N-VA-verkiezingsprogramma 2019: Voor Vlaanderen. Voor Vooruitgang.

Beste kiezer,

In dit verkiezingsprogramma vindt u onze voorstellen voor een Vlaanderen dat veilig, vrij en verantwoordelijk is. Een trots Vlaanderen dat de ambitie heeft om tot de Europese top te horen, en waar de Vlamingen het laatste woord houden.

Verkiezing na verkiezing overtuigen wij steeds meer mensen van onze visie. Maar nog nooit zijn uw engagement, uw keuze, uw stem zo belangrijk geweest als vandaag. De keuze is ook nog nooit zo duidelijk geweest als vandaag. Wie kiest voor de N-VA, weet waarvoor hij kiest. Wilt u terug naar een door Franstaligen gedomineerde belastingregering, of kiest u voor de politiek van verantwoordelijkheid? Wilt u alle deuren opengooien, of vindt u dat Vlaanderen onze thuis moet blijven? Omdat grenzeloos, waarde(n)loos is.

Onze tegenstrevers willen de N-VA buitenspel zetten. Wij staan echter klaar om het mandaat te gebruiken dat u, de kiezers, ons geeft. De N-VA staat klaar om te besturen. Daarbij laten wij ons leiden door de kracht van onze principes. Bereid tot samenwerking, tegelijk standvastig in onze diepste overtuigingen. Zo realiseren wij verandering in Vlaanderen en voor alle Vlamingen.

Om u het beleid te blijven garanderen waar u al decennialang om vraagt. Een welvarend en warm Vlaanderen, binnen een hervormd Europa dat assertiever is in de wereld, burgers perspectief biedt en beschermt. Een veilig Vlaanderen en een sterke gemeenschap gefundeerd op onze Vlaamse identiteit. Daar streven wij naar.

Het blijft voor ons een evidentie dat we dit streven slechts volledig kunnen verwezenlijken en slechts terdege kunnen beschermen in een zo zelfstandig mogelijk Vlaanderen. Want willen we iets structureel veranderen, dan zullen we ook de structuren moeten veranderen. Confederalisme Willen we iets structureel veranderen, dan moeten we de structuren veranderen. Confederalisme is de structurele verandering die dit land nodig heeft. Confederalisme heeft als uitgangspunt dat Vlaanderen en Wallonië eigenaar zijn van alle bevoegdheden. Ze oefenen die zelf uit maar kunnen ook samen beslissen om sommige bevoegdheden samen te beheren op het confederale niveau, in hun beider belang. Zo wordt de logica volledig omgedraaid. In plaats van bevoegdheden over te dragen van het federale niveau naar Vlaanderen en Wallonië, kunnen bevoegdheden worden overgedragen naar het confederale niveau. Gedwongen samenwerking wordt vervangen door vrijwillige samenwerking. Moeten wordt willen. Afbreken van bovenaf wordt opbouwen van onderuit. Confederalisme is dus samen beslissen wat we samen willen doen.Hoe de N-VA het confederalisme concreet vorm wil geven, leest u in de definitieve tekst van het VVV-congres. Confederalisme blijft daarbij de kern van het N-VA-programma. Ons confederalismecongres uit 2014 blijft daarbij dé referentie. Met uw sterke steun zullen wij elke mogelijkheid benutten om dat te realiseren.

Dat is ons engagement. U kan op ons rekenen.
Met vastberaden groet

Bart De Wever, algemeen voorzitter N-VA

VLAANDEREN VERDIENT VERANTWOORDELIJKHEID EN EXCELLENTIE

Vlaanderen is een natie die barst van het potentieel. We horen thuis aan de Europese top. Ons onderwijs, ons sociaaleconomisch beleid en ons bestuur moeten altijd de ambitie hebben om uit te blinken, om te excelleren. En dat kan door de kracht van de Vlaamse samenleving te ontplooien.

We hebben een traditie van sterk onderwijs. We scoren nog steeds goed, maar het algemeen niveau gaat al jaren lichtjes achteruit. In onze talenkennis gaan we zelfs sterk achteruit, terwijl we vroeger buiten categorie scoorden. Onderzoek leert ook dat onze sterkste leerlingen al te vaak worden afgeremd. Dat is jammer, want onze meest waardevolle grondstof zijn onze grijze cellen.

Vlaamse leerlingen kunnen zich opnieuw meten met de absolute wereldtop als we opnieuw aanknopen bij de recepten die van onze scholen echte emancipatiemachines hebben gemaakt. We koesteren scholen die talenten laten openbloeien, die kennisoverdracht, vaardigheden en attitudes combineren met het aanleren van wellevendheid, die orde, structuur en duidelijkheid bieden aan alle leerlingen.

Goed onderwijs hangt niet af van structuren, maar vooral van sterke leerkrachten die vertrouwen en ruimte krijgen om hun kerntaak uit te voeren. Die leerkrachten en hun directies moeten we in ere herstellen: hun werk is van onschatbare waarde en verdient erkenning van de hele samenleving. Middelen bedoeld voor onderwijs in klas en school moeten ook daar besteed worden. Tegelijk moeten ouders en scholen bondgenoten zijn in een gemeenschappelijk streven om uit elk kind het beste te halen. De lat mag best hoog liggen onder het eeuwige motto ‘Plus est en vous’. Dit komt alle talenten en alle leerlingen ten goede.

We hebben een sterk economisch weefsel. Veel Vlaamse ondernemingen staan nu al aan de top. Ze kunnen nog meer uitgroeien tot internationale referenties als we voldoende ruimte geven aan ondernemerschap. De Vlamingen die werken, sparen en ondernemen vormen de ruggengraat van onze samenleving. Zij maken onze welvaart mogelijk.

De overheid mag die hardwerkende Vlamingen nooit behandelen als citroenen die eindeloos kunnen worden uitgeperst. Integendeel: wie werkt, moet beschermd worden tegen te hoge belastingen en een stortvloed aan regeltjes. Ondernemers die risico durven nemen, verdienen daarvoor erkenning. De essentie van arbeid is dat we daarmee samen onze gemeenschap opbouwen en daarmee tegelijk ook elk individu kansen krijgt om zijn talenten te ontplooien en iets op te bouwen voor zichzelf en zijn naasten.
Vlaanderen moet de ambitie hebben om verder uit te groeien tot een pleisterplek voor goed opgeleide en creatieve jonge mensen. We investeren sterk in innovatie, onderzoek en ontwikkeling. Een gezonde economie is een mix van starters, groeiers en internationale toppers, van stevig verankerde kmo’s en een gezonde middenstand. Een verstandig beleid zorgt voor een stimulerende omgeving waarin zij allemaal kansen krijgen en kunnen innoveren. We geven hen de ruimte om te ondernemen op een gelijk speelveld, met minder lasten, minder regels, minder miserie. Talentvolle buitenlandse arbeidskrachten die een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan onze economie zijn welkom.

We hebben een sterk ontwikkeld maatschappelijk weefsel. Vlamingen en Vlaamse verenigingen bloeien als de overheid terughoudend optreedt. Niet alles heeft baat bij strakke regulering of overdreven overheidscontrole – integendeel. We moeten overbodige wetgeving of overdreven regeltjes durven afbouwen om het vertrouwen in de samenleving verder te herstellen.

De overheid moet slanker en slimmer worden. Het overheidsapparaat moet een kleiner aantal taken beter uitvoeren. Als we durven snoeien in overbodige posten, hebben we ook meer ruimte om te investeren in bijvoorbeeld onze leerkrachten, verplegers en militairen.

Het Middenveld Het maatschappelijke middenveld is het geheel van particuliere organisaties en instellingen die de verschillende groepen, meningen en belangen in onze samenleving vertegenwoordigen. Doordat zij bemiddelen tussen de individuele burgers en de overheid, vervullen zij een belangrijke brugfunctie. De N-VA pleit als gemeenschapspartij voor een vrij en rijk verenigingsleven. Zo rekenen wij naast vakbonden en mutualiteiten ook heel wat andere verenigingen en niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) tot het middenveld, met inbegrip zelfs van actiecomités en buurtinformatienetwerken (BIN). Meer daarover lees je hier. middenveld verdient tegelijk meer bewegingsvrijheid. We moeten af van de ongezonde verstrengeling tussen overheid en (sommige) middenveldorganisaties, die beslag legt op de vrije ontwikkeling van die organisaties. We laten het middenveld weer meer op eigen benen staan, zodat er een sterkere dynamiek kan ontstaan van onderuit de samenleving – zonder al te bepalend dirigisme van de overheid.

VLAANDEREN VEILIG EN VRIJ

Een natie is een gedeelde thuis, een plaats waar kinderen veilig en gezond kunnen opgroeien, waar duidelijke regels gelden die voor iedereen gelijk zijn. Al sinds het Romeinse recht wordt onze samenleving samengehouden door gedeelde, voor iedereen geldende regels eerder dan door etnische banden. Om dat in stand te houden, moeten we te allen prijze vermijden dat bepaalde groepen worden voorgetrokken of achtergesteld, of dat er bij bepaalde groepen een gevoel van privileges dan wel straffeloosheid gaat heersen.

In een goed werkende staat garandeert de overheid dat de burgers beschermd worden in hun eigen huis, straat en gemeente. Een uitstekend ontwikkeld politie- en veiligheidsapparaat en een sterke defensie waarborgen vrijheid en veiligheid voor allen. Moderne inlichtingendiensten beschermen ons tegen dreigingen van buitenaf. Het sluitstuk van dat alles is een performante en eerlijke justitie, die slachtoffers bijstaat en daders bestraft.

Een goed werkende staat maakt ook een duidelijk onderscheid tussen burgerrechten en mensenrechten. Burgerrechten maken deel uit van een soevereine rechtsstaat, ze zijn historisch gegroeid, worden gedeeld binnen een bepaalde groep, zijn goed gedefinieerd en afgelijnd. Mensenrechten daarentegen zijn abstract, niet gekoppeld aan een bepaalde groep burgers die ook de bijhorende plichten delen. Wanneer rechters in Straatsburg of andere internationale organisaties ons nationaal recht en zo ons burgerschap uithollen, verdwijnt de band tussen burger, natie en recht.

De Europese naties staan dan ook voor een keerpunt. Vanzelfsprekend sluit Vlaanderen zich niet af van de wereld. Wij kiezen voor een gedragen internationalisme dat ons politiek en economisch versterkt en blijven dus ook kiezen voor positief Europees en internationaal samenwerken waar dat nuttig is en tot resultaten leidt. Tegelijk erkennen wij de vragen die dit oproept. Gaan we verder naar een wereld waarin onze nationale parlementen en gerechtshoven hun resterende soevereiniteit onbeperkt en onvoorwaardelijk afstaan aan supranationale organisaties en technocratische structuren? Lossen we onze identiteit verder op in een historisch betekenisloze collectiviteit, die noch door taal, noch door gebruik en tradities, noch door overgeërfde soevereiniteit of wet wordt verenigd?

De N-VA houdt van Vlaanderen, het Nederlands, ons erfgoed en onze manier van leven. Van de westerse cultuur die welvaart, rijkdom en schoonheid heeft voortgebracht. We kiezen voor een sterke natie, voor onze cultuur, onze taal, onze tradities, onze soevereiniteit. Vlaanderen richt zijn blik evident op de wereld en vertrekt daarbij vanuit een sterk zelfbewustzijn. We zijn waakzaam voor de schadelijke vervreemding die de mondialisering met zich kan meebrengen. Hiervoor kijken we in de eerste plaats naar de Europese Unie. De EU bracht vrede en stabiliteit, welvaart voor Vlaanderen en is de hefboom wereldwijd voor handel, mensenrechten en klimaat. De EU moet ook een grotere rol spelen als factor van vrede en stabiliteit in de wereld zonder dat ze een superstaat of “empire” mag worden. Als de enige echte Vlaams-Europese partij staan wij voor een EU die van onderen uit wordt opgebouwd en trouw blijft aan haar devies: “eenheid in verscheidenheid”. Vlamingen moeten zich nog altijd thuis kunnen voelen in hun eigen gemeenschap. Om zich helemaal thuis te voelen, hebben burgers nood aan geborgenheid.

VLAANDEREN ONZE HECHTE THUIS

Vlamingen vormen een warme, trotse en solidaire gemeenschap. We zijn verbonden met elkaar, met de Vlamingen die voor ons kwamen en de Vlamingen die na ons zullen komen. We houden ons verleden in ere, we zorgen voor elkaar en we werken aan een nog betere toekomst zodat we Vlaanderen beter en sterker achterlaten.

Bij ons krijgt iedereen de mogelijkheden om iets van het leven te maken. Alle Vlamingen krijgen de ruimte om hun talenten volop te ontwikkelen en daar de vruchten van te plukken. We bieden iedereen voldoende kansen om te starten. Wie het moeilijk heeft, laten we niet achter. Als warme gemeenschap zorgen we voor een sterk vangnet en helpen we mensen om zo snel mogelijk (weer) op eigen benen te staan. Zo geven we iedereen de kans een zelfstandige, weerbare burger te zijn in een welvarend en veilig Vlaanderen.

Tegelijk waken we over de sociale cohesie in onze samenleving. We zijn niet voor onszelf geboren. We leven samen binnen het gezin of op school, binnen onze vriendengroep, in een professionele omgeving, in het verenigingsleven en allerlei sociale milieus. Enkel op die manier kunnen we onszelf volledig ontplooien.

We koesteren en onderhouden onze sociale banden, met bijzondere aandacht voor onze ouderen, want we staan op de schouders van de vorige generaties Vlamingen. Onze senioren verdienen respect, waardigheid en een eerlijk pensioen, zodat ze volop kunnen genieten van hun oude dag. En we willen de best mogelijke toekomst voor onze kinderen.

We kiezen voor een leefbaar leven voor onszelf en voor de generaties die na ons komen. En dus kiezen we voor een mooi en groen Vlaanderen, met gezonde lucht, proper water en een koolstofarme energiemix. We overstijgen de valse tegenstelling tussen mens en natuur door ten volle in te zetten op innovatie en de nieuwste technieken om de leefbaarheid te verbeteren. In onze architectuur en ruimtelijke ordening hebben we aandacht voor schoonheid en kleinschaligheid. Dat verhoogt de levenskwaliteit en helpt ons een topregio te worden.

We koesteren de wortels van onze gemeenschap. Wie we zijn ligt in het verlengde van waar we vandaan komen. Onze cultuur is stevig geworteld in de klassieke traditie, het christendom, het humanisme en de verlichting. We komen op voor onze eigen tradities, onze cultuur, onze geschiedenis. Alle jonge Vlamingen maken op school kennis met de intellectuele en culturele rijkdom van ons verleden. Zo worden nieuwkomers ook volwaardig deel van onze gemeenschap en maken ze zich de hier heersende normen, waarden en tradities eigen.

1. Onderwijs

In ons onderwijs moet het streven naar excellentie primeren. Elk kind uitdagen volgens zijn eigen talenten, op zijn eigen niveau, soms in een specifieke context. Net door de lat hoog genoeg te leggen en te houden, slagen we erin om leerlingen met een zwakkere startpositie te versterken én blijven we leerlingen met een sterkere startpositie uitdagen. In plaats van nivellering en niveauverlaging kiest de N-VA uitdrukkelijk voor opwaardering en niveauverhoging in het belang van elke leerling.

We koesteren scholen die talenten laten openbloeien, die structuur bieden aan alle leerlingen, die kennisoverdracht, vaardigheden en attitudes combineren met het aanleren van wellevendheid. Voor de N-VA is het daarom essentieel dat we ons Vlaams onderwijs teruggeven aan leerkrachten en schooldirecties. De klas en de school moeten opnieuw centraal gesteld worden, eerder dan de niveaus daarboven.

We kiezen daarbij prioritair voor een onderwijskundige rust en continuïteit, zodat leerkrachten zich weer kunnen focussen op hun belangrijkste taak: het lesgeven. De Vlaamse Regering heeft al belangrijke stappen gezet om de planlast te verminderen, maar dat heeft onvoldoende resultaat op het terrein. Er moet afgestapt worden van de cultuur om alles te rapporteren. Uiteraard moet Vlaanderen daarvoor alle kaarten in handen krijgen conform ons confederaal model.

Wat de inhoud van ons onderwijs betreft, blijven we inzetten op een opwaardering van het aspect kennis, naast vaardigheden en attitudes. De beheersing van een rijke Nederlandse taal is daarbij essentieel. Zowel voor een goed verloop van en kansen in het onderwijs, als voor de latere participatie aan de maatschappij. De expertise van het OnderwijsCentrum Brussel (OCB) en andere onderwijsexpertisecentra moet opengesteld worden voor onderwijsinstellingen in de Vlaamse rand.

Kinderen met een beperking proberen we, met extra ondersteuning, in het gewoon onderwijs les te laten volgen, maar dat is niet voor iedereen mogelijk. Het buitengewoon onderwijs blijft voor veel kinderen met speciale noden het meeste geschikt om hen de best mogelijke omkadering te bieden om de hoogst mogelijke leerwinst te realiseren.

De voorbije jaren heeft de Vlaamse Regering de kentering ingezet, met een hernieuwde focus op kwaliteit en ambitie. Bij het opstellen van de nieuwe eindtermen werd de focus op kennisverwerving versterkt, naast uiteraard de aandacht voor vaardigheden en attitudes. Er ging meer geld naar het basisonderwijs en er kwam meer aandacht voor wetenschap en techniek. We hebben een modernisering van het secundair onderwijs doorgevoerd, waarbij we behouden hebben wat goed is en hervormen wat voor verbetering vatbaar is. De onderwijsvormen aso, tso, bso en kso blijven bestaan omdat er nu eenmaal verschillende leerlingenprofielen zijn. We hebben ons verzet tegen de invoering van een brede eerste graad, omdat die leidt tot nivellering en niveauverlaging.

Het aantal leerlingen in STEM-opleidingen is sterk gestegen en er kwam een sterke impuls voor naschoolse codeer- en programmeerclubs. Daar blijven we in investeren, ook omdat onze arbeidsmarkt daar een enorme behoefte aan heeft. Het hoger onderwijs hebben we verder versterkt met de inkanteling van de graduaatsopleidingen en de hervorming van de lerarenopleidingen. De laatste jaren hebben we bovendien fors extra geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling.

Tot slot heeft Vlaanderen sterk geïnvesteerd in scholenbouw, liefst 2,5 miljard euro over de hele regeerperiode. De volgende jaren gaan we verder op dit elan. We investeren onder meer in extra capaciteit voor het secundair onderwijs. En we vernieuwen verouderde schoolgebouwen.

Voorstellen

Personeel als hoeksteen van ons onderwijs

Goed onderwijs begint bij goed personeel. Het nieuwe decreet lerarenopleiding wordt gemonitord en bijgestuurd waar nodig. Verder willen we de taalverwerving en taalrijkdom Nederlands en moderne vreemde talen in de lerarenopleidingen en de opleidingen van kinderverzorgers versterken.

Leerkrachten worden ingezet op basis van de opleiding die ze genoten hebben. We blijven inzetten op vereiste bekwaamheidsbewijzen per vak zodat leerkrachten de inhoud van hun vak zelf zeer goed beheersen.

We evalueren de niet bindende toelatingsproef bij aanvang van de lerarenopleiding. Studenten die gemotiveerd zijn om leraar te worden, maar een stevige basiskennis missen, worden bijgewerkt in een voorbereidend jaar.

We maken echte en meer langdurige uitwisselingsprojecten van leerkrachten en werknemers van ondernemingen mogelijk. Daartoe zullen ondernemingen en scholen samenwerken. De ervaring van zij-instromers in het leerkrachtenberoep wordt in rekening gebracht.

We waken erover dat maatregelen, voorstellen en adviezen steeds de klaspraktijk ten goede komen en leerkrachten niet overladen met onhaalbare experimenten. Er komt een centraal meldpunt waar leerkrachten en directies planlast kunnen melden.

Personeels- en werkingsmiddelen dienen maximaal ingezet te worden in rechtstreeks contact met leerlingen.

Beginnende leerkrachten bouwen nu enkel anciënniteit op in de scholengemeenschap waar ze werken. Om een stabielere loopbaan uit te bouwen, zal men in elke school waar men werkt anciënniteit opbouwen.

De evaluatieprocedures van leerkrachten en directies worden doorgelicht. Personeelsleden die ambitieus onderwijs ondanks begeleiding niet waar kunnen maken, worden geheroriënteerd naar een andere job.

We onderzoeken hoe we al de verschillende teldata meer kunnen afstemmen op elkaar én op de reële nood die er is op basis van de aanwezige leerlingen om op die manier ervoor te zorgen dat scholen de gepaste middelen krijgen. Met dat doel evalueren we ook of de bestaande leerlingenkenmerken voldoende zijn om de noden van de leerlingenpopulatie te vatten.

Kinderen zijn de toekomst

Van ouders verwachten we betrokkenheid bij de school en bij het leertraject van het kind. Ouders die hun kinderen consequent en doelbewust leerkansen ontzeggen of geen interesse tonen in de schoolcarrière van hun kinderen, betrekken we in een traject.

Om het cultuurbewustzijn van de jongere generatie op peil te houden, stellen we voor om in navolging van Nederland een ‘canon van Vlaanderen’ op te stellen. Dat is een lijst van vijftig ankerpunten uit onze cultuur en geschiedenis die Vlaanderen als West-Europese samenleving typeren en die leerlingen moeten kennen.

Gegevens die we reeds kennen van een leerling worden aan elkaar gekoppeld, rekening houdend met de privacywetgeving. Dankzij die administratieve vereenvoudiging kunnen we leerlingen en studenten met een bijkomende ondersteuningsnood beter ondersteunen vanuit verschillende departementen.

Elk kind moet vrij en als gelijke kunnen opgroeien op school. We kiezen principieel voor levensbeschouwelijke neutraliteit in door de overheid ingericht onderwijs. Dat wil zeggen dat scholen voorschriften opnemen in hun reglement voor zover deze redelijk en proportioneel zijn.

We sturen het M-decreet en de uitvoering ervan bij zodat alle leerlingen maximale leerkansen krijgen hetzij in het gewoon onderwijs voor zij die het, al dan niet met extra zorg, kunnen hetzij in het buitengewoon onderwijs voor wie het nodig is. We trekken deze principes door naar (uitermate) hoogbegaafden en snel-lerenden, zodat indien nodig, ook voor hen specifieke pistes (of individuele curricula) kunnen uitgewerkt worden. Niet enkel op niveau van het basisonderwijs, maar ook op niveau van het secundair en hoger onderwijs.

Basisonderwijs

De beheersing van het Nederlands is een absolute topprioriteit. Met een verlaging van de onderwijsplichtleeftijd naar vijf jaar zorgen we ervoor dat kinderen die thuis onvoldoende Nederlands spreken, de taal reeds in de kleuterschool kunnen leren en zo het lager onderwijs zonder taalachterstand kunnen starten. Taalbaden Nederlands tot 1 schooljaar, die nu reeds mogelijk zijn, worden aangemoedigd en ondersteund.

Het aantal kinderen per leerkracht moet werkbaar blijven. Zo kunnen bijvoorbeeld bij aanvang van de kleuterschool extra uren kinderverzorging een oplossing bieden.

We versterken het vreemdetalenonderwijs in het lager onderwijs. Met name de kennis van het Frans en Engels willen we verbeteren. Scholen zullen voortaan vanaf het derde leerjaar Frans aanbieden. Vanaf het vijfde leerjaar kan eventueel ook Engels aangeboden worden.

We stimuleren de organisatie van leergebiedexperten. Op die manier versterken we onder meer de aandacht voor wetenschap en techniek in het basisonderwijs. We faciliteren de inzet van vakexperten in het basisonderwijs, onder meer voor Wetenschap en Techniek, maar ook voor Frans, muzische vorming enz.

Secundair onderwijs

Een getrapte studiekeuze blijft de hoeksteen van het secundair onderwijs. C-attesten, B-attesten, herexamens: met die instrumenten kan de klassenraad leerlingen op maat evalueren.

Ook in het secundair onderwijs is een goede beheersing van het Nederlands de sleutel voor een succesvolle schoolloopbaan en verdere carrière. Daarom willen we onder andere actief de mogelijke taalstimuleringsmaatregelen Nederlands (zoals taalbaden, bijspijkerlessen) promoten bij leerkrachten, directies en schoolbesturen.

We bouwen duaal leren verder uit en werken de praktische hinderpalen weg. Door leren op school én op de werkvloer te ontwikkelen zorgen we ervoor dat onderwijs en arbeidsmarkt gelijkwaardige partners zijn.

We vragen scholen om zelf actief aan kostenbeheersing te doen, aan het begin van het jaar een kostenraming mee te geven en in dialoog te treden met ouders met betalingsmoeilijkheden. De hoogte van de studietoelage laten we beter aansluiten bij de reële kost van een studierichting.

Op het einde van het secundair onderwijs wisselen we gegevens van schoolverlaters die niet verder studeren automatisch uit met de VDAB De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) is een Vlaamse overheidsdienst die vraag en aanbod op de arbeidsmarkt samenbrengt, bemiddelt voor werkzoekenden en hen naar werk begeleidt via een traject op maat. In het kader van de zesde staatshervorming werd ook de controle en sanctionering van werkzoekenden, een vroegere RVA-bevoegdheid, in 2016 een taak van de VDAB. De Waalse tegenhanger van de VDAB is Forem en de Brusselse Actiris. VDAB om hen zo snel als mogelijk te begeleiden naar een gepaste job of een opleiding die hen toegang geeft tot een job.

De verschillende vakken blijven bestaan zodat leerkrachten met de juiste competenties ook de inhoud beheersen en kunnen realiseren bij hun leerlingen.

Hoger onderwijs

In overleg met de hogeronderwijsinstellingen bekijken we voor welke opleidingen het aangewezen is om de toelatingsproeven bindend te maken of om een plafond in te voeren voor buitenlandse studenten indien voor die opleiding in het buitenland een numerus fixus of clausus van toepassing is.

Om de studieduurtijd in te korten, perken we de flexibilisering in die de voorbije jaren te ver is doorgeschoten in universiteiten én hogescholen. We koppelen de resultaten en adviezen van het secundair onderwijs aan de resultaten van de oriënteringproef op het einde van het secundair en aan de toetsen bij aanvang van het hoger onderwijs. Op die manier oriënteren we studenten sneller naar de juiste studierichting of naar een algemeen vormend zevende jaar.

Om resultaten van wetenschappelijk onderzoek vlot te kunnen verspreiden in Vlaanderen, moet het Nederlands als wetenschapstaal overeind blijven. Vlaanderen moet wetenschappelijke publicaties maximaal ontsluiten zonder hoge kosten voor de instellingen of voor de gebruiker.

Wetenschappelijk onderzoek wordt maximaal ontsloten los van dure platformen. De financiering van de opleidingen in het hoger onderwijs moet in verhouding zijn met de kost van en de nood aan de betreffende opleiding.

Kwaliteitscontrole en -verbetering

De kwaliteit van ons onderwijs meten we via outputcontrole, bijvoorbeeld door toetsen die de leerwinst meten en die aangeven waar een leerling staat aan het einde van het basisonderwijs en het secundair onderwijs.

De onderwijsmiddelen moeten prioritair ingezet worden waarvoor ze bedoeld zijn én waar de leerlingen zich bevinden: dat is in de klas en in de school. Er komt een strikte begrenzing op de maximaal toegestane afdracht van personeelsleden en middelen van scholen aan onderwijsverstrekkers en andere onderwijsdiensten en structuren die niet in de klas staan of niet in rechtstreekse relatie staan met leerlingen en leerkrachten in de school.

Centra voor leerlingenbegeleiding en ondersteuningsnetwerken werken voortaan net-onafhankelijk, waardoor versnippering wordt tegengegaan en het personeel zich maximaal kan inzetten voor datgene waarvoor ze gekozen hebben: leerlingen begeleiden en ondersteunen en maximaal contact met ouders en scholen in een betere dienstverlening.

Scholenbouw en uitrusting

Elke school heeft een eigen pedagogisch project, een eigen ziel, een eigen cultuur. Samen creëren ze het rijke landschap aan Vlaamse scholen. Ouders, leerlingen en personeel kiezen voor een school omwille van die eigenheid. Met de N-VA komen er geen verplichte fusies van scholen die ingaan tegen de wil van ouders, leerlingen en leerkrachten.

