Donorkinderen en hun wortels

Door Lorin Parys op 2 december 2014, over deze onderwerpen: Welzijn, Vruchtbaarheid, Pleegzorg en adoptie

In het Vlaams Parlement getuigen woensdag slachtoffers en betrokkenen over de gedwongen adopties die tot in de jaren 80 bij ons plaatsvonden. Een complex verhaal waarbij ook de politiek schuld treft. Een van de redenen waarom die wantoestand met adopties zo lang standhield, is net omdat wij in gebreke bleven. Tot 1989 was er geen wettelijke regeling over wie er bij een adoptie mocht bemiddelen. We hadden wel regels, over jeugdinstellingen bijvoorbeeld, maar die schreven voor hoe groot de badkamer moest zijn. Niet of zusters, gynaecologen, pastoors of OCMW-medewerkers adopties mochten regelen.

Zonder regels was er ook geen toezicht. In dat vacuüm ontstonden misbruiken. De drama's die we organiseerden, sijpelden diep in de ziel van moeders die werden gedwongen hun kind af te staan. En sloegen wonden bij 'ontheemde' kinderen die vaak nooit een antwoord kregen op die fundamentele vraag: waar kom ik vandaan? En of dat een tol eist. Betrokkenen hebben vaak last van slapeloosheid of depressies, hebben het onbestemde gevoel nergens bij te horen.

Wie denkt dat zulke drama's alleen dertig jaar geleden plaatsvonden, dwaalt. Vandaag moeten we erover waken dat we morgen niet opnieuw hoorzittingen moeten organiseren over wat we nu doen met de donorkinderen die elke dag in ons land worden geboren. Niemand weet hoeveel het er zijn. We houden dat immers nergens centraal bij. In Nederland wordt het aantal donorkinderen geschat op 45.000, wat meer is dan het aantal adoptiekinderen. Het probleem is dat je bij ons nog altijd volledig anoniem sperma- of eiceldonor kunt worden, waardoor de eerste generatie donorkinderen nu vruchteloos op zoek is naar haar wortels. Daarbij komt dat driekwart van de (heteroseksuele) wensouders de kunstmatige inseminatie voor zijn kinderen verzwijgt. In Nederland, waar anonieme donatie al tien jaar verboden is, vinden ze ons systeem middeleeuws. Nochtans dateert onze wet uit 2007.

Het is me een raadsel waarom we nu collectief verontwaardigd zijn over de gedwongen adopties van gisteren, maar niet over de donorkinderen van vandaag. Ieder kind heeft immers het recht om, onder bepaalde voorwaarden, zijn afstamming te kennen. Daarom is het tijd om volledig anonieme donatie op de schop te doen en een trapsgewijs recht op informatie in te voeren voor donorkinderen.

Wanneer een jong kind vragen heeft over zijn afstamming, zou het niet-identificeerbare informatie moeten kunnen krijgen. Vanaf zijn zestiende moet het via een commissie identificeerbare informatie kunnen opvragen en de nodige begeleiding krijgen. We moeten uiteraard vermijden dat de pool met spermadonors opdroogt door anonieme donatie af te schaffen. Maar het recht op een kind blijft ondergeschikt aan de rechten van het kind. Trouwens, sinds de afschaffing van anonieme donatie is in het Verenigd Koninkrijk het aantal donoren nog gestegen. Ten slotte moeten we overwegen om, naar Nederlands voorbeeld, een vrijwillige DNA-databank van donoren aan te leggen. Daardoor hebben bij onze noorderburen ondertussen negentien kinderen de link met hun biologische vader kunnen leggen.

Het is mooi om te zien hoe een samenleving in het reine komt met zichzelf en daardoor aan maturiteit wint. Dat is nu aan het gebeuren met kinderrechten. De excuses die het Vlaams Parlement eerder dit jaar uitte aan de slachtoffers van historisch misbruik die in jeugdinstellingen opgroeiden, waren een belangrijk moment. In het Gentse Museum Dr. Guislain loopt sinds een tweetal weken een tentoonstelling onder de naam 'Pleisterplekken' over leven en overleven in Vlaamse jeugdinstellingen. Een panel van experts staat klaar om naar klachten te luisteren, het journaal bracht afgelopen weekend een mooi drieluik over jeugdinstellingen. Nu mag de politiek niet opnieuw in gebreke blijven. Het is niet het moment om ons twee keer aan dezelfde steen te stoten.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is