De band met het land

Door Bart De Wever op 6 december 2011, over deze onderwerpen: Belastingen, N-VA

Vreemdelingen die zich in het antieke Attika vestigden, verkregen in principe nooit het Atheense burgerschap. Zij en hun nakomelingen moesten ten eeuwigen dage het metoikion betalen aan de Atheense schatkist, een belasting van 12 drachmen per jaar voor een man en 6 drachmen voor een vrouw.

Het idee om vreemde inwoners een taks op te leggen - denk aan de beruchte 'kopvoddentaks' van Geert Wilders - is dus niet bepaald origineel. Van de Griekse geschiedenis kun je echter ook leren dat het een bijzonder dom idee is. Tenminste, als je de ambitie koestert om een dynamische samenleving uit te bouwen waar alle inwoners aan elkaar worden gesmeed tot een sterke res publica. Weldenkende politici verwijzen zulke ideeën dus terecht naar de prullenmand.

Maar wat met belastingen die aan nieuwe medeburgers worden opgelegd vanuit hun land van herkomst? Vorige week stonden er lange wachtrijen voor de Turkse ambassades en consulaten. Turkse mannen hadden immers de laatste kans om hun dienstplicht te vervullen onder het oude systeem: 5.112 euro betalen en 21 dagen vakantie opofferen die ze ergens in een Turkse kazerne moesten doorbrengen. Vanaf nu hoeven die 21 dagen corvee niet meer, maar wordt er maar liefst 10.000 euro verwacht van Turken die hun legerdienst willen afkopen. Op die manier probeert Turkije veel geld te persen uit de Turkse emigrantenfamilies. Die zien zich vaak verplicht het geld op te hoesten, ook al hebben ze het zelf in hun nieuwe thuislanden vaak helemaal niet breed.

Want net als Marokko maakt Turkije het zijn onderdanen bijzonder moeilijk om de nationaliteit af te stoten. Voor de eerste generatie migranten uit die landen was dit simpelweg niet aan de orde. Maar ook vier generaties verder hebben allochtonen nog vrijwel altijd een dubbele nationaliteit. Waardoor ze dus, in het geval van de Turken, dienstplichtig blijven. Waarom wordt er dan geen strijd gevoerd om van die oorspronkelijke nationaliteit af te komen of toch minstens om de nadelen ervan weg te werken?

Als men die vraag stelt aan politici van allochtone afkomst, verwijzen ze in eerste instantie uitgebreid naar de emotionele band met het herkomstland die nog steeds zeer sterk wordt gekoesterd. Slechts terloops vermelden ze het bijkomende probleem van het erfrecht. Uit een onderzoek dat de Nederlandse Tweede Kamer enkele jaren geleden liet uitvoeren blijkt nochtans dat het erfrecht de reden bij uitstek is om de oorspronkelijke nationaliteit niet op te geven.

Gezien het beleid van de herkomstlanden is het geen wonder dat men daar liever niet te veel over spreekt. Wie bijvoorbeeld in Marokko niet de Marokkaanse nationaliteit heeft, kan geen huis erven. Het huis dat de eerste generatie migranten vaak verwierven vanuit hun nieuwe thuislanden, met de centen die ze daar verdienden en met het illusoire idee om ooit met hun kinderen terug te keren, kan dus alleen door Marokkaanse nakomelingen worden geërfd. Het huis verkopen biedt geen soelaas, want de opbrengst daarvan mag niet worden meegenomen naar het buitenland. Bedragen boven de 915 euro moeten ter plaatse worden geïnvesteerd. Op die manier werd de bouw van veel vakantiewoningen aan de kust gefinancierd.

Zo blijft Marokko zijn onderdanen in Europa aan zich binden. De deviezen die zij jaarlijks binnenbrengen staan voor maar liefst 10 procent van het Marokkaanse bnp. Op een onbewaakt moment - hij dacht dat zijn microfoon nog niet aanstond - zei de Nederlandse socialist Job Cohen de beroemde woorden: 'Het zijn kut-Marokkaantjes, maar dan wel onze kut-Marokkaantjes'. Op die manier gaf hij aan dat we voor de problemen met nieuwe medeburgers geen oplossingen moeten verwachten van het herkomstland. We zullen ze samen en hier moeten oplossen in ons wederzijds en collectief belang.

Als die logica geldt voor de problemen die onze nieuwe medeburgers veroorzaken, dan zou ze echter evenzeer moeten gelden voor de problemen die onze nieuwe medeburgers ondervinden. Als een Vlaams gezin van Turkse afkomst met vier zonen door Turkije geacht wordt om 40.000 euro neer te leggen, dan is dat geen probleem van Turken onder elkaar waar de rest van de Vlaamse samenleving niets mee te maken zou hebben. We kunnen de schouders niet ophalen als medeburgers een hedendaags metoikion moeten betalen. Want ook al wordt het door een ander land opgelegd, het is even bedreigend voor de ambitie om hier samen een sterke res publica te vormen.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is