Daar waar er in het basisonderwijs nog capaciteitsproblemen zijn, werken we die de eerstkomende jaren prioritair weg. Vervolgens focussen we ons in de bouw van nieuwe, multifunctionele schoolgebouwen vooral op het secundair onderwijs, waar de komende jaren de noden het hoogst zullen zijn.

We investeren ook extra in de didactische ondersteuning van STEM-opleidingen, van het tso en het bso, net zoals we het leergebied en het vak wetenschap en techniek blijven uitbouwen.

We blijven verder inzetten op een samenwerking tussen scholen, sportclubs en lokale besturen met het oog op een maximaal multifunctioneel gebruik van schoolinfrastructuur.

Het Deeltijds Kunstonderwijs heeft een stevige hervorming achter de rug. We monitoren de resultaten op vlak van resultaten van de leerlingen en de organiseerbaarheid.

Opleidingen in het volwassenenonderwijs spitsen zich inhoudelijk toe op opleidingsnoden die er zijn. Tevens organiseren ze zich flexibel naar de doelgroep toe.

Ouders krijgen maximaal de vrijheid om een school naar wens te kiezen voor hun kinderen. We schaffen de dubbele contingentering in het hele leerplichtonderwijs af. Met een verplicht en digitaal inschrijvingsregister wordt willekeur door scholen tegengaan en creëren we minder planlast voor scholen.

2. Asiel en migratie

De N-VA staat voor een degelijk en kordaat asiel- en migratiebeleid. Zo willen wij van migratie weer een positief verhaal maken. Dat doen we door de instroom niet passief te ondergaan maar door te werken aan een beleid van harmonieuze immigratie dat rekening houdt met onze culturele, economische en sociale draagkracht. Een beleid dat onze samenleving versterkt in plaats van verzwakt. Daartoe wil de N-VA een gereguleerd, georganiseerd en begrensd migratiebeleid. In ons confederaal model worden de regio’s verantwoordelijk voor het migratiebeleid. We moeten zelf kunnen kiezen wie en hoeveel mensen we verblijfsrecht geven.

Ons beleid zet duidelijkheid boven willekeur. Daarom hebben we de laatste jaren de ongecontroleerde instroom ingedijkt, hebben we grenzen gesteld aan de opvang en prioritair werk gemaakt van terugkeer, in de eerste plaats van criminelen en illegalen.

Om een einde te maken aan onduidelijk beleid van het verleden, opteren wij voor een sterkere focus op collectieve opvang, in de eerste plaats in de regio’s van herkomst. We verkiezen kwaliteitsvolle opvang in de regio van herkomst boven intercontinentale migratie. Ter plaatse helpen we bij de uitbouw van veilige havens zonder dat er mensensmokkelaars aan te pas komen.

Elk migratiebeleid start bij een sterk grenzenbeleid. Iedere lidstaat van de Europese Unie moet zijn verantwoordelijkheid daarin nemen, te beginnen met – maar niet uitsluitend - de grenslanden van de Unie. Die kunnen daarvoor op de nodige steun rekenen van de andere EU-landen. Migranten die de regels aan hun laars lappen, kunnen geen toegang krijgen tot ons grondgebied. Wie op een illegale manier Europa bereikt of tracht te bereiken, wordt dus uitgesloten van een verblijf in de EU. Tegelijk moet de doorwuifaanpak tussen de lidstaten stoppen, zodat lidstaten de verantwoordelijkheid over controle, opvang, en verblijf niet langer onverantwoord naar elkaar doorschuiven.

Wij willen een modern Europees en internationaal asiel- en migratiebeleid. De mensenrechten zijn universeel, maar burgerrechten zijn dat niet. Dat onderscheid maken de internationale migratieakkoorden uit de vorige eeuw niet. Nochtans is dat essentieel: burgerrechten bouwt men stap na stap op, rechten komen met plichten. Daarom wil de N-VA bijvoorbeeld meer grenzen stellen aan de toegang tot de Sociale zekerheid De sociale zekerheid is in België tot nader order federaal. De belangrijkste pijlers van de Belgische sociale zekerheid zijn: de ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV), de pensioenen, de werkloosheidsverzekering en de kinderbijslagen. Daarnaast ook nog beroepsziekten, arbeidsongevallen en jaarlijkse vakantie. Sommige Vlaamse partijen ijveren al lang voor de overheveling van (grote delen van) de sociale zekerheid naar gewesten en gemeenschappen. sociale zekerheid . Wie daarvan gebruik wil maken, moet eerst bijdragen.

Er moet meer aandacht zijn voor actieve immigratie. Een positief migratiebeleid gaat ook om arbeids- en kennismigratie. Met studenten, hoogopgeleiden en andere specifieke profielen voor knelpuntberoepen kunnen we met een correct migratiebeleid onze samenleving versterken.

Een sterk terugkeerbeleid blijft het sluitstuk van een volwaardig migratiebeleid. Vrijwillig als het kan, gedwongen als het moet. Een bevel om het grondgebied te verlaten laat geen keuze. Illegaal verblijf kan niet worden gedoogd. De N-VA wil sterk blijven investeren in internationale samenwerking voor het terugkeerbeleid.

Voorstellen

Opvang in de regio van herkomst met onze steun

We voorzien operationele en financiële ondersteuning voor de opvang in de regio’s van herkomst. Parallel met de afbouw van de capaciteit in België worden de middelen en expertise van onder meer Fedasil geheroriënteerd naar de opvang buiten Europa in veilige havens in samenwerking met internationale organisaties en de Europese Unie. We richten ons daar ter plaatse op de grote infrastructuurnoden die noodzakelijk zijn voor een menswaardig bestaan en de afhandeling van een correcte asielprocedure.

Met de landen die opvang voorzien, ontwikkelen we een hecht economisch en politiek partnerschap. We investeren in de sociaaleconomische positie, veiligheid en stabiliteit van het gastland en van de vluchtelingen. Van landen die financiële steun krijgen, verwachten we ook dat ze hun grenzen adequaat bewaken en de doorstroom van illegale migratie tegengaan.

Halt aan de illegale immigratie

De illegale instroom van migranten wordt een halt toegeroepen. Wie onderschept wordt op zee of wie in Europa verblijft zonder geldig visum verliest zijn recht op asiel of verblijf en wordt teruggebracht naar een veilig Derde land Een land dat geen lidstaat of kandidaat-lidstaat is van de Europese Unie en dat geen lid is van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) of de Europese Economische Ruimte (EER). derde land .

De Europese Unie moet terugnameakkoorden sluiten om alle smokkelboten met illegale migranten terug te brengen naar het laatste transitland. Deze pull-backs houden de boten tegen aan de stranden van landen als Libië en Tunesië. We versterken Frontex, het Europese grens- en kustwachtagentschap, en zorgen voor een gepast mandaat zodat het zijn rol terdege kan opnemen.

Eens de illegale instroom is ingeperkt, engageren we ons tot vrijwillige hervestiging. Die hervestiging van personen buiten de Europese Unie organiseren we samen met de UNHCR in buitenlandse opvangkampen. Daarbij werken we met een strikt jaarlijks nationaal quotum. We houden daarvoor rekening met de socio-economische en culturele draagkracht van onze samenleving.

Elkeen en elke organisatie is eraan gehouden de Europese regelgeving consequent en degelijk toe te passen. Dit geldt ook voor NGO’s en vzw’s die illegale immigratie faciliteren. Om minderjarige slachtoffers van mensenhandel beter op te vangen en netwerken van mensensmokkelaars sneller op te rollen, zorgen we voor een statuut voor minderjarige slachtoffers - naar analogie met het statuut voor volwassenen. Daarnaast richten we een aangepast centrum in waar we niet-begeleide minderjarigen die slachtoffer zijn van mensenhandel opvangen.

Toch illegaal in Europa geraakt? Terugkeer is de enige optie

Asiel kan alleen aangevraagd worden in de conflictregio’s. Zolang de Europese regelgeving dat principe niet heeft verankerd, kan een asielaanvraag enkel ingediend worden aan de buitengrenzen van België. De grenspolitie registreert de aanvraag. De kantoren van de Dienst Vreemdelingenzaken in Brussel worden ontheven van die taak en kunnen alleen in uitzonderlijke gevallen de asielaanvraag behandelen.

Er is geen gedoogbeleid voor personen in illegaal verblijf. Alle diensten van de overheid maken daar werk van. Want wie geen recht op verblijf heeft, heeft ook geen recht om hier te werken of sociale bijstand te ontvangen. Personen in illegaal verblijf zullen geen regularisatie-aanvraag meer kunnen indienen.

In het terugkeerbeleid geldt de regel ‘vrijwillig als het kan, gedwongen als het moet’. We intensifiëren het terugkeerbeleid. Wie wil terugkeren naar het oorspronkelijke land van herkomst kan in aanmerking komen voor een sterkere re-integratieondersteuning, zowel financieel als praktisch.

Loslaten van scheefgegroeide Europese regelgeving

We gaan voluit voor het hervormen van Europese richtlijnen en verordeningen die een strikt migratiebeleid onmogelijk maken. Daartoe bouwen we partnerschappen uit binnen de Europese Unie. Op korte termijn passen we de Europese regelgeving nog slechts zeer strikt toe, zoals ook Zweden heeft gedaan. Wanneer een aanpassing van de Europese regelgeving onmogelijk blijkt, ijveren we voor een opt-out systeem naar Deens model.

Collectieve opvang, geen lokale opvanginitiatieven

De opvang in individuele huizen of appartementen dooft uit. We houden een klein netwerk van collectieve asielcentra aan. Verzoekers van internationale bescherming zullen daar tijdens de gehele procedure verblijven. Vanuit een centraal punt wordt de nieuwkomer op medisch, psychologisch, juridisch en maatschappelijk vlak begeleid.

De opvang is beperkt in tijd. De overheid streeft ernaar een standaard asielprocedure na zes maanden af te ronden. In de centra wordt een verplichte gemeenschapsdienst georganiseerd en een pre-inburgeringscursus voorzien.

Een sterke koppeling tussen integratie en verblijf

Er komt een getrapt systeem van verblijfsvergunningen. De eerste vergunning geldt per definitie enkel voor een bepaalde duur. Pas na bewezen Inburgering Vlaanderen voert een inburgeringsbeleid. Dat is een begeleide en doelgericht gestuurde vorm van maatschappelijke integratie van mensen van vreemde afkomst. Bedoeling is de nieuwkomers een volwaardige plaats te geven in de samenleving door insluiting in plaats van uitsluiting. De inburgering, met onder meer taallessen en inburgeringscursussen, werd concreet door de deelname van de N-VA aan de Vlaamse regering sinds 2004 en de aanstelling van een minister van Inburgering. inburgering en voldoende kennis van het Nederlands kan een permanente verblijfsvergunning worden toegekend. Wanneer blijkt dat de kansen van het inburgerings- en integratiebeleid niet worden aangegrepen, moet er een einde gemaakt worden aan het verblijf.

Vlaanderen moet in de eerste plaats zelf bijkomende integratievoorwaarden kunnen stellen. Want wie hier zijn leven wil verderzetten, moet de Nederlandse taal spreken en bijdragen aan onze samenleving.

We willen grenzen stellen aan de toegang tot de sociale zekerheid. Er moet eerst worden bijgedragen vooraleer er gebruik van kan worden gemaakt. Alleen door een getrapt systeem uit te bouwen, kunnen we de sociale zekerheid betaalbaar houden en rechtvaardig organiseren. Economische migranten moeten zelfredzaam zijn en kunnen niet ten laste vallen van de sociale zekerheid. Het recht op sociale bijstand kennen we enkel nog toe aan wie aan een reeks strikte voorwaarden voldoet zodat we maximaal werken aan activering. Tegelijk zorgen we voor bijkomende Responsabilisering Het verantwoordelijk maken van de deelstaten, zodat ze beloond worden voor goed beleid en gestraft voor slecht beleid. Die responsabilisering was een eis van de N-VA tijdens de regeringsonderhandelingen van 2010-2011 over de herziening van de financieringswet. De N-VA wil onder meer een belangrijke fiscale autonomie voor de deelstaten en eigen verantwoordelijkheid over onder meer arbeidsmarktbeleid, gezondheidszorg en kinderbijslag.  responsabilisering van gemeenten die op dit vlak niet passend optreden.

Verstrenging van de gezinshereniging

Wie zijn familie of echtgenoot wil laten overkomen via gezinshereniging, moet geïntegreerd zijn. We voeren bijkomende voorwaarden in, die de startpositie van de partners en gezinsleden ten goede komt. Zo moet de gezinshereniger op het ogenblik van de aanvraag tewerkgesteld zijn, moeten er naast bestaansmiddelen ook spaargelden zijn, en moet er een aantoonbaar goed maatschappelijk gedrag zijn.

Inburgering begint in het buitenland. Wie naar Vlaanderen wil komen met oog op lang verblijf zal in een inburgeringstoets moeten slagen, net zoals in Nederland. In deze test wordt gepeild naar de basiskennis van onze taal en maatschappij. Slagen in deze toets die in het buitenland wordt afgelegd is een voorwaarde om een visum te krijgen.

De persoon die naar dit land wil komen voor gezinshereniging mag geen illegaal verblijf hebben gehad in de laatste vijf jaar.

De Belgische nationaliteit is een gunst, geen recht

Het verkrijgen van de nationaliteit is het sluitstuk van een succesvol integratietraject. We voeren een burgerschapstest in, die de kennis van en deelname aan de samenleving aantoont. Er is een wachtperiode van vijf jaar die verlengd wordt tot tien jaar als er geen overtuigende bijdrage aan de samenleving is geweest. Wie niet aan de voorwaarden voldoet, zal ook de nationaliteit niet krijgen.

De dubbele nationaliteit wordt afgeschaft. Wie onze nationaliteit wil bekomen moet afstand doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit.

In uitzonderlijke gevallen kan een tweede nationaliteit gecombineerd worden. Zo willen we het Belgen die in het buitenland werken niet onmogelijk maken hun professionele activiteiten verder te zetten. De aanvrager moet dan aantonen dat het niet bekomen van de nieuwe nationaliteit hem of haar onevenredig zal hinderen of moet een wezenlijk hoger economisch belang aan de dag kunnen leggen.

Wie onze nationaliteit zonder goedkeuring combineert met een andere nationaliteit, begaat een voortdurend misdrijf en daar staan straffen op.

De gronden om de nationaliteit in te trekken verruimen we. Wie duidelijk maakt geen deel te willen uitmaken van onze samenleving, verliest de nationaliteit.

3. Inburgering en integratie

Zich integreren is meer dan zich ergens vestigen. Elke nieuwkomer die inburgert, start tegelijk met de participatie aan onze samenleving. De N-VA houdt van Vlaanderen, het Nederlands, ons erfgoed en onze manier van leven. We dragen onze cultuur trots uit en nodigen nieuwkomers uit om er volwaardig deel van te worden. Ons Vlaams burgerschap staat voor hen open. Als maatschappij hebben we er alle belang bij kansen te bieden, en elke nieuwkomer heeft er belang bij die ook maximaal te benutten.

Het louter terugplooien op de eigen culturele tradities en gewoontes zonder inspanning om onze cultuur te leren kennen, belemmert de integratie van migranten en hun kinderen, net omdat er zo weinig contact is met de rest van de bevolking. We willen duurzame verbinding creëren, tussen ‘oude’ en ‘nieuwe’ Vlamingen. Dit is een van de grootste uitdagingen waar we voor staan. Als samenleving kunnen we niet aanvaarden dat wie geen plichten opneemt, wel alle rechten kan genieten. Dat kan gaan om een flagrante weigering te participeren aan de samenleving, om het bewust niet leren van de taal, maar ook het niet respecteren van de leerplicht.

Onze rechtsstaat staat bij dit alles niet ter discussie. Zo staat er geen enkele religie of levensbeschouwing boven de wet, is er de scheiding der machten, de scheiding van Kerk en Staat, de gelijkheid en individuele vrijheid op het vlak van levensbeschouwing, geslacht, seksuele geaardheid en het publieke beleven daarvan. We mogen verwachten dat onze rechten, plichten en vrijheden aanvaard maar ook toegepast worden in de dagelijkse omgang. Daarbij begeleiden we elke nieuwkomer in het inburgeringsproces maar betuttelen we niet.

De inburgeringskansen stijgen dankzij het gevoerde N-VA-beleid. In 2017 werden gevoelig meer inburgeringstrajecten afgesloten. Bovendien nam de helft van het aantal inburgeraars vrijwillig deel aan een traject en zijn acht op de tien zeer tevreden van het aanbod aan inburgeringskansen. Ondanks de grote asielinstroom bleven de inburgeringstrajecten voor nieuwkomers gegarandeerd dankzij bijkomende Vlaamse investeringen.

We concentreren ons in het aanbod op taalverwerving, de maatschappelijke oriëntatie en de economische zelfredzaamheid van de nieuwkomer. We mogen eisen stellen aan de Inburgering Vlaanderen voert een inburgeringsbeleid. Dat is een begeleide en doelgericht gestuurde vorm van maatschappelijke integratie van mensen van vreemde afkomst. Bedoeling is de nieuwkomers een volwaardige plaats te geven in de samenleving door insluiting in plaats van uitsluiting. De inburgering, met onder meer taallessen en inburgeringscursussen, werd concreet door de deelname van de N-VA aan de Vlaamse regering sinds 2004 en de aanstelling van een minister van Inburgering. inburgering van nieuwkomers. Inburgeringstrajecten zijn niet vrijblijvend.

Zo voerde Vlaanderen een resultaatsverbintenis in voor inburgeraars. Gewoon aanwezig zijn tijdens de cursus volstaat niet langer. Het inburgeringsattest wordt pas afgeleverd als er een goed resultaat wordt behaald voor de cursus Nederlands en maatschappelijke oriëntatie. Wie te weinig inspanningen levert, kan een boete krijgen.

Ook de toegang tot de Sociale zekerheid De sociale zekerheid is in België tot nader order federaal. De belangrijkste pijlers van de Belgische sociale zekerheid zijn: de ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV), de pensioenen, de werkloosheidsverzekering en de kinderbijslagen. Daarnaast ook nog beroepsziekten, arbeidsongevallen en jaarlijkse vakantie. Sommige Vlaamse partijen ijveren al lang voor de overheveling van (grote delen van) de sociale zekerheid naar gewesten en gemeenschappen. sociale zekerheid , bijstand en fiscale voordelen wordt gekoppeld aan verblijf en/of werk. Vroeger had men al recht op een werkloosheidsuitkering na één dag werk. Dat is dankzij de N-VA opgetrokken naar drie maanden. Ook de inkomensgarantie voor ouderen is voorwaardelijk gemaakt aan een verblijf in dit land van minstens tien jaar. Bijkomend wordt er ook van sociale huurders verwacht dat zij een basiskennis Nederlands hebben.

Voorstellen

Inburgering voor alle nieuwkomers met duurzaam verblijfsperspectief

Alle nieuwkomers die zich langdurig in Vlaanderen willen vestigen, nemen deel aan het inburgeringstraject. Dat geldt voor personen van binnen en buiten de EU. We ondernemen stappen om EU-onderdanen te verplichten een inburgeringstraject te volgen.

Alleen personen met een duurzame verblijfsvergunning zullen toegang krijgen tot de inburgeringscursus. Personen in een asielprocedure die nog niet zeker zijn van een verblijfsvergunning krijgen toegang tot een pre-inburgeringstraject in de asielcentra.

Betere taalvaardigheid

De beheersing van de Nederlandse taal opent de deuren voor iedereen. We verbeteren de taalvaardigheid tot het niveau B1 van het Europees taalreferentiekader. Betere taalkennis en -verwerving is essentieel voor zelfredzaamheid en deelname aan de maatschappij.

Als overheid communiceren we in laagdrempelig en duidelijk Nederlands. We moeten anderstaligen zoveel mogelijk kans geven om het Nederlands te oefenen buiten de klas.

Als nieuwkomers een tolk nodig hebben in hun interactie met de overheid, moeten ze die zelf betalen en wordt die niet langer gesubsidieerd.

Aan de slag met waarden en normen in de samenleving

De cursus maatschappelijke oriëntatie is gericht op het zich eigen maken van de publieke waarden en de normen die gelden in de Vlaamse samenleving. Nieuwkomers verwerven kennis over hoe burgers met elkaar omgaan en hoe het is om te wonen en werken in Vlaanderen. Ook de Vlaamse geschiedenis, cultuur en onze plichten als burger komen aan bod.

We voegen een burgerschapstest in met drie onderdelen: (1) de toetsing van de kennisoverdracht; (2) de ondertekening van de Vlaamse participatieverklaring, waarin de nieuwkomer bevestigt de waarden en normen te kennen en die te zullen naleven, en (3) de omzetting van de verklaring in de praktijk, waarbij de nieuwkomer aantoont de verworven kennis ook effectief te gebruiken door actief deel te nemen aan de samenleving.

Werk, de weg naar succes

Elke nieuwkomer die een inburgeringstraject volgt, wordt verplicht om zich in te schrijven bij de VDAB De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) is een Vlaamse overheidsdienst die vraag en aanbod op de arbeidsmarkt samenbrengt, bemiddelt voor werkzoekenden en hen naar werk begeleidt via een traject op maat. In het kader van de zesde staatshervorming werd ook de controle en sanctionering van werkzoekenden, een vroegere RVA-bevoegdheid, in 2016 een taak van de VDAB. De Waalse tegenhanger van de VDAB is Forem en de Brusselse Actiris. VDAB . Op die manier kan de VDAB de nieuwkomer begeleiden naar werk. De toegang tot sociale rechten, bijstand en fiscale voordelen wordt meer afhankelijk gemaakt van de verblijfsduur en/of de deelname aan de arbeidsmarkt.

4. Veiligheid

De overheid moet ervoor zorgen dat haar burgers beschermd worden in hun eigen huis, straat en woonplaats. Een goed ontwikkeld politie- en veiligheidsapparaat en moderne inlichtingendiensten waarborgen vrijheid en veiligheid voor allen. Na decennia van laissez-fairebeleid werd met de N-VA de omslag gemaakt naar een echte veiligheidscultuur. Er wordt opnieuw geïnvesteerd in mensen en middelen bij onze veiligheidsdiensten.

Vriend en vijand erkennen dat ons veiligheidsbeleid er de voorbije jaren duidelijk op vooruit is gegaan. Honderd procent veiligheid kan niemand garanderen. Toch kunnen we met zekerheid zeggen dat we nu in een veiliger land leven dan vijf jaar geleden.

Ons doel is een doordacht nultolerantiebeleid. Iedereen moet zich aan de regels houden. Doet men dat niet, dan moet de overheid optreden. Een integrale veiligheidsaanpak kan evenwel enkel werken als er een intelligente informatiedoorstroming én samenwerking zijn tussen alle actoren: de burgers, de gemeente, politie, parket, fiscale en sociale opsporingsdiensten, … Daarbij moet men uiteraard de privacyregels in acht nemen. Het is in een samenleving ook altijd opletten dat de zoektocht naar veiligheid niet haaks staat op de vrijheid en de verantwoordelijkheid van mensen.

Belangrijk in de strijd tegen radicalisering is het preventiebeleid dat de Vlaamse Regering voerde. Er is de laatste jaren terecht veel en degelijk geëxperimenteerd met allerlei preventieve aanpakken. Het is zaak voor de volgende Vlaamse Regering om hierop te blijven inzetten en te blijven zoeken naar de best mogelijke aanpak waarmee radicalisering kan worden tegengegaan.

Naar aanleiding van de islamitisch gemotiveerde aanslagen in België en elders in Europa, namen we meer dan 30 antiterrorismemaatregelen: vertrekken naar het buitenland voor terroristische doeleinden is nu strafbaar, de financiële tegoeden van terroristen worden bevroren, de analysecapaciteit van de Staatsveiligheid, defensie wordt ingezet om bewakingsopdrachten uit te voeren, haat predikende websites worden onder de loep genomen, … Die maatregelen kwamen bovenop de installatie van BE-alert, de uitbreiding van het ANPR-cameranetwerk met nummerplaatherkenning, en het centraal register van alle beveiligingscamera’s.

De N-VA staat voor een gecoördineerd, volwassen veiligheidsbeleid op basis van structurele samenwerking en informatiedeling. Het Kanaalplan is de pionier én het schoolvoorbeeld van een doorgedreven samenwerking op het terrein tussen politie, parket, gemeente, Dienst Vreemdelingenzaken, sociale en fiscale inspectie- en opsporingsdiensten, ...

De N-VA gaat de strijd aan met de georganiseerde criminaliteit: drugsproductie en drugshandel, mensenhandel, witwassen van criminele gelden via bijvoorbeeld vastgoed en horeca. Helaas is de bestuurlijke handhaving voor veel lokale besturen nog vaak te complex. Dankzij ondersteuning in knowhow en juridische expertise zullen we aan die verzuchting tegemoetkomen. Belangrijk is ook om geldstromen droog te leggen die terrorisme en radicaalislamitische propaganda financieren.

We moeten de ingeslagen weg verder volgen en blijven investeren in onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Maar de beschikbare middelen zijn uiteraard beperkt. Daarom gaan we in eerste instantie op zoek naar efficiëntiewinsten, via verregaande samenwerking tussen lokale politiezones en schaalvergroting door fusies. De vrijgekomen middelen investeren we opnieuw in ons veiligheidsbeleid en zetten we in waar ze nodig zijn. Zo gaan we voor meer blauw op straat.

De doorbraak van disruptieve technologieën als Blockchain Een netwerk van databases, die allemaal met elkaar verbonden zijn. Zo ontstaat één grote digitale ketting van informatie en transacties, waarbij elk onderdeel gelinkt is aan het vorige. De informatie zit dus niet in één database bij één partner. Met blockchaintechnologie kunnen financiële en andere transacties worden geregistreerd, zonder de vele tussenpersonen en de pakken administratie die nu vaak nog nodig zijn. blockchain en artificiële intelligentie maakt bovendien dat het veiligheidsapparaat zich moet heruitvinden. De overheid zal, als eerste behoeder van de veiligheid, de leiding moeten nemen.

In een confederaal systeem hebben de regio’s vanzelfsprekend de volle bevoegdheid over het veiligheidsbeleid en werken we met een confederale Veiligheidscel voor de bestrijding van grootschalige misdaad.

Voorstellen

Strijd tegen radicalisering en terrorisme

We blijven de lokale besturen ondersteunen in hun regierol in de preventie van radicalisering van vaak jonge moslims. Leerkrachten, welzijnswerkers, jeugdwerkers en arbeidsconsulenten hebben een belangrijke rol in het oppikken van signalen die kunnen wijzen op (gewelddadige) radicalisering. Zij kunnen ook helpen om die personen weer op het juiste spoor te zetten.

De burgemeester krijgt de mogelijkheid om panden te sluiten als er aanwijzingen zijn dat er wordt opgeroepen tot gewelddadige radicalisering.

We gaan verder op de ingeslagen weg en herbekijken de voorwaarden voor erkenning van lokale geloofsgemeenschappen. We leggen de focus op de lokale inbedding, de positieve rol in de gemeenschap en het beteugelen van ongewenste buitenlandse inmenging. De rol van de Staatsveiligheid wordt aangescherpt. Indien nodig kan de erkenning worden ingetrokken.

De taak van de inlichtingendiensten is dreigingen identificeren en opsporen. Nu ligt de focus zeer vaak op het opsporen en vervolgen van daders. Ze moeten meer inzetten op een preventieve werking, namelijk het vroegtijdig detecteren van de dreiging, waardoor die kan voorkomen worden.

Inlichtingendiensten kunnen zelf ook een actieve verstorende rol spelen. Net zoals in andere landen moeten zij malafide personen of organisaties kunnen aanspreken, zodat die beseffen dat ze gekend zijn en gevolgd worden.

De federale politie krijgt de mogelijkheid te patrouilleren op het internet en om bijvoorbeeld in het dark web te infiltreren met een vals account.

We zorgen ervoor dat de overheid te allen tijde weet wie er geregistreerd staat als gebruikelijke bestuurder van een voertuig, ook van gehuurde en geleasede wagens. We nemen een wetgevend initiatief om het bestaande systeem met de leasingsector performanter en sluitender te maken. Hierdoor zal het eenvoudiger worden om boetes voor verkeersovertredingen te innen én maken we het gebruik van huurwagens voor terroristische aanslagen moeilijker.

