Weet Washington nog welke weg te volgen of worden de Koerden weer het kind van de rekening?

Door Peter De Roover op 26 februari 2018, over deze onderwerpen: Turkije, Buitenlandse Zaken, Syrië, Koerden
Koerdische vluchtelingen in Syrië

"Weet Washington nog welke weg te volgen of worden de Koerden weer het kind van de rekening?", vraagt Kamerfractievoorzitter Peter De Roover zich af in een opiniestuk op knack.be.

Jarenlang vormden Koerdische milities in Syrië de 'grondtroepen' in de strijd tegen Islamitische Staat (IS), waarin ze onze meest betrouwbare partner bleken. Die klus lijkt amper (grotendeels) geklaard of Turkije start een offensief tegen de Koerdische enclave Afrin. De relaties tussen Turkije en de Verenigde Staten, die nauw samenwerken met die Koerden, gaan daarmee verder op scherp. Weet Washington nog welke weg te volgen en/of worden de Koerden weer het kind van de rekening? Met sympathie geraakt men nergens in de wereldpolitiek; nuttig zijn is de boodschap.

Op 20 januari startte het Turkse leger onder de cynische codenaam 'Operatie Olijftak' een offensief tegen Afrin, het afgesneden noordwestelijke stuk van het door de Koerden bevrijde gebied in Noord-Syrië. Het bilan van de Turken oogt tot nu niet indrukwekkend, de opmars gaat bijzonder traag, de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF, Syrian Democratic Forces in het Engels) bieden taaie weerstand. Die SDF bundelt vooral Koerdische maar ook Arabische verzetsbewegingen die met succes IS bevechten in Syrië. Ze worden door de VSA ondersteund en bewapend, en vormen als het ware 'onze' boots on the ground in dat oorlogsgebied.

Maar ook NAVO-lidstaat Turkije onderhoudt bondgenootschappelijke banden met de VSA en geen kleine bovendien. Daar moet dus voorzichtig mee worden omgesprongen. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Rex Tillerson bezocht vorige week Ankara, waar hij zijn collega Mevlut Cavusoglu en president Recep Tayyip Erdogan ontmoette. Op de persconferentie met Cavusoglu op 16 februari 2018 wilde Tillerson graag de indruk wekken dat vele plooien tussen beide landen werden gladgestreken. 'Deze ontmoeting vormt een belangrijke stap naar normale betrekkingen, die te waardevol zijn om ze niet te herstellen. Wij gaan als VS niet het ene doen en Turkije het ander', meldde Tillerson aan de pers.

De ontmoetingen tussen beide landen vinden in deze gevoelige tijden plaats op het hoogste niveau. Enkele dagen voor Tillerson liep de Nationale Veiligheidsadviseur Herbert R. McMaster al rond in Ankara en de Amerikaanse minister van defensie James Mattis ontmoette diezelfde week zijn Turkse collega in Brussel in de marge van een NAVO-vergadering. Wanneer Trumps mobieltje afgaat, verschijnt dikwijls de naam 'Erdogan' op het schermpje.

De glimlach annex handdruk voor de persfoto's op 16 februari konden niet verbergen dat die plooien absoluut nog niet zo glad liggen als de strijkijzers beweren. Tillerson en Cavusoglu kwamen overeen dat er een 'resultaatgericht mechanisme moet geactiveerd worden tegen midden maart'. Maar het gebrek aan details bij die aankondiging maakt duidelijk dat het, zeker voorlopig, over beloftes met weinig concrete inhoud gaat.

De kloof tussen beide landen verbreedde de voorbije jaren sterk, hoe zeer ze ook kunnen bogen op een rijk verleden van samenwerking. Tillerson spreekt over een 'strategisch partnerschap', 'geen alliantie van tijdelijke aard maar een door de tijd gelouterd bondgenootschap, gebouwd op gemeenschappelijke belangen en wederzijds respect'. Bij de stichting van de Turkse republiek in 1922 opteerde aartsvader Kemal Atatürk voor een sterke band met het westen en decennialang bleef die keuze een pijler van het buitenlands beleid van de brede brug tussen Europa en het Midden-Oosten die Turkije vormt. De toetreding tot de NAVO in 1952 vormde daarbij een hoogtepunt.

Maar de islamist Erdogan is de seculier Atatürk niet en 2018 is zeer zeker 1922 niet. De jongste jaren legden een reeks gebeurtenissen een zware druk op die Amerikaans-Turkse relatie. Hun verhouding wordt in internationale media omschreven met de term frenemies, wat je gemakkelijk én accuraat kan vertalen als 'vrijanden'.

