Op zoek naar het perfecte adoptiekind

Door Lorin Parys op 10 januari 2019, over deze onderwerpen: Pleegzorg en adoptie
Kind hand aan hand met (pleeg)moeder

Kandidaat-adoptieouders worden steeds veeleisender, schrijft Vlaams Parlementslid Lorin Parys op standaard.be. Daardoor vinden kinderen met een beperking moeilijker een nieuwe thuis.

Eerder deze week verscheen in De Standaard een artikel over de kinderwens van vaders naar aanleiding van de Week van de Wensvader. Die wens hadden mijn man en ik ook. Maar we wilden ook zorgen voor kinderen die zelf geen thuis hadden. Dus zijn we vandaag pleegpapa’s van twee geweldige spruiten. En werden we blije adoptievaders van een derde. Ik herinner met de start van dat laatste avontuur, nu vier jaar geleden, nog levendig. Het begon met een telefoontje. Of we naar het ziekenhuis konden komen. Nu meteen. Om een klein meisje op te pikken dat twee papa’s, een broertje en een zusje kon gebruiken. Je bent dan wel voorbereid, maar niks brengt je hart in gereedheid voor zo’n sprong.

Het zal dan ook geen enkele ouder verbazen dat wij onze kinderen perfect vinden. Al vraag je me dat best niet op het ogenblik dat de oudste net het uit-eierverpakking-opgetrokken kunstwerk van de jongste vakkundig in de prak heeft gereden met zijn fiets. En er geen alternatief knutselkarton in huis is om het huilen te stelpen. Zoals elke ouder zien wij vooral hoe volmaakt onze kinderen zijn hoewel één van hen een waslijstaan ‘beperkingen’ heeft. Dat maakt een kind extra kwetsbaar en een vaderhart extra breekbaar. Maar in feite zijn het net die kinderen die onze bescherming het hardst nodig hebben. En net voor hen vinden we het moeilijkst ouders.

Geen enkele beperking

Het afgelopen jaar hebben een 20-tal baby’s nieuwe adoptieouders gevonden in Vlaanderen. Dat cijfer voor binnenlandse adopties schommelt merkwaardig genoeg al jaren tussen de 20 en de 30. De maatschappelijke noodzaak om kinderen te kunnen blijven afstaan voor adoptie blijft ook in een veranderende wereld overeind. Ook al gaat lang niet elke vrouw die zich laat bijstaan, ook over tot adoptie. Gemiddeld staan maar 3 op de 10 vrouwen die bij het Adoptiehuis, de Vlaamse adoptiedienst, in begeleiding gaan tijdens hun zwangerschap, hun kind af.

Ik praat veel met mensen die elke dag bezig zijn met adoptie en pleegzorg. En alhoewel er echt veel goede dingen gebeuren maak ik me ook zorgen. Professionals vertellen me dat sommige kandidaat-adoptieouders steeds nadrukkelijker op zoek zijn naar het perfecte kind. Het publiek wordt veeleisender, hoor ik dan. Kandidaat-adoptieouders willen geen prematuur geboren baby. Ze willen enkel een baby van een mama die al geruime tijd in begeleiding is geweest. Het moet 100 procent vast staan dat het kind in de buik op geen enkele manier heeft bloot gestaan aan roken of drinken, laat staan drugs. Het moet om een pasgeborene gaan. En natuurlijk mag de baby geen enkele beperking hebben.

Instagram-generatie

Ook in pleegzorg is het een pak moeilijker om ouders te vinden voor kinderen met een ‘rugzakje.’ En dat is geen goede evolutie. Ik heb er wel begrip voor, iedereen wil een gezond kind. Maar je ziet en voelt de bijwerkingen van de Instagram generatie doorschemeren in de toenemende vraag naar perfectie. Alles moet onberispelijk en gaaf zijn. We hebben hoge verwachtingen van onszelf en dragen die over op onze kroost. The sky is the limit. Dus kan je niet aan de startmeet verschijnen met een minder dan perfecte baby.

Het is een beetje delicaat maar één van de redenen waarom die trend, zeker bij binnenlandse adoptie, zo uitgesproken is, ligt o.a. aan het stijgend aantal kandidaat-adoptieouders die homo zijn. In 2017 waren bijna 2 op de 3 nieuwbakken adoptieouders homo en ook afgelopen jaar was dat ongeveer de helft. 

Vaak zijn koppels van hetzelfde geslacht die voor adoptie gaan hoog opgeleid. Ze beginnen hyper voorbereid en vol goede bedoelingen aan het adoptietraject. Met een paar boeken achter de kiezen over hoe je de perfecte ouder kan zijnen met een pak research over wat er mis kan gaan. En ze willen geen enkel risico lopen. ‘Onze kinderen zullen het al moeilijk genoeg hebben met twee papa’s, hoor je dan.’ En dus gaat vaak de deur toe voor het kleinste risico op een ‘minder dan perfect’ kind. 

Natuurlijk geldt dat niet voor elk homokoppel dat adopteert, maar de tendens is duidelijk. Hetero adoptieouders hebben er vaak een ander traject op zitten. De meeste hebben eerst zelf geprobeerd zwanger te worden. En wanneer dat niet lukte en dat verdriet verwerkt is, volgt vaak een lange reeks IVF pogingen. En wanneer ook daar geen kinderen van zijn gekomen, volgt de aanmelding op de adoptiewachtlijst. Dat is een heel ander parcours dan dat van homo-koppels. 

Maar de simpele waarheid is dat de perfectie niet bestaat. Daar hoeven we maar naar onszelf voor te kijken. En de Instagram-foto die afgelopen zomer het meeste hartjes opleverde op mijn account? Die van een wenende kroost op wat een perfecte vakantie had moeten zijn. There is a crack in everything, that’s how the light gets in.  

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is