Strijd tegen drugs en georganiseerde criminaliteit

De N-VA pleit voor een strenge aanpak van drugscriminaliteit en drugsoverlast. Een gedoogbeleid biedt geen oplossing. Dat confronteert gebruikers onvoldoende met de problematiek en leidt tot een ontoelaatbare overlast op straten en pleinen.

Het Antwerpse Stroomplan moet geografisch worden uitgebreid om verschuivingen van het criminele werkterrein te kunnen opvolgen. Dit is een unieke samenwerking op het terrein tussen lokale en federale politie, sociale en financiële inspectie, parket en stedelijke veiligheidsdiensten (bouwtoezicht, woonkwaliteit, brandveiligheid…).

We moeten drugshandelaars treffen waar het hen het meeste pijn doet: in hun portemonnee. We focussen op de recuperatie van criminele vermogens, ook in het buitenland. We doen dit van bij het begin van het strafrechtelijk onderzoek. Zo vermijden we dat criminelen zich in de loop van het onderzoek onvermogend maken.

Het fenomeen van de illegale drugshandel moet grensoverschrijdend gemonitord worden. Er wordt gewerkt aan een performante informatie-uitwisseling tussen de overheden in België en Nederland. Er kan ook gewerkt worden met gemeenschappelijke onderzoeksteams voor het uitvoeren van financiële onderzoeken, bijvoorbeeld met kaalplukteams die alle winsten afkomstig uit misdaad afpakken.

Criminelen maken steeds meer gebruik van handelszaken en investeringen om hun geld wit te wassen of hun criminele praktijken uit te breiden. De burgemeester moet een integriteitsonderzoek kunnen voeren naar de uitbaters van handelszaken en indien nodig het pand sluiten of de vergunning intrekken. Daarnaast krijgt hij ook de mogelijkheid om bestuurlijke maatregelen effectief te kunnen handhaven door middel van een bestuurlijke dwangsom en een bestuurlijke verzegeling. We zien nu veel te vaak dat mensen de maatregelen die ze opgelegd krijgen, simpelweg aan hun laars lappen en dat de burgemeester daarop niet gepast kan reageren. Die vorm van straffeloosheid moet eruit.

In de strijd tegen illegale transmigratie en mensensmokkel voeren we de politiecontroles langs de autosnelwegen en langs de reisroutes van de transmigranten op. Uiteraard is ook daar de medewerking van het lokale bestuur vereist.

Een efficiënt, effectief en toekomstgericht veiligheidsbeleid

We blijven structureel investeren in onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten. De staatsveiligheid wordt versterkt. De staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst (ADIV) creëren één inlichtingengemeenschap.

Brussel is door de aanwezigheid van talloze internationale en Europese instellingen een zeer belangrijke diplomatieke pool, waar veel strategische info beschikbaar is. De veiligheidsdiensten moeten de nodige middelen en bevoegdheden krijgen om effectief op te treden tegen spionage en buitenlandse inmengingen.

Onze ondernemingen, hun klantendata en hun kennis en technologieën moeten we beter beveiligen. Het Centrum voor Cyberveiligheid moet strategische dreigingsanalyses maken en ondernemingen ondersteunen.

De overheid moet zich richten op haar kernopdrachten en nagaan of bepaalde taken beter en voordeliger worden uitgevoerd door private ondernemingen. Denk bijvoorbeeld aan het verlenen van advies rond inbraakpreventie of de controle van de conformiteit van voetbalstadions. De eigenlijke politietaken blijven uiteraard het monopolie van de politie.

Binnen de GAS-wetgeving bestaat de gemeenschapsdienst als alternatief voor de administratieve geldboete. Het probleem is dat de gemeenschapsdienst nu enkel kan op vrijwillige basis. We willen de gemeenschapsdienst op een meer dwingende manier kunnen opleggen. We voorzien ook de mogelijkheid van hogere GAS-boetes in geval van recidive. Daarnaast werken we aan een centraal register van administratieve sancties en maatregelen. Gemeenten krijgen gecontroleerde toegang.

We betrekken de burger meer in de veiligheidscultuur. De werking van de buurtinformatienetwerken (BIN’s) wordt verder ondersteund. We creëren ook een wettelijk kader dat het mogelijk maakt dat vrijwilligers bij de politie werken, bijvoorbeeld voor taken die een specifieke expertise vereisen.

Er moet een coherent wettelijk kader komen voor de noodtoestand, zoals dat bestaat in Nederland, Groot-Brittannië en Frankrijk. Tijdens de noodtoestand zijn administratieve detentie, huisarrest en bestuurlijke zoekingen mogelijk. Uiteraard houdt een rechter toezicht op de hoorplicht, noodzakelijkheid, proportionaliteit, effectiviteit en afdoende motivering van de detentie.

Hervorming politiediensten

Om de werking van de politiediensten op lokaal niveau te versterken, zetten we nog meer in op samenwerkingen tussen lokale politiezones en fusies. We herbekijken de financiering van de lokale politiezones zonder dat de dotaties van individuele zones achteruitgaan.

We blijven inzetten op een betere aanspreekbaarheid van de lokale politie. Ook een betere samenwerking en synergieën tussen de lokale en federale politie maken de inzet van de beschikbare middelen efficiënter.

Brandweer en Civiele bescherming

De N-VA wil volop inzetten op de omslag van een reactieve naar een proactieve en preventieve brandweer die maximaal gebruik maakt van nieuwe technologieën.

Vrijwillige brandweermannen zijn zeer belangrijk. Het is een uitdaging om voldoende en geschikte kandidaten te blijven vinden en te behouden. Met een kwaliteitsvol modern management willen we daarop verder inzetten. De N-VA pleit ervoor om het bureau voor de vrijwilliger samen met de zone, de werkgever en de vrijwilliger naar oplossingen op maat te laten zoeken.

De bevoegdheden inzake brandweer, civiele bescherming, noodplanning en noodcentrales moeten overgedragen worden aan de gewesten, zoals het Brussel Hoofdstedelijk Gewest vandaag reeds bevoegd is voor de brandweer. Zo bestaan er vandaag op het gebied van brandpreventie federale normen op het vlak van constructie en gewestelijke normen voor de exploitatie. Die regelgevingen zijn niet complementair en op bepaalde punten zelfs contradictorisch en dus onwerkbaar. Samen met de bevoegdheden moeten uiteraard ook de nodige dotaties mee overgedragen worden.

Innovatie in veiligheid

De veiligheidsdiensten werken aan digitalisering en een optimale informatievergaring en -doorstroming. Er komt een Kruispuntbank Veiligheid. Dat is een platform dat de gegevens van de bestaande databanken met elkaar linkt. Het doel is informatie in real time uit te wisselen en de zoekactie van een aanvrager te vergemakkelijken. Ook op Europees niveau moet er nog meer worden ingezet op een vlotte informatiedoorstroming.

De N-VA wil het gebruik van bodycams uitbreiden van de politie naar andere hulpverleners (ambulances, brandweer, parkeerwachters).

5. Justitie

Naast een kordaat veiligheidsbeleid is er ook nood aan een goed werkende justitie. We moeten inzetten op een efficiënt gerechtelijk apparaat waarbij de rechtzoekende centraal staat. Iedere burger heeft recht op kwaliteitsvolle rechtspraak binnen een redelijke termijn. Het slachtoffer van een misdrijf heeft recht op spoedig herstel van de geleden schade. De maatschappij mag er terecht van uitgaan dat veroordelingen snel, correct en efficiënt worden uitgevoerd.

Al jarenlang is justitie een onderneming in moeilijkheden: archaïsche wetboeken, rigide personeels- en organisatiemanagement, torenhoge gerechtelijke achterstand, gebrekkige informatisering, een strafuitvoering die te wensen overlaat, overbevolkte gevangenissen, …

De voorbije legislatuur zijn er heel wat stappen gezet om justitie eindelijk die 21ste eeuw in te loodsen. We hebben een historische hervorming doorgevoerd van het systeem van de tweedelijnsbijstand (pro-deosysteem). De misbruiken ervan werden aangepakt en er werd een middelentoets ingevoerd zodat mensen die er echt nood aan hebben, recht blijven hebben op kosteloze rechtsbijstand. Het erfrecht en het huwelijksvermogensrecht werden gemoderniseerd en aangepast aan de huidige samenlevingsvormen. Er werd tevens een betere wettelijke omkadering voorzien voor pleegzorgers.

Ook de gerechtelijke procedureregels werden aangepast. Te veel en te logge procedureregels staan een goede, efficiënte rechtsbedeling in de weg. Louter administratieve taken werden afgestoten zodat de rechtbanken zich meer kunnen focussen op hun kerntaken.

Een pijnpunt blijft de strafuitvoering. Dat is nefast voor de geloofwaardigheid van justitie. Voor de N-VA moet een straf in principe volledig worden uitgevoerd. Modaliteiten zoals beperkte detentie, elektronisch toezicht en voorwaardelijke invrijheidsstelling zijn gunsten die pas kunnen worden toegekend als de gedetineerde de wil heeft getoond om zich te re-integreren in onze maatschappij. Die modaliteiten zijn van groot belang in het kader van de voorbereiding op het terugkeren in de maatschappij. Iedereen verdient een nieuwe kans maar men moet ook bereid zijn om die ten volle te grijpen.

Justitie is een logge tanker die zich langzaam laat bijsturen. Voor de N-VA is het falen van justitie voor een belangrijk deel te wijten aan de complexe bevoegdheidsverdeling. De zesde staatshervorming heeft die complexiteit helaas nog verhoogd. Voor werkstraffen, elektronisch toezicht en de re-integratie van gedetineerden in de gevangenis zijn de gemeenschappen bevoegd. Voor de gevangenisstraf en de gevangenissen zelf bleef de federale overheid bevoegd. De complexe versnippering van bevoegdheden maakt een geïntegreerd, efficiënt en effectief strafuitvoeringsbeleid zeer moeilijk.

Een belangrijke oorzaak van de kloof tussen burger en justitie is het archaïsche taalgebruik. Daarom moeten we alle justitiële spelers zoals magistraten en advocaten motiveren om toegankelijke taal te gebruiken.

Voorstellen

Veilig Vlaanderen

We willen dat het jeugddelinquentierecht meer ‘evidence based’ werkt.

We leggen een interventiedatabank aan waarin we het profiel van de jongere en de genomen maatregelen opnemen en nagaan of er nadien sprake is van recidive. Op termijn kunnen jeugdrechters de meest effectieve sanctie kiezen en wordt recidive op wetenschappelijke wijze tegengegaan.

Voor de begeleiding van delinquente jongeren voorzien we aangepaste programma’s, met snelle en preventieve interventies en wanneer nodig, bestraffing op maat. Daarbij worden ze aangesproken op hun verantwoordelijkheid en staat het herstel van de slachtoffers centraal. We investeren ook in een ‘high care, high security’ voorziening waar we jeugddelinquenten met een psychiatrische problematiek aangepaste begeleiding kunnen garanderen.

De Justitiehuizen moeten onmiddellijk actie ondernemen als een ex-gedetineerde zijn voorwaarden niet naleeft. We moeten werk maken van een automatische digitale terugkoppeling naar de andere partners in de strafrechtsketen (onder meer het Openbaar Ministerie, dat een cruciale rol speelt) als een veroordeelde zijn voorwaarden niet naleeft. Ook de politie moet systematisch ingelicht worden als een gedetineerde onder voorwaarden de gevangenis mag verlaten.

Streng maar rechtvaardig

Er moet een snelrecht komen voor zaken die eenvoudig, dat wil zeggen zonder dat er veel bijkomende onderzoeksdaden nodig zijn, kunnen berecht worden, bijvoorbeeld in geval van betrapping op heterdaad bij een winkeldiefstal of hooliganisme. Nu gebeurt het te vaak dat slachtoffers in de kou blijven staan omdat de vermoedelijke dader het land al uit is wanneer de zaak voor de rechtbank komt.

We voeren een systeem in met verschillende gradaties van toerekeningsvatbaarheid. Niet elke geesteszieke kan immers volledig ontslagen worden van zijn verantwoordelijkheid. Het toekennen van een bepaalde graad van toerekeningsvatbaarheid zal bepalend zijn voor de mogelijke maatregelen, bijvoorbeeld plaatsing in een forensisch psychiatrisch centrum of een verplichte ambulante psychiatrische behandeling.

Ieder arrondissement moet over een drugsbehandelingskamer beschikken. Problematische drugsverslaafden die voor de correctionele rechtbank komen, moeten de kans krijgen om in een begeleid traject af te kicken. Als men dat traject naleeft, wordt ermee rekening gehouden in de straf.

We verhogen de strafmaat voor terroristische misdrijven. Zo is de maximale gevangenisstraf voor deelname aan een terroristische groepering in de praktijk maximum 5 jaar. Dat is te weinig en moet worden opgetrokken.

De N-VA pleit voor een centraal slachtofferregister. Slachtoffers moeten meer en tijdig informatie krijgen op belangrijke momenten voor en na de veroordeling van de dader.

De terbeschikkingstelling aan de strafuitvoeringsrechtbank moet worden uitgebreid naar een groter aantal misdrijven. We moeten ook bekijken of het mogelijk is om de terbeschikkingstelling verplicht op te leggen voor meer misdrijven. De huidige maximumtermijn van 15 jaar is te kort. Voor terro-veroordeelden moet levenslang mogelijk worden.

Forensisch DNA kan van grote meerwaarde zijn in strafonderzoeken. We pleiten voor een optimaal gebruik van DNA-onderzoek en de implementatie van nieuwe ontwikkelingen. Het koppelen van de politiedatabank met de DNA-databank zou nuttig zijn om onder meer netwerken in kaart te brengen. Uiteraard moeten het recht op privacy en de rechten van verdediging steeds gerespecteerd blijven. We verzamelen principieel enkel DNA-materiaal van criminelen.

Naar een efficiënt en klantgericht gerechtelijk apparaat

De N-VA ziet ook een bijzondere rol weggelegd voor de eenheidsrechtbank. Zij kan een betere dienstverlening bieden aan de rechtszoekende. Zo komt er één aanspreekpunt voor wie naar de ‘gewone’ rechtbank van aanleg moet, naar de rechtbank van koophandel, naar de arbeidsrechtbank,... Daarbij vermijden we bevoegdheidsconflicten tussen rechtbanken en geven we de korpsoverste meer mogelijkheden om de nodige functies binnen het arrondissement efficiënt in te vullen en om rechters te laten specialiseren.

We werken verder aan de informatisering van justitie om te komen tot een papierloos, volledig elektronisch gerechtelijk dossier. Ook noodzakelijk is een kruispuntbank waartoe alle justitiële actoren toegang hebben en waar ze documenten kunnen opladen.

We maken videoconferentie mogelijk voor alle soorten rechtszaken. Videoconferentie moet in eerste instantie mogelijk worden voor de verschijning van inverdenkinggestelden in voorlopige hechtenis voor de Raadkamer. Op die manier kan het aantal transporten van gedetineerden tussen gevangenissen en justitiepaleizen worden beperkt.

We zorgen in iedere centrale rechtbank voor een eenheidsloket waar mensen terechtkunnen met vragen om informatie. Ze kunnen er ook hun dossier indienen en het is de rechtbank die het dossier doorstuurt naar de bevoegde kamer, zodat er minder bevoegdheidsconflicten zijn.

Een zaak voor het Hof van Assisen is archaïsch, duurt zeer lang en kost zeer veel geld. De N-VA pleit voor de afschaffing van Assisen en de oprichting van een criminele kamer in de correctionele rechtbank, die bemand is door professionele rechters.

Gerechtsdeskundigen en tolken worden nu veel te laat en te weinig betaald. Daardoor zijn er steeds minder deskundigen die voor justitie willen werken. Dat zorgt voor een lagere kwaliteit van onze justitie. Door het tekort ontstaan er vertragingen waardoor procedures nog langer blijven aanslepen. Daarin moet dringend geïnvesteerd worden.

Op de rechtbank moeten dove mensen op eenvoudig verzoek steeds kunnen rekenen op de bijstand van een gebarentaaltolk, betaald door justitie.

We moderniseren de juridische beroepen met focus op de klantvriendelijkheid. We schakelen de gerechtsdeurwaarder in in de strijd tegen de schuldindustrie. We onderzoeken of het hypotheekkantoor en kadaster kunnen worden omgevormd in een digitaal grondboek dat geïntegreerd wordt met andere registers.

We zorgen voor een objectieve werklastmeting en daaraan gekoppelde verdeling van middelen en kader.

De rechterlijke organisatie tot en met de Hoven van Beroep wordt overgedragen aan de deelstaten.

We gaan voor een volwaardige uitbouw van het parket voor Halle-Vilvoorde, zonder de verplichte Franstalige parketmagistraten.

We ijveren voor een eigen rechtbank voor Halle-Vilvoorde, los van Brussel zodat Halle-Vilvoorde eindelijke een volwaardig gerechtelijk arrondissement wordt.

We maken een einde aan het recht van anderstalige verdachten om te vragen dat hun zaak door de meest nabije Franstalige rechtbank wordt berecht. Anderstalige beklaagden kunnen uiteraard wel aanspraak maken op bijstand van een tolk, zodat de rechten van verdediging niet geschonden worden.

Familierecht op mensenmaat

Huwen kan vandaag enkel in de gemeente waar je gedomicilieerd bent. Maar mensen hebben niet steeds een band met de plaats waar ze wonen of willen wel graag trouwen waar hun roots of hart liggen. Wij willen dat koppels onder bepaalde voorwaarden kunnen kiezen in welke gemeente ze trouwen.

Geschillen inzake familiale relaties worden bij uitstek via bemiddeling geregeld. Bij een scheiding waarbij kinderen betrokken zijn, geniet het de voorkeur in gezamenlijk overleg tot overeenkomst te komen. De wetgeving rond co-ouderschap is al meer dan tien jaar in voege en verdient een grondige evaluatie.

In de praktijk zijn er te veel vonnissen inzake omgangsrecht van ouders of grootouders die niet worden nageleefd. Jammer genoeg zijn mensen vaak niet op de hoogte van de sanctiemogelijkheden die zij hebben ten aanzien van de onwillige ouder. We zorgen ervoor dat de sanctiemogelijkheden worden opgenomen in het vonnis of akkoord dat de omgangsregeling vastlegt. Het bestaande straffenarsenaal is een stok achter de deur tegenover de onwillige ouder. In het geval van oudervervreemding zetten we eerst in op preventie en herstelgericht contact, als het niet anders kan moeten er sancties volgen.

De onderhoudsbijdrage is een van de meest fundamentele zaken nadat ouders scheiden. Er is nood aan een meer objectieve berekeningswijze. Er moet ook een analyse gemaakt worden van de fiscale behandeling van onderhoudsbijdragen.

Strafuitvoering en gevangenissen

Voorwaardelijke invrijheidsstelling is en blijft een gunst en is geen manier om overbevolking in de gevangenissen aan te pakken. Het is ook niet omdat iemand wettelijk gezien in aanmerking komt om vervroegde vrijlating aan te vragen, dat dit ook meteen moet toegestaan worden. De minimumtermijnen voor een voorwaardelijke invrijheidsstelling moeten omhoog.

Als we alle gevangenisstraffen uitvoeren, moet de gevangeniscapaciteit worden uitgebreid. Het Masterplan III dat voorziet in een uitbreiding tot 11.634 plaatsen moet onverkort worden uitgevoerd.

De N-VA pleit voor de inrichting van kleinere detentiehuizen omdat de begeleiding en de re-integratie van de gedetineerden daar over het algemeen eenvoudiger te realiseren zijn dan in een klassieke gevangenis. Ook wordt er bekeken of er voor de opsluiting in kleinere detentiehuizen voorrang kan worden gegeven aan delinquenten tussen 18 en 25 jaar die een eerste keer opgesloten worden, al dan niet in voorlopige hechtenis. Voorwaarde is dat er bij de lokale bevolking in de buurt van het detentiehuis een draagvlak is en dat de detentiehuizen voldoende beveiligd zijn.

We zorgen er eindelijk voor dat de wet wordt uitgevoerd en dat iedere gedetineerde een individueel detentieplan op maat heeft om hem vanaf het begin van de opsluiting in de gevangenis voor te bereiden op een zo vlot mogelijke re-integratie. Voor sommigen hangt hun re-integratie samen met het volgen van een beroepsopleiding, voor anderen in de beschikbaarheid van psychologische hulp, in de behandeling van hun verslaving, ... We zorgen er ook voor dat er in de gevangenis voldoende kortlopende opleidingen voorhanden zijn voor veroordeelden met een kortere gevangenisstraf.

Radicalisering in de gevangenis is een probleem. Er moeten nog meer mensen en middelen worden vrijgemaakt om geradicaliseerde gedetineerden te begeleiden en om gevangenispersoneel op te leiden om signalen van radicalisering te herkennen en ermee om te gaan. Gedetineerden met een radicaal terreurgedachtegoed moeten we eerst afzonderlijk zetten en behandelen, en daarna evalueren of die persoon klaar is voor het gewone regime.

6. Defensie

De ‘nooit meer oorlog’-gedachte kleurt onze visie op defensie. We willen vrede en stabiliteit in de wereld, om te beginnen in Europa en zijn achtertuin. Het is naïef om te denken dat we dat zullen bereiken door ons te ontwapenen en op defensie te besparen. In een veranderende wereld hebben we nood aan een sterke en efficiënte defensie.

De N-VA heeft defensie weer op de kaart gezet. Met een totaal investeringspakket van 9,2 miljard euro maakt ons beleid komaf met jarenlange besparingen in defensie. Onze strijdkrachten zullen over modern defensiematerieel beschikken dat hen de nodige slagkracht geeft hun taak te vervullen. Zo kunnen we ons eindelijk weer tonen als een betrouwbare veiligheidspartner voor onze bondgenoten.

Defensie bleek een belangrijke pijler te zijn voor de binnenlandse veiligheid. De militairen in het straatbeeld droegen bij tot de bescherming van onze burgers. De grootste verdienste daarvoor ligt bij de militairen zelf, die ook in de toekomst moeten kunnen rekenen op het beste materieel en het beste leiderschap om hun opdracht uit te voeren.

Maar het werk is nog niet gedaan. Het is nu zaak onze strategische koerswijziging en de breuk met het verleden volledig door te voeren.

We bouwen aan een professioneel, veelzijdig en inzetbaar leger. De investeringen in modern materieel rollen we verder uit en we geven onze strijdkrachten de middelen die nodig zijn om hun taken uit te voeren. Langdurige defensie-akkoorden die meerdere legislaturen overspannen, garanderen financieel perspectief en stabiliteit.

We werken aan een modern personeelsbeleid. Jonge mensen aantrekken en behouden is een enorme uitdaging. We houden vast aan een kortere militaire loopbaan om nadien de overstap naar de civiele arbeidsmarkt te maken. De top van defensie is aan herziening en afslanking toe.

We versterken diepgaande strategische partnerschappen met NAVO- en EU-bondgenoten. Door samen te werken, worden middelen efficiënter en doeltreffender ingezet. Daarbij hebben we meer oog voor coherentie, minder onnodige duplicatie, minder overhead en minder lacunes in militaire capaciteiten. Zo wordt met de Benelux-landen nu al actief samengewerkt voor de bewaking van het luchtruim en de gemeenschappelijke aankoop van nieuwe marineschepen.

Defensie is een instrument voor vrede, stabiliteit en veiligheid dat enkel wordt ingezet wanneer de diplomatieke middelen voor conflictpreventie en -bemiddeling gefaald hebben of uitgeput zijn. Internationale tussenkomsten doen we met groen licht van de internationale gemeenschap. We waarborgen daarbij de betrokkenheid van het parlement.

Ons defensieapparaat moet zich voorbereiden op de dreiging van morgen. Defensie is meer dan louter het ‘land’ verdedigen. De cyberspace stopt niet aan de landsgrenzen. Internationale samenwerking op het vlak van regelgeving, samenwerking en uitwisseling van gegevens is meer dan ooit noodzakelijk.

We versterken de innovatiecapaciteit van defensie. We zetten in op kruisbestuiving tussen industrie, onderzoekscentra en defensie. We maximaliseren hun kansen in Europese defensieprogramma’s voor onderzoek en ontwikkeling.

De N-VA ijvert voor een wereld zonder kernwapens. De weg naar een kernwapenvrije wereld mag echter niet ten koste gaan van onze veiligheid of die van onze bondgenoten. In andere wapendossiers hebben samenwerking en loyauteit aan waarden en bondgenoten reeds bewezen dat ze naar ontwapening kunnen leiden in Europa. De N-VA nam al het voortouw in belangrijke gevoelige ontwapeningsdossiers.

Voorstellen

Defensie: voor nationale en internationale veiligheid

Defensie moet in de eerste plaats onze eigen veiligheid ten goede komen. Ze moet niet in elke uithoek van de wereld actief zijn. In onze buitenlandse activiteiten focussen we op het stabiliseren van de ruime ring van landen rond Europa. Op het Afrikaanse continent richten we ons op de landen van de Sahel en in het Midden-Oosten bieden we bijstand aan de strijd tegen terreur.

We ontwikkelen een algemene veiligheidsstrategie die alle mogelijke aspecten van veiligheid aanpakt. Defensie speelt een belangrijke rol in het beschermen van onze kritische infrastructuur zoals havens, energiebevoorrading en digitale infrastructuur. In de ondersteuning van de interne veiligheid bij terreurdreiging kan defensie een ruimere rol spelen.

Meer innovatiecapaciteit voor defensie

We moeten bepalen welke kennis essentieel is voor onze veiligheid. Daarom zetten we een meerjarige onderzoeksstrategie op. Defensie moet niet alle kennis zelf ontwikkelen.

De Europese samenwerking voor een competitieve en innovatieve defensie-industrie versterken we, niet in conflict, maar in complementariteit met onze visie op de NAVO-samenwerking. We gaan onnodige capaciteit of duplicatie tegen. We zorgen ervoor dat onze Vlaamse ondernemingen het potentieel van de Europese onderzoeksprogramma’s maximaal kunnen benutten. We versterken de concurrentiepositie van onze Vlaamse defensie-industrie.

Defensie moet voor haar aankopen van materieel en kennisontwikkeling uitgaan van de beste prijs-kwaliteitverhouding en het versterken van onze industrie en kennisinstellingen.

Defensie is een aantrekkelijke werkgever

Het personeelsbeleid zet in op moderne loopbaanpaden, aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden en een grotere arbeidsmobiliteit binnen en buiten de overheid.

We moedigen de instroom van werknemers met ervaring in de private arbeidsmarkt aan en valoriseren de opgebouwde anciënniteit. Jongeren die over de juiste competenties beschikken moeten sneller kunnen doorgroeien en topfuncties bekleden.

We optimaliseren de regionale spreiding van de kwartieren. We openen een bijkomende landgevecht-eenheid in Vlaanderen en rationaliseren waar mogelijk. Stapsgewijs moderniseren we de militaire kwartieren op een duurzame manier. Ze worden omgevormd tot een aantrekkelijke werkomgeving. We hebben bijkomende aandacht voor het welzijn van de militairen.

Defensie richt zich op haar kerntaken en besteedt niet-militaire taken uit. Zo komen we tot een slank maar daadkrachtig defensieapparaat. We scherpen de samenwerking met private ondernemingen aan en maken tijdelijke werkstages binnen defensie mogelijk.

De politieke rechten van militairen worden uitgebreid. Militairen moeten zich ook verkiesbaar kunnen stellen voor de Kamer, het Vlaams en Europees parlement.

Een betrouwbare bondgenoot

Europa moet zijn stem kracht kunnen bijzetten en strategisch autonoom zijn. We evolueren naar een permanente defensiesamenwerking met de Europese lidstaten. Deze samenwerking moet naast de diplomatieke instrumenten ook concrete militaire capaciteiten kunnen inzetten.

We trekken de defensie-inspanningen op naar het gemiddelde van de Europese NAVO-landen. Zo blijven we een betrouwbare bondgenoot en vrijwaren we onze economische belangen en onze politieke invloed. Met de bijkomende middelen zorgen we in de eerste plaats voor capaciteit die de NAVO van ons verwacht. We blijven verder investeren in uitstekend materieel, en zorgen tegelijk voor investeringen in onze militairen en hun loopbaan.

