Toespraak Bart De Wever op openingscollege politicologie aan de UGent

Door Bart De Wever op 2 oktober 2018, over deze onderwerpen: Migratie, Asiel, Politiek, Europees beleid
Bart De Wever

Geachte studenten,

Vorige keer was ik hier te gast in september 2015 en heb ik het gastcollege gewijd aan de migratiecrisis. Dat heeft toen enige ophef veroorzaakt. We zijn nu 3 jaar later en ik ben tevreden om vast te stellen dat de toen gemaakte analyse en de oproep om de feiten te benaderen zoals ze zijn intussen zeer sterk opgeld hebben gemaakt. Op de definitieve omslag in het beleid op Europees niveau, zijnde uitwerking van de disembarkation platforms die voor de zomer principieel zijn aanvaard, is het helaas nog wachten.

Tijdens dat gastcollege voorspelde ik ook het politiek einde van Merkel. Het is de enige voorspelling van toen die niet is uitgekomen. Merkel overleefde door de steven radicaal te wenden –wir schaffen dass hoor je alleen nog buiten Duitsland; in plaats daarvan werd de laakbare deal met Erdogan gesloten om de ramp te stoppen. Maar Merkel en de CDU werden wel zo verzwakt en intern verdeeld dat de bondskanselier vandaag als een lamme eend in het water ligt. En dat is best ironisch, want allicht is alleen een sterke Duitse regering in staat om in Noord-Afrika de nodige deals te sluiten om eindelijk finaal tot een houdbare migratiepolitiek te kunnen evolueren.

Maar daarover wil ik het vandaag verder niet hebben. Ik wil in het licht van 14 oktober reflecteren over een andere voorspelling van 2015 die helaas zeer grondig is uitgekomen. Met name dat na de eerste euforie de stemming in Europa zou omslaan en we een opstoot mochten verwachten van radicaal rechts gevoed door het aanblazen van al sterk gewortelde gevoelens van existentieel onbehagen in heel Europa.  In Italië, Duitsland, Frankrijk, Nederland en Zweden is het daarbij ook al tot uitbarstingen van geweld gekomen. Op sommige plaatsen dreigen gewelddadige spanningen zelfs een structureel karakter aan te nemen. Ook bij ons dreigt zich in de hoofden van velen een omzetting te gebeuren van een cultureel ongenoegen over de migratiepolitiek naar een wrok tegenover mensen met een migratie-achtergrond. Gezien de recente actualiteit hoef ik dat aan deze universiteit allicht niet te onderlijnen met concrete voorbeelden.

In 2015 heb ik al uitgebreid betoogd dat we deze evolutie eerst en vooral moeten counteren met een asiel- en migratiepolitiek zoals die in Australië en Canada hebben geleid tot maatschappelijke rust en consensus. Het is helaas in dit land nog altijd moeilijk om daar nuchter naar te kijken en ons te baseren op wat de feiten ons leren. Het wensdenken over migratie overheerst nog steeds de elitaire consensus wat ons mijns inziens bijzonder kostbare tijd kost. In Nederland is men al veel verder en durft men de kostprijs van Niet-Europese migratie berekenen, waarbij heel wat illusies werden doorprikt. En men gaat er ook demografische projecties maken die scherpe vraagstukken zullen oproepen. Lees hierover bijvoorbeeld Elsevier nr 37 van dit jaar: een bevolkingsaanwas tot over de 20 miljoen bij ongewijzigd beleid waarbij de autochtone Nederlander een minderheidsgroep zal worden. Om het met Paul Scheffer in 1 zin samen te vatten: “Als je roept dat migranten welkom zijn, moet je dat ook kunnen waarmaken.”

Maar zelfs als we morgen een perfect migratiebeleid gaan voeren, dan zal het overmorgen nog geen peis en vree zijn in de samenleving. Daarvoor zijn de getallen in de steden van Noordwest-Europa intussen veel te indrukwekkend. In Antwerpen tellen we 177 nationaliteiten en is vandaag net niet de helft van de bevolking van vreemde origine. Bijna 60 procent van de kinderen wordt geboren in een gezin dat geen Nederlands spreekt. De arbeidsparticipatie van Niet-Europese vreemdelingen is dramatisch laag, de uitkeringsafhankelijkheid navenant hoog. We moeten er geen doekjes omwinden, dit is de realiteit waarmee we aan de slag moeten gaan.