Zo leeft in Turkije het gevoel dat de Amerikanen op één of andere manier achter de coup van 15 juli 2016 zaten. Is het al niet rechtstreeks - waar geen enkel bewijs, of zelfs begin van bewijs voor te vinden is - dan toch onrechtstreeks door prediker Fethullah Gülen de hand boven het hoofd te houden, bijvoorbeeld met de weigering hem uit te leveren. Gülen wordt in Ankara beschouwd als het brein achter die couppoging en de bron van het 'gif' dat jarenlang door de aderen van de hele Turkse samenleving gestuwd werd door de beweging van die charismatische prediker en oud-bondgenoot van Erdogan.

Nog erger voor Ankara is de steun die Washington levert aan de Koerdische milities in Syrië. De Koerdische Democratische Eenheidspartij (PYD) en de militaire vleugel VolksverdedigingsEenheden (YPG) vormen de ruggengraad van de SDF. Zij joegen IS uit Raqqa, de hoofdstad van het kalifaat, en bestrijden die soenitische fundamentalisten dag-in-dag-uit op het terrein, in nauwe samenwerking met het Amerikaanse leger.

De VSA dropte zo'n 2000 soldaten in het Koerdische Rojava. Die liggen niet gestationeerd in de westelijke enclave Afrin maar in het grotere oostelijke deel. Vooral de stad Manbij, nog net op de westelijke Eufraat-oever, vormt een gevaarlijk twistpunt door de aanwezigheid van Amerikaanse soldaten. Erdogan pocht dat gebied te willen 'teruggeven aan de rechtmatige eigenaars' en daarmee bedoelt hij zeker de Koerden niet. De ambities van de Turkse president gaan dan ook verder dan het kleine Afrin. Het is zijn uitgesproken ambitie 'de hele grensstreek' te willen 'reinigen van Koerdische milities'.

De operatie van de Turken komt dus erg dicht bij gebied waar Amerikaanse troepen gelegerd liggen. 'Als we Amerikaanse troepen treffen bij onze strijd tegen YDF in Manbij dan is dat pech', formuleerde Erdogan het halfweg februari. Hij had het daarbij over een 'Ottomaanse klap'. 'Zij die dreigen 'veel harder terug te zullen slaan', hebben duidelijk nog nooit een Ottomaanse klap geïncasseerd', haalde Erdo?an uit. 'Ze gaan binnenkort zien of Turkije een van die landen is waar ze zomaar binnen kunnen treden en daar zonder pardon van alles kunnen flikken. Wie niet ziet dat PKK/PYD/YPG uit terroristen bestaat en niet dom of blind is, moet wel kwaadaardig zijn.' Volgens de overlevering oefenden soldaten van het Ottomaanse leger zich door met de blote hand op nat marmer te slaan. Ze werden daardoor zo sterk dat ze met één klap iemands nek konden breken. Vandaar de nog steeds bestaande uitdrukking van de Ottomaanse klap.

Dat is alleszins niet de taal die hoge Amerikaanse officieren erg op prijs kunnen stellen. 'Als de Turken ons raken, dan zullen wij uiteraard scherp reageren', klonk het antwoord van Luitenant-Generaal Paul Funk. Voor het Amerikaanse leger vormt de Koerdische militaire vleugel YPG dé meest betrouwbare bondgenoot. Het politieke project van de partij PYD klinkt ook inhoudelijke zeer aantrekkelijk voor het westen: voor vrijheid van geloof, voor gelijkheid van man en vrouw, voor een soort libertair socialisme, voor Pluralisme Het naast elkaar bestaan van verschillende culturele en sociale (belangen)groepen in een samenleving, waarbij er een zeker machtsevenwicht wordt nagestreefd. In die zin geldt pluralisme als een tegenhanger van totalitarisme. Met pluralisme wordt ook wel een overheidsbeleid aangeduid dat verschillende levensbeschouwingen, culturen en politieke voorkeuren erkent, wat leidt tot een houding van tolerantie en het toekennen van bepaalde politieke (minderheids)rechten. pluralisme, voor basisdemocratie, verbod op polygamie en doodstraf.