Defensie en maatschappij

We willen de relatie tussen bevolking en defensie versterken. We blazen de militaire reserve, die bestaat uit vrijwilligers, een nieuw leven in. Doordat we de leeftijdsvoorwaarden versoepelen, kunnen meer mensen intekenen. De reservemilitairen vormen een bijkomende volwaardige capaciteit en verdienen ook een sterke en moderne uitstaling.

Het ‘War Heritage Instituut’ wordt verder gemoderniseerd en herinnert ons aan de oorlogen die op ons grondgebied plaatsvonden.

De militaire activiteiten gaan ons allemaal aan. Daarom moet defensie beter en duidelijker communiceren naar de burger over haar activiteiten in binnen- en buitenland.

Een consequente informatieplicht aan het parlement over de buitenlandse militaire inzet legitimeert de militaire acties. De betrokkenheid en informatiedoorstroom moeten gegarandeerd zijn voor, tijdens en na de missies.

7. Arbeidsmarkt

Onze job is een deel van onze identiteit. Vaak wordt de vraag “wie bent u?” in één adem gesteld met de vraag “en wat doet u?” Natuurlijk werken we om den brode, maar daarbovenop krijgen we in ons werk de kans onze talenten te ontplooien en iets op te bouwen voor onszelf en onze naasten.

Onze arbeidsmarkt moet zo georganiseerd zijn dat wie wil werken, daarvoor erkend, aangemoedigd en beloond wordt, zonder uitsluitingsmechanismes voor nieuwkomers, ouderen of jongeren. Meer mensen langer aan het werk helpen en houden vormt de beste garantie om onze welvaart en welzijn veilig te stellen voor de komende generaties. Alleen zo kunnen we de toenemende noden in de Sociale zekerheid De sociale zekerheid is in België tot nader order federaal. De belangrijkste pijlers van de Belgische sociale zekerheid zijn: de ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV), de pensioenen, de werkloosheidsverzekering en de kinderbijslagen. Daarnaast ook nog beroepsziekten, arbeidsongevallen en jaarlijkse vakantie. Sommige Vlaamse partijen ijveren al lang voor de overheveling van (grote delen van) de sociale zekerheid naar gewesten en gemeenschappen. sociale zekerheid financieren zonder een extra tekort of schuld op te bouwen.

Het gaat goed met onze economie. Sinds 2014 kwamen er meer dan 200.000 jobs bij in België. De werkloosheid staat op haar laagste peil in 15 jaar en er is een recordaantal mensen aan het werk. Het vertrouwen van ondernemers en consumenten groeit en onze handelsbalans kleurt positief. Dankzij onder meer de Indexsprong België is een van de weinige landen die een automatische indexering kennen. Dat mechanisme zorgt ervoor dat de lonen en sociale uitkeringen steeds aangepast zijn aan de inflatie. Doordat met de levensduurte ook de lonen stijgen, ontstaat echter het risico op een loonhandicap, wat de concurrentiekracht ondermijnt. Een indexsprong, waarbij men de automatische indexaanpassing tijdelijk overslaat, biedt daarvoor een oplossing. indexsprong , loonmatiging en de Taxshift Van een 'taxshift' of belastingverschuiving is sprake als je een nieuwe belasting invoert of een bestaande verhoogt om een andere belasting te verminderen of te schrappen. De N-VA is voorstander van een verschuiving van de lasten op arbeid naar die op consumptie of milieuvervuiling bijvoorbeeld, maar niet van een belasting die de totale belastingdruk nog doet toenemen. taxshift werkten we op twee jaar tijd de Loonkostenhandicap De mate waarin lonen in een bepaald land hoger liggen dan in een of meer concurrerende landen. Een loonkostenhandicap heeft in de regel een negatieve impact op de economische groei en de creatie van jobs. Daarom is er sinds 1996 in België een wet van kracht die stelt dat we geen bijkomende loonkostenhandicap meer mogen opbouwen. loonkostenhandicap weg die sinds 1996 werd opgebouwd tegenover onze buurlanden en voornaamste handelspartners. En dankzij het herstel van onze internationale Concurrentiekracht De mate waarin ondernemingen in het ene land kunnen concurreren met dezelfde ondernemingen in een ander land. Sinds 1996 bestaat er in België een wet om de concurrentiekracht te bewaken. Die stelt dat de Belgische loonkosten niet sneller mogen evolueren dan het gemiddelde van onze drie buurlanden. De CRB (Centrale Raad voor het Bedrijfsleven) meet elk jaar of die doelstelling wordt gehaald. concurrentiekracht zijn we opnieuw een land waar het interessant is om te investeren, ondernemen en werken.

Vlaanderen toont daarbij de weg. We maakten de omslag van een passief arbeidsmarktbeleid naar activering en competentieversterking en zetten verder in op het rechten- én plichtenverhaal van de werkzoekenden. Elke werkzoekende in Vlaanderen wordt op maat begeleid. Daarbij zetten we in op elk talent, ook bij de bruggepensioneerden en langdurig werkzoekenden. Vlaanderen vereenvoudigde en hervormde tegelijk het doelgroepenbeleid. Daarmee ondersteunen we gerichter dan vroeger de aanwerving en tewerkstelling van laag- of middengeschoolde jongeren, 55-plussers of personen met een arbeidshandicap.

We slaagden erin om duaal leren te lanceren als een evenwaardige opleidingsvorm. We hervormden daarnaast ook andere opleidingsinstrumenten, met een focus op arbeidsmarktgerichte en loopbaangerichte opleidingen, en zorgden ervoor dat de VDAB De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) is een Vlaamse overheidsdienst die vraag en aanbod op de arbeidsmarkt samenbrengt, bemiddelt voor werkzoekenden en hen naar werk begeleidt via een traject op maat. In het kader van de zesde staatshervorming werd ook de controle en sanctionering van werkzoekenden, een vroegere RVA-bevoegdheid, in 2016 een taak van de VDAB. De Waalse tegenhanger van de VDAB is Forem en de Brusselse Actiris. VDAB die van nabij opvolgt. Voor werkzoekenden met een te grote afstand tot de reguliere arbeidsmarkt is tewerkstelling in de sociale economie het meest aangewezen. Ook hier zetten we in op doorstroming naar jobs in de reguliere economie wanneer dat kan.

De komende jaren is het alle hens aan dek op onze arbeidsmarkt. Onze ondernemingen kampen steeds vaker met een tekort aan geschikte kandidaten. Het aantal openstaande vacatures is in de voorbije jaren meer dan verdubbeld. Het effectief invullen van die openstaande vacatures is de belangrijkste uitdaging voor het arbeidsmarktbeleid de komende jaren.

Vlaanderen draait goede cijfers en kent de hoogste werkzaamheidsgraad ooit. De achterstand van Brussel en Wallonië blijft helaas opvallend groot. Een fundamentele oplossing voor de sterk verschillende regionale arbeidsmarkten is slechts mogelijk als de regio’s de verantwoordelijkheid dragen voor het beleid inzake loonkost en sociale uitkeringen, en voor het activeringsbeleid.

De tewerkstelling van jongeren onder de 25 jaar en ouderen kan beter, en dat geldt zeker ook bij laaggeschoolden, personen met een beperking en mensen met migratieachtergrond. Een van de belangrijkste uitdagingen van de Vlaamse arbeidsmarkt is om de hoge instroom in langdurige arbeidsongeschiktheid en ziekte zoveel als mogelijk te voorkomen door meer in te zetten op preventie en door te zorgen voor aangepaste begeleiding en jobs op maat.

Voorstellen

Activering van werklozen

We beperken de werkloosheidsuitkering in de tijd. België is nog steeds het enige land ter wereld waar een werkzoekende onbeperkt in duur werkloosheidsuitkeringen kan ontvangen. We stellen in een eerste fase een hogere uitkering voor die nauwer aansluit bij het vroegere loon, maar die in de tijd beperkt is tot maximaal twee jaar, in verhouding tot het aantal gewerkte jaren voordien. De aandacht gaat prioritair uit naar reactivering naar een nieuwe job. Lukt dat niet, dan volgt in een tweede fase een forfaitaire activeringsuitkering, met een aangepaste opleiding en begeleiding naar nieuw werk. Deze activeringsuitkering is beperkt tot maximaal één jaar. Voor oudere werklozen voorzien we overgangsmaatregelen.

België is een van de weinige landen ter wereld waar mensen een werkloosheidsuitkering ontvangen zonder dat ze ooit gewerkt hebben. We voorzien een intensieve begeleiding voor elke jongere die afstudeert maar geen werk vindt. Elke jongere die zonder diploma secundair onderwijs de schoolbanken verlaat, wordt automatisch ingeschreven bij de VDAB. Indien bepaalde jongeren ondanks alle inspanningen geen werk vinden, kunnen ze ondersteund worden via een activerende sociale bijstand.

We laten niemand aan zijn lot over, elk talent telt. De VDAB zorgt voor een actieve begeleiding van iedere werkzoekende tot de leeftijd van 65 jaar. Hierbij worden werkzoekenden met een beperking extra ondersteund. We schakelen werkgevers actief in om feedback te geven aan sollicitanten en de VDAB, zodat we gericht kunnen werken aan de ontbrekende missende vaardigheden en de motivatie van de werkzoekenden.

De gewesten krijgen de volledige autonomie om een verplichte gemeenschapsdienst voor langdurig werkzoekenden in te vullen als stap in hun traject naar werk.

We blijven fors inzetten op werkplekleren, met focus op knelpuntberoepen.

We onderzoeken hoe we het systeem van de dienstencheques kunnen uitbreiden.

We laten het brugpensioen (SWT) verder uitdoven door de nieuwe instroom te stoppen en door wie reeds op brugpensioen is te activeren naar een nieuwe job.

Elke vorm van discriminatie wordt streng aangepakt. De N-VA vindt het belangrijk dat mensen worden aangeworven op basis van hun competenties, zonder onderscheid op basis van bijvoorbeeld leeftijd, geslacht of afkomst. We zetten verder in op zelfregulering binnen de sectoren.

Iedereen aan het werk

Iedereen kan binnen zijn mogelijkheden maximaal actief zijn en bijdragen aan onze gemeenschap. We maken van de VDAB de centrale regisseur die zorgt voor actieve begeleiding op maat van werkzoekenden. Ook personen die niet (meer) actief zijn op de arbeidsmarkt, zoals langdurig zieken, helpen we via begeleiding op maat zoveel mogelijk op weg naar werk.

Ieder uur werken moet lonen. We verhogen verder het nettoloon zodat het verschil tussen een uitkering en betaald werk voldoende groot is. We streven ernaar om alle leefloongerechtigden via onder meer wijkwerken en tijdelijke werkervaring opnieuw naar de arbeidsmarkt toe te leiden. Mensen met een handicap en langdurig zieken krijgen de kans om flexibel te werken, waarbij werkgevers enkel hun effectieve prestaties betalen. Voor de dagen/uren waarop ze geen arbeidsprestaties geleverd hebben, behouden ze proportioneel hun uitkering.

We kiezen voor een meer preventieve aanpak van langdurige ziekte en arbeidsongeschiktheid. We stippelen een traject uit met een multidisciplinaire aanpak en betrokkenheid van zowel de behandelende arts, adviserende geneesheer, bedrijfsgeneeskundige dienst en personeelsdienst van de werkgever, als van de gespecialiseerde begeleiding en arbeidsbemiddeling van de gewestelijke diensten (VDAB, Forem, Actiris). We versterken de impact van de Vlaamse ondersteuningspremie (VOP) als ondersteuning bij de aanwerving en het behoud van een job.

We uniformiseren de periode van gewaarborgd loon voor arbeiders en bedienden, zodat die voor werkgevers en werknemers op een evenwichtige manier responsabiliserend werkt.

Wie na ziekte opnieuw begint te werken, maar vervolgens hervalt aan dezelfde ziekte heeft, vanaf 14 kalenderdagen werkhervatting, recht op een nieuwe periode van gewaarborgd loon. We trekken de periode van 14 dagen werkhervatting substantieel op om een ‘draaideureffect’ te vermijden waarbij bepaalde werknemers telkens een nieuw ziekte-attest en een nieuwe periode van gewaarborgd loon krijgen.

Excessief voorschrijfgedrag bij behandelende artsen sporen we actief op via datamining en door de adviserende geneesheren hiervoor in te zetten onder regie van het RIZIV Het Rijksinstituut voor Ziekte en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) is een federale openbare instelling die de gezondheidszorg, een deel van de sociale zekerheid, organiseert. Het Instituut bestaat uit vier kerndiensten: Geneeskundige Verzorging, Uitkeringen, Geneeskundige Evaluatie en Controle, en Administratieve Controle. In het RIZIV zetelen vertegenwoordigers van werknemers, werkgevers, ziekenfondsen en zorgverstrekkers. Aan Vlaamse zijde ijveren verschillende partijen voor een overheveling van de gezondheidszorg naar de gemeenschappen. Riziv in plaats van onder regie van de ziekenfondsen. Zo zorgen we voor verdere Responsabilisering Het verantwoordelijk maken van de deelstaten, zodat ze beloond worden voor goed beleid en gestraft voor slecht beleid. Die responsabilisering was een eis van de N-VA tijdens de regeringsonderhandelingen van 2010-2011 over de herziening van de financieringswet. De N-VA wil onder meer een belangrijke fiscale autonomie voor de deelstaten en eigen verantwoordelijkheid over onder meer arbeidsmarktbeleid, gezondheidszorg en kinderbijslag.  responsabilisering .

We stimuleren de opleidingen voor (toekomstige) knelpuntberoepen.

We maken van jobverlies een loopbaankans door in het ontslagrecht positieve prikkels in te bouwen zodat werknemers sneller opnieuw aan de slag gaan.

Inzetten op competenties

De deelname aan levenslang leren ligt in Vlaanderen lager dan gemiddeld in de EU. Daarom versterken we het competentiebeleid en zetten we sterker in op levenslang leren. We voorzien voor elke werknemer een jaarlijks recht op opleidingsdagen, met een groeipad naar gemiddeld vijf dagen per jaar. We kijken ook verder dan diploma’s en maken vaardigheden en competenties maximaal zichtbaar door tijdens de loopbaan en na een eventueel ontslag, in samenspraak met de werkgevers, een competentievisum op te stellen.

Oudere werknemers mogen niet langer uit de arbeidsmarkt geprijsd worden: loonvorming dient te gebeuren op basis van competenties en productiviteit in plaats van leeftijd of anciënniteit.

Onderwijs beter afstemmen op de arbeidsmarkt

We gaan voor een snelle en brede uitrol van het nieuwe duaal leren en breiden het uit naar het hoger onderwijs. Ook voor werkzoekenden en werkenden is werkplekleren de beste manier om competenties te verwerven en werkervaring op te doen. We stimuleren ons onderwijs via de financieringsmechanismen om die richtingen aan te bieden die competenties afleveren waar onze ondernemingen nood aan hebben.

Sociale economie

Er komt een transparante, correcte en gelijke behandeling van alle sociale-economie ondernemingen. We volgen de doorstroom vanuit de sociale economie naar de reguliere arbeidsmarkt op en dwingen die af indien nodig. We belonen sociale-economie ondernemingen die hun werknemers succesvol laten doorstromen.

Alle ondernemingen krijgen de mogelijkheid om doelgroepwerknemers te werk te stellen. Deze mensen staan op een afstand tot de arbeidsmarkt, hebben veel begeleiding nodig en kennen een rendementsverlies. Dit compenseren we door een financiële ondersteuning te geven aan de doelgroepwerknemer als een rugzakje. Zo ondersteunen we de doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt.

Op een flexibele arbeidsmarkt werkbaar aan het werk             

We willen werknemers gemotiveerd aan de slag houden en proactief werkloosheid voorkomen door hun competenties up-to-date te houden en indien nodig te versterken. We zorgen ervoor dat ze hun profiel kunnen opladen op een ‘loopbaanplatform’. Dat platform laat hen weten wat hun kansen zijn op de arbeidsmarkt en doet dat op basis van profielen en het ‘carrièreverloop’ van werknemers met soortgelijke competenties en doet hen aanbevelingen met welke opleidingen ze hun kansen op de arbeidsmarkt kunnen verhogen. 

We maken het voor ondernemingen mogelijk om hun werknemers uit te lenen aan een andere onderneming zodat ze nieuwe kennis en competenties kunnen verwerven en hun inzetbaarheid vergroten.

We evolueren verder naar één statuut arbeiders en bedienden. Bij de overheid wordt de contractuele aanwerving de regel.

We optimaliseren het statuut van zelfstandige in bijberoep door hen in verhouding tot de betaalde sociale bijdragen socialezekerheidsrechten te laten opbouwen; dit geldt enkel voor wie zijn hoofdactiviteit als werknemer/ ambtenaar deeltijds uitoefent en zal beperkt zijn in de tijd.

De wildgroei aan extralegale voordelen is een rechtstreeks gevolg van de hoge lasten op arbeid. We vervangen het fiscaal voordeel van de maaltijd- en ecocheques door een lastenvrije vergoeding met dezelfde waarde. Naast een aanzienlijke administratieve vereenvoudiging betekent dat ook een besparing voor de werkgevers en de kleinhandel.

Elke job telt, ook deeltijdse arbeid. We schaffen het verbod op kleine deeltijdse arbeid af, zodat een werknemer voortaan ook minder dan een derde van de prestaties van een voltijdse werknemer kan verrichten. We moderniseren de arbeidswet. Flexibiliteit en maatwerk zijn de centrale begrippen. De nadruk komt te liggen op resultaatgerichte prestaties, in plaats van een loutere focus op de arbeidstijd zelf, ook bij de overheid.

We voeren de wettelijke mogelijkheid in om de arbeidsduur te annualiseren, extra vakantiedagen op te sparen en glijdende werkuren en nacht- en zondagsarbeid in te voeren, onder meer in de e-commerce. De werknemer neemt zo zelf zijn loopbaan in handen en kan zijn arbeidsprestaties beter afstemmen op zijn privéleven en op de noden van het bedrijfsleven.

Strijd tegen sociale fraude en sociale dumping

We zijn solidair met wie het echt nodig heeft en streng voor wie de sociale zekerheid misbruikt. We bekijken op regelmatige basis of een rechthebbende nog wel voldoet aan de voorwaarden van zijn uitkering of premie, zodat de ondersteuning maximaal wordt ingezet voor wie het echt nodig heeft. Met nieuwe technieken zoals datamining en datamatching pakken we sociale fraude actief aan. Ook domiciliefraude sporen we actief op in de sociale bescherming en onderzoeken de mogelijke samenwerking met de private sector. Fraude door werkgevers, zorgverstrekkers, zorginstellingen, enz. wordt ook actief opgespoord en beteugeld.

We gaan voor een doelgerichte en efficiënte sociale inspectie. De 6 verschillende federale inspectiediensten worden samengevoegd in één sociale inspectiedienst.

Om de oneerlijke concurrentie in kader van detachering binnen Europa tegen te gaan, voeren we een gedeeltelijke fiscalisering van de sociale zekerheid in risicosectoren in. We gaan ook voor een betere informatie-uitwisseling en samenwerking tussen de diverse nationale en regionale inspectiediensten o.m. in dergelijke sectoren zoals transport, bouw en schoonmaak.

Beheersing van de loonkost

We verlengen de volledige vrijstelling van sociale zekerheidsbijdrage bij de aanwerving van een 1e werknemer. De korting op de sociale zekerheidsbijdrage voor de 2e tot de 6e werknemer wordt automatisch toegekend.

We behouden het systeem van flexi-jobs in de huidige sectoren en onderzoeken de uitbreiding ervan naar andere sectoren met een hoge arbeidsintensiteit.

We evalueren het systeem van onbelast bijverdienen en sturen het waar nodig bij om concurrentieverstoring met zelfstandigen en private ondernemingen te vermijden. Het contingent aan fiscaal voordelige overuren organiseren we per jaar en niet langer per maand.

Een constructief sociaal overleg

Werknemers en werkgevers krijgen op sectoraal en ondernemingsniveau de autonomie om in onderling akkoord af te wijken van de loonakkoorden die op een hoger niveau zijn gesloten.

De uitbetaling van werkloosheidsuitkeringen organiseren we via de overheid, en niet langer via de uitbetalingsinstellingen van de vakbonden.

Tegenover een recht op staken is er ook een recht op werken. Daarom moet er een wetgeving komen die deze regels vastlegt. Het recht op staken is geen absoluut recht en rechtvaardigt nooit het plegen van een strafrechtelijke inbreuk. Niemand staat boven de wet. De vakbonden krijgen daarom Rechtspersoonlijkheid Een juridische constructie waardoor een abstracte entiteit of organisatie kan optreden als een volwaardig en handelingsbekwaam persoon in het rechtsverkeer, met rechten en plichten zoals een natuurlijk persoon. De Belgische vakbonden hebben zich steeds met succes verzet tegen het verkrijgen van een formele rechtspersoonlijkheid. Als feitelijke verenigingen met een functionele rechtspersoonlijkheid kunnen zij wel allerlei rechtshandelingen stellen en bijvoorbeeld werkgevers dagvaarden. Maar zelf kunnen zij niet gedagvaard en dus evenmin aansprakelijk gesteld worden. Zij zijn ook niet verplicht om hun jaarrekening openbaar te maken, waardoor er een totaal gebrek aan transparantie is. Dat is niet verdedigbaar, vindt de N-VA, die ook vakbonden een volledige rechtspersoonlijkheid wil toekennen. rechtspersoonlijkheid .

We hervormen de wet Renault bij collectief ontslag. We voeren een kortere procedure in om sneller duidelijkheid te bieden in het belang van de betrokken onderneming én werknemers.

8. Ondernemen en innoveren

Ondernemers verdienen ons respect, ons vertrouwen en onze steun. Het zijn zij die de handen uit de mouwen steken, risico’s nemen en welvaart creëren. Ondernemende mensen die een onderneming oprichten, innoveren, geven werk aan anderen. Eenvoudigere, lagere belastingen en minder administratieve rompslomp, daar hebben onze ondernemers nood aan. En het komt de gehele samenleving ten goede.

De N-VA wil van Vlaanderen één grote broedplaats maken voor startende, doorgroeiende en gevestigde ondernemingen. Het principe van de vrije markt levert de beste garantie voor kwaliteit, keuze, prijs en innovatie. Het bewaken van een gelijk speelveld voor alle ondernemingen is daarbij fundamenteel. Oneerlijke concurrentie, oneerlijke handelspraktijken en machtsmisbruik moeten eruit. Zo ondersteunen we ook onze sterke stads- en dorpskernen met een bruisende middenstand, waar we onze lokale handelaars de nodige ademruimte geven. Samen met de talrijke – vaak familiale en Vlaams gewortelde – kmo’s zijn zij immers essentiële bouwstenen van ons sterk Vlaams economisch weefsel.

De overheid moet in de eerste plaats een betrouwbare en rechtszekere partner zijn voor ondernemers. Een verantwoordelijke overheid schept een stabiel kader dat klaar is voor de toekomst. Ze moet niet doen wat de markt kan, en ze moet vooral geen onnuttige regels opleggen die het ondernemerschap fnuiken. Onze strategische sectoren moet zij beschermen om de economische veiligheid en de vrije marktwerking te garanderen.

De N-VA is voor een echte bescherming van de consument en dat vergt meer dan louter een heleboel papieren regeltjes. De consument moet ze kunnen vinden en weten waar hij met klachten terecht kan. Aan gefundeerde klachten moet gehoor gegeven worden met doelgerichte controles. Bij goeder trouw handelen onze inspecteurs in de eerste plaats als partner in plaats van als bestraffer.

Vlaanderen moet de wereldreferentie zijn voor een aantal innovatieve technologieën en sectoren en moet dé voortrekker zijn in het digitaal ondernemerschap. Halsstarrig vasthouden aan de recepten uit het verleden zal zich op termijn wreken. We moeten dus enerzijds de juridische drempels wegwerken voor nieuwe businessmodellen. Anderzijds moeten we onze bestaande ondernemingen, zelfstandigen en kmo’s ondersteunen om de overstap te maken naar innovatie, professionalisering, maatschappelijk verantwoord ondernemen. Met een sterke (telecom)infrastructuur als ruggengraat.

Horeca en toerisme vormen een combinatie van typisch Vlaamse gastvrijheid, vakmanschap en sterk ondernemerschap. Vlaanderen is een lekker land, met een rijke historische traditie. Een eerlijke, innovatieve en rechtvaardige sector, met minder administratieve en fiscale lasten, daarvoor zet de N-VA zich in. Het vernieuwde logiesdecreet en de flexi-jobs zijn daar een proeve van.

Landbouw is en blijft een belangrijke sector en een essentiële schakel in de voedingsketen. Een vlotte en betrouwbare ketenwerking zonder machtsmisbruik en met een correct landbouwinkomen zijn voor ons essentieel. In Vlaanderen geteeld of geproduceerd moet synoniem zijn voor kwaliteit en duurzaamheid. Vlaanderen leent zich zo ideaal voor korteketenlandbouw, nicheproductie, innovatie en biolandbouw.

De bouw- en de transportsector creëren heel wat jobs in Vlaanderen. De baksteen in de maag van de Vlaming en onze locatie als logistieke toegangspoort van Europa maken deze sectoren tot het hart van onze Vlaamse economie. Ze staan echter permanent bloot aan soms oneerlijke concurrentie uit het buitenland. Het scherp bewaken van het gelijke speelveld is in deze sectoren dan ook essentieel.

We hebben de voorbije jaren heel wat gerealiseerd. De Vlaamse economie presteert vandaag ijzersterk. 83% van de export van dit land vertrekt vanuit Vlaanderen. We verbeterden het statuut van de zelfstandige en we verlaagden de vennootschapsbelasting. De ondernemingszin bij de Vlaming stijgt, nooit waren er méér starters, de falingen zijn historisch laag en Vlaamse starters groeien internationaal door.

Maar we mogen niet op onze lauweren rusten. Vlaanderen moet zich blijven meten met de wereldtop. Helaas ligt Vlaanderen nog te sterk geketend aan de federale leiband. De bevoegdheden zijn versnipperd en dat werkt vertragingen en blokkeringen in de hand. Om het volle potentieel te kunnen waarmaken, moeten de economische hefbomen helemaal overgedragen worden naar Vlaanderen. Pas dan is een echt geïntegreerd beleid mogelijk.

Voorstellen

Een cultuur van ondernemerschap en innovatie

We maken van iedereen binnen zijn job een ondernemer. We stimuleren ondernemerschap in alle geledingen van de maatschappij: in de overheid, in de social profit, in het onderwijs, in de cultuursector, op elke leeftijd.

We zetten verder in op het actief betrekken van de burger bij ons innovatiebeleid: via wetenschapscommunicatie en de verdere uitbouw van burgerwetenschap creëren we een positief klimaat voor innovatie, wetenschappelijk onderzoek en STEM.

We stimuleren ondernemingen en kennisinstellingen om hun infrastructuur en data open te stellen voor ondernemende burgers en kmo’s om nieuwe oplossingen te ontwikkelen.

Onze welvaart in Vlaanderen verankerd

We zetten de voordelen van Vlaams en lokaal kopen in de verf. We leggen daarbij de nadruk op de topkwaliteit en duurzaamheid van ons Vlaamse vakmanschap. Vlaanderen moet als kwaliteitsmerk synoniem staan voor zijn innovatie, zijn ondernemerschap met succesvolle start- en scale-ups en zijn rijke culturele traditie. Zo ondersteunen we onze ondernemers, export en toerisme.

Vlaanderen is een open economie maar we zijn niet naïef. Door zelf in de infrastructuur van onze strategische netwerksectoren zoals energie, telecom, water, luchtvaart, scheepvaart en verkeer te participeren en die te controleren, creëren we de beste omstandigheden voor een vrije en eerlijke marktwerking in deze sectoren. We onderzoeken binnen de lopende Europese initiatieven wetgevende middelen om bij buitenlandse overnamen van strategische belangen in te grijpen.

