Amper 1 op 6 posten Brusselse huisartsenwachtdienst is tweetalig

Door Gilles Verstraeten op 9 juli 2020, over deze onderwerpen: Gezondheidszorg, Wonen en werken in Brussel
Patiënt bij de dokter

Wie als Nederlandstalige de Brusselse huisartsenwachtdienst belt, heeft maar één kans op zes om in de eigen taal voortgeholpen te worden. Volgens Ecolo is die dienst de meest Nederlandstalige organisatie in het Brussels gewest en is er geen vuiltje aan de lucht. Brussels Parlementslid Gilles Verstraeten kan zijn oren niet geloven. “Wat zegt dat over de tweetaligheid van de zorg in de rest van ons Gewest?” 

De huisartsenwachtdienst in Brussel is wettelijk verplicht om tweetalig eerstelijnszorg aan t bieden. Maar in de praktijk is dat enkel in een van de zes posten het geval, niet toevallig de enige die enkel door Nederlandstaligen wordt bemand. 

Geen enkele Nederlandstalige arts in het weekend

Nadat hij een klacht ontving van een oudere Brusselse dame die enkel Nederlands spreekt, maar in het weekend geen enkele Nederlandstalige huisarts kon krijgen, stelde Brussels Parlementslid Verstraeten daarover een vraagt aan Alain Maron (Ecolo). Maron is in de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) bevoegd voor Welzijn. Marons antwoord is ontluisterend. In antwoord op de vraag van Verstraeten stelde Maron dat, omdat er in de Raad van Bestuur van de Wachtdienst veel Nederlandstaligen zitten, het “een van de meest Nederlandstalige instellingen in het Gewest” was.

Enkel volledig Nederlandstalige post is tweetalig

“Je houdt het niet voor mogelijk”, zegt Gilles Verstraeten. “Als ‘de meest Nederlandstalige organisatie in het Gewest’ slechts in een op haar zes posten effectief een tweetalige dienstverlening kan garanderen, en dan nog zoals Maron zelf grif toegeeft enkel in diegene die volledig door Nederlandstaligen wordt uitgebaat, wat zegt dat dan over de tweetaligheid van de zorg in de rest van ons Gewest?”

Lippendienst aan tweetaligheid

Verstraeten wierp Maron tegen dat de cijfers die hij in januari in het parlement gaf niet overeenkomen met de cijfers die het Brussels tijdschrift Bruzz opvroeg en publiceerde. Volgens Maron was 44 procent van de huisartsen tweetalig, volgens Bruzz 25 procent. Maron noemt de organisatie van de wachtdienst verder ook een “goede regeling”. Voor Verstraeten getuigt dat van de problematische mentaliteit in Brussel: “Als er een beetje lippendienst aan tweetaligheid is, een Nederlandstalige af en toe terecht kan in zijn eigen taal en voor de rest de Franstaligen garantie hebben dat ze in het Frans geholpen worden, is het al een ‘goede regeling’.”

Verstraeten vroeg ook naar het aangekondigde meerjarenplan om de zaken aan te pakken. “Maar ik stel vast uit het antwoord van de minister dat dat een loutere verderzetting is van het beleid dat al jaren gevolgd wordt.” 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is