Wetenschap, Innovatie, Technologie

Het Europees Parlement besliste vandaag 120 miljard euro vrij te maken voor Europees onderzoek. Vanaf 2021 zal het Horizon Europe-programma steun geven aan Europese universiteiten en bedrijven die over de landsgrenzen samenwerken. De focus van de onderzoeksprojecten ligt daar waar de Europese Unie een echte meerwaarde biedt: veiligheid, klimaat en economie.

Europees Parlementslid Anneleen Van Bossuyt is lid van de bevoegde commissie en verwelkomt het nieuwe Europese onderzoeksprogramma: “Al jaren werken we aan dit nieuwe programma. Onze bedrijven en universiteiten hebben hier veel belang bij. De UGent, KULeuven en IMEC behoren tot de grootste ontvangers van middelen uit dit programma. Door samen te werken met andere landen voorkomen we dat hetzelfde onderzoek meerdere keren wordt uitgevoerd. Een besparing die kan tellen. Elke euro die naar dit programma vloeit, genereert 11 euro economische meerwaarde.”

Het programma richt zich op thema’s die nu en de volgende jaren erg belangrijk zijn. Van Bossuyt: “De algemene regel is dat 25 procent van alle middelen naar klimaatonderzoek moet gaan. Vaak zal het gaan over grensverleggend onderzoek, zoals de zoektocht naar nieuwe materialen. Een voorbeeld hiervan is het ultrasterke en lichte Grafeen dat kan zorgen voor lichtere voertuigen die veel minder verbruiken. Het zijn erg ambitieuze projecten, maar ze zijn wel cruciaal voor onze maatschappij en concurrentiële positie.”

Nieuw in dit programma is de klemtoon op veiligheid. Van Bossuyt: “Samen met een deel van mijn collega’s heb ik er sterk op gehamerd dat zowel veiligheid als defensieonderzoek meer aandacht verdienen in de Europese samenwerking. Betere beveiliging van onze buitengrenzen, maar ook betere scanners in onze luchthavens, moeten van de EU een veiligere plek maken. Voor het eerst wordt er ook een programma opgestart voor defensieonderzoek. We zien nog altijd een veel te grote versnippering tussen de lidstaten. Dit kan en moet beter in het belang van de veiligheid van onze burgers en militairen.”

Van Bossuyt benadrukt het belang van fundamenteel onderzoek voor de komende generaties: “Omdat het gaat over grote projecten en bedragen, is er meer ruimte om aan fundamenteel en grensverleggend onderzoek te doen. Nationale onderzoeksbudgetten kunnen dit vaak niet dragen. Dit grensverleggend onderzoek kan op meer dan een kwart van de middelen rekenen. Hiermee worden bijvoorbeeld de geneesmiddelen of groene brandstoffen van de toekomst vormgegeven. Het resultaat is misschien niet voor morgen. Maar onze briljante onderzoekers en innovatieve bedrijven zetten hiermee onze Europese kennis op de kaart.”

De komende weken buigen de bevoegde nationale ministers zich over dit dossier.