Net zoals drie jaar geleden kom ik ook voor dit probleem pleiten voor enige realiteitszin. Opnieuw begeef ik me daarmee op glad ijs. Want nergens regent het zo snel banbliksems als in het debat over de diverse samenleving. Wie als politicus schouderklopjes zoekt van de pers en de academische wereld doet er goed aan te zeggen sterk te focussen op de strijd tegen racisme en discriminatie en op beleidsinitiatieven die de sociaaleconomische mobiliteit van minderheidsgroepen kunnen bevorderen. Daarentegen blijf je beter weg van begrippen als identiteit en leitkultur, tenzij om te beklemtonen dat dit sociale constructen zouden zijn waar we in de eeuw van de globalisering en universalisering echt niets meer mee kunnen aanvangen. Of om het met Mario Vargas Llosa te zeggen: “La noción de identidad colectiva es una ficción ideológica”. Vandaar dat ik exact daarover wil spreken.

Het is eigenaardig dat wij weinig problemen hebben om te onderkennen dat die zogezegde fictie van identiteit buitengewoon reëel is en dat diversiteit zeer grote spanningen kan oproepen als we spreken over de wereld buiten Europa. Ik heb zelden iemand horen bepleiten dat steden in pakweg Algerije, Jordanië, Nepal of Bangladesh zouden evolueren tot welvarende metropolen als men er daar via immigratie in zou slagen om een etnisch-religieuze mengelmoes in de bevolking te creëren. Toch gaat de intellectuele consensus in Europa er al 50 jaar vanuit dat dit bij ons uiteindelijk een maatschappelijke zegening zal blijken, als de gefingeerde autochtoon tenminste zou willen afstappen van zijn vooroordelen en zijn foute ideeën over identiteit. Recent schreef een Vlaams weekblad in zijn edito zelfs dat racisme nu eenmaal in het Vlaamse DNA schijnt te zitten. Een sterk staaltje zelfhaat dat typisch is voor de gedachtestroom van de linkerzijde in Europa. Elders in de wereld leest men dit soort onzin niet. Dat zoiets in West-Europa wel geldt als een valabele opinie heeft allicht veel te maken met de plaats die het kolonialisme en het imperialisme enerzijds en de holocaust anderzijds in ons collectief geheugen heeft ingenomen.

Derhalve wil ik een lans breken voor duidelijke concepten inzake identiteit en publieke cultuur waarmee we aan de slag kunnen gaan om een inclusieve samenleving op poten te zetten waar alle mensen maximaal de kans krijgen op sociaaleconomische en culturele emancipatie. Deze emancipatie leidt dan idealiter tot een absorptie van grote aantallen mensen in de omarming van dezelfde basiswaarden die een waarachtig gedeeld burgerschap kunnen funderen.

Ik verklaar mij nader. Identiteit is een natuurlijke behoefte van de mens. Wij zijn geen solitaire dieren. Het unieke vermogen van de homo sapiens om abstract te denken maakt het ons mogelijk om een collectieve identiteit te delen met mensen die we niet persoonlijk kennen. Het vormen van grote groepen mensen die elkaar erkennen en herkennen als medespeler van hetzelfde team maakte ons tot meesters van de schepping. Het zorgt er ook voor dat we een democratisch bestel kunnen doen functioneren en het creëert een ethische verbinding die de basis legt onder solidariteit via herverdeling binnen de groep. De technologische revolutie sinds de jongste 200 jaar, en in het bijzonder die van de hedendaagse periode, stelt ons bovendien steeds meer in staat om buiten de eigen groep te reizen, te communiceren en kennis te delen met een ongeziene explosie van innovatie tot gevolg. Dat zorgt ervoor dat de wereld er objectief snel op vooruit gaat op alle vlak: democratisch, sociaal, ecologisch, economisch, pacifistisch…  Allemaal goed nieuws dus.