Om veelbelovende Vlaamse groeiondernemingen maximaal te ondersteunen, mobiliseren we Vlaams geld. We zetten verder in op risicokapitaal voor sterke groeiers, als onderdeel van een langetermijnbeleid gericht op verankering van succesvolle ondernemingen in Vlaanderen. We helpen onze ondernemingen en kmo’s maximaal in te spelen op Europese fondsen voor onderzoek en ontwikkeling.

We voeren een beleid op maat van ondernemingen die grote tewerkstelling bieden voor o.a. laaggeschoolden, zoals distributiecentra.

Beter werkende markten voor meer productiviteit en groei

We evalueren, versterken en integreren de marktregulatoren (Mededingingsautoriteit, CREG, BIPT enerzijds, VREG en VRM, anderzijds).

We gaan voor een divers aanbod en topkwaliteit aan een betaalbare prijs in de telecomsector. We zorgen voor een betere marktwerking. Vlaanderen wordt koploper in 5G door als eerste regio 5G over zijn hele grondgebied uit te bouwen.

Om de markten beter te doen werken, zorgen we dat betalingen sneller gebeuren. Instant betalingen maken we mogelijk. Wettelijke achterpoortjes sluiten we. De overheid betaalt op tijd haar facturen en schuldvorderingen.

We werken de drempels weg en zetten maximaal in op de opportuniteiten van de digitalisering van de bedrijfsvoering en van de overheid, bijvoorbeeld wat betreft e-facturatie, Blockchain Een netwerk van databases, die allemaal met elkaar verbonden zijn. Zo ontstaat één grote digitale ketting van informatie en transacties, waarbij elk onderdeel gelinkt is aan het vorige. De informatie zit dus niet in één database bij één partner. Met blockchaintechnologie kunnen financiële en andere transacties worden geregistreerd, zonder de vele tussenpersonen en de pakken administratie die nu vaak nog nodig zijn. blockchain en elektronische transportdocumenten.

Klanten geven we meer vrijheid en handelaars, zelfstandigen en kmo’s meer flexibiliteit om zich aan te passen aan de veranderende marktomstandigheden en de wensen van de klant, bijvoorbeeld via soepelere openingsuren.

Volledig publiek gefinancierd onderzoek moet vrij en openbaar raadpleegbaar worden gemaakt zodat burgers en ondernemingen ermee aan de slag kunnen.

We hervormen de wetgeving omtrent het auteursrecht om ze aan te passen aan de digitale realiteit. Onnodige belastingen schaffen we zoveel mogelijk af en we passen voor nieuwe taksen. Auteurs moeten bij inbreuken vlot, snel en correct vergoed worden voor de werkelijk geleden schade. Beheersmaatschappijen worden daarom van nabij opgevolgd.

Een gezonde economie waarin volgens de regels wordt gespeeld

De economische inspectie moet in eerste instantie optreden als partner van ondernemingen: eerst informeren, dan pas sanctioneren. De inspectie bewaakt het gelijke speelveld zodat iedereen met gelijke wapens kan strijden. Controles moeten in de eerste plaats gebeuren op de uitschieters.

We moderniseren de Kruispuntbank voor Ondernemingen tot een gemakkelijk raadpleegbaar verzamelpunt voor alle publiek beschikbare informatie ten dienste van alle economische actoren.

We maken een databank van beroepsverboden en bepleiten dit op Europees niveau. Al te vaak kunnen fraudeurs immers zorgeloos vanuit een ander land opnieuw hier hun diensten aanbieden, wat niet de bedoeling kan zijn.

We digitaliseren de ondernemingsrechtbanken en versterken de samenwerking tussen de verschillende ondernemingsrechtbanken, zodat ze malafide en structureel noodlijdende ondernemingen beter kunnen opsporen en aanpakken.

De rotte appels moeten van de markt. Bij een vermoeden van frauduleus faillissement zorgen we ervoor dat een nieuwe opstart niet direct mogelijk is.

Een Slim Vlaanderen is voortrekker in technologische innovatie

We investeren verder in onderzoek en ontwikkeling zodat Vlaanderen de 3% norm voor investeringen in onderzoek en ontwikkeling haalt en overstijgt. Hiermee verstevigen we de fundamenten van onze kenniseconomie gebaseerd op innovatieve Vlaamse technologie, geven we onze ondernemingen een competitief voordeel en verankeren we Vlaanderen internationaal als innovatieve regio.

We rollen City of Things, de proeftuin voor de stad van de toekomst, uit over heel Vlaanderen, zodat Vlaamse steden en gemeenten kennis kunnen uitwisselen, investeringskosten kunnen delen of zelfs concrete toepassingen van elkaar kunnen gebruiken zoals slimme verkeerslichten, parkeerbegeleiding, meten van luchtvervuiling, slim afvalbeheer, slim energieverbruik, enzovoort.

We voeren een ambitieus beleid rond artificiële intelligentie en cybersecurity in samenwerking met het onderzoeksveld en de ondernemingen.

In overheidsopdrachten gaan we op zoek naar flexibele, innovatieve oplossingen voor problemen, producten en diensten en focussen we op de gewenste resultaten. Zo maken ook starters en kmo’s meer kans om de opdracht binnen te halen en de Vlaamse overheid als referentieklant te kunnen vermelden.

We werken verder aan een eenvoudige toegang voor Innovatie- en ondernemingssteun, in het bijzonder voor kmo’s. Waar mogelijk en doelmatig kennen we premies en steunmaatregelen automatisch toe.

We zetten onze onderzoekscentra, speerpuntclusters en universiteiten verder aan om hun kennis te delen en in te zetten voor oplossingen die onze Vlaamse ondernemingen een concurrentiële voorsprong geven. We faciliteren dat doctoraten makkelijker kunnen plaatsvinden bij ondernemingen.

Nieuwe businessmodellen en -sectoren in Slim Vlaanderen

Een gelijk speelveld, zowel op fiscaal als reglementair vlak is ons uitgangspunt. Ook de regelgeving rond arbeid, zowel wat betreft werktijden als in de afbakening van de taken, moet gemoderniseerd worden zodat ondernemen in de dienstensector met nieuwe businessmodellen eenvoudiger wordt. Denk maar aan het gebruik van drones, deel- en Platformeconomie Virtuele platformen en marktplaatsen die consumenten en producenten bij elkaar brengen. Dit is niet hetzelfde als de deeleconomie: er komt geen delen aan te pas, wel een vergoeding. platformeconomie , e-commerce en circulaire economie.

We bouwen een Vlaams ruimtevaartbeleid uit. We valoriseren de economische opportuniteiten voor onze ondernemingen en trekken een groter deel van de Europese middelen naar Vlaanderen.

Onze landbouwers als ondernemers die topkwaliteit leveren

We benadrukken de positie van de landbouwer binnen een goed uitgebouwde innovatieve voedingsketen. We versterken het ketenoverleg, de transparantie ervan en het toezicht erop.

Als sociaal beleidsinstrument is de Europese directe inkomenssteun ontoereikend. Lidstaten zouden zelf veel preciezer sociale steun kunnen verlenen die wel effectief is. We subsidiëren landbouwondernemingen resultaatgericht voor hun geleverde publieke diensten. We vereenvoudigen de administratieve procedures.

We zetten sterk in op innovatie, meer diversificatie en nieuwe verdienmodellen in de landbouw. We bevorderen de toegang tot grond voor (jonge) landbouwers door een hervorming van de pachtwet en een correcte behandeling van landeigenaars én pachters. We maken een duidelijke keuze voor een transparante werking van het pachtsysteem en schriftelijke (pacht)overeenkomsten. We voeren een volwaardig Vlaams landbouw- en plattelandsbeleid en stoppen de versnippering van (plattelands)middelen via provinciaal beleid.

We responsabiliseren landbouwondernemingen bij hun risicobeheer, onder andere door het opzetten van sectorfondsen en de uitrol van een brede weersverzekering.

Het Vlaams Landbouw Investeringsfonds (VLIF) bouwen we uit tot een transformatiefonds dat de Vlaamse landbouwer ondersteunt in de omschakeling.

Eerlijk en veilig voedsel

Een volledige regionalisering van de voedselveiligheid dringt zich op. Zo kunnen we een onafhankelijk Vlaams voedselagentschap oprichten.

We communiceren correct, transparant en duidelijk over voedselveiligheid. We verbeteren de bestaande procedures en passen de regels rond houdbaarheidsdata aan voor minder voedselverspilling. We maken gebruik van moderne technologieën om ons voedsel nog beter te traceren en op te volgen doorheen de keten.

9. Fiscaliteit

Vlamingen die werken, sparen en ondernemen vormen de ruggengraat van onze samenleving: zij maken onze welvaart mogelijk. De overheid mag hen nooit behandelen als citroenen die eindeloos kunnen worden uitgeperst. Belastingen moeten omlaag en worden ingezet om de noodzakelijke overheidsfuncties te financieren.

Omdat de belastingen nog steeds te hoog zijn, in het bijzonder deze op arbeid, moeten we verder gaan op het nieuw ingeslagen pad en de belastingen verlagen en hervormen. De Taxshift Van een 'taxshift' of belastingverschuiving is sprake als je een nieuwe belasting invoert of een bestaande verhoogt om een andere belasting te verminderen of te schrappen. De N-VA is voorstander van een verschuiving van de lasten op arbeid naar die op consumptie of milieuvervuiling bijvoorbeeld, maar niet van een belasting die de totale belastingdruk nog doet toenemen. taxshift heeft aangetoond dat lagere belastingen op arbeid een positief effect hebben op jobcreatie.

Voor de ondernemers is een competitieve vennootschapsbelasting belangrijk om hun activiteiten te kunnen uitbreiden en zo jobs te creëren. Door de hervorming van de vennootschapsbelasting daalt het tarief in de richting van het EU-gemiddelde.

Een eenvoudige fiscaliteit beperkt de mogelijkheden tot frauderen en maakt fraude ook makkelijker detecteerbaar voor de fiscus. We streven ook daarom naar een vereenvoudiging van de fiscaliteit door de verbreding van de belastbare basis, gekoppeld aan een verlaging van de tarieven, waarbij aldus fiscale uitzonderingsmaatregelen beperkt blijven tot die uitzonderingen waarvan het doel bewezen en aanvaard wordt. Dit laatste is het geval als ze sturend kunnen werken (bv “de vervuiler betaalt”), of als ze passen binnen de economische realiteit.

De belastingen moeten voor iedereen omlaag, maar het principe blijft: de sterkste schouders moeten nog steeds de zwaarste lasten dragen. De N-VA kiest voor de progressiviteit in de personenbelasting, maar met het behoud van bepaalde afzonderlijke tarieven, zoals de roerende voorheffing voor bijvoorbeeld dividenden en interesten. We willen mensen aanmoedigen om hun geld deels terug in de economie te investeren, want dat is in ieders voordeel.

Door de gebrekkige Zesde Staatshervorming kreeg Vlaanderen alvast niet de fiscale hefbomen die nodig zijn om een coherent beleid te voeren op maat van de Vlamingen. Toch heeft Vlaanderen stevig gebruik gemaakt van zijn fiscale bevoegdheden. De Vlaamse regering voerde hervormingen en verlagingen door in de verkeersfiscaliteit, in de erfbelasting, in de schenkbelasting, in de registratiebelasting, en in de woonbonus.

Ondanks de doorgevoerde hervormingen en vereenvoudigingen blijft de globale fiscaliteit complex. Bepaalde aftrekken worden best gedefiscaliseerd, zodat ze instrumenten worden voor Vlaanderen, zoals bijvoorbeeld de afschaffing van de federale belastingvrije som voor kinderen ten laste en de belastingvermindering voor kinderopvang, waardoor deze budgetten dan door Vlaanderen kunnen aangewend worden in het gezinsbeleid.

We willen geen fiscale bevoegdheden uit handen geven aan het EU-niveau, de beslissingsmacht moet bij de landen blijven. Samenwerking binnen de EU kan, maar fiscale maatregelen blijven, zoals vandaag, unaniem aangenomen door de lidstaten. Als er wordt afgesproken om een nieuwe belasting samen in te voeren moeten de inkomsten naar de lidstaten gaan. Die inkomsten gebruiken we om de lasten op arbeid voor wie werkt en onderneemt te verlagen. Belastingontwijking en -ontduiking worden best aangepakt op het internationale niveau met gerichte maatregelen, verhoogde transparantie en automatische informatie-uitwisseling.

Voorstellen

Werken belonen en inzetten op meer koopkracht

De lasten voor wie werkt moeten verder omlaag. Om ervoor te zorgen dat mensen meer nettoloon overhouden, verbreden we de belastingschijven en schaffen daarvoor de tariefschijf van 45% af. We zetten ook in op de problematiek van de fiscale pensioen- en activiteitsval en zorgen ervoor dat gepensioneerden kunnen bijverdienen zonder dat ze hiervoor fiscaal afgestraft worden.

Ondernemen belonen

We kiezen voor een aanvullende hervorming van de vennootschapsbelasting. Het tarief van de vennootschapsbelasting moet verder dalen tot maximaal het EU-gemiddelde. Er is nog ruimte om dit in een Budgetneutraal Een beleidsvoorstel is budgettair neutraal als het geen invloed heeft op het meerjarig financieel perspectief. Kort gezegd: het mag niets kosten. budgetneutraal kader te doen door uitzonderingsregimes te schrappen.

We voeren een ondernemersaftrek in. Wie via een vennootschap werkt wordt belast in de vennootschapsbelasting, wie via een eenmanszaak werkt, wordt belast in de personenbelasting. We voeren voor eenmanszaken een ondernemersaftrek in om zo een gelijk speelveld te bekomen tussen ondernemen met of zonder vennootschap.

We willen de fiscale administratieve lasten voor de ondernemingen verminderen. Bijvoorbeeld: nu moet een onderneming voor elke wagen apart de verkeersbelasting voldoen, dit moet ze kunnen doen via één betaling.

Sparen en investeren belonen

We hervormen de belasting op interesten en dividenden. De fiscale behandeling van de roerende inkomsten wordt zoveel mogelijk gelijkgetrokken. De vrijstelling die werd ingevoerd voor de dividenden wordt uitgebreid zodat ze ook voor inkomsten uit fondsen en uit obligaties geldt. Tegelijk snoeien we in de complexiteit van de spaarfiscaliteit en verbreden we maximaal de belastbare basis. Met die inkomsten verlagen we het tarief van de roerende voorheffing.

We pleiten voor het invoeren van een brede federale korf langetermijnsparen (pensioensparen, werkgeversaandelen, bepaalde beleggingen, eigen bijdrage groepsverzekering…) met behoud van de bestaande rechten. Het wordt een mandje dat elke belastingplichtige naar eigen keuze kan invullen.

Er wordt verder gewerkt aan een vereenvoudiging van de belastingaangifte. Het verminderen van het aantal codes is prioritair. Tegelijk wordt het aanslagbiljet meer leesbaar gemaakt zodat de afrekening van de belastingen duidelijker is.

Fraudebestrijding

Iedereen heeft er belang bij dat alle vormen van ontwijking, en van fraude correct en doortastend worden aangepakt. Dan is er een eerlijke concurrentie en moeten we allen minder bijdragen. De N-VA wil daarom verder werken aan een fiscale wetgeving die eenvoudiger, competitiever en rechtvaardiger is. Tel daarbij een uniforme controle, en de fiscale fraude zal afnemen.

Daartoe wordt de samenwerking tussen verschillende inspectiediensten geoptimaliseerd en komt er een fusie. Het wettelijk arsenaal wordt aangepast op basis van de nog om te zetten aanbevelingen van de verschillende parlementaire onderzoekscommissies.

De fiscus optimaliseert verder het gebruik van de toenemende internationale data en transparantie om fiscale fraude beter aan te pakken.

Betrouwbare overheid

Er moet een samenwerkingsmodel opgezet worden tussen burger, ondernemer en fiscus: de fiscus en de belastingplichtige raken nog te vaak in conflict door tal van onduidelijkheden en onverwachte wijzigingen. In de toekomst willen we het horizontaal toezicht verder uitbreiden. Daarbij is er proactief samenwerking tussen fiscus en ondernemingen nodig.

Europese fiscaliteit

De financiële transactietaks kan ingevoerd worden, liefst mondiaal en minimaal op schaal van de hele Europese Unie. De opbrengsten zijn voor de nationale lidstaten.

Kinderen ten laste gelijk fiscaal behandelen

Verschillende samenlevingsvormen moeten fiscaal op dezelfde manier behandeld worden, maar dat is vandaag niet altijd het geval. Kinderen ten laste geven recht tot verhoging van de belastingvrije som. Deze verhoging stijgt exponentieel per extra kind. De N-VA wil onder andere een gelijke fiscale behandeling voor alle kinderen ten laste waarbij dus elk kind recht geeft op een gelijke verhoging van de belastingvrije som.

Woon- en vermogensfiscaliteit

We verlagen verder de erfbelasting tussen partners door de recente vrijstelling van 50.000 euro op te trekken. De tarievenplafonds worden geïndexeerd om een sluipende belastingverhoging tegen te gaan. Voor de alleenstaande erflaters voeren we voordelen in voor de vererving naar door henzelf gekozen ‘beste vrienden’.

We gaan voor een volledige vrijstelling van erfbelasting voor zowel langstlevende echtgeno(o)t(e) als de kinderen tot 21 jaar. We vereenvoudigen de erfbelasting, zodat ontwijkingsmechanismen niet nodig zijn om van een lager tarief te genieten.

We verlagen en vereenvoudigen verder de schenkingsrechten zodat dit interessanter blijft dan erfbelasting en zodat de rijkdom van oudere generaties sneller naar de jongere generaties vloeit, en kan geïnvesteerd worden in de economie. Daarom moeten schenkingsrechten altijd voordeliger zijn dan erfbelasting.

We trekken het grensbedrag voor de rechtenvermindering in de registratierechten op zodat meer mensen van de verlaagde registratierechten gebruik kunnen maken.

We verlagen de kostenstructuur bij de aankoop van onroerende goederen, en bij het verlijden van notariële aktes.

Lagere belastingen voor de Vlamingen

Naast de federale belastingverlaging, waar Vlaanderen mee de kosten voor draagt, krijgt elke Vlaming nog een extra belastingverlaging. Door het verlagen van de Vlaamse opcentiemen daalt de Belastingdruk De mate waarin de belastingheffingen drukken op het besteedbaar inkomen. belastingdruk voor de Vlamingen.

10. Gezonde overheid

De overheid is er voor de burgers, voor de verenigingen, voor de ondernemingen, niet omgekeerd. Daarom moet ze efficiënt werken: de best mogelijke dienstverlening bieden tegen de laagst mogelijke prijs. Dat geldt niet alleen voor de administratie maar ook voor de politiek. Van hen verwacht de burger terecht dat ze het algemeen belang dienen, integer besturen en kwaliteitsvolle regelgeving maken.

Enkel zo kunnen we garanderen dat burgers zich in hun overheid herkennen. Door te zorgen voor een fitte overheid, met een administratie die een kleiner aantal taken beter uitvoert, zorgen we voor een sterker bestuur. Om diezelfde reden moeten we de overheid zo dicht mogelijk bij de burger organiseren. Besturen op het dichtst mogelijke niveau waarop het bestuur (nog) doeltreffend is. Dat is de reden waarom we bijvoorbeeld de bestuurskracht en de autonomie van onze gemeenten moeten versterken.

Geloofwaardigheid vereist ook dat de rekeningen kloppen. Een tekort op de begroting betekent een belasting voor toekomstige generaties. Daarom staat de N-VA voor budgettaire nuchterheid en zuinigheid op de uitgaven. De begroting moet in evenwicht en de schulden onder controle. Vijf jaar geleden was de situatie dramatisch. De regering Di Rupo liet een staatsschuld na van meer dan 100% van het Bbp Het bruto binnenlands product (bbp) omvat de totale productie van goederen en diensten binnen een land, zowel van bedrijven als van de overheid. De term wordt meestal gebruikt als maatstaf voor de welvaart van een land. Vandaar dat de N-VA de evolutie van het Belgische bbp nauw in de gaten houdt. Dat de Belgische staatsschuld al jaren flirt met de grens van 100 procent van het bbp en die zelfs regelmatig overschrijdt, vindt de N-VA zorgwekkend. Het legt immers een zware hypotheek op onze welvaart. BBP , een begrotingstekort van 3% van het BBP en een historisch hoge Belastingdruk De mate waarin de belastingheffingen drukken op het besteedbaar inkomen. belastingdruk . Aan Vlaanderen werd op hetzelfde moment de factuur van de 6de staatshervorming gepresenteerd.

De Vlaamse regering zette meteen de tering naar de nering. Er werd in 2015-2016 2 miljard structureel bespaard, waardoor de Vlaamse begroting in 2017 alweer in evenwicht was en er ruimte werd gecreëerd voor nodig beleid en investeringen.

Ook in de federale regering werd de verandering ingezet. De schuldgraad is voor het eerst sinds de financiële crisis weer op een structureel dalend pad gebracht. Het begrotingstekort werd op drie jaar tijd met 2/3de gereduceerd, ondanks de moeilijke context van de asielcrisis én terreurcrisis die substantieel gewogen hebben op de federale overheidsuitgaven. Tegelijk verlaagden we de belastingen, vooral voor zij die werken en ondernemen.

In de komende jaren stellen zich grote uitdagingen. Vlaanderen heeft nood aan extra investeringen in onderwijs, zorg en infrastructuur. Daarnaast zorgt de Vergrijzing Een stijging van de gemiddelde leeftijd doordat het aandeel van ouderen in de bevolking stijgt. Een periode van vergrijzing gaat vaak ook gepaard met een bevolkingsdaling. Die is concreet zichtbaar in de bevolkingspiramide, waarvan de basis inkrimpt en daardoor ook het draagvlak voor de sociale zekerheid. vergrijzing voor een opwaartse druk op de overheidsuitgaven, zowel Vlaams als federaal, en moeten de belastingen verder naar omlaag. Federaal moet de begroting verder saneren om een evenwicht te realiseren, en moet de overheidsschuld de dalende trend aanhouden. Naast verder saneren, moeten er maatregelen genomen worden om de overheidsfinanciën op structurelere wijze onder controle te brengen.

Net daarom maakte de N-VA werk van een slankere, moderne overheid met sterke lokale besturen. De provincies werden afgeslankt, zowel in bevoegdheden als in politieke mandaten en postjes. Het aantal provincieraadsleden werd gehalveerd van 350 naar 175, en het aantal gedeputeerden ging per provincie van 6 naar 4. De integratie van OCMW en gemeente in één lokaal bestuur versterkte het lokale sociaal beleid, terwijl zo minstens 925 politieke mandaten geschrapt werden. Meer en beter met minder.

Het werk is nog niet gedaan. De Belgische overheid is nog steeds te groot, te log en te complex. Er is nood aan verdere vereenvoudiging en de uitvoering van ons confederaal model. Burgers en ondernemingen mogen niet verloren lopen bij hun contact met de overheid. We moeten verder evolueren naar een kleinere, digitale overheid, waar dienstverlening aan alle burgers en ondernemers centraal staat.

Voorstellen

De rekening op orde

Facturen kunnen niet worden doorgeschoven. Elke regering is zelf verantwoordelijk om haar begroting op orde te krijgen. Binnen elke regering leggen we aan het begin van de legislatuur uitgavennormen vast per beleidsdomein. Dit doen we op basis van de beleidsprioriteiten. Zo kiest N-VA voor een solide en duurzame financiering van onze Sociale zekerheid De sociale zekerheid is in België tot nader order federaal. De belangrijkste pijlers van de Belgische sociale zekerheid zijn: de ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV), de pensioenen, de werkloosheidsverzekering en de kinderbijslagen. Daarnaast ook nog beroepsziekten, arbeidsongevallen en jaarlijkse vakantie. Sommige Vlaamse partijen ijveren al lang voor de overheveling van (grote delen van) de sociale zekerheid naar gewesten en gemeenschappen. sociale zekerheid .

We verlagen het Overheidsbeslag De totale overheidsuitgaven in verhouding tot het bruto binnenlands product (bbp) van een land. Anders gezegd: het deel van het bbp dat naar de staat terugvloeit. Het Belgische overheidsbeslag behoort al tot de hoogste ter wereld en kan niet eindeloos blijven stijgen. Daarom zijn hervormingen nodig. overheidsbeslag door de overheidsuitgaven te verlagen. Eenmalige economische meevallers en rentemeevallers worden t.o.v. een vorige begrotingsoefening duidelijk geïdentificeerd en prioritair ingezet om het evenwicht versneld te bereiken of de schuld af te bouwen.

We gaan ook op federaal niveau naar één minister van financiën en begroting, naar Vlaams voorbeeld. Beide domeinen zijn niet los van elkaar te zien. We evolueren naar een prestatiebegroting waar middelen flexibeler ingezet kunnen worden, op basis van doelstellingen in plaats van domeinen.

We onderbouwen ons beleid met degelijke, betrouwbare cijfers. We versterken de financieel-economische en statistische voorspellingsdiensten en controleorganen, en garanderen een politiek-onafhankelijke structuur. We stroomlijnen hun werking om dubbelwerk tegen te gaan, en kwaliteit te garanderen.

Afbouwing van de schuld

We willen de overheidsschuld binnen de 20 jaar naar 60% brengen, zoals de Europese standaarden vereisen. Hiervoor tekenen we een traject uit. Naast het bepalen van de budgettaire inspanning, wordt ook een schuldevolutie als uitgangspunt genomen bij de begrotingscontrole.

De overheid moet zich concentreren op haar kerntaken. We verkopen niet-strategische participaties van de overheid, zoals in Belfius, BNP Paribas, Ethias, NMBS, Proximus en BPOST. Met de opbrengst laten we de staatschuld versneld dalen en bouwen we onze risico’s op de financiële markten af.

Overheidsinvesteringen opkrikken

We creëren op Vlaams niveau 1 miljard aan bijkomende investeringsruimte. Dit doen we door verdere beheersing en rationalisering van uitgaven.

We leggen een Vlaamse investeringsnorm vast om te voldoen aan de investeringsnoden in Vlaanderen. Zo houden we ook een rem op de groei van andere uitgaven.

Overheidspersoneel

Onze overheid wordt gedragen door gedreven en getalenteerde ambtenaren die zich elke dag opnieuw keihard inzetten voor onze gemeenschap. Met een nieuwe codex van het federaal openbaar ambt willen wij op federaal niveau realiseren wat Vlaams al is doorgevoerd. Het statuut van de ambtenaren kunnen we zo moderniseren en vereenvoudigen, en ongelijkheden tussen statutaire en contractuele personeelsleden werken we ermee weg.

Wij staan voor neutrale en objectieve selectieprocedures voor de benoeming van door de overheid aan te stellen managementfuncties.

Contractuele werving wordt de norm, de duur en aard van tewerkstelling brengen we in overeenstemming met de taak die moet gebeuren. We moderniseren de evaluatieprocedure van overheidspersoneel.

We eisen van het federale leidinggevend overheidspersoneel tweetaligheid (NL, FR). Zo kiezen we voor maximale klantgerichtheid.

De dienstverlening en uitstraling van de overheid moeten neutraal zijn. In publieksfuncties is er geen plaats voor opzichtige symbolen van politieke, levensbeschouwelijke of religieuze aard.

Kleinere, efficiënte overheid

We schaffen de senaat af, inclusief bijhorende partijdotaties. De kostprijs van deze "ontmoetingsplaats" is al jaren niet meer te verantwoorden. We verminderen het aantal parlementsleden met een derde.

We gaan voor een dynamischere aanwending van overheidsgebouwen en gebouwen in beheer van de overheid. Vele van die gebouwen liggen op strategisch interessante plaatsen en hebben ook grote parkeergarages, vergaderruimtes en sportinfrastructuur die geopend kunnen worden voor het publiek wanneer de gebouwen gesloten zijn. Onroerende goederen die niet essentieel zijn voor de overheidstaken verkopen we.

We huisvesten overheidsdiensten zoveel mogelijk samen zodat kosten gedrukt kunnen worden en samenwerking bevorderd wordt.

Naar Vlaams voorbeeld gaan we ook op federaal niveau naar 1 minister van bestuurszaken. Hiermee zetten we in op een integrale benadering van de bestuurs- en dienstverlenende processen en zetten we een grote digitale sprong voorwaarts.

