Hoe onze kleine Vlaamse bedrijfswereld de sleutel kan zijn voor de klimaatproblematiek

Door Freya Perdaens op 23 januari 2020, over deze onderwerpen: Klimaat, Innovatie
Innovatie klimaat

We zouden het haast uit het oog verliezen, ondergesneeuwd onder de doemberichten over al wat niet snel genoeg gaat en onvoldoende is betreffende de klimaatproblematiek, maar we zetten dagdagelijks en wereldwijd grote stappen voorwaarts qua leefmilieu. En dat is niet in het minst te danken aan initiatieven uit de privésector.

Twee weken geleden kreeg ik nog Vlaamse cijfers in handen, waaruit bleek dat er sinds 2010 opmerkelijk minder afval wordt gestort en sinds 2013 ook minder wordt verbrand. Als we de drie stappen: 'Storten, verbranden, recyclage' naast elkaar bekijken, wordt in Vlaanderen vooral ingezet op een beweging van de tweede (verbranden) naar de derde (recyclage). Van storten naar verbranden kunnen wij zeker amper nog stappen zetten. Waar we in 2010 nog 37.440 ton afval stortten, was dit in 2017 nog maar 1.275 ton.

Die cijfers stemmen tot nadenken. We moeten eraan blijven werken om het in Vlaanderen beter te doen. Maar bovenal moeten we denken richting het exporteren van onze expertise om een schoner leefmilieu te realiseren. Er wordt soms smalend gedaan over hoe het Vlaams Regeerakkoord uitgaat van innovatie en technologische vooruitgang om mee de klimaatdoelstellingen te halen. Uiteraard zijn ook andere maatregelen belangrijk, maar ik ben er alvast van overtuigd dat innovatie de sleutel is om grote stappen voorwaarts te zetten. Dat merkte ik ook bij een bezoek aan het geothermie-project bij Janssen Pharmaceutica.

En die export van innovatie maakt een wezenlijk verschil. Zo ook in Azië. Ik las dan ook met plezier dat een bedrijf uit Willebroek, dat eerder al 70 verbrandingsovens plaatste in China, er nu 2 zal bouwen in India. Ook hier getuigt het ervan dat inzet op innovatie bijdraagt aan een schoner leefmilieu. Een stap minder ver dan bij ons, maar een grote stap voorwaarts tegenover het storten in open lucht in India.

De cijfers zeggen genoeg. 'India produceert honderd miljoen ton afval per jaar', terwijl wij – terecht - blij zijn dat bij ons het gestorte afval daalt van 37.440 ton afval in 2010 tot 1.275 ton in 2017. Dat is een prestatie, maar in het niets vergeleken met de (ik schrijf het in cijfers) 100.000.000 ton in India. Nog een cijfer: het afval dat de twee ovens van Keppel Seghers zullen verbranden is het equivalent van de helft van al het Vlaamse huisvuil. En de energie opgewekt door de verbranding kan één miljoen Indiërs van elektriciteit voorzien, vervangt jaarlijks 125.000 ton steenkool en vermindert de uitstoot van CO2 in de atmosfeer met het equivalent van 120.000 auto's.

Wanneer dus deze week bedrijfsleiders en politici elkaar ontmoeten op de jaarlijkse bijeenkomst van het World Economic Forum, dan is dat ook óók om innovatie en expertise te verspreiden. Want draai of keer het zoals je wilt. De kleine lap grond genaamd Vlaanderen, hoe vooruitstrevend ook, zal de wereld niet veranderen wat betreft leefmilieu, afvalverwerking en vervuiling. Neen, met de vooruitgang die in Vlaanderen geboekt wordt, deuken we amper de wereldwijde CO2 -productie. We moeten zorgen dat onze inspanningen echt renderen. Door te excelleren, onze expertise en innovatieve technieken te investeren en te exporteren.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is