Pleidooi voor ‘Vlaamse fase’ in crisiscoördinatie: “Sneller en beter helpen”

Door Lorin Parys op 13 september 2021, over deze onderwerpen: Rampen
Lorin Parys

“Wanneer zich een crisis aandient die het provinciale niveau overstijgt, maar binnen de Vlaamse bevoegdheden valt, kan Vlaanderen de coördinatie niet zelf opnemen. Dat is problematisch en inefficiënt.” Vlaams Parlementslid Lorin Parys pleit samen met vijf N-VA-collega’s voor crisiscoördinatie op gewestelijk niveau. Beluister Lorin Parys hierover ook in De Ochtend.

De coördinatie van een crisis kan momenteel door drie niveaus opgenomen worden: gemeentelijk, provinciaal of federaal. In de coronacrisis nam de federale overheid het laatste anderhalf jaar de touwtjes in handen door middel van de federale fase. Tijdens de watersnood eind juli namen dan weer de provinciegouverneurs het voortouw. In beide gevallen werd de Vlaamse Regering nagenoeg buitenspel gezet.

Gewestelijke fase om sneller en gerichter te handelen

Daarom wil de N-VA het crisisresponssysteem grondig hervormen door een optie ‘gewestelijke fase’ toe te voegen. “Met een gewestelijk fase in het rampenplan hadden de mensen bij de watersnood sneller geholpen kunnen worden. Maar ook bijvoorbeeld het gigantische verschil in vaccinatiegraad tussen de verschillende gewesten toont aan dat we ook hier best verder werken met gewestelijke plannen”, zegt Lorin Parys.

Pleidooi voor volwaardig Vlaams crisiscentrum

Volgens Lorin Parys is Vlaanderen te afhankelijk van het nationaal crisiscentrum. Hij pleit voor een volwaardig Vlaams crisiscentrum. “Wanneer zich een crisis aandient die het provinciale niveau overstijgt, maar binnen de Vlaamse bevoegdheden valt, kan Vlaanderen de coördinatie niet zelf opnemen. Dat is problematisch en inefficiënt.” De ‘Vlaamse fase’ moet in de toekomst in handen komen van de Vlaamse minister-president.

Voorbereiden op volgende pandemie

Voor de N-VA moeten de gewesten bij een volgende pandemie de leiding krijgen. “Het virus stopt uiteraard niet bij de Taalgrens De taalgrens tussen een Nederlandstalig en een Franstalig gebied werd definitief vastgelegd in de periode 1962-1963. Het arrondissement Brussel-Hoofdstad met 19 gemeenten werd officieel tweetalig. De taalgrens was geen Vlaamse uitvinding. De Franstaligen en zeker de socialisten ijverden al sinds het begin van de 20ste eeuw voor eentalige gebieden in België. Vandaag wensen de Vlamingen respect voor de taalgrens en de tweetaligheid van Brussel. taalgrens , maar toch zien we dat die taalgrens heel vaak ook een zorggrens blijft. Dat wordt nogmaals in de verf gezet door de vaccinatiecampagne, die in Vlaanderen als een sneltrein liep, maar ook als het bijvoorbeeld gaat over de uitbouw van de eerstelijnszorg of de ziekenhuisnetwerken”, aldus Parys.

Naar een volwaardige cel ‘paraatheid’

De nota van de N-VA kijkt tot slot ook naar de eigen Vlaamse overheidsdiensten. Zo wil de partij de dienst infectieziektebestrijding omvormen tot een volwaardige cel ‘paraatheid’. Doel van die cel is onder andere dreigingen identificeren en opvolgen, helpen bij testen, contactopsporing en vaccinatie, strategische stocks van persoonlijk beschermingsmateriaal en testmateriaal beheren en van zorgverleners voor de preventie van infectieziekten opleiden.

Beluister Lorin Parys in De Ochtend over zijn voorstel voor een ‘Vlaamse fase’ in de crisiscoördinatie.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is