Bij de staatshervormingen zijn de federale overheidsdiensten steeds kleiner geworden. Een rationalisering is logisch. Door samenvoegingen beperken we het aantal federale overheidsdiensten. Dit doen we vanuit een functionele klantgerichte benadering.

Aankoopbeleid

De overheid bundelt haar koopkracht door maximaal samen aan te besteden en zo schaalvoordelen te genereren. Ze doet dit met respect voor duurzaamheid en ethiek.

Lokale ondernemingen, startups en kmo’s krijgen bij overheidsaankopen specifieke aandacht, zodat we ons Vlaams economisch weefsel versterken en tegelijkertijd duurzaamheid promoten.

Degelijk bestuur

We gaan uit van het primaat van de politiek. De overheid laat zich adviseren door de instellingen en het Middenveld Het maatschappelijke middenveld is het geheel van particuliere organisaties en instellingen die de verschillende groepen, meningen en belangen in onze samenleving vertegenwoordigen. Doordat zij bemiddelen tussen de individuele burgers en de overheid, vervullen zij een belangrijke brugfunctie. De N-VA pleit als gemeenschapspartij voor een vrij en rijk verenigingsleven. Zo rekenen wij naast vakbonden en mutualiteiten ook heel wat andere verenigingen en niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) tot het middenveld, met inbegrip zelfs van actiecomités en buurtinformatienetwerken (BIN). Meer daarover lees je hier. middenveld , maar beslist finaal zelf.

De monarchie is een achterhaalde staatsvorm, het geboorterecht strookt niet met de democratische basisbeginselen. In de overgangsfase naar de invoering van de republikeinse staatsvorm, vormen we de Belgische monarchie om naar een protocollaire monarchie. Hierbij worden ook de dotaties herbekeken en beperkt.

De N-VA wenst komaf te maken met de taalfaciliteiten in de faciliteitengemeenten. De taalfaciliteiten in deze gemeenten hebben niet geleid tot integratie van de anderstalige bevolking.

Digitalisering en Open Data

De overheid en de private sector slaan de handen in elkaar wat digitalisering betreft, elk vanuit de eigen sterktes. De overheid legt zich toe op het verzamelen, beheren en ontsluiten van kennis en data, met respect voor de privacy. De ontwikkeling van toepassingen hiervoor laat ze over aan de markt, waarbij ze innovatieve startups alle kansen biedt.

We zorgen ervoor dat administratieve aanvragen en diensten vlot digitaal kunnen afgehandeld worden, met focus op de gebruikerservaring.

We laten niemand achter. Als overgangsmaatregel naar verdere digitalisering bij de bevolking voorzien we een performant contactpunt voor assistentie.

Als een burger of onderneming ergens recht op heeft, moet dit voordeel waar mogelijk doelmatig automatisch kunnen toegekend worden. Door digitalisering van de processen en interne informatiedoorstroming maken we dat mogelijk.

Sterk lokaal niveau

De N-VA blijft pleiten voor de volledige afschaffing van het provinciale bestuursniveau. De overblijvende bevoegdheden moeten worden overgeheveld naar de steden en gemeenten of, indien opportuun, naar het Vlaamse niveau. We beogen structurele regionale samenwerking van gemeenten waarbinnen alle bevoegdheden met regionale problematiek aangepakt worden.

We zetten verder in op het fuseren van gemeenten om zo tot grotere, professionelere lokale besturen te komen die betere dienstverlening kunnen bieden aan hun inwoners. Het gemeentefonds zal worden bijgestuurd, rekening houdend met de nieuwe bestuurlijke structuur.

We vereenvoudigen het scala aan verzelfstandigings- en samenwerkingsvormen die vandaag ter beschikking staan van de lokale besturen. Hierbij staat de aandacht voor de democratische aansturing en verantwoording voorop.

11. Pensioenen

Wie een leven lang heeft bijgedragen, moet kunnen genieten van een welverdiend pensioen. Wij verdienen allemaal beter dan een land met de hoogste belastingen, de laagste pensioenen en de grootste ongedekte vergrijzingsfactuur. De doorgevoerde pensioenhervorming heeft een belangrijke positieve impact op de sociale en financiële houdbaarheid van ons pensioenstelsel op langere termijn.

Dankzij de pensioenhervorming daalt de kost van de Vergrijzing Een stijging van de gemiddelde leeftijd doordat het aandeel van ouderen in de bevolking stijgt. Een periode van vergrijzing gaat vaak ook gepaard met een bevolkingsdaling. Die is concreet zichtbaar in de bevolkingspiramide, waarvan de basis inkrimpt en daardoor ook het draagvlak voor de sociale zekerheid. vergrijzing tegen 2060 van 3,5% tot 1,5 % van het Bruto Binnenlands Product ( Bbp Het bruto binnenlands product (bbp) omvat de totale productie van goederen en diensten binnen een land, zowel van bedrijven als van de overheid. De term wordt meestal gebruikt als maatstaf voor de welvaart van een land. Vandaar dat de N-VA de evolutie van het Belgische bbp nauw in de gaten houdt. Dat de Belgische staatsschuld al jaren flirt met de grens van 100 procent van het bbp en die zelfs regelmatig overschrijdt, vindt de N-VA zorgwekkend. Het legt immers een zware hypotheek op onze welvaart. BBP ). Niet omdat mensen een lager pensioen krijgen, wel omdat meer mensen langer werken en dus minder mensen vervroegd op pensioen gaan. Zo zorgen we ervoor dat meer schouders de financiële last voor iedereen wat verlichten, want zij betalen immers de pensioenen van vandaag.

Doordat we gemiddeld langer aan het werk blijven, stijgt integendeel het gemiddelde uitgereikte pensioenbedrag en daalt het armoederisico bij gepensioneerden. Doordat vooral vrouwen langer aan het werk blijven en zo meer eigen pensioenrechten opbouwen, daalt ook de genderkloof in het pensioen.

Toch behoort België nog steeds tot de top 3 van EU-landen met de hoogste vergrijzingskost. Er is de komende jaren dus nood aan bijkomende pensioenhervormingen om de oplopende vergrijzingskost verder in lijn te brengen met het gemiddelde van de EU, en om onze effectieve uittredeleeftijd te laten stijgen naar het gemiddelde van de EU.

De gemiddelde effectieve uittredeleeftijd is intussen toegenomen met ongeveer één jaar van 59,6 jaar in 2014 tot 60,5 jaar in 2018. Bovendien is de werkzaamheidsgraad in de leeftijdsgroep tussen 55 en 64 jaar ook opvallend sterk toegenomen van 43% tot 50% in de periode 2014-2018. Onze doelstelling voor de verdere pensioenhervormingen is om de gemiddelde effectieve uittredeleeftijd verder te verhogen van 61 jaar (in 2019) naar 63 jaar (in 2024).

In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, is het dus niet zo dat in de toekomst iedereen tot 66 of 67 jaar zal moeten werken. Het is wel onze ambitie om vervroegde uittrederegelingen voor de leeftijd van 60 jaar onmogelijk te maken, en om de gemiddelde effectieve uittredeleeftijd te verhogen tot 63 jaar. Iedereen beseft immers dat de huidige situatie onhoudbaar en onrechtvaardig is omdat amper 10% van de Belgen werkt tot aan de wettelijke pensioenleeftijd van 65.

Vlaanderen betaalt vandaag ook voor het gebrek aan verantwoordelijkheidszin in de andere deelstaten. Het resultaat is dat de Vlaamse belastingbetaler extra federale belastingen betaalt om pensioenen voor bijvoorbeeld Franstalige onderwijzers te financieren. Er is dus ook in de pensioenen nood aan een Responsabilisering Het verantwoordelijk maken van de deelstaten, zodat ze beloond worden voor goed beleid en gestraft voor slecht beleid. Die responsabilisering was een eis van de N-VA tijdens de regeringsonderhandelingen van 2010-2011 over de herziening van de financieringswet. De N-VA wil onder meer een belangrijke fiscale autonomie voor de deelstaten en eigen verantwoordelijkheid over onder meer arbeidsmarktbeleid, gezondheidszorg en kinderbijslag.  responsabilisering van alle overheden. Vandaag is vaak het tegendeel het geval. In ons confederale model worden de gemeenschappen verantwoordelijk voor hun pensioenbeleid, net zoals een verdere verschuiving van de bevoegdheden conform ons confederaal model ervoor moet zorgen dat de regio’s de Sociale zekerheid De sociale zekerheid is in België tot nader order federaal. De belangrijkste pijlers van de Belgische sociale zekerheid zijn: de ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV), de pensioenen, de werkloosheidsverzekering en de kinderbijslagen. Daarnaast ook nog beroepsziekten, arbeidsongevallen en jaarlijkse vakantie. Sommige Vlaamse partijen ijveren al lang voor de overheveling van (grote delen van) de sociale zekerheid naar gewesten en gemeenschappen. sociale zekerheid in zijn geheel op punt kunnen zetten.

Voorstellen

Het pensioen verzekeren en versterken

De N-VA is en blijft voorstander van het wettelijk pensioen als sterke en betrouwbare eerste pensioenpijler. Daarnaast moet het aanvullend pensioen worden verbreed en verdiept als tweede pijler. Daarom moedigen wij de sociale partners aan om een deel van de beschikbare marge van de loonakkoorden aan te wenden voor stortingen in de aanvullende pensioenen.

Via de introductie van het puntensysteem versterken we het verzekeringsprincipe in de opbouw van het wettelijk pensioen. Vooral voor de werkende middenklasse willen we van het pensioen opnieuw een sociale verzekering maken. Zo zorgen we ervoor dat wie meer werkt en meer bijdraagt, ook een sterker pensioen geniet.

Ook de besteding van de Welvaartsenveloppe Een spaarpotje dat dient om de laagste uitkeringen, vooral de pensioenen, en de vervangingsinkomens welvaartsvast te houden. welvaartsenveloppe moet deze verzekeringslogica volgen, zodat de koopkracht van de werkende middenklasse tijdens het pensioen behouden blijft.

Het minimumpensioen voor mensen met een lange loopbaan wordt substantieel verhoogd. De toekenningsvoorwaarden worden vereenvoudigd en geharmoniseerd, zodat ook mensen met een gemengde loopbaan evenveel recht krijgen op een minimumpensioen. We versoepelen ook de bestaansmiddelentest voor 65-plussers in de bijstand (IGO) die voordien gewerkt hebben en dus pensioenrechten hebben opgebouwd.

We zorgen voor een pensioenstelsel dat iedereen de vrijheid geeft om gradueel te stoppen met werken maar op een verantwoordelijke manier. Op eigen beslissing, niet op kosten van de belastingbetaler. Gepensioneerden die blijven werken moeten er netto altijd op vooruitgaan.

Solidariteit met de jonge generaties

Demografische projecties tonen aan dat de levensverwachting in België tegen 2070 nog verder zal stijgen. Een cruciale voorwaarde om de betaalbaarheid van onze pensioenen te behouden, en zo de solidariteit met de jonge generaties te vrijwaren, is dat de wettelijke pensioenleeftijd die levensverwachting volgt.

Het spreekt voor zich dat het maatschappelijk draagvlak voor een verhoging van de pensioenleeftijd bijzonder beperkt is zolang er nog bevoorrechte categorieën bestaan met een afwijkende wettelijke pensioenleeftijd van 55 of 56 jaar. De pensioenleeftijd van die bevoorrechte categorieën wordt opgetrokken tot die van de andere werknemers en ambtenaren.

We laten effectief gewerkte periodes sterker doorwegen in de pensioenopbouw

We versterken de band tussen de effectief gewerkte periodes, betaalde bijdragen en de opbouw van je pensioen. Vandaag is zowat een derde van de pensioenrechten gebaseerd op niet-gewerkte periodes. Deze gelijkstelling behouden we enkel waar dit maatschappelijk verantwoord is, zoals voor periodes van ziekte, zwangerschaps- en ouderschapsverlof en de diverse zorgverloven, maar bouwen we af voor periodes van brugpensioen en langdurige werkloosheid.

Verantwoordelijke overheden

Voor elke nieuwe benoeming van een statutaire ambtenaar moet de financiering van het pensioen voortaan de kostprijs ervan dekken. Het kan niet de bedoeling zijn dat publieke werkgevers hun ambtenaren onterecht op ziektepensioen sturen.

Tegelijk pleiten we voor contractuele werving als regel bij de Vlaamse overheid, en voor een veralgemeende aansluiting van contractuelen bij het aanvullend pensioenplan in het Vlaams pensioenfonds. Zo wordt enkel de 1e pijler van het werknemerspensioen van de contractuelen nog federaal opgebouwd, de 2e pijler van het aanvullend pensioen wordt voortaan opgebouwd op deelstaatniveau. Ook bij de federale overheid wordt contractuele werving de regel.

De federale overheid monitort de impact van de pensioenhervorming op de lokale overheden en ondersteunt waar mogelijk met onder andere incentives tot responsabilisering. De shift van statutairen richting contractuelen brengt lokaal namelijk een zware financiële dobber mee.

Het principe van responsabilisering moet ook gelden voor de pensioenregeling in alle parlementen.

Harmonisering van het pensioenstelsel van ambtenaren, werknemers en zelfstandigen

We harmoniseren het pensioenstelsel van ambtenaren, zelfstandigen en werknemers. In regel moet iedereen even lang werken om zijn pensioen te kunnen opnemen en moet iedereen een volledige loopbaan van 45 jaar hebben om van een volledig pensioen te kunnen genieten.

12. Gezondheidszorg

In onze gezondheidszorg moeten de middelen zoveel mogelijk naar de patiënt vloeien, en niet naar overbodige en geldverslindende structuren. Daarom moeten effectiviteit, efficiëntie en kwaliteit centraal staan. Als we de kwaliteit van onze gezondheidszorg willen garanderen, en tegelijkertijd de betaalbaarheid van het systeem willen behouden, dan zal er niet alleen over het budget maar ook over de organisatie ervan moeten gesproken worden. Alle instrumenten zitten dan ook het beste op één niveau, het Vlaamse niveau zoals we ook in onze congresteksten rond het Confederalisme Willen we iets structureel veranderen, dan moeten we de structuren veranderen. Confederalisme is de structurele verandering die dit land nodig heeft. Confederalisme heeft als uitgangspunt dat Vlaanderen en Wallonië eigenaar zijn van alle bevoegdheden. Ze oefenen die zelf uit maar kunnen ook samen beslissen om sommige bevoegdheden samen te beheren op het confederale niveau, in hun beider belang. Zo wordt de logica volledig omgedraaid. In plaats van bevoegdheden over te dragen van het federale niveau naar Vlaanderen en Wallonië, kunnen bevoegdheden worden overgedragen naar het confederale niveau. Gedwongen samenwerking wordt vervangen door vrijwillige samenwerking. Moeten wordt willen. Afbreken van bovenaf wordt opbouwen van onderuit. Confederalisme is dus samen beslissen wat we samen willen doen.Hoe de N-VA het confederalisme concreet vorm wil geven, leest u in de definitieve tekst van het VVV-congres. confederalisme hebben neergeschreven.

Voorkomen is beter dan genezen. Daarom zullen we de inspanningen op het vlak van preventie verder moeten uitdiepen met de nodige aandacht voor screening, vaccinaties, gezonde voeding en beweging. We maken werk van een alcohol-, tabak- en drugsplan vanuit een 3-sporenbeleid met preventie, hulpverlening en ordehandhaving.

Een sterke eerstelijnszorg en taakverdeling is bovendien cruciaal. We stimuleren het gebruik van goedkope geneesmiddelen om zo de nodige budgettaire ruimte vrij te maken voor innoverende geneesmiddelen. We betalen enkel terug wat werkt (evidence based medicine/practice).

De huisarts blijft de centrale spil van de gezondheidszorg. Op die manier vermijden we dat patiënten al te snel bij specialisten en dure spoeddiensten aankloppen. We willen patiënten aanmoedigen om een vaste huisarts te kiezen, die een elektronisch Globaal Medisch Dossier (GMD) van de patiënt bijhoudt. Op die manier kunnen we een snelle en efficiënte uitwisseling van informatie tussen verschillende zorgverstrekkers garanderen, en worden dubbele onderzoeken vermeden.

Binnen de budgettaire beperkingen mogen we ook de toegankelijkheid van de zorg niet uit het oog verliezen. Zorg moet beschikbaar zijn voor alle leeftijden in plaats van de beperkingen die vandaag bestaan bij onder andere mondzorg en psychologische zorg.

Een sterke gezondheidszorg gaat uit van samenwerking met alle betrokken partners. Dit betekent ook dat we van deze partners de nodige inspanningen vragen om mee te werken aan een efficiënt gebruik van de beschikbare middelen. Binnen de gezondheidszorg kan er geen plaats zijn voor misbruik en fraude. Slagkrachtige inspectiediensten zijn een voorwaarde om dit te kunnen realiseren.

De kerntaak van de ziekenfondsen is het bieden van gezondheidsvoorlichting, opvoeding en informatie aan de leden. Zij kunnen echter niet tegelijk rechter en partij zijn, en ook hun rol als doorgeefluik van terugbetalingen van geneeskundige zorgen moet in tijden van informatisering worden herzien. De financiering en de interne werking van de ziekenfondsen moet volledig transparant zijn.

Voorstellen

Betaalbare en toegankelijke gezondheidszorg

We streven naar een grotere toegankelijkheid van de gezondheidszorg, zowel wat de fysieke toegang als wat de betaalbaarheid betreft. Artsen worden aangezet om meer goedkope geneesmiddelen voor te schrijven en daarnaast worden de voorschrijfquota op regelmatige tijdstippen verhoogd. We stimuleren het onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen, ook voor zeldzame ziekten (en dementie). Tegelijk wordt de prijszetting van innovatieve en soms zeer dure geneesmiddelen kritisch bekeken.

Geneesmiddelen zijn geen snoepjes. Bij voorschriftplichtige geneesmiddelen is bijkomend (gebruiks)advies zeker noodzakelijk en daarom blijven ze enkel verkrijgbaar via de officina-apotheker, niet via online platformen. We stemmen het aanbod van geneesmiddelen af op de noden van de patiënt en we voeren een regeling in die de onbeschikbaarheid van geneesmiddelen aanpakt. Om te zorgen voor een goede opvolging van de therapietrouw en een optimaal resultaat van de behandeling te bevorderen wordt de actieve rol van de huisapotheker in het geneesmiddelengebruik via het Gedeeld Farmaceutisch Dossier verder ondersteund en uitgewerkt. Daartoe behouden we een apotheek in de nabijheid van elke burger.

We maken werk van een toegankelijke geestelijke gezondheidszorg door de zorgnoden te objectiveren, op basis daarvan de nodige middelen te voorzien en rationeel in te zetten. Het gevoerde beleid toetsen we aan kwaliteitsindicatoren.

Gezondheidszorg die de Vlaming verdient

We betalen enkel terug wat werkt, ook in de aanvullende verzekering. We beschermen de patiënten tegen charlatans en garanderen kwaliteitsvolle zorg en hulpverlening onder andere door de erkenning van een aantal nieuwe paramedische beroepen (zoals klinisch seksuologen en mondhygiënisten).

Het is cruciaal dat zorgverleners en patiënten goed met elkaar kunnen communiceren. Daarom moet taalkennis een beroepsuitoefeningsvoorwaarde worden voor alle medische zorgberoepen. Enkel wie de taal van de regio machtig is, mag het beroep uitoefenen. De aflevering van het visum kan hieraan gekoppeld worden.

We zorgen voor voldoende handen aan het bed door het behoud van de opleiding en de erkenning van HBO5-verpleegkundigen.

We behouden het systeem van de contingentering van (tand)artsen om zowel de uitgaven onder controle te houden als te kunnen zorgen voor een kwaliteitsvolle opleiding en zorg.

We behouden het model van betaling per prestatie, maar een deel van de verloning moet ook gaan naar kwaliteit (pay for quality). We herzien de nomenclatuur binnen budget waarbij we een bijzondere aandacht besteden aan het herwaarderen van de intellectuele prestaties.

Er wordt werk gemaakt van een Vlaamse Orde voor diverse zorgberoepen.

Beschikbare middelen beter gebruiken

De schaarse middelen die er zijn moeten zoveel mogelijk naar de patiënt vloeien, en niet naar overbodige en geldverslindende structuren. Het bestrijden van fraude en oneigenlijk gebruik van middelen in de gezondheidszorg blijft een prioriteit.

We hervormen het statuut van de adviserende geneesheren en werken de tekorten weg. We integreren de adviserende geneesheren van de ziekenfondsen in het RIZIV Het Rijksinstituut voor Ziekte en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) is een federale openbare instelling die de gezondheidszorg, een deel van de sociale zekerheid, organiseert. Het Instituut bestaat uit vier kerndiensten: Geneeskundige Verzorging, Uitkeringen, Geneeskundige Evaluatie en Controle, en Administratieve Controle. In het RIZIV zetelen vertegenwoordigers van werknemers, werkgevers, ziekenfondsen en zorgverstrekkers. Aan Vlaamse zijde ijveren verschillende partijen voor een overheveling van de gezondheidszorg naar de gemeenschappen. RIZIV zodat deze in alle onafhankelijkheid hun taken kunnen uitvoeren. De FOD Volksgezondheid en het RIZIV worden één organisatie en we voegen de verschillende sociale inspectiediensten samen tot 1 dienst.

We zetten in op een vermindering van het overmatig gebruik van geneesmiddelen. We werken maatregelen uit om de therapietrouw bij patiënten te verhogen en polymedicatie, wat vooral optreedt bij ouderen en zorgt voor onnodige complicaties, tegen te gaan.

Een gezonde geest in een gezond lichaam

Het stigma op geestelijke gezondheid is vandaag nog ontzettend groot. Vroege identificatie en behandeling zijn noodzakelijk. Cruciaal hierbij is de kennis over geestelijke gezondheid en de opvattingen die een rol spelen in herkenning, aanpak en preventie van psychische problemen. Daarom willen we inzetten op deze mentale gezondheidsvaardigheden om zo taboedoorbrekend te werken.

We werken het systeem van de terugbetaling van de klinisch psychologen verder uit zodat ook de 65-plussers en kinderen en jongeren hierop beroep kunnen doen. We professionaliseren de geestelijke gezondheidszorg verder door een betere opleiding voor de huisartsen en door de verdere installatie van multidisciplinaire teams.

We brengen de Vlaamse zelfdodingscijfers terug door een volgehouden inspanning op het vlak van onderzoek, preventie en ketenzorg.

Goed georganiseerde zorg

De eerstelijnszorg blijft voor ons de basispijler van de gezondheidszorg. De huisarts en de apotheker spelen speelt daarin een belangrijke rol. We investeren in zorgzame buurten die chronische zieken beter opvolgen.

We implementeren de e-gezondheid verder en verbeteren daarbij de performantie van het E-health De elektronische uitwisseling van gezondheidsgegevens, van het elektronisch patiëntendossier tot elektronische voorschriften. e-health systeem: elektronische doktersbriefjes, elektronische voorschriften voor geneesmiddelen en een gedeeld elektronisch patiëntendossier.

We stimuleren de doorverwijzing door de huisarts naar de spoed- en specialisatiediensten. Zo gaan we oneigenlijk gebruik van de spoed tegen. We zorgen voor sterke, toegankelijke en performantere regionale huisartsenwachtposten zodat de eerstelijnszorg overdag en ’s nachts gestroomlijnd wordt.

Het verblijf in het ziekenhuis dient zo kort mogelijk gehouden te worden, met de nodige thuiszorg waarvoor we extra middelen voorzien. Dure ziekenhuisbedden moeten voorbehouden blijven voor complexe zorg. We zorgen voor een optimale communicatie van ziekenhuis naar thuiszorg (huisarts, huisapotheker, thuisverpleging, kinesist,…) en omgekeerd, zodat deze overgang tussen verschillende zorgomgevingen naadloos gebeurt en de (medicatie-)behandeling niet onderbroken wordt. We faciliteren/stimuleren het gebruik van systemen voor conference call/videoconference om het overleg tussen zorgverstrekkers efficiënt te laten gebeuren.

We hervormen de ziekenhuisfinanciering waarbij een correcte vergoeding voor de geleverde zorgen vooropstaat. We verlagen ook de pensioenlast van ziekenhuizen die inzetten op contractuele in plaats van statutaire tewerkstelling.

De vorming van de ziekenhuisnetwerken wordt verder ondersteund en aangepast om een betere afstemming te verkrijgen met de eerstelijnszorgzones die in Vlaanderen vormgegeven worden en om te komen tot een efficiënte spreiding van zware medische apparatuur en technische diensten. Door het versterken van de banden tussen ziekenhuis en eerstelijnszorg verbeteren we de noodzakelijke zorgcontinuïteit voor de patiënt.

De patiënt aan het roer

We verlenen de nodige aandacht aan de patiëntenrechten. We breiden het toepassingsgebied van de wet patiëntenrechten uit naar alle zorgverleners en welzijnsmedewerkers die in contact komen met patiënten. Iedereen, elke patiënt, moet eigenaar zijn van zijn/haar eigen gezondheidsgegevens zodat er voldoende transparantie is over het eigen gezondheidsdossier.

Goed ontwikkelde gezondheidsvaardigheden zijn erg belangrijk bij het wegwerken van sociale ongelijkheden. Daarom voeren we een actieplan in om de gezondheidswijsheid aanzienlijk te verbeteren en zo onnodige gezondheidskosten te vermijden

Voorkomen is beter dan genezen

De balans preventie-behandeling moet aangepast worden in de richting van preventie. We verhogen het budget voor preventie zodat de burger de gezondheidszorg kan krijgen die hij verdient. Om de deelname te verhogen zetten we hierbij extra in op sociaal kwetsbare groepen.

We beschermen minderjarigen tegen de kwalijke gevolgen van roken en trekken de leeftijdsgrens voor de verkoop van tabaksproducten en aanverwanten op van 16 naar 18 jaar. We ijveren voor een alcohol-, tabak- en drugsplan waarbij we kunnen inzetten op preventie en op maatregelen om het aanbod in te perken. Hierbij moeten we de sociale vangnetten voor kwetsbare groepen versterken.

Ontzuiling

De ziekenfondsen worden vandaag overgefinancierd voor hun werkingskosten. Wij willen de taken en controles die kostenefficiënter of effectiever binnen het RIZIV kunnen ook daar laten plaatsvinden. Daarnaast streven we naar een correcte financiering van de ziekenfondsen voor de taken die ze wel nog moeten doen.

13. Sociaal beleid

In ons warme Vlaanderen zorgen we voor een sterk vangnet en helpen we mensen die het nodig hebben om zo snel mogelijk weer op eigen benen te staan. We waken over de sociale cohesie in onze samenleving en pakken misbruik aan. We werken ook aan het samenhorigheidsgevoel want enkel bij groepen waarmee we ons kunnen identificeren, waarin we ons ‘thuis’ voelen, vinden we verbondenheid en betrokkenheid. Dat is een voorwaarde voor gedragen solidariteit.

We willen het kostbare weefsel versterken waarbij we als Vlamingen samen de verantwoordelijkheid opnemen voor elkaar. We investeren in zorgzame buurten, de ondersteuning van mantelzorgers, vrijwilligers en verenigingen. Zij zijn de motor achter projecten die ijveren voor een samenleving waarbij bijvoorbeeld ook mensen met een beperking volwaardig kunnen deelnemen. We rekenen dus niet enkel op de overheid om elk aspect in ons leven te verzorgen.

De overheid heeft als taak voor ondersteuning te zorgen en om vernieuwende concepten te faciliteren. We zorgen voor meer zorg door een gelijk speelveld te creëren voor elke zorgaanbieder, beleid te voeren op basis van wat wetenschappelijk aantoonbaar werkt en door het sociaal ondernemerschap te stimuleren.

Vlaanderen ging aan de slag met haar nieuwe bevoegdheden: de Vlaamse Sociale Bescherming werd verder uitgebouwd en de kinderbijslag werd hervormd. Toch blijven tal van bevoegdheden versnipperd wat een coherent welzijnsverhaal en gezinsbeleid onmogelijk maakt. Door alles te bundelen in één Vlaamse hand, kunnen we een coherent en transparant beleid op maat van de Vlaming voeren. Waarbij we de ingewikkelde aanvragen en procedures vereenvoudigen, digitaliseren en inkorten. Waar we kiezen voor ambitieuze kwaliteitsnormen en de uitbetaling gebeurt door één neutraal loket.