Maar, zijn we effectief in Europa voor op de tijd als we denken dat we beter afscheid nemen van collectieve identiteit en luidop meezingen dat iedereen van de wereld is en de wereld van iedereen? Ik denk dat dit toch wat voorbarig en naïef is. Als identiteit uiteindelijk de schraag is waarop onze democratie rust en de bereidheid tot sociale herverdeling, dan denk ik dat we dat instrument beter up to date houden en gezond maken zodat het zijn nuttige rol kan spelen. Eerder dan het in de hoek te zetten waar het gretig wordt opgepikt door politieke stromingen die er een tegengestelde invulling aan geven en daar vervolgens succes mee halen.

Zo komen we tot de hamvraag: wat is dan die identiteit waarmee we positief aan de slag kunnen gaan? Dat is de vraag van 1 miljoen. De mensen die deze vraag spottend stellen, verlangen dan een soort bijsluiter waarop alle ingrediënten staan die van een mens een Vlaming zouden maken. Vervolgens wordt dat lijstje doorprikt, denk bijvoorbeeld aan de reeks gemeenplaatsen die het nieuwe Duitse ministerie voor Heimat had verzonnen. Om vervolgens te concluderen dat identiteit inderdaad maar een hondenfluitje is, een trucje van het baasje om volgzaamheid af te dwingen. Zo werkt het natuurlijk niet. Identiteit is om te beginnen geen statisch maar een bijzonder dynamisch gegeven. Wie wij zijn is niet wie wij waren en wie wij zullen zijn. Evenzeer belangrijk is dat een gezonde beleving van identiteit zich niet baseert op etnische of biologische gegevens die per definitie onveranderlijk zijn, maar net op het kunnen communiceren met elkaar en het delen van basiswaarden. Daardoor is identiteit voor mij in wezen een proces van identificatie, gedreven door de drang naar maatschappelijke cohesie en emancipatie. Of zoals Alexis de Tocqueville het reeds stelde: “gemeenschappen hebben een minimale consensus over een aantal fundamentele waarden nodig, anders gaan ze ten onder.”

Maar maak dat nu eens concreet, hoor ik u denken. Welnu, een eerste en onvermijdelijke component is de Nederlandse taal. Die verbindt ons allemaal. Zonder kennis van de taal geen volwaardige participatie aan het brede maatschappelijke of politieke leven en meestal geen hoogwaardige deelname aan de arbeidsmarkt. Culturele verkokering en feitelijke apartheid zijn helaas nu al een realiteit in de steden, waar kinderen opgroeien zonder dat er een Vlaamse krant of tijdschrift op de koffietafel ligt, er ’s avonds niet naar de Vlaamse TV wordt gekeken en met de ouders geen Nederlands wordt gesproken. Waarom linkse partijen er in deze context voor pleiten om de thuistaal ook naar school door te trekken en iedereen aan het stadsloket maximaal in de eigen taal verder te helpen door allochtone medewerkers als tolken in te zetten, het is mij een raadsel.

Na de taal wil ik ook concreet zijn over de basiswaarden. Wij varen op het kompas van de verlichting. Vrijheid en gelijkheid zijn daarbij het credo geworden van wat ik een civiele religie zou durven noemen. Generatie na generatie kleuren deze waarden steeds dieper in hoe we met elkaar omgaan. Het is een zegening geworden voor de democratische participatie, voor de gelijkberechtiging van vrouwen op alle vlak, voor het leven van mensen met een niet heteroseksuele geaardheid, voor het belang dat wij hechten aan het welzijn van fauna en flora en ga zo maar door. In deze dynamiek van onze identiteit is de God van het christendom van het stuur van onze samenleving geleidelijk naar de achterbank geschoven. Degenen die nog naar Hem kijken, doen dat door de band om samen gezellig Kerst te vieren, met Pasen chocoladen eieren te rapen of om op belangrijke momenten van het leven een spiritueel kader te verstrekken. Een gezellige God dus, die ons niet langer dicteert dat vrouwen onderdanig moeten zijn en vooral kindjes moeten kopen, die ons niet zegt met wie we wat mogen doen in de slaapkamer en met welke finaliteit.

