Madame non mag taalwetgeving niet aan haar laars lappen!

Door Kristien Van Vaerenbergh op 29 februari 2012, over deze onderwerpen: Politiek, Neutrale overheid, Democratie

De recentste uitspraken van mevrouw Milquet mogen dan wel een kwakkel van jewelste lijken, het is gewoon vakwerk. Met de krasse woorden dat “de federale wet boven de omzendbrief-Peeters staat” bewijst ze ofwel een gammele juridische kennis ofwel, en dat lijkt me meer plausibel, kwaad opzet. Lessen over hoe je met een Vlaamse toegeving van formaat en één burgerlijke uitspraak vaste rechtspraak van de Raad van State Een bijzonder adviesorgaan en administratief rechtscollege, opgericht in 1946. Zijn belangrijkste bevoegdheid is het schorsen en vernietigen van administratieve rechtshandelingen die strijdig zijn met de geldende rechtsregels. Als hoogste administratief rechtscollege zijn zijn uitspraken bindend. De Raad is ook cassatierechter voor beroepen tegen de uitspraken van de lagere administratieve rechtscolleges. Daarnaast geeft de Raad van State advies op wetgevend en reglementair gebied. Raad van State in je achterzak stopt, hoef je mevrouw Milquet niet meer te leren.

Het is op zich al straf dat mevrouw Milquet de vloer aanveegt met de interpretaties van de taalwetgeving van zowel de Raad van State als van het Grondwettelijk Hof. Dat deed ze in haar antwoord op een vraag van Damien Thiéry, de burgemeester van een van de faciliteitengemeenten, in de commissie Binnenlandse Zaken. Maar doodleuk beweren dat "de waarborgen daartoe in het regeerakkoord vervat zitten", zoals Milquet deed, is nog straffer.

Volgens Milquet staat het zo goed als vast dat de tweetalige kamer van de Raad van State, die in de toekomst zal moeten oordelen over de geschillen over taalgebruik in bestuurszaken van faciliteitengemeenten, de recente tegenstrijdige uitspraak van een burgerlijke rechter (het Hof van Beroep van Bergen) zal volgen. En dus niet de al jarenlang eensgezinde rechtspraak van zowel de Nederlandstalige Kamer van de Raad van State als van het Grondwettelijk Hof.

Het gevolg zou dan zijn dat Franstaligen in de faciliteitengemeenten opnieuw automatisch alle administratieve documenten in het Frans thuis opgestuurd krijgen en dat was nu net niet de bedoeling. Dit is en blijft in strijd met de taalwetgeving. Zo werd, zoals hierboven al gezegd, in tal van arresten van de Raad van State en van het Grondwettelijk Hof bevestigd.

Als dit scenario werkelijkheid wordt dan kan je niet anders dan dit Franstalig vakwerk en Vlaams geknoei noemen. Want hiermee wordt de omzendbrief-Peeters gewoon geschrapt, ondanks de belofte van de Vlaamse federale regeringspartners dat deze in het regeerakkoord onaangetast zou blijven. Dat CD&V-boegbeeld Erik Van Rompuy er zich onlangs nog over verheugde dat met dit regeerakkoord over BHV de omzendbrief onverkort van toepassing blijft, wijst op een verregaande staat van ontkenning. En dit zijn nog lang niet de laatste 'fratsen' van deze regering.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is