De uitdagingen in de welzijnssector zijn groot. Aan de ene kant zijn de budgetten de afgelopen jaren sterk gestegen maar aan de andere kant blijven duizenden Vlamingen wachten op de juiste zorg en/of ondersteuning en gaan de zorgverstrekkers gebukt onder de zware werkbelasting. Daarom pleiten we als partij voor een zorgshift van de budgetten. Meer handen aan het bed en minder naar bakstenen en tussenstructuren. We willen de beschikbare financiële middelen meer cliëntgericht inzetten.

Een persoonsvolgende financiering waarbij de persoon met beperking en/of chronische ziekte of oudere met zorg/ondersteuningsnood op basis van een zorgzwaarte-meting een budget krijgt toegewezen, is een concrete uiting van de zorgshift. De gebruiker kan de regie over zijn zorg en/of ondersteuning volledig in eigen handen nemen en zelf bepalen welke zorg en/of ondersteuning hij waar inkoopt.

Het gezin in al zijn vormen speelt een belangrijke rol in onze identiteitsvorming en gemeenschapsvorming. We krijgen via onze ouders waarden en normen mee. Vandaar dat het gezin de hoeksteen vormt voor onze maatschappij en het vanuit de overheid ondersteuning verdient. De overheid moet echter niet bepalen hoe die opvoeding en dat gezin eruitzien, maar dient ouders voldoende ademruimte te bieden om hun gezinsleven te ontplooien.

We willen zorgen voor een warme thuis voor elk kind. In ons gezinsbeleid stellen we het belang van het kind voorop. Soms kunnen ouders hun opvoedingsverantwoordelijkheden niet opnemen. Vandaar dat kwetsbare groepen, zoals kinderen in een verontrustende opvoedingssituatie en wezen, bijzondere aandacht verdienen. Dankzij de N-VA is er eindelijk een statuut voor pleegouders en werd pleegzorg uitgebreid naar 25 jaar.

Zorg opnemen voor je kind of je ouders lijkt een vanzelfsprekendheid maar is geen evidentie. Zeker de zogenaamde ‘sandwichgeneratie’ die zowel de zorg voor de eigen kinderen als voor zorgbehoevende ouders opneemt, heeft het niet gemakkelijk om de puzzel werk-gezin-zorg te leggen. We willen hen dan ook de nodige ondersteuning bieden om de dagelijkse puzzel te leggen zonder voortijdig opgebrand te raken. Hierdoor blijven we inzetten op verschillende diensten zoals kinderopvang, geven we gezinnen de nodige tijd via gepaste verlofstelsels en erkennen we mantelzorgers als volwaardige zorgpartners.

De taboes rond afscheid nemen en rouwen trachten we te doorbreken en maken we bespreekbaar.

Voorstellen

Ons kostbare weefsel versterken

Samen-leven in een sterke buurt
We creëren voldoende ontmoetingsplaatsen voor mensen van alle leeftijden. We zien lokale dienstencentra als een lokale spil die buurtgericht werkt. Naast hun rol als ontmoetingsplek voor ouderen, kunnen ze ook opengesteld worden voor de buurt en multifunctioneel worden ingezet.

We kiezen voor een buurtgerichte benadering van zorg. Woonzorgcentra zijn ingebed in het sociaal weefsel. Bereikbaarheid en de mogelijkheid tot spontane sociale contacten en participatie zijn noodzakelijk als we onze ouderen het respect willen geven dat ze verdienen.

Strijd tegen eenzaamheid
We brengen de problematiek van eenzaamheid in kaart. Op basis hiervan werken we een Vlaamse ondersteunende strategie uit om de aanpak van eenzaamheid door lokale besturen te ondersteunen en te sensibiliseren. Om goede praktijkvoorbeelden uit te wisselen stellen we een vrij te raadplegen interventiedatabank ter beschikking.

De Vlaamse Sociale Bescherming wordt een volwaardige Vlaamse Sociale zekerheid De sociale zekerheid is in België tot nader order federaal. De belangrijkste pijlers van de Belgische sociale zekerheid zijn: de ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV), de pensioenen, de werkloosheidsverzekering en de kinderbijslagen. Daarnaast ook nog beroepsziekten, arbeidsongevallen en jaarlijkse vakantie. Sommige Vlaamse partijen ijveren al lang voor de overheveling van (grote delen van) de sociale zekerheid naar gewesten en gemeenschappen. Sociale Zekerheid

Een integraal Vlaams zorg- en welzijnsbeleid
Mensen met gelijkaardige zorg- en ondersteuningsnoden helpen we op een gelijke manier verder. Een assistentiewoning kan bijvoorbeeld ook dienen voor een persoon met een beperking die jonger is dan 65 jaar. We stappen dan ook af van het hokjesdenken in de zorg – zowel tussen sectoren als tussen beleidsniveaus – maar zetten de Vlaming radicaal centraal.

Dienstverlening die de Vlaming verdient
We korten de doorlooptijd van procedures in en betalen de tegemoetkomingen uit via één neutraal overheidsloket. Een moderne, ongebonden Vlaamse sociale bescherming die gebruik maakt van de digitale mogelijkheden en efficiëntiewinsten zorgt voor de dienstverlening die de Vlaming verdient. We richten hiervoor één medische dienst op die uniforme erkenningscriteria hanteert en attesten uitreikt die door alle overheden worden aanvaard. Daarnaast hervormen we de verschillende inschalingsinstrumenten die vandaag bestaan tot één objectief inschalingsinstrument.

Ruimte voor initiatief
We werken verder aan een gelijk speelveld in de zorg, waarbij regels gelijk zijn voor verschillende zorgaanbieders. De Rechtspersoonlijkheid Een juridische constructie waardoor een abstracte entiteit of organisatie kan optreden als een volwaardig en handelingsbekwaam persoon in het rechtsverkeer, met rechten en plichten zoals een natuurlijk persoon. De Belgische vakbonden hebben zich steeds met succes verzet tegen het verkrijgen van een formele rechtspersoonlijkheid. Als feitelijke verenigingen met een functionele rechtspersoonlijkheid kunnen zij wel allerlei rechtshandelingen stellen en bijvoorbeeld werkgevers dagvaarden. Maar zelf kunnen zij niet gedagvaard en dus evenmin aansprakelijk gesteld worden. Zij zijn ook niet verplicht om hun jaarrekening openbaar te maken, waardoor er een totaal gebrek aan transparantie is. Dat is niet verdedigbaar, vindt de N-VA, die ook vakbonden een volledige rechtspersoonlijkheid wil toekennen. rechtspersoonlijkheid van de uitbater speelt geen rol, wel dat de zorgverstrekker de kwaliteitsnormen haalt die de Vlaamse overheid vooropstelt.

We herbekijken de regeldrift in de zorgsector. Vereenvoudiging en regelluwte moeten de kans geven aan voorzieningen om zich te richten op de echte zorg.

We investeren in innovatie in de sectoren zorg en welzijn waarbij de gebruiker steeds centraal moet staan. We gebruiken daar o.a. het systeem van de sociale impact obligaties voor.

Zorgshift

Zorgondersteuning als kerntaak van de overheid
De overheid moet zich concentreren op de zorg- en ondersteuningskosten. Infrastructuur subsidiëren is niet de kerntaak van de overheid, controle op de kwaliteit wel.

Naast de vrijgekomen budgetten door efficiënter te werken, maken we extra budgetten vrij om te investeren in de aanpak van de wachtlijsten. We houden daarbij niet enkel rekening met de zorgzwaarte maar ook met de wachttijd.

We houden de rusthuisfactuur betaalbaar door te investeren in zorgpersoneel, zodat voorzieningen hun prijs hiermee niet moeten aandikken.

Langer thuis wonen mogelijk maken
We werken aan een kwaliteitsvol beleid dat de nadruk legt op een rijk gevulde en veilige (oude) dag in een comfortabele woonomgeving. Veel ouderen en personen met een beperking willen namelijk het liefst van al thuis blijven wonen. Vlaanderen mag zich dan ook niet beperken tot een voorzieningenbeleid.

In plaats van de twee bestaande vormen van aanpassingspremie, kiezen we voor één leeftijdsonafhankelijke aanpassingspremie. We maken deze premie breder toegankelijk voor de Vlaming en kiezen voor een eenvormige procedure. Ook de federale fiscaliteit kan langer thuis wonen stimuleren.

Innovatieve woonvormen zijn de ideale schakel tussen de eigen woning en een woonzorgcentrum. Drempels in de regelgeving voor woonvormen zoals kangoeroe wonen, groepswonen of cluster wonen en aanleunwoningen passen we aan de huidige realiteit aan.

Meer handen aan het bed
De N-VA waakt erover dat de middelen zoveel mogelijk worden ingezet voor de zorggebruiker zelf. De tegemoetkomingen en persoonsvolgende budgetten worden door één uniek en neutraal loket uitbetaald. We geven ouderen die zware zorg nodig hebben, dezelfde financiële ondersteuning door een hogere zorgzwaartefinanciering in woonzorgcentra.

Regie over de eigen zorg
We kijken nauwlettend toe op de verdere uitrol van de persoonsvolgende financiering voor personen met een beperking en de uitbreiding ervan naar minderjarigen met een beperking. We waken erover dat kinderziektes in het systeem snel en efficiënt worden aangepakt.

Het systeem van persoonsvolgende financiering trekken we door naar andere domeinen zoals de gezinszorg en ouderenzorg. Dit kan in de vorm van een cashbudget, voucher(s) of een combinatie van beide.

Een warme thuis voor elk kind

Een warme thuis creëren
We maken werk van gezinshuizen, zodat geen enkel kind onder de 6 jaar in een instelling hoeft te verblijven.

We nemen verdere maatregelen om probleemsituaties bij interlandelijke adoptie te vermijden en op te vangen.

We maken ouderschapsverlof mogelijk voor pleegouders die aan langdurige pleegzorg doen.

Het belang van het kind voorop
Het kennen van de eigen afkomst is belangrijk voor de identiteitsvorming van kinderen. Daarom schaffen we de anonimiteit van sperma- en eiceldonoren af.

We maken discreet bevallen mogelijk. Anders dan bij anoniem bevallen worden de gegevens van de moeder in dat geval bijgehouden door een onafhankelijke instantie. Hierdoor blijft het kind de mogelijkheid hebben om op een later tijdstip contact op te nemen met de biologische moeder, met bemiddeling van die instantie.

Er wordt een wetgevend kader ontwikkeld voor draagmoederschap waarbij er geen genetische band is tussen de draagmoeder en het kind. Daarnaast verbieden we commercieel draagmoederschap.

Snel ingrijpen om erger te voorkomen
We versterken de jeugdhulp door een groeipad te voorzien waarmee we de wachttijden verminderen en de toegang tot de rechtstreeks toegankelijke hulp verzekeren. We kiezen voor integrale ketenaanpak van jongeren in een problematische situatie. Onderwijs, jeugdzorg en politie laten we samenwerken via individuele begeleiding en begeleiding aan huis heeft prioriteit. Maar we durven ook jongeren uit huis plaatsen wanneer dat nodig is om hen alle kansen te geven.

We onderzoeken een rechtsgrond om toekomstige kinderen die in precaire situaties dreigen op de wereld te komen preventief te beschermen, zoals wanneer hun ouders met een verslavingsproblematiek kampen en een begeleidingstraject weigeren. We denken hiervoor onder meer aan de uitbreiding van de kindreflex als waakzaamheidsinstrument.

We investeren in een gespecialiseerde voorziening die minderjarige slachtoffers van tienerpooiers opvangt.

De sandwichgeneratie ondersteunen

Een haalbare puzzel werk-gezin-zorg
Telewerk, thuiswerk en glijdende werkuren helpen ouders om de moeilijke puzzel werk-gezin te leggen. Ondernemingen moedigen we aan om andere ondersteunende diensten, zoals een wasserij, strijkdienst of crèche aan te bieden.

De leeftijdsgrenzen van de kinderen waarvoor je ouderschapsverlof of tijdskrediet met zorgmotief kan opnemen stemmen we op elkaar af. Tijdskrediet opnemen voor de zorg van kinderen wordt mogelijk tot het kind 12 jaar is, i.p.v. de huidige 8 jaar.

We erkennen de mantelzorgers als volwaardige zorgpartners. Alle zorgactoren, inclusief mantelzorgers en de zorgbehoevende zelf, moeten toegang hebben tot een elektronisch zorgdossier.

We stimuleren het gebruik van zorgoplossingen op maat, zoals thuiszorg, thuisverpleging en ondersteunende technologie. Daarnaast zetten we in op meer lokale dienstencentra, centra voor dagverzorging, nachtopvang of kortverblijf. Ten slotte verdienen mantelzorgers een klankbord via bv. lotgenotengroepen.

Kwalitatieve kinderopvang
We zorgen voor voldoende, toegankelijke en betaalbare kinderopvang met een goed evenwicht tussen de verschillende types kinderopvang. We voorzien hiervoor een verder groeipad. Inclusieve kinderopvang voor personen met een beperking en flexibele kinderopvang voor wie niet van negen tot vijf werkt, blijven voor ons belangrijke aandachtspunten.

We versoepelen het systeem dat de ouderbijdrage aanpast in de inkomensgerelateerde kinderopvang om sneller in te spelen op wijzigingen in het inkomen van ouders. Zo wordt de toegankelijkheid van kinderopvang mee gegarandeerd.

We zorgen voor een brede invoering van de kinderopvangzoeker en lokale loketten kinderopvang zodat ouders eenvoudiger en sneller informatie over kinderopvang vinden. De gemeente mag haar rol van actor en regisseur hierbij niet vermengen.

We hebben aandacht voor de financiële leefbaarheid van de kinderopvangsector. Een vergunning voor een opvangplaats moet dan ook gekoppeld worden aan een basissubsidie en we zetten verdere stappen in de geleidelijke gelijkschakeling van subsidiebedragen. Daarnaast moet het mogelijk zijn om plaatsen met inkomenstarief en plaatsen met vrije prijs op één locatie te combineren.

Een kwaliteitsvolle buitenschoolse opvang of buitenschoolse activiteiten zorgen ervoor dat kinderen zichzelf kunnen ontplooien maar ook dat ouders zich geen zorgen hoeven te maken wanneer ze niet tijdig aan de schoolpoort geraken. Kinderopvang met zorgverbreding voor kinderen in armoede ondersteunen we verder, met aandacht voor de ouders.

Financiële ondersteuning van gezinnen met kinderen
We volgen nauwgezet de pas hervormde gezinsbijslagen op. De middelen die op termijn vrijkomen door de vereenvoudiging van het systeem en het beheer ervan, investeren we in het gezinsbeleid. We evalueren de uitbetalingsactoren en gaan op termijn naar één Vlaamse uitbetalingskas voor het Groeipakket.

We trekken het principe een kind is een kind door naar de verhoging van de belastingvrije som voor kinderen ten laste. We kiezen voor één bedrag per kind, ongeacht de rang in het gezin.

Een waardig levenseinde

We moedigen zorgverleners aan palliatieve zorg tijdig op te starten. We nemen de administratieve onzekerheden weg bij de registratie van de wilsverklaring tot euthanasie. Dit door een verplichte registratie van de wilsverklaring via een elektronisch aangifteformulier bij de huisarts. De overheid moet de patiënt wel periodiek herinneren aan het bestaan van de wilsverklaring en de modaliteiten tot intrekking of aanpassing ervan.

Naast een goede rouwbegeleiding op de werkvloer via coaching, breiden we het 'rouwverlof' voor overlijdens van de partner of familieleden in de eerste graad uit naar 10 dagen. Zo kunnen zij in alle rust de nodige administratie afwikkelen zonder loonderving.

14. Kansen geven en armoede wegwerken

Bij ons krijgt iedereen de mogelijkheden om iets van het leven te maken. Alle Vlamingen krijgen de ruimte om hun talenten volop te ontwikkelen en daar de vruchten van te plukken. We bieden iedereen voldoende kansen om te starten. Wie extra ondersteuning nodig heeft helpen we graag. Wie het moeilijk heeft, laten we niet achter. We waarborgen de gelijkheid van rechten voor iedereen, los van afkomst, geloof, overtuiging, beperking, geslacht, seksuele geaardheid, of leeftijd.

Meer dan ooit staat onze samenleving onder druk. Ze is de laatste decennia sterk geëvolueerd met een toenemende diversiteit in vele steden en gemeenten. De nieuwe samenlevingsproblemen die dit met zich meebrengt, vormen een extra uitdaging.

De N-VA staat voor een open Vlaanderen. We gaan voor een inclusieve samenleving die iedereen voldoende kansen biedt en de ogen niet sluit voor discriminatie. De volwaardige participatie van eenieder aan onze samenleving is ons doel met een bijzondere aandacht voor personen met een beperking en ouderen.

Respect is hierbij het kernwoord. Met wetten en regels alleen roei je de vooroordelen en racisme niet uit. Gelijke kansen is een zaak van iedereen. De overheid mag eisen dat iedereen – burgers, middenveldorganisaties, verenigingen, werkgevers – de geboden kansen grijpt en zelf mee verantwoordelijkheid draagt voor zichzelf en voor de ander.

Een overheid kan en mag echter niet aanvaarden dat de verantwoordelijkheid steeds bij ‘de ander’ wordt gelegd of dat mensen of groepen zich in een slachtofferrol wentelen. Vrijheid en verantwoordelijkheid gaan hand in hand. Daarnaast heeft de overheid uiteraard een voorbeeldfunctie.

Eenieder is verantwoordelijk om zijn leven in handen te nemen, maar dat is niet voor iedereen even evident. Soms kan het leven tegen zitten en kunnen mensen in armoede geboren worden of terechtkomen. Dan is het de taak van de overheid om te helpen. Het uiteindelijke doel van een gedegen armoedebeleid moet zijn om mensen (opnieuw) zelfredzaam te maken.

De afgelopen regeerperiode verhoogden de sociale bijstandsuitkeringen en minimumpensioenen. Armoede is echter niet alleen het gebrek aan geldmiddelen maar ook aan een netwerk van sociale uitsluitingen dat zich uitstrekt over meerdere levensdomeinen (werk, onderwijs, gezondheid, huisvesting, ontspanning…).

Een structureel armoedebeleid moet bijgevolg niet enkel symptomen bestrijden maar ook onderliggende oorzaken aanpakken. We kiezen voor maatregelen die mensen écht vooruithelpen en perspectief geven om zelf hun leven terug in handen te nemen. Alle bevoegdheden horen daarbij ook het beste op één niveau te liggen conform ons confederaal model.

Liever voorkomen dan genezen, is onze lijn. Een preventief beleid vermijdt dat mensen in een negatieve armoedespiraal terechtkomen, zorgt voor een lagere armoedegraad op langere termijn en voor efficiëntiewinsten bij de overheid.

Een job blijft de belangrijkste garantie tegen armoede. Het kan generatie-armoede doorbreken, zorgt voor meer schouders om onze Sociale zekerheid De sociale zekerheid is in België tot nader order federaal. De belangrijkste pijlers van de Belgische sociale zekerheid zijn: de ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV), de pensioenen, de werkloosheidsverzekering en de kinderbijslagen. Daarnaast ook nog beroepsziekten, arbeidsongevallen en jaarlijkse vakantie. Sommige Vlaamse partijen ijveren al lang voor de overheveling van (grote delen van) de sociale zekerheid naar gewesten en gemeenschappen. sociale zekerheid te dragen en verzekert een sterke sociale bescherming in de toekomst. Omdat niet voor iedereen de stap naar betaalde arbeid meteen mogelijk of haalbaar is, versterken we de doelmatigheid van de laagste uitkeringen.

Geen betutteling maar respect voor het eigen kunnen. Door te focussen op wat mensen wél kunnen en proberen hen met de nodige individuele ondersteuning (opnieuw) zelfredzaam te maken, creëren we meer eigenwaarde voor het individu. Het is aan het individu om de gegeven kansen te grijpen.

Streng zijn voor misbruik, solidair zijn met wie het echt nodig heeft. Alleen zo vrijwaren we het financieel en maatschappelijk draagvlak van onze sociale zekerheid in de toekomst. Europa kan een rol spelen bij grensoverschrijdende problemen zoals sociale dumping maar hoeft niet onze sociale standaarden te bepalen.

Voorstellen

Armoede voorkomen

We zetten in op een duidelijke informatiestroom, proactieve informering, administratieve vereenvoudiging en automatische rechtentoekenning waar mogelijk zodat wie hulp nodig heeft, deze ook ontvangt.

We stimuleren financiële en digitale geletterdheid: preventief in scholen maar ook wanneer hulp bij het OCMW wordt aangevraagd. We gaan na hoe het gesteld is met financiële geletterdheid en voorzien in begeleiding rond de te verwachten kosten en uitgaven.

We pakken de wachtlijsten bij het OCMW en CAW inzake schuldbemiddeling, budgetbegeleiding en budgetbeheer aan en we zetten bij die begeleiding ook sterker in op zelfredzaamheid. Zo kunnen mensen op termijn hun financiën opnieuw zelf in handen nemen.

Schulden creëren meer schulden. Om dit sneeuwbaleffect van extra kosten bij laattijdige betaling te doorbreken, verminderen we de kosten in alle procedures van de invordering. Daarnaast bemoeilijken we de toekenning van krediet voor mensen die al problematische schulden hebben en moet er een betere gegevensuitwisseling zijn tussen nutsvoorzieningen en OCMW's/CAW's om verdere schuldenopbouw te voorkomen.

Armoede bij zelfstandigen en landbouwers is een onderschat probleem. We voorzien in tijdige begeleiding bij financiële problemen.

Een job: de beste bescherming tegen armoede

We benutten optimaal de mogelijkheden van het verplicht traject op maat voor leeflooncliënten en waar toepasselijk de gemeenschapsdienst en volgen deze nauwgezet op. Via gemeenschapsdienst kunnen leeflooncliënten werkervaring opdoen en tonen dat ze voldoen aan de werkbereidheidsvereiste. Via financiële prikkels belonen we OCMW's die inzetten op activering en integratie van leefloongerechtigden.

We voorzien in de autonomie van lokale OCMW's en besturen om sancties toe te passen op leefloners die weigeren een traject naar werk en integratie aan te vangen.

Om OCMW's te helpen om leefloongerechtigden met een verslavingsproblematiek te re-integreren in de samenleving, stellen we in samenspraak met een arts het volgen van een ontwenningskuur voor als bijkomende voorwaarde om een leefloon te ontvangen voor cliënten met een verslaving.

We willen de combinatie betaalde arbeid – uitkering in getrapt tijdelijk systeem mogelijk maken om mensen uit een uitkering te helpen (cf. Nederland). We breiden de mogelijkheid uit om een inkomensvervangende tegemoetkoming voor personen met een handicap te combineren met een gedeeltelijk inkomen uit arbeid.

Uitkeringen als vangnet

Het is onlogisch dat mensen die reeds bijgedragen hebben minder steun krijgen dan mensen die (nog) niet bijdragen. Socialezekerheidsuitkeringen moeten in regel dan ook hoger liggen dan sociale bijstandsuitkeringen.

We blijven de sociale uitkeringen automatisch indexeren en voorzien de nodige budgettaire ruimte om de sociale uitkeringen en minima welvaartsvast te maken.
Naar Nederlands en Scandinavisch model kennen we het bedrag van de inkomensgarantie voor ouderen (IGO) toe prorata de verblijfsduur, waarbij het volledige bedrag overeenkomt met een verblijfsduur van 40 jaar.

We moderniseren en harmoniseren de verschillende middelentoetsen in de sociale bijstand met o.a. een volledige vrijstelling van de gezinswoning, het in rekening brengen van onroerende vermogens in het buitenland en het fors verder optrekken van het vrijstellingsbedrag van de inkomsten van de partner bij de berekening van de Inkomensvervangende Tegemoetkoming voor personen met een handicap.

We brengen de wet betreffende de tegemoetkoming aan personen met een handicap in overeenstemming met het VN-verdrag en stappen af van de zuiver medische benadering van handicap.

Hulp voor wie het écht nodig heeft

We maken alle sociale voordelen afhankelijk van de hoogte van het inkomen en niet van het uitkeringsstatuut.

Om ervoor te zorgen dat de hulp écht terecht komt bij wie ze nodig heeft, sporen we fraude actief op, voorzien we een duidelijk kader voor nieuwe woonvormen en vorderen we onterecht uitbetaalde uitkeringen terug. Gezinnen in armoede geven we één gezinscoach in plaats van een leger van hulpverleners.

We zetten verder in op projecten zoals Housing First voor verslaafde daklozen met een multiproblematiek. De bevoegdheid om dit te organiseren behoort volledig toe aan de Vlaamse gemeenschap.

Gezinnen in armoede

Kinderen in armoede help je door het gehele gezin te ondersteunen. Vandaar ook het belang van de reeds genoemde maatregelen voor deze doelgroep. Waar mogelijk vervangen we het leger aan hulpverleners die elk vanuit eigen perspectief werken door een gezinsgerichte aanpak waarbij één dossierbeheerder het aanspreekpunt van het gezin is. Die kan beroep doen op de achterliggende expertise van collega’s in de backoffice.

We ondersteunen succesvolle initiatieven die inzetten op vrijetijdsparticipatie zodat kinderen in armoede kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven.

Gelijke Kansen

We zetten verder in op ambitieuze streefcijfers binnen de Vlaamse en Federale overheid. We zorgen er zo voor dat het overheidsapparaat meer een afspiegeling is van de maatschappij maar ook voldoet aan de nodige kwaliteitsvereisten. Nieuwe quota zijn uit den boze aangezien voor ons steeds de juiste persoon op de juiste plaats telt.

We sluiten onze ogen niet voor de discriminatie van personen met een migratie-achtergrond. We geven hen kansen door in te zetten op integratie, taalcursussen en begeleiding naar de arbeidsmarkt. We treden streng op tegen discriminatie op basis van herkomst.

Gender

De strijd tegen seksueel en intrafamiliaal geweld blijft voor de N-VA een prioriteit. We rollen daarom de zorgcentra na seksueel geweld in elke provincie en de “family justice centers” verder uit. Voor de specifieke problematiek van stalking breiden we de stalkingsapp verder uit om zo dodelijke slachtoffers te voorkomen.

We verhogen de opsporing en de effectieve bestraffing van daders van vrouwelijke genitale verminking, eergerelateerd geweld en gedwongen huwelijken. De meldcodes partnergeweld, seksueel geweld en vrouwelijke genitale verminking verspreiden we zo ruim mogelijk naar alle zorgsectoren, en ook bv. naar onderwijs of andere professionelen die hiermee in aanraking komen.

Personen met een intersekse conditie en hun omgeving hebben recht op de juiste omkadering en ondersteuning. Het verschaffen van de juiste informatie over de aard en de gevolgen van de conditie, de rechten van de patiënt, de rechten van het minderjarige kind, mogelijke behandelvormen en de gevolgen hiervan, gebeurt best door een multidisciplinair team in een expertisecentrum.

LGBT

In onze samenleving moeten mensen van elke geaardheid veilig en vrij kunnen leven. We verwachten dat iedereen homo- en transseksualiteit aanvaardt. Parket en politie moeten consequent optreden tegen daders van holebifoob of transfoob geweld. Tegelijk verdient ook indirecte discriminatie een sterke aanpak.

Personen met een beperking

We vergroten de toegankelijkheid van onze maatschappij op vlak van onderwijs, arbeidsmarkt, cultuur en media, toerisme, mobiliteit, openbare ruimte, noodnummers en publieke gebouwen voor personen met een beperking. We ondersteunen de Vlaamse Gebarentaal o.a. als instructietaal in het onderwijs voor dove kinderen en als communicatiemiddel in de zorg.

Jongeren met een beperking worden aangemoedigd om competenties te verwerven, via o.m. duaal leren en werkplekstages. Verder verhogen we het aantal studenten met een beperking dat de weg naar het Vlaams Hoger Onderwijs vindt. Tevens zetten we veel meer in op de inclusie van personen met een beperking op de arbeidsmarkt, zowel privé als bij de overheid, door sensibilisering, begeleiding en premies.

