Turks geweld tegen Koerden in Afrin moet stoppen

Door Karim Van Overmeire, Peter De Roover op 21 maart 2018, over deze onderwerpen: Turkije, Buitenlandse Zaken, Syrië, Koerden
Vergrootglas op Syrië

Het geweld tegen de bevolking in Afrin moet stoppen. Bovendien moet humanitaire hulp toegang krijgen tot de zwaar belegerde stad in Noord-Syrië. Vlaams Parlementslid Karim Van Overmeire diende een resolutie in die het geweld in Afrin veroordeelt. De resolutie werd unaniem goedgekeurd. Zijn federale collega Peter De Roover veroordeelt eveneens het Turkse geweld in Afrin en roept de internationale gemeenschap op niet afzijdig te blijven.

Open oorlog

Sinds Turkije eind januari operatie ‘Olijftak’ startte, viel in Afrin al een groot aantal burgerslachtoffers, waaronder heel wat kinderen. “Het risico op een rechtstreekse confrontatie tussen Turkije en Syrië wordt met de dag groter. Het valt te vrezen dat de Syrische burgeroorlog tot een open regionaal conflict escaleert”, zegt Vlaams Parlementslid Van Overmeire ongerust.

Koerden De Koerden zijn een volk, verspreid over Turkije, Irak, Iran en Syrië. Naar schatting zijn er 35 miljoen Koerden, wat hen de bedenkelijke eer van grootste staatloze volk ter wereld oplevert. In Europa wonen ongeveer 1 miljoen Koerden, waarvan naar schatting 50.000 in België. Behalve in Zweden zijn de Koerden nergens een erkende minderheid. Koerden laten vallen

Kamerlid Peter De Roover denkt daarbij ook aan de Koerden die in Afrin wonen. “De Koerden zijn onze bondgenoten in de strijd tegen IS. Hen laten vallen, zou gewoonweg walgelijk zijn”, oordeelt De Roover. Bovendien vreest Peter De Roover dat Afrin slechts de eerste stap is in de totale verdrijving van de Koerden. Na Afrin volgt mogelijk het stadje Manbij. “De internationale gemeenschap is de Koerden iets verschuldigd”, besluit Kamerlid De Roover.

Bekijk hier het pleidooi van Karim Van Overmeire.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is