Turkije ziet dat toch wel anders. Ankara catalogeert de YPG als de Siamese tweeling van de PKK, de 'Turks'-Koerdische strijdkracht die ook in de VSA en Europa op de lijst van terroristische bewegingen staat. (In België worstelt justitie momenteel zeer met de vraag of de PKK een bende terroristen is, dan wel een bevrijdingsbeweging tegen Turkse repressie.) Ankara beschouwt ook de YPG als een binnenlandse topbedreiging en steunt Operatie Olijftak op artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties. Dat artikel zegt: 'Geen enkele bepaling van dit Handvest doet afbreuk aan het inherente recht tot individuele of collectieve zelfverdediging in geval van een gewapende aanval tegen een Lid van de Verenigde Naties, totdat de Veiligheidsraad de noodzakelijke maatregelen ter handhaving van de internationale vrede en veiligheid heeft genomen.' Dat er geen enkele aanval van PYD op Turkije werd geregistreerd tot vandaag, schijnt Ankara daarbij niet te deren.

Onvoorspelbaarheid en wrijving

Contradicties aan Amerikaanse zijde leiden tot onvoorspelbaarheid en wrijving. Terwijl president Trump wel eens de indruk wekt te zullen stoppen met het bewapenen van YPG, denkt het leger daar anders over. De militairen beseffen al te goed hoe zeer de positie op het terrein zou verzwakken voor de Amerikanen als ze de Koerden echt in de steek laten.

Dat NAVO-land Turkije onlangs aankondigde luchtverdedigingsmateriaal, de S-400 raketten, aan te willen schaffen bij de Russen was natuurlijk ook veelzeggend. Uiteraard helpt het ook niet dat Trump nog steeds geen nieuwe ambassadeur heeft aangesteld in Ankara na het vertrek van de vorige. Het is de taak van ambassadeurs om het massagewerk tussen twee landen voor hun rekening te nemen. Zonder ambassadeur, geen bilaterale massages. Over ambassadeurs gesproken, de verhuis van de Amerikaanse ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem zorgde ook voor een verdere verkoeling van de relaties met Turkije (zie verder).

Erdogan heeft trouwens ook electorale redenen om het ijs tussen zijn land en de VSA niet al te zeer te laten dooien. In 2019 vinden er belangrijke parlements- én presidentsverkiezingen plaats in Turkije en volgens peilingen is nog amper 18% van de Turkse bevolking pro-USA en staat slechts 23% positief tegenover de NAVO. Wat inhakken op Trump en de VSA doet de populariteit van Erdogan absoluut geen kwaad.

Bemoeizuchtigen

In deze burgeroorlog met talloze bemoeizuchtigen die zich mengen, ontstaan geregeld surrealistische situaties. Turkije moet een groeiende stroom van binnensijpelende IS-strijders verwerken. De SDF-troepen zouden daarbij naar verluidt wel eens liever een oogje sluiten dan die vluchtende IS'ers in hun tocht noordwaarts te hinderen. Turkije dreigt een hub te worden voor zich hergroeperende terroristen die aanslagen willen plegen. De zuiveringen die Turkije doorvoerde na de coup van 15 juli 2016 hebben de eigen inlichtingendiensten sterk verzwakt want ervaren medewerkers die verdacht werden van Gülen-sympathieën moesten vervangen worden door onervaren nieuwkomers.

Die kwalitatieve uitholling maakt de Turkse aanpak van infiltrerende IS-strijders er niet doeltreffender op. Datzelfde Turkije werkt in de oorlog in Afrin dan weer wel graag samen met islamistische fundamentalisten. Begin februari werden bovendien verdachte IS-leden abrupt vrijgelaten uit Turkse gevangenissen. Iedereen roeit met de riemen die te vinden zijn. Wie daarbij al te kieskeurig is, dreigt op achterstand te komen.

De SDF wil vooral gerust gelaten worden in het eigen, quasi-autonome gebied en staat niet op de eerste rij om Assad ten val te brengen. Althans, dat geldt voor de Koerdische vleugel. De Arabische milities in de alliantie zijn dan weer wel overtuigde regime-changers. Hetzelfde geldt voor de Turkse 'bondgenoten' in de strijd over Afrin, islamisten die de Arabische milities binnen SDF dus tegelijkertijd naar het leven staan én met hen de doelstelling delen om Assad van de macht te verdrijven.

Sedert enkele dagen bieden Assad-getrouwe troepen, waaronder door Iran gestuurde milities zowaar, de Koerden bijstand in Afrin om de Turkse aanval te helpen afblokken. De Koerden voelen zich in de steek gelaten door de hele wereld en sluiten desnoods een pact met de duivel om het eigen voortbestaan te kunnen garanderen.

Vergeten we ook niet dat Assad-steunpilaar Rusland de weg eerder vrijmaakte voor de Turkse inval. Maar volgens Al Monitor, dat een militaire bron citeert, transporteerden de Russen ook Koerdische strijders van het westelijke deel van Rojava naar Afrin.

