Er zitten grote gaten in de Europese bankenunie

Het project van bankenunie dat is goedgekeurd, helpt de eurozone vooruit. Er blijft echter bijzonder veel werk op de bankenplank.

Het Europees Parlement zette deze week finaal het licht op groen voor de Europese bankenunie. Naast de reeds eerder goedgekeurde supervisie van de systemische banken door de ECB komt er nu ook een afwikkelingsmechanisme en een bankenafwikkelingsfonds van 55 miljard euro. Er is zeker een belangrijke stap voorwaarts gedaan. Maar de lichte euforie over het bereikte akkoord kan niet verhelen dat er gaten zoals die in een volwassen Gruyèrekaas in zitten. We zetten de belangrijkste vijf op een rijtje.

Ten eerste, het toezicht door de ECB slaat enkel op de grootste 130 banken. Kleinere banken blijven onder de hoede van de nationale regulatoren. Het verleden leert dat in dat geval transparantie en proactief ingrijpen vaak ver te zoeken zijn. Het Duitse voorbeeld van de Landesbanken en de Sparkassen is illustratief. Bovendien gaat het niet op te stellen dat enkel grote instellingen systemisch zijn. De Spaanse cajas bewezen met verve het tegendeel.

Ten tweede, het afwikkelingsmechanisme is te complex en te tijdrovend om in actie te kunnen komen. Dat is geen toeval. Met de procedure die voorligt, kunnen zeker de grotere lidstaten op diverse momenten in die procedure tussenbeide komen om tot de gewenste behandeling van instelling X of Y te komen. Daardoor blijft de al dan niet redding of liquidatie van een kapseizende bank een prerogatief van de nationale lidstaat. Tenminste voor die lidstaten die het nog aankunnen dergelijke reddingsoperaties op touw te zetten. De moordende wisselwerking tussen de toestand van de banken en die van de publieke financiën van de meeste lidstaten blijft grotendeels intact, niet het minst omdat banken in nog toenemende mate obligaties van hun thuislanden in porteuille hebben opgenomen.

Ten derde, en aansluitend op het vorige punt, leidt de bankenunie zoals die nu in de steigers staat ertoe dat banken uit zwakkere landen er alles zullen aan doen om zo veel mogelijk te lenen van banken uit sterkere landen. Zo worden de sterkere landen, op de eerste plaats Duitsland, toch weer acuut betrokken partij bij de mogelijke redding of liquidatie van banken uit zwakkere landen. Moral hazard blijft meer dan ooit als een monster van Loch Ness in euroland rondwaren.

Ten vierde, er worden geen voorzieningen voor de verliezen uit het verleden getroffen. Dat leidt meteen tot de vraag hoe de ECB in haar onderzoek naar de kwaliteit van de activa met die erfenis uit het verleden zal omgaan. Speelt ze het hard en legt ze inzake de kwaliteit van de activa die op de bankbalansen staan de kaarten onverbloemd op tafel? Dan riskeert ze een nieuwe bankencrisis uit te lokken. Of brengt ze een ‘gezuiverde’ versie van haar onderzoek naar buiten? Dan riskeert ze haar geloofwaardigheid te verliezen en een nog grotere crisis te veroorzaken als de omvang van de achtergehouden informatie duidelijk zou worden. Dat de Duitse banken al hebben kunnen bedingen dat de ECB bepaalde van hun activa niet onder de loep zal nemen, doet het ergste vrezen.

Ten vijfde, dit project van bankenunie mist de kans om de weerbaarheid van de Europese banken op te vijzelen. Zowel inzake de kapitaal- als de liquiditeitsratio’s - zo bleek nog uit recent OESO De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), opgericht in 1961 als uitvloeisel van het Marshallplan, is een samenwerkingsverband van 34 landen om sociaal en economisch beleid te bestuderen en te coördineren. De aangesloten landen proberen hun gezamenlijke problemen op te lossen en hun internationaal beleid onderling af te stemmen. Om vergelijkende analyses te doen, verzamelt de organisatie ook statistische informatie. Die OESO-analyses zijn voor de N-VA een waardevolle basis om het beleid aan af te toetsen of het zelf mee vorm te geven. OESO -onderzoek - behoren de meeste eurobanken nog altijd tot de zwakkere leerlingen van de klas. Op dat vlak kwijten de Amerikaanse autoriteiten zich beter van hun taak.
De bankenunie is zonder twijfel een stap vooruit naar een versterking van de institutionele structuur van de monetaire unie. Een solide bankenunie is in de eurozone noodzakelijk om de financiële stabiliteit te verhogen en de kredietverlening weer op een gezonde en consistente leest te schoeien. Er blijft echter veel werk aan de winkel om tot een heuse Europese bankenunie te komen.

 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is