Steekt minister Wilmès de verplichte tweetaligheid in de koelkast?

Door Yngvild Ingels op 20 september 2019, over deze onderwerpen: Ambtenaren, Overheidsbedrijven
Yngvild Ingels

Alle topambtenaren moeten tweetalig zijn. Dat lijkt de evidentie zelve. Maar niet in België. Omdat 14 topambtenaren nog niet geslaagd zijn voor het verplichte taalexamen, wil minister van Ambtenarenzaken Wilmès hen uitstel geven. Kamerlid Yngvild Ingels noemt uitstel onaanvaardbaar: “Dit is een stap terug naar de situatie waar ééntalige ambtenaren carrière konden maken zonder 1 woord Nederlands te spreken.”

Verplicht sinds 2002

Als minister van Ambtenarenzaken voerde Steven Vandeput in 2016 de regel in dat alle hoge verantwoordelijken van federale overheidsdiensten een taaltest moeten afleggen. Hij wilde daarmee verzekeren dat ze voldoende tweetalig zijn om met hun werknemers in hun eigen taal te kunnen spreken. De verplichte tweetaligheid dateert eigenlijk al van 2002, maar er was een N-VA-minister nodig om die dode letter 14 jaar later om te zetten in beleid.

Zes maanden uitstel

Tegen 31 oktober van dit jaar zouden alle verantwoordelijken die verplichte taaltest hebben moeten hebben afgelegd. Op dit moment zijn nog zeven Franstaligen en zeven Vlamingen niet geslaagd voor de test. Zij riskeren hun baan kwijt te geraken. Minister Sophie Wilmès (MR) wil de veertien nu zes maanden uitstel geven. Zogezegd omdat een regering in lopende zaken geen vervangers kan aanwerven op dat hoge niveau.

In de frigo

De N-VA volgt minister Wilmès niet in haar uitleg. “Een regering in lopende zaken moet op de winkel letten en geen nieuwe beleidsdaden stellen. Bovendien is het hemeltergend dat iemand die genoemd wordt als mogelijke eerste minister, een voor de Vlamingen zo belangrijke maatregel in de frigo zou steken”, besluit Yngvild Ingels.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is