Feitelijk zijn we er heel lang van uitgegaan dat deze manier van leven zo oneindig beter is dan degene die we zien in andere delen van de wereld dat iedere nieuwkomer als vanzelf in deze dynamiek zou worden opgenomen en dat zelfs de hele wereld naar een Westers geconcipieerd global citizenship zou kantelen. Het is een grote illusie gebleken. Wanneer grote aantallen Niet-Europese vreemdelingen gemakkelijk toegang krijgen tot ons land en tot ons burgerschap dan moet men zich rekenschap geven dat heel andere opvattingen maatschappelijk gewicht krijgen. Andere opvattingen over de positie van religie in de samenleving, over de scheiding van kerk en staat, over de positie van de vrouw, over de verhouding tussen ouders en kinderen, over de verhouding tussen een individu en de groep waartoe dat individu behoort. De moderne communicatie zorgt er bovendien voor dat ook de connectie met het thuisland van nieuwe bevolkingsgroepen zeer sterk blijft. Er zijn bovendien bitter weinig tekenen van een transcultureel proces dat de verschillen tussen allochtoon en autochtoon zal gaan uitvlakken om uiteindelijk een nieuwe synthese voort te brengen. Vooral het gebrek aan internuptialiteit is daarvan het meest aanwijsbaar. Ik wil u allen graag de lectuur aanbevelen van Asis Aynan, die als tweede generatie Marokkaan heeft beschreven hoe de Islam in Europa net belangrijker en strakker werd in het leven van de nieuwkomers eerder dan de Westerse weg van de laïcisering te volgen.

Neen, laat ons de waarheid onder ogen zien: het zit scheef en het groeit niet vanzelf recht. Derhalve meen ik dat wij onze basiswaarden moeten durven voorop stellen als Leitkultur. Dit wil niet zeggen dat we ieder individu zouden willen of kunnen dwingen om zich hieraan te confirmeren –al is het maar omdat deze dwang strijdig zou zijn aan de vrijheid die we propageren. Maar het betekent wel dat we van deze basiswaarden durven uitgaan als we vorm geven aan onze publieke cultuur en er dus niet voetstoots van uitgaan dat iedere afwijkende opinie, religieus of anders geïnspireerd, als evenwaardig moet worden beschouwd en maatschappelijk de vrije baan moet krijgen. De verlichting moet worden gepredikt in ons onderwijs en mag voorop gesteld worden als richtsnoer van het maatschappelijk leven, weliswaar met verstandige pragmatiek en tolerantie voor mensen die daar anders over denken.

Inzake de democratie kunnen wij geen compromissen maken. Je zou verwachten dat wie hier geboren is, als vanzelf verknocht raakt aan de volkssoevereniteit. Maar is dat zo? Bij het referendum dat Erdogan organiseerde om de macht naar zich toe te trekken als sterke leider, bleken de Turken die opgegroeid zijn in het democratische Vlaanderen hem daarin het meest van allemaal te steunen. Veel meer dan in het herkomstland zelf. Gaan wij hier niet te lichtzinnig mee om? Is het normaal dat fascistische organisaties als de Grijze Wolven Extreemrechtse Turkse groepering, voornamelijk geïnstitutionaliseerd in de Partij van de Nationalistische Beweging (MHP), waardoor ze wel eens beschreven worden als de paramilitaire fractie van die partij. Hun belangrijkste herkenningsteken is een teken met de vingers dat een wolvenkop imiteert. Hun doelstelling is de heropleving van het Ottomaanse Rijk. In de jaren ’70, ’80 en ’90 werden de Grijze Wolven verantwoordelijk gesteld voor heel wat straatgeweld in Turkije tegen linkse activisten, de Koerdische beweging, en de Alevitische minderheid in Turkije, vaak met dodelijke afloop. Ook de aanslag op paus Johannes Paulus II in 1981 was het werk van de Grijze Wolven. De laatste 20 jaar ontkennen ze hun politieke en paramilitaire karakter, en benadrukken ze hun culturele activiteiten in Europa onder de naam ‘Ülkü Ocaklari Egitim ve Kültür Vakfi’. Hun Europees hoofdkwartier bevindt zich in Frankfurt. De Grijze Wolven infiltreerden politieke partijen in diverse Europese landen, waaronder België. Grijze Wolven zich vrijuit kunnen manifesteren bij ons en diverse kandidaten hebben en steunen op lokale lijsten bij de komende verkiezingen? Ik vind dat zeer zorgwekkend.