Operatie Olijftak wordt zo ook een serieuze test voor het wankele bondgenootschap Rusland/Iran/Turkije. Dat ontstond op 22 november 2017 in het Russische Sochi na een trilaterale ontmoeting waar de drie landen elkaar vonden in een tactisch bondgenootschap. Iran en Rusland willen echter absoluut niet dat Turkije een te zware voet zet op Syrische bodem. Bovendien zouden ze bij de Koerden al te graag het gat vullen indien de Amerikanen dat zouden laten vallen.

Een wespennest lijkt in vergelijking hiermee op een yogazaal waar zachte feelgood-muziek draait. De handen van de Koerden wegtrekken en de relaties met Turkije weer op orde brengen, lijkt een logisch pad voor cynisch redenerende Amerikanen. De tijd van de duidelijke bondgenootschappen is nu eenmaal voorbij, zeker in dat stuk failed world.

Het sjabloon waarbinnen de keuzes worden gemaakt, blijft echter onvolledig zonder het woord 'Israël'. De VSA beheerst nu via de SDF een klein derde van het Syrische grondgebied. Die aanwezigheid is noodzakelijk om nog een geloofwaardige rol te kunnen spelen, onder meer bij de vredesbesprekingen in Genève. Het is dankzij de Koerden dat de States nog 'in the game' zijn. Die poot aan de grond is ook noodzakelijk om gericht jacht te kunnen maken op IS-kopstukken.

Verdeeld en verzwakt Syrië

De aanwezigheid van de VSA via SDF houdt Syrië momenteel verdeeld en zwak. De VSA krijgen dikwijls kritiek vanuit Israël dat ze onvoldoende inzetten op de joodse belangen. Tillerson reageerde daar half februari expliciet op door te wijzen op het feit dat de VSA die 30% van het grondgebied controleert, waaronder vele olievelden en relatief vruchtbaar landbouwgebied. Dat geeft de VSA een hefboom om de invloed van Iran in Syrië mee in toom te houden, wat dan weer een fundamenteel engagement inhoudt ten voordele van de Israëlische belangen en een groot geschenk aan Tel Aviv (of moeten we schrijven Jeruzalem?) mag genoemd worden.

De steun aan een (quasi-)autonoom Koerdistan versterkt Israël hoe dan ook, aangezien het daarmee een belangrijke bondgenoot zou verwerven in een regio waar het aantal vrienden voor dat land zeer dun gezaaid is. Turkije niet teveel ruimte geven, komt Israël ook goed uit, want Ankara is veel meer gericht op de Palestijnse zaak dan Iran, dat slechts een tactisch bondgenootschap met de Palestijnen nastreeft. De Turkse soennieten staan gewoon dichter bij de Palestijnen dan de Iraanse sjiieten.

Het was geen toeval dat Erdogan het scherpst reageerde op de aankondiging van Trump op 6 december ll. om de Amerikaanse ambassade te verplaatsen van Tel Aviv naar Jeruzalem en die tweede stad daardoor te erkennen als hoofdstad. Op Trumps mededeling deze week dat al in mei te willen doen, bij de 70e verjaardag van de stichting van de staat Israël, reageerde het Turkse ministerie van buitenlandse zaken: 'Deze beslissing toont nog eens aan dat de Amerikaanse regering de basis voor vrede wil schaden door het internationale recht en resoluties van de VN-Veiligheidsraad over Jeruzalem te negeren.'

Sommige commentatoren vinden dat Israël vandaag sterker staat dan ooit. Daar is wat voor te zeggen. Irak en Syrië verwerden tot machteloze puinhopen, de Palestijnse kwestie schoof de jongste jaren diep weg op de agenda van de meeste landen in de regio, Saudi-Arabië, de Golfstaten en Egypte zoeken toenadering tot Israël uit angst voor de Iraanse bedreiging terwijl dat land zelf nog altijd gebukt gaat onder, weliswaar versoepelde, sancties. Anderzijds zorgt de groeiende invloed van de aartsvijand van Israël, Iran, voor heel veel kopzorgen en zelfs voor een als existentieel aangevoelde bedreiging die de Israëlische zenuwen tot het uiterst prikkelt. Duidelijke lijnen lopen er niet meer door het Midden-Oosten.

Het Israëlische hoofdstuk kan alleszins een belangrijk voordeel blijken voor de Koerden die zich door de wereldgemeenschap serieus in de steek gelaten voelen. In een regio (en tijdsgewricht) waar oude bondgenootschappen onder zware druk staan, kan wie wil blijven meespelen maar best hopen ook gewoon bijzonder nuttig te zijn voor één of meer grote jongens. Het zou een cruciale troef kunnen blijken voor de fel belaagde Koerden.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is