Vrijwillige fusie politiezones brengt geen zoden aan de dijk

Door Koenraad Degroote op 7 januari 2011, over deze onderwerpen: Veiligheid, Politie

Deze week haalde ik voorpagina- nieuws met mijn analyse over de gefaalde politiek van minister van Binnenlandse Zaken Annemie Turtelboom. De minister had natuurlijk goede bedoelingen toen ze een wet maakte waardoor politiezones kunnen fuseren.

Denken dat kleine zones daardoor spontaan zouden fuseren was wel heel optimistisch. Toch blijven fusies van kleinere zones uiterst belangrijk om efficiënter met belastinggeld om te gaan.

Vooreerst de twee zones die wel gefuseerd zijn: Lanaken en Maasmechelen. De minister poneert dat deze zones fuseerden omdat ze elkaar konden vinden in de strijd tegen eenzelfde drugsproblematiek. Wat de minister hier zegt klopt natuurlijk, maar ze vergeet er wel handig bij te vermelden dat Lanaken toch tot twee keer toe een vacature publiceerde voor korpschef. Lanaken vond echter geen geschikte kandidaat. “Tot voor de vorming van de politiezones kon een gewone commissaris korpschef worden. Maar nu moet een korpschef ofwel hoofdcommissaris zijn ofwel houder van een directiebrevet. Er zijn er niet veel die dat kunnen voorleggen”, legt arrondissementscommissaris Jo Wiertz uit.

Dan lijkt het ons een terechte vraag of andere zones spontaan zouden fuseren als zelfs de enige zones die dat nu deden gedreven werden door personeelsproblemen. Het probleem dat er te weinig geschikte kandidaten zijn, is ook een kwestie waar Binnenlandse Zaken moet aan tegemoet komen.

De minister geeft een vreemde wending aan onze analyse en verwijt de N-VA een gebrek aan dossierkennis.

Onze analyse wordt echter breed gedragen. De voornaamste veiligheidsexperten van dit land, onder wie Brice De Ruyver, zijn het volmondig eens: kleine politiezones zijn niet efficiënt  en kosten veel. De Ruyver pleit ervoor om zones met minder dan 50 of 60 personeelsleden te laten fuseren om de zones zo wel rendabel te maken. We kunnen er nog begrip voor opbrengen dat de minister het houdt bij vrijwilligheid. De houding van de minister lost echter niets op: door toe te kijken geraken de dingen niet in beweging!

Parlementaire taak
Ook tijdens een regeringsformatie moet het parlement zijn werk kunnen doen. Dit doen we dan ook; dit is onze plicht tegenover de kiezer. Het tegenargument van minister Turtelboom dat dit allemaal maar moet besproken worden tijdens de regeringsformatie is ons wat te gemakkelijk. Haar eigen Open Vld-voorzitter Alexander De Croo was een van de politici  die het parlement opriep toch zijn werk te doen.

Het is alvast onze fout niet dat de Open Vld in de regeringen-Leterme en -Van Rompuy bijna om het jaar een nieuwe minister van Binnenlandse zaken leverde (De Wael - De Padt - Turtelboom). We begrijpen wel dat het voor de minister niet gemakkelijk was om in één jaar een visie te kunnen doordrukken, maar dat is de zaak van de Open Vld.

Het is en blijft onze plicht als parlementslid te wijzen op problemen en daarvoor ook alternatieven voor te stellen, steeds met een constructieve blik.

We wensen iedereen, inclusief de minister, alvast het allerbeste voor het jaar 2011. En een frisse kijk op de (binnenlandse) zaken …

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is