Democratie betekent uiteraard ook dat de rechtstaat een individu goed beschermt in zijn burgerrechten tegen de willekeur van de meerderheid. Maar tegenover die bescherming staat de aanvaarding dat de wet geldt voor alle burgers. Geen enkele persoonlijke opvatting, religieus of ander geïnspireerd, staat boven de wet. Is het dan normaal dat Gaia voor de rechtbank wordt gedaagd wegens racisme omdat deze organisatie opkwam tegen het onverdoofd slachten? Een verbod dat overigens unaniem door het Vlaams Parlement is goedgekeurd. Is het verkeerd te stellen dat mensen zich hieraan in hun gebruiken beter zouden confirmeren? En dat hun religieuze opvattingen in een Westerse samenleving ook niet meer zijn dan opvattingen. Een mening zoals een andere dus, die ondergeschikt is aan eventuele burgerlijke regels. Vrijheid van religie is eigenlijk niets  meer dan vrijheid van meningsuiting.

Een mening is bovendien nooit vrijgesteld van kritiek of humor in een vrije samenleving. Wie niet kan aanvaarden dat zijn overtuiging of godsdienst wordt afgedaan als klinkklare onzin door critici of wordt bespot door humoristen, die verdient hoogstens de respectvolle duiding dat dit nu eenmaal de prijs is voor de vrijheid. Ik vind het derhalve niet normaal dat mensen als Ayaan Hirshi Ali zich moeten verstoppen voor geweld. En ik vind dat de mensen die stellen dat men dan maar beter niet had gepolariseerd –dat is codetaal voor iets zeggen dat een minderheidsgroep zou kunnen schofferen- zich zouden moeten schamen.

Evenzeer heeft een neutrale schoolomgeving of een neutrale overheid niets te maken met racisme. Neutraliteit opleggen als dat redelijk en doelmatig is, is precies de sleutel tot gelijkheid van eenieder. De school is niet de verlenging van de living thuis, maar de voorkamer van onze samenleving. Kinderen moeten op school, en zeker aan de universiteit, niet bevestigd worden in hun afkomst, maar maximaal worden blootgesteld aan de verlichting. Ze moeten juist uitgedaagd worden om te kiezen voor emancipatie en verdedigd worden tegen groeps- of godsdienstdwang. De capitulatie van de linkerzijde in Europa waarbij men de secularisatie overboord heeft gegooid om te hengelen naar de stemmen van allochtonen in de grote steden is een drama over de hele lijn. Het ontzegt mensen gelijke kansen eerder dan ze die te geven. Bovendien is het electoraal kortzichtig aangezien de kiezers die men zo hoopt te fideliseren zich op termijn volledig zullen afkeren, een proces dat al pril begonnen is overigens.

Ik wens geen wijken te zien in onze steden waar op den duur andere waarden vorm geven aan een afwijkende leitkultur. Wijken waarin vrouwen zich toch maar beter zedig kleden en best niet alleen op een terras gaan zitten, wijken waarin holebi’s toch maar beter in de kast blijven zitten en ongelovigen beter niet met hun overtuiging te koop lopen. Ik wens daarentegen door te varen op het kompas van de verlichting. Ik wens dat ook klaar en duidelijk te zeggen. Daarmee sluit ik niemand uit, integendeel. Ik zeg dat omdat ik er van overtuigd ben dat we iedereen moeten uitnodigen om daar deel aan te nemen. Want ik wil positief aan de slag gaan met wie hier vandaag is. Iedereen heeft recht op emancipatie. Onze identiteit is het instrument bij uitstek om dat voorop te stellen. 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is