Rijden op water? Proeven van de toekomst

Door Matthias Diependaele op 30 januari 2012, over deze onderwerpen: Energiebeleid, Leefmilieu, Innovatie, Technologie

Rijden op water: het lijkt wel een idee geplukt uit een goedkoop stripverhaal. Uw wagen simpelweg aansluiten op de tuinslang, het is inderdaad nog niet meteen voor morgen. En toch zou je denken dat de automobielwereld dezer dagen op weg is naar dit langgekoesterde ideaal. Onlangs ontving ik in het Vlaams Parlement een delegatie van ‘WaterstofNet’, dat initiatieven groepeert en projecten stimuleert die uitgaan van waterstof als drager van energie.

De directie van WaterstofNet had voor mij een aangename primeur in petto: in samenwerking met Hyundai stond een heuse brandstofcelwagen voor het parlement geparkeerd. De wagen wordt aangedreven door een elektrische motor, die zijn voeding haalt uit een brandstofcel waar waterstof en zuurstof worden gemengd, met elektriciteit en water als eindproduct. Dus geen ongezonde uitlaatgassen meer.

Ik kan me inbeelden dat de relatieve onbekendheid van de waterstofwagen veel mensen met de wenkbrauwen doet fronsen. Hoe zit het met de kinderziekten, die we ook kennen bij de elektrische wagen? En wat met de infrastructuur? Is dit soort sciencefiction überhaupt wel betaalbaar?

Vanuit mijn ervaring tijdens de rit met deze wagen en de deskundige informatie van de mensen van WaterstofNet en Hyundai, kan ik toch alvast een tipje van de sluier oplichten.

De wagen rijdt geluidloos, best te vergelijken met een elektrische wagen. Dat is zonder meer een pluspunt voor de leefbaarheid in dichtbebouwde gebieden, al moet men wel nog iets bedenken om voetgangers en fietsers erop attent te maken dat een wagen in aantocht is.

Bereik en prestaties van de waterstofwagen zijn vergelijkbaar met die van de traditionele voertuigen zoals we die nu kennen. De wagen waar ik mee gereden heb zou ongeveer 160 km per uur halen en een bereik hebben tot 700 km met één enkele tank waterstofgas.

Door de recente ontwikkelingen op het vlak van compressie van dit gas, moet zelfs aan kofferruimte niet meer worden ingeboet. Ook de veiligheid van dit type brandstof zit snor, want crashtests werden met glans doorstaan. Bovendien is waterstof quasi onuitputtelijk en relatief gemakkelijk aan te maken. Er zit dus echt enorm veel potentieel in de waterstofwagen, en hij kan op zijn minst een valabel alternatief bieden voor wagens met andere vormen van aandrijving, zoals aardgas en elektromotoren.

We moeten voorkomen dat we deze trein van verkeerstechnologische ontwikkeling missen. Natuurlijk is niet iedere innovatie een garantie op onmiddellijk succes. Maar in tijden van crisis is het van belang dat een overheid de juiste keuzes maakt om maatschappelijke en economische meerwaarde te creëren.

De N-VA vraagt uitdrukkelijk aandacht voor deze innovatie rond waterstof als energiebron. Wat de invoering van de elektrische auto betreft, lopen we in vergelijking met onze buurlanden wat achterop. Op het vlak van waterstof zijn we best mee van in het begin.

Enkele bedrijven en instellingen hebben nu al de kennis om Vlaanderen in de kopgroep te plaatsen. De waterstoftechnologie is complementair aan de elektrische aandrijving, die nu al ontwikkeld wordt voor elektrische auto’s, en waar Vlaanderen momenteel een belangrijke rol speelt.

Het grote probleem voor de waterstofwagens blijft de prijs en het ontbreken van infrastructuur om bij te tanken. We hebben nood aan gecombineerde initiatieven vanuit de overheid en het bedrijfsleven om die nieuwe technologie mee te ontwikkelen en betaalbaar te maken, en zo de prijs verder te drukken en investeringen in infrastructuur aan te wakkeren. In Duitsland hebben verschillende partners de handen in elkaar geslagen. Onder impuls van WaterstofNet en met steun van Europa en de Vlaamse Regering kan Vlaanderen dit voorbeeld volgen.

Er lopen hier overigens al enkele waardevolle initiatieven. Binnenkort opent bij Colruyt in Halle een waterstoftankstation waar heftrucks op waterstof gedemonstreerd zullen worden. Constructeur Van Hool heeft inmiddels al meer dan twintig brandstofcelbussen op waterstof geleverd aan de Verenigde Staten en Solvay bouwt momenteel de grootste brandstofcelplant op restwaterstof.  Hydrogenics (in Oevel) behoort tot de wereldtop op vlak van productie van waterstof uit (groene) elektriciteit.

Ik zie in eerste instantie vooral heil in toepassingen voor het openbaar vervoer, waar we met constructeur Van Hool een troef in huis hebben. Bovendien kan een eerste stap worden gezet in de uitbouw van een waterstofinfrastructuur bij De Lijn. Hopelijk kan zo de basis worden gelegd om niet alleen ons wagenpark duurzaam te vergroenen, maar dit ook te gebruiken als economische troef voor Vlaanderen.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is