Aftandse oplossingen, geen antwoorden

De Brusselaar wordt de dupe van het nieuwe regeerakkoord, vrezen Johan Van den Driessche, Liesbet Dhaene en Cieltje Van Achter. Het schiet op alle vlakken tekort: tewerkstelling, financiering, integratie. En voor het Nederlands is er ook nu geen ruimte.

Wat een show, op 14 juli, bij de voorstelling van het Brusselse regeerakkoord. Bloemen van Guy Vanhengel (Open VLD) voor Laurette Onkelinx (PS) en applaus op alle banken. Verdiend?

Voor ons is dit akkoord allesbehalve ambitieus of vernieuwend en blinkt het uit in belegen oplossingen. Nochtans dringt de tijd voor Brussel. Er zijn weliswaar wat plannetjes, zelfs enkele ideeën die onze goedkeuring wegdragen. Maar een koerswijziging is dit niet, net zomin als een sociaal-economisch herstelplan.

Perverse belastingverhoging

Ook de N-VA pleit voor de afschaffing van de forfaitaire gewestbelasting én van de verlaging van de personenbelastingen. Maar die moeten gecompenseerd worden met besparingen, niet met belastingen. Een verhoging van de onroerende voorheffing, door Open VLD een Vermogensbelasting Een directe belasting die geheven wordt op het vermogen, ongeacht de inkomsten die men eruit verkrijgt. Terwijl een vermogen vroeger hoofdzakelijk onroerend goed omvatte, bestaat het vandaag vooral uit aandelen en obligaties. Het nadeel van zo’n belasting is de mobiliteit van vermogens, die tot fiscaal toerisme leidt. Daarbij komt dat die inkomsten al eens werden belast. Om die reden wordt de kosten-batenanalyse van een vermogensbelasting vaak betwist, ook door de N-VA. vermogensbelasting genoemd, zal de huurprijzen en de stadsvlucht van de middenklasse en bedrijven enkel doen toenemen. Ter herinnering: in 2013 gaf ongeveer 40 procent van de Brusselse bedrijven te kennen een (gedeeltelijke) verhuizing van hun activiteiten uit Brussel te overwegen.

Nepjobs

Dé prioriteit voor deze regering heet werk te zijn. Terecht. Maar de politieke keuze die gemaakt wordt is fout. De Brusselse regering wil prioritair jonge werkzoekenden een tijdelijke overheidsjob aanbieden. De socialistische aanpak dus. De geschiedenis leert dat met dergelijke jobs jongeren in deze ‘nepstatuten’ doorgaans geen toekomstperspectief hebben. De prioriteit moet zijn om de vele jonge werklozen klaar te stomen voor vacatures in de private sector, en de lokale economie zuurstof te geven om opnieuw jobs te creëren. Een veel intensievere begeleiding van werkzoekenden, in combinatie met controle en sanctionering waar nodig, vormt dan het sluitstuk van een performant activeringsbeleid. Niets wijst erop dat de nieuwe regering haar nieuwe sanctioneringsbevoegdheid ook echt zal gebruiken. Alles wijst er daarentegen op dat ze de slechtste leerling van de Belgische klas zal blijven.

Brussel nog steeds hoofdstad?

Niet dat iemand er iets van gemerkt heeft op de persvoorstelling, maar Brussel is de hoofdstad van de twee gemeenschappen, van dit land en van de Europese Unie.

Des te dramatischer dat we inzake tweetaligheid (in ziekenhuizen, gemeentelijke en gewestelijke diensten) geen beterschap mogen verwachten. Dat is geen ‘communautaire’ eis, maar een kwestie van respect en naleving van de wet. Dit geraakt niet opgelost door de kop in het zand te steken. Zal deze Brusselse regering – met het FDF – iets veranderen aan de voortdurende onwettige benoemingen van Nederlands-onkundigen?

Als hoofdstad en kleine regio heeft Brussel alles te winnen bij een goede verhouding met de deelstaten. Het FDF had amper de formatieprincipes ondertekend, of boegbeeld Olivier Maingain liet al weten dat de uitbreiding van Brussel ‘wel weer op tafel komt’. Zulke uitspraken van Brusselse regeringspartijen omtrent aanspraken op Vlaams grondgebied zijn natuurlijk nefast voor een goede verstandhouding.

De grote stilte

Het gewest moet 300 miljoen besparen, maar hoe dat zal gebeuren is helemaal niet duidelijk. Besparen is dan ook veel moeilijker dan ideeën op papier zetten.

Die duidelijkheid is niet het enige dat ontbreekt. Echte maatregelen om de middenklasse terug naar de stad te krijgen, een echte vereenvoudiging van de politieke structuren, minder versplintering en meer coördinatie inzake bijvoorbeeld armoede en huisvesting, we vinden er niks over terug. Net zomin als we iets terug vinden dat lijkt op een begin van lik-op-stukbeleid. Blijft het een taboe? Rudi Vervoort (PS) doorbrak ooit een ander taboe: hij pleitte voor verplichte Inburgering Vlaanderen voert een inburgeringsbeleid. Dat is een begeleide en doelgericht gestuurde vorm van maatschappelijke integratie van mensen van vreemde afkomst. Bedoeling is de nieuwkomers een volwaardige plaats te geven in de samenleving door insluiting in plaats van uitsluiting. De inburgering, met onder meer taallessen en inburgeringscursussen, werd concreet door de deelname van de N-VA aan de Vlaamse regering sinds 2004 en de aanstelling van een minister van Inburgering. inburgering . Daarvan is niks terug te vinden in dit akkoord. Brussel verwacht een sterke bevolkingsaangroei van 100.000 nieuwe inwoners tegen 2020, onder meer door blijvende immigratie. Is er een visie of plan om al deze nieuwe Brusselaars te laten inburgeren en niet zomaar aan hun lot over te laten?

De persvoorstelling van 14 juli 2014 deed ons denken aan 12 juli 1999. Toen legde de federale regering-Verhofstadt I de eed af. Met een formatie die ‘slechts’ 29 dagen had geduurd en ook ideologische uitersten omvatte, van PS tot Open VLD. Met bevlogen toespraken en veel plannen. Maar jaren later staan de paars(groen)e regeringen bij Wetstraat-watchers in het geheugen gegrift als de slechtste regeringen ooit, met vooral veel boulevards of broken dreams. De budgettaire gevolgen bezwaren nog steeds onze toekomst.

De Brusselse regeringspartners presenteerden een project voor 10 jaar. Dit project bevat te veel versleten oplossingen om de verandering te geven die Brussel nodig heeft. We vrezen voor de Brusselaar dat over 10 jaar de erfenis van dit beleid even rampzalig zal zijn.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is