Asociaal gedrag van mensen die onterecht gebruik maken van voorbehouden parkeerplaatsen voor personen met een handicap pakken we streng aan. We blijven verder inzetten op toegankelijk openbaar vervoer voor iedere bezoeker en een integraal toegankelijke infrastructuur. We korten de verplichte reservatietijd voor het gebruik van openbaar vervoer verder in. We bieden de nodige stimulansen om publieke gebouwen en infrastructuur toegankelijk te maken voor iedereen. Als overheid vervullen we een voorbeeldrol.

15. Energie en klimaat

De energiebevoorrading is onzeker geworden en de factuur voor onze energie blijft stijgen. We moeten weg uit dat sukkelstraatje. We maken werk van bevoorradingszekerheid en van een betaalbare energiefactuur zonder de duurzaamheid uit het oog te verliezen. Ook zorgen we ervoor dat we voor onze elektriciteit niet al te afhankelijk zijn van het buitenland. Wij laten ons hierbij niet gijzelen door contraproductieve taboes. We combineren economie en ecologie via technologie en innovatie. De energieproductie moet vergroenen, maar die vergroening moet slim gebeuren zodat de draagbaarheid voor gezinnen en ondernemingen gegarandeerd is.

Een gebrek aan een duidelijke langetermijnvisie heeft er in het verleden voor gezorgd dat we vandaag voor heel wat moeilijke keuzes staan. Het wanbeleid van de afgelopen decennia heeft geleid tot een scheefgetrokken energielandschap: een kernuitstap zonder alternatieven voor bevoorradingszekerheid met CO2-vrije bronnen; een overgesubsidieerd systeem voor hernieuwbare energie; een btw-verlaging als verkiezingsstunt. Daarom is het essentieel dat elke toekomstige beslissing grondig onderbouwd én becijferd wordt en dat subsidies die de factuur bezwaren, afgebouwd worden. Om dit tot een goed einde te brengen, is het essentieel dat het energie- en klimaatbeleid integraal bij de regio’s komt te liggen.

De N-VA werkt volop mee aan de energietransitie, een omslag naar een koolstofarme samenleving met duurzame economische groei. In het komend decennium gaan we daarom voluit voor het effectief realiseren van de genomen engagementen. We gaan de strijd tegen klimaatverandering effectief aan en waken daarbij tegelijk over het draagvlak voor en de betaalbaarheid van de energietransitie.

De druk op onze leefomgeving neemt voortdurend toe. We mogen niet toelaten dat de volgende generaties hiervan het slachtoffer worden. Om onze kinderen en kleinkinderen dezelfde kansen en levenskwaliteit te geven, beperken we de uitstoot van broeikasgassen zo veel mogelijk. Een duurzame energiemix is daarbij essentieel. Nu een kernuitstap realiseren, betekent in de praktijk echter altijd meer fossiele energie, en dus ook meer CO2-uitstoot.

Dankzij de N-VA komt er een monitoring die zal waken over de drie pijlers van onze energiemix: betaalbaarheid, zekerheid en duurzaamheid. De energietransitie naar een koolstofarme samenleving mag immers niet losgekoppeld worden van de realiteit.

Betaalbaar: Wij zetten in op een betaalbare energiefactuur voor gezinnen en een energiekost die competitief is voor de ondernemingen.

Tegelijk mogen we de burger geen blaasjes wijsmaken door de energiefactuur tijdelijk te verlagen of te bevriezen. De energietransitie zal geld kosten. We kunnen dit voor een stuk ondervangen door verstandiger (en dus minder) energie te verbruiken en niet-energiegerelateerde kosten uit de energiefactuur te halen. Op vraag van de N-VA is de Vlaamse oversubsidiëring van de zonnepanelen aangepakt en is men er federaal in geslaagd om de kostprijs van windmolenparken op zee te drukken.

Naast het beheersen van de energiefactuur moeten we ook energiearmoede aan de bron aanpakken door op het energieverbruik te werken. De meest geschikte manier om onze energiefactuur te beheersen en CO2-uitstoot te verminderen, blijft energie-efficiëntie en energiebesparing.

Zeker: Zon en wind zijn niet altijd beschikbaar, daarom heb je ook nood aan productiecapaciteit waar je altijd op kan rekenen.

We zetten volop in op wetenschappelijk onderzoek in nieuwe en duurzame technologie. Energieopslag is zeker een stap in de goede richting. Ook de ontwikkeling van nieuwe, innovatieve kernreactoren moet bekeken worden. In tussentijd blijven kerncentrales en gascentrales een noodzaak om te zorgen dat het licht niet uitgaat. Een volledige kernuitstap in 2025 is een luxe die we ons niet kunnen veroorloven.

Veiligheid blijft daarbij de prioriteit. Dankzij de N-VA zijn de veiligheidsprocedures en noodplannen rond kerncentrales volledig gemoderniseerd. Tegelijk mogen we ook de opportuniteiten van kernenergie o.a. voor de medische wereld niet uit het oog verliezen. Het MYRRHA-project zorgt ervoor dat onze Vlaamse expertise op vlak van nucleaire technologie versterkt wordt.

Duurzaam: De sleutel tot een duurzaam energiebeleid zit bij het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en dan voornamelijk CO2. Inzetten op hernieuwbare energie is een belangrijk onderdeel van de oplossing. Maar je kan de CO2ook op andere manieren terugschroeven bv. door in te zetten op kernenergie of CO2te capteren en te hergebruiken.

We zetten technologieneutraliteit voorop en wegen zonder taboes alle energiebronnen tegen elkaar af bij het vormgeven van onze toekomstige energiemix. Van hernieuwbare energie en synthetische brandstoffen tot thermische centrales én nucleaire energie. Geen noodoplossingen meer maar een doordachte, toekomstgerichte aanpak.

Dit slaat niet alleen op het Vlaamse en nationale niveau maar ook op het Europees niveau. Door het Europese netwerk verder uit te bouwen, versterken we ons als regio én als Unie.

Voorstellen

Technologieneutraliteit om de bevoorrading te verzekeren

We hebben veel duurzame energie nodig die inzetbaar is op het ritme van de moderne maatschappij. We moeten onderzoek, innovatie en technologische vooruitgang alle groeikansen geven, zonder reeds op voorhand voorkeuren te uiten of pistes uit te sluiten. We moeten de sector zelf de kans geven om met oplossingen te komen voor het klimaat- en energievraagstuk. Grote innovatieve doorbraken zijn nodig, denken we maar aan de opslag van energie uit wind en zon, het omzetten van CO2 naar nieuwe synthetische brandstoffen met waterstof (gerecycleerde koolstofbrandstoffen), het ontwikkelen van duurzame biobrandstoffen (zoals biomethaangas, waterstofgas, biomethanol,…) en innovatieve kernreactoren.

De N-VA gelooft niet dat het sluiten van alle kerncentrales een goede beslissing is. Om onze bevoorradingszekerheid te diversifiëren, onze CO2-uitstoot laag te houden, maar ook om dure nieuwe subsidies in gascentrales maximaal te vermijden, is het opportuun om 2 tot 3 GW aan nucleaire capaciteit minstens 10 jaar langer open te houden. Het gaat hierbij om de meest recente centrales die een upgrade krijgen op het vlak van veiligheid. De winst die we boeken met het langer openhouden van de jongste kerncentrales, investeren we in duurzame energietransitie.

De N-VA sluit een nieuwe kerncentrale niet uit indien dit economisch rendabel is. Daarbij moeten we bijzondere aandacht hebben voor de verschillende mogelijkheden van verwerking van kernafval.

We beschikken in Vlaanderen met het SCK in Mol over een van dé nucleaire kenniscentra in de wereld. Het project rond de MYRRHA-reactor heeft een doorstart gekregen die zich concretiseert in een langetermijnondersteuning door de federale regering. Dit moet Vlaanderen toelaten een belangrijke bijdrage te leveren in de domeinen van de nucleaire geneeskunde, op vlak van het verwerken van nucleair afval en op vlak van de nieuwste generatie van kernreactoren. We willen dan ook blijven inzetten op deze kennispool want naast wetenschappelijke faam heeft het ook een maatschappelijke meerwaarde.

Een transparante en betaalbare energiefactuur

We bekijken hoe we de energiefactuur voor de burger en de ondernemingen kunnen beheersen.

Ook voor de industrie willen we energie betaalbaar houden en hun competitiviteit versterken. Daarom voeren we een energienorm in die ervoor zorgt dat de energiefactuur bij ons niet hoger ligt dan in de buurlanden. Dit wordt gecombineerd met effectieve concrete maatregelen zodat we onze ondernemingen met hun innovatieve slagkracht in Vlaanderen houden want zij spelen een belangrijke rol in de oplossingen voor de klimaatuitdagingen.

We zetten verder in op bestrijding van energiearmoede door op vermindering van het energieverbruik te werken met een specifieke ondersteuning en de renteloze energielening.

Klimaatverandering aanpakken met daden

De kerndoelstelling is voor ons het reduceren van CO2-uitstoot op een realistische en kostenefficiënte manier.

We moeten ambitieus zijn en ook realistisch. Op het einde van de rit draait het om effectieve realisaties en niet wie de mooiste of duurste beloften heeft geformuleerd.

Vlaanderen heeft een te beperkte oppervlakte om al zijn hernieuwbare energie op eigen bodem te genereren. Samenwerkingsverbanden met buurlanden om nieuwe grote projecten rond hernieuwbare energie op te zetten, kunnen, zolang ze dient om onze eigen doelstellingen te realiseren, ze een bijdrage levert aan onze bevoorradingszekerheid en zorgt voor lokale werkgelegenheid en een economische return.

Een unieke software tool dient ontwikkeld te worden om real time alle mogelijke gegevens te verzamelen omtrent ons energieverbruik en -productie zodat we een gefundeerd beleid kunnen voeren.

Naar een klimaatneutrale woonomgeving en economie

We hervormen alle vormen van ondersteuning voor energie-efficiëntie tot één transparant systeem om energiebesparing in gebouwen te stimuleren.

Warmtenetten zijn, waar passend, een belangrijk instrument om de energietransitie mogelijk te maken. Deze kunnen immers de restwarmte van ondernemingen, groene warmte uit lokale duurzame biomassa en geothermie transporteren naar verbruikers in de buurt.

We mogen ons gasnetwerk niet zomaar afschrijven maar moeten dit efficiënter gebruiken. Synthetisch gas, biogas en groengas vormen bijkomende interessante en klimaatneutrale oplossingen, voor verwarming en transport.
De elektriciteitsproductie wordt meer en meer onvoorspelbaar, waardoor het energielandschap flexibeler en dynamischer moet worden.

Om dit te kunnen faciliteren hebben we een slim elektriciteitsnet nodig en wordt de digitale meter snel en overal uitgerold. Na de snelwegen zetten we versneld in op een slimme uitrol van ledverlichting naar alle gewestwegen.

We houden onze industrie kampioen in energie-efficiëntie en begeleiden hen in de energietransitie. Met het instrument van vrijwillige energiebeleidsovereenkomsten, ook voor kmo’s per sector, zorgen we dat de industrie richting 2030 haar voortrekkersrol blijft vervullen. Hierbij houden we rekening met de concurrentiepositie t.a.v. de ondernemingen in het buitenland. We brengen kennis over energie- en klimaatmaatregelen tot bij de kmo’s en stellen een vergelijkingstool ter beschikking zodat ze binnen hun sector hun energiegebruik en gebruikte technologie kunnen vergelijken.

We integreren de investeringspremie voor ondernemingen voor energiebesparende maatregelen bij de netbeheerders in de ecologiepremie+.

Hernieuwbare energie: ambitieus maar realistisch

Het potentieel voor hernieuwbare energie (wind, zon en waterkracht) is beperkt in ons land. Wij willen Vlaanderen in Europa naar voren schuiven als een toekomstige draaischijf voor innovatieve koolstofneutrale brandstoffen (bv. waterstof) en materialen (bv. bouwmaterialen). We willen een duwtje geven aan de waterstofeconomie door het inzetten van innovatiemiddelen en het samenbrengen van sleutelsectoren en actoren.

We moeten de ondersteuning van hernieuwbare energie herzien. Verschillende technologieën zijn intussen matuur geworden met lagere investeringskosten tot gevolg. Dit moet ten goede komen aan de verbruiker. Wij willen afstappen van exploitatiesteun, en zoveel mogelijk overstappen naar investeringssteun via openbare aanbestedingen.

We zetten verder in op offshore windenergie: projecten zullen via een marktmechanisme toegekend worden om op die manier de subsidies te minimaliseren, zonder ondersteuning als het kan. We zetten ook verder in op samenwerking met onze buurlanden om te komen tot een netwerk op de Noordzee.

Wind op land kan goedkoper door het ondersteuningssysteem efficiënter te maken. Een windturbine aan de kust, waar het meer waait, moet niet evenveel ondersteuning krijgen als een windturbine in het binnenland. Het werken met een windcorrectiefactor kan hier verandering in brengen. We rollen de technologie uit die moet toelaten om windmolens ook dichter bij luchthavens te plaatsen; daardoor neemt het windpotentieel sterk toe.

16. Leefmilieu

Een gemeenschap is een verbond tussen deze generatie, de voorbije generaties én de toekomstige generaties. Het is daarom onze opdracht alles wat op de aarde leeft goed te beheren. Dit rentmeesterschap overstijgt de valse tegenstelling tussen mens en natuur. Een mooie en groene omgeving maken het leven ook vandaag leefbaar. De N-VA heeft de ambitie om de lucht- en waterkwaliteit in Vlaanderen verder te verbeteren, de biodiversiteit verder te versterken, onze natuur nog meer te vrijwaren en om nog meer en betere alternatieven voor fossiele brandstoffen te zoeken.

Natuur en bos zijn belangrijk voor de leefbaarheid van de planeet. Bossen fungeren als een opslagplaats voor CO2en verzachter van het hitte-eilandeffect, veroorzaakt door de verstening van Vlaanderen. Natuur behoedt ons van vele vormen van vervuiling, biedt veel socio-economische voordelen en heeft een positieve impact op onze gezondheid. Het behoud van onze biodiversiteit gaat daarmee samen.

Dit is ook het geval voor waterbeheer. De verantwoordelijkheid bij watersnood en -droogte ligt deels bij de overheid. De overheid moet er alles aan doen om het risico op rampen zo klein mogelijk te houden. Maar we moeten ook alle burgers responsabiliseren om de effecten van watergebrek en -overlast te milderen door water efficiënt en lokaal te gebruiken en bijvoorbeeld regenwaterputten te steken, overtollig water te infiltreren en minder te betonneren.

Als het gaat over integraal waterbeleid heeft Vlaanderen een pioniersrol gespeeld. Denk maar aan het Sigma-plan en de aanpak van de overstromingsproblematiek in de Dijlevallei. Ook heeft Vlaanderen de eerste stappen gezet in het vereenvoudigen van de structuren en de regelgeving in de watersector en zijn de watertarieven uniformer gemaakt zodat iedereen dezelfde sociale kortingen krijgt.

Een zorgenkind blijven de rioleringen. Er moeten nog duizenden kilometers gelegd worden en veel oude riolen worden amper onderhouden. Wanneer riolen de toevloed aan regenwater niet kunnen slikken, lozen ze afvalwater in onze waterlopen. Drinkwaterleidingen zijn op tal van plaatsen ook aan vervanging toe wegens lekken en slijtage.

De luchtkwaliteit in Vlaanderen blijft een belangrijke bezorgdheid. De belangrijkste bronnen van luchtverontreiniging zijn het verkeer en de gebouwenverwarming. We stimuleren nog meer steden om een lage-emissiezone te creëren in het stadscentrum; we zetten in op emissievrij openbaar vervoer in de stadscentra en stimuleren emissievrije levering aan handelszaken. Via het mobiliteitsbeleid kiezen we voor een reductie van het aantal gereden kilometers.

Voorkomen is nog altijd beter dan genezen. Door minder afval te produceren, beter te sorteren, te composteren en te recycleren, kan onze afvalberg aanzienlijk verkleind worden. Daarnaast kan afval ook als grondstof dienen en vermindert het ook onze afhankelijkheid van het buitenland. We willen van Vlaanderen een kringloopeconomie maken in plaats van een wegwerpeconomie.

Indien er toch sprake is van afval en dus vervuiling en hinder, is het principe dat de vervuiler betaalt. Zo kunnen groene fiscaliteit en betere productnormering, de burger en ondernemingen nog meer sensibiliseren voor hun impact op ons leefmilieu.

De kwaliteit van onze leefomgeving is de afgelopen decennia sterk verbeterd. We produceren minder afval en de uitstoot van allerhande gevaarlijke stoffen naar lucht en water is sterk afgenomen dankzij de inspanningen van burgers en ondernemingen. Helaas is een minderheid hardleers, en bevuilen ze nog steeds ons milieu door gevaarlijke stoffen te lozen zonder vergunning, door illegaal te dumpen en door zwerfvuil achter te laten. Dat doet een deel van de inspanningen van de rest teniet en bovendien creëert het een oneerlijk concurrentievoordeel voor de “cowboys”.

Voorstellen

Ruimte voor natuur

We brengen de realisatie van de Europese natuurdoelen in Vlaanderen op kruissnelheid.

De N-VA maakt werk van meer, betere en toegankelijke bossen. We realiseren 10.000 ha extra bosuitbreiding en komen zo tegemoet aan de grote vraag naar stads- en speelbossen. We zetten vooral in op gebieden waar momenteel weinig bos is. We vrijwaren waardevolle zonevreemde bossen.

De N-VA maakt werkt van de realisatie en adequate bescherming van bestemde natuur- en bosgebieden. Wij pleiten ervoor dat natuur en bos, die in een groene bestemming zijn opgenomen of definitief bestemd zijn, echt veiliggesteld worden voor de toekomst.

We creëren minstens vier grote iconische nationale parken in Vlaanderen in de polders van de Scheldevallei, Dijlevallei-Meerdaalwoud, Drongengoed en Bulskampveld. Ook de grote biotopen van Demervallei, Heidegebieden, kustduinen, Postels bossencomplex en de bronbossen van de Vlaamse Ardennen verdienen versterking.

Het Koninklijk park van het paleis in Laken wordt publiek toegankelijk. De serres, uniek in de wereld, worden permanent, in plaats van slechts enkele weken per jaar opengesteld.

Ankerplaatsen die in aanmerking komen als erfgoedlandschap zijn vaak rijk aan waardevolle natuur. Via het ruimtelijk beleid en het vergunningenbeleid beschermen we waardevolle landschappen actief als streekidentiteit.

Ruimte voor biodiversiteit

Natuur en biodiversiteit beperken zich niet tot beschermde natuurgebieden. Bij de inrichting van de open en de bebouwde ruimte zetten we in op de uitbouw van groenblauwe infrastructuur en natuurgebaseerde oplossingen.

We zorgen voor verbindingen tussen belangrijke groenclusters. Vlaanderen identificeert hiervoor prioritaire netwerken die gewestelijk worden aangepakt.

We voorzien voldoende budget voor de verdere uitbouw van natuurreservaten buiten het Natura2000-netwerk. We geven evenwel voorrang aan de bestaande projecten groter dan vijf hectare.

Natuur in de bebouwde omgeving

Bij het ontwerpen van onze stedelijke ruimte en gebouwen, scheppen we meteen ruimte voor de natuur die er thuishoort.

We zetten een geïntegreerde werking op met de actoren die aan milieu- en natuurhandhaving doen (natuurinspectie, milieuambtenaren, politie, boswachters, veldwachters, GAS-ambtenaren). Op die manier wordt de burger niet meer van het kastje naar de muur gestuurd als hij een inbreuk op de natuur- en milieuwetgeving meldt.

We zetten veel meer in op preventie van schade door wild via slimme afrastering en compensatiemechanismen om zo de terugkeer van otter, bever, wolf, lynx, marter en edelhert te faciliteren en draagvlak te vormen bij de bevolking. Het everzwijnvraagstuk wordt rationeel en wetenschappelijk onderbouwd aangepakt.

Water en natuur

We zetten in op het herstel van het natuurlijk watersysteem in valleigebieden: we benutten de infiltratie- en bergingscapaciteit van landschappen maximaal.

We zorgen voor de volledige uitvoering van lopende grootschalige projecten voor natuurlijke waterveiligheid (Sigma, Rivierherstel Leie, Maasvallei) en verkennen in het kader van waterbeheersing, natuurherstel en klimaatmitigatie nieuwe noden voor dergelijke projecten.

We kiezen zoveel mogelijk voor natuurlijke methoden van kustverdediging (bv. nieuwe duinen).

Mobiliteit en natuur

We zetten in op actieve ontsnippering van de infrastructuur op de grootste knelpunten door aanleg van ecoducten of ecotunnels.

Europees blijven we mee aan de kar trekken voor een grensoverschrijdend netwerk van groene infrastructuur (TEN-G).

Natuur en landbouw

We kiezen resoluut voor een landbouw die structureel bijdraagt tot het verbeteren van de omgevingskwaliteit en het leveren van ecosysteemdiensten.

In het kader van het klimaatbeleid dringen we de koolstofverliezen uit landbouwbodems terug. Onder andere waardevolle graslanden spelen daar een belangrijke rol in.

We werken één kader uit voor landbouwers maar ook grondeigenaars die vrijwillig natuurdoelen nastreven, met het opzet ze daarvoor te compenseren op basis van wetenschappelijke monitoring.

We pakken de sterke achteruitgang van (wilde) bijen en andere bestuivers grootschalig aan in tuinen en landbouwgebied. We stappen af van de huidige gebrekkige, versnipperde, relatief resultaatloze inspanningen.

Ook landbouwgebieden moeten groenblauw dooraderd worden: zowel permanente (bosjes, kleine landschapselementen, waardevolle graslanden) als tijdelijke natuurelementen (bufferstroken, beheerovereenkomsten) dragen hiertoe bij.

Welzijn, gezondheid en natuur

Het is nu al duidelijk dat de EU de afspraak in 2020 mist en de vooropgestelde doelen inzake biodiversiteit niet haalt. Het is noodzakelijk dat de Europese Commissie nu werk maakt van een duidelijke strategische visie rond biodiversiteit voor de periode na 2020. Tegelijk maakt Vlaanderen werk van een eigen visie op biodiversiteitsbehoud en -versterking buiten de gebieden die Europees beschermd worden, in het bijzonder in het agrarisch gebied en in tuinen.

Vlaanderen heeft behoefte aan een plan voor de duisternis zodat we de impact van artificieel licht op ons biosysteem minimaliseren, zeker bij natuurgebieden. Vlaanderen investeert daarom in aangepaste verlichting.

Vanuit het gezondheids- en welzijnsbeleid wordt in het kader van preventie meer aandacht gegeven aan een groene, gezonde leefomgeving. We voorzien zoveel mogelijk zorginstellingen of scholen van substantiële groenfaciliteiten in het kader van de positieve relatie ‘gezondheid-natuurbeleving’.

Natuur op zee

We beschermen het marien ecosysteem in de Noordzee door bv. strengere geluidsnormen voor het heien van windmolenpalen op zee. Geld uit het energie-transitiefonds kan gebruikt worden om innovatie naar stillere technieken te steunen (in bodem schroeven, waterhamer, zand wegblazen, …) omdat dit zal renderen in een groeiende wereldwijde offshore windenergiemarkt.

De N-VA pleit voor duidelijke voorwaarden met betrekking tot economische activiteiten op zee en voor een strenge handhaving.

Aandacht voor water

In Vlaanderen zijn heel wat instanties actief inzake waterbeleid: polders en wateringen, bekkencomités, gemeenten, provincies, de VMM, de Vlaamse Waterweg nv, … Dit versnipperde landschap leidt geregeld tot problemen. De N-VA wil het beheer van de bevaarbare en onbevaarbare waterlopen binnen één hydrografisch bekken samenvoegen naar het voorbeeld van de Nederlandse waterschappen.

Heffingen voor afvalwater moeten gebruikt worden waarvoor ze geïnd worden, nl. voor aanleg en onderhoud van riolering en zuiveringsinstallaties.

We brengen de belangrijkste bronnen van waterverontreiniging in beeld en pakken die aan. Het principe “de vervuiler betaalt” staat daarbij centraal.

Slim watergebruik

We werken een korting op de waterfactuur uit voor gezinnen die hun hemelwater recupereren, laten infiltreren of vasthouden.

We stimuleren hergebruik van gezuiverd afvalwater én hemelwater om zo onze strategische voorraden beter te vrijwaren én ons te verzekeren van alternatieve aanvoer in periodes van dreigend tekort. Een slimmere buffering van hemelwater helpt ons bovendien te beschermen tegen overstromingen.

We rollen een slimme watermeter uit die ook aan lekdetectie doet en zich automatisch in veiligheid kan stellen om grote lekken te vermijden. Hierdoor vermijden we verspilling van water.

Afval als grondstof

Europa heeft maar in beperkte mate eigen grondstoffen. Kringloopeconomie is dan ook essentieel om onze maatschappij onafhankelijker te maken van invoer.

Producenten moeten we actief aanmoedigen om hun merkidentiteit en hun marktinvloed in te zetten voor de bevordering en duurzame en circulaire consumptie.

We ondersteunen de ontwikkeling van ondernemingsmodellen waarbij je een dienst in plaats van een product koopt en van de Deeleconomie In de deeleconomie worden goederen onderling gedeeld. Particulieren die eraan deelnemen, zijn niet uit op geld of winstbejag. Ze doen dat uit wederkerigheid. deeleconomie . We bevorderen hiermee herstelling en recyclage van defecte toestellen. Dit moet effectief leiden tot een vermindering van grondstoffengebruik.

We stellen bij openbare aanbestedingen circulaire voorrangsregels in om de kringloopeconomie te versterken. Daarbij kijken we ruimer dan de recycleerbaarheid van producten of het gehalte aan recyclaten in producten: we hebben ook veel meer aandacht voor hergebruik en reparatie.

We zorgen voor criteria om de bouwsector te oriënteren richting circulaire en modulaire gebouwen.

Een circulaire economie betekent dat Vlaanderen zich moet voorbereiden op een gefaseerde uitstap uit afvalverbranding tegen 2050. De afvalverbrandingsovens die we in tussentijd bewaren, moeten de hoogst mogelijke energie-efficiëntie hebben.

We moeten onze afvalberg verkleinen

De N-VA ijvert voor een algemene Europese strategie inzake wegwerpproducten, ongeacht het materiaal waaruit ze gemaakt zijn. Bovendien moeten producten slimmer ontworpen worden, zodat ze langer meegaan en makkelijker herstelbaar zijn.

In dit kader maken wij er ook een prioriteit van om de verspilling van voedsel te doen dalen. Via een ketenoverleg werken wij op de diverse niveaus verder aan een halvering van de voedselverspilling tegen 2030.

Binnen een Europese aanpak verbieden we het gebruik door fabrikanten van microplastics in cosmetica, verzorgingsproducten, detergenten en dergelijke meer.

Zwerfvuil aanpakken is ieders verantwoordelijkheid: we zorgen ervoor dat de verpakkingssector zijn engagementen nakomt en zetten in op handhaving. Ook de producenten hebben er baat bij dat hun producten als duurzaam worden bestempeld.

We moeten onze recyclage ook meer in eigen handen nemen

We zorgen voor goede én betrouwbare cijfers over ingezameld en gerecycleerd afval, zodat we ons beleid goed kunnen sturen én zeker zijn dat de doelstellingen ook echt gerealiseerd worden.

We zetten in op maximale recyclage in eigen land van elektronisch afval, om de waardevolle grondstoffen te herwinnen én dumping te vermijden, mits economisch haalbaar.

We onderzoeken hoe de afvalinzameling kan worden vereenvoudigd door afval efficiënter te sorteren en scheiden in het afvaldepot, vanwaar het optimaal verwerkt en gerecycleerd wordt.

Luchtkwaliteit verbeteren, schadelijke stoffen en hinder beperken

We maken werk van een betere luchtkwaliteit: We ijveren verder voor ambitieuze productnormering om schadelijke uitstoot aan de bron te verminderen én aan een strikte handhaving van deze normen.

Het beleid inzake emissies wordt gebaseerd op de Europese emissienormen die uitstoot in reële geobjectiveerde omstandigheden meten. Hiermee verkrijgt de burger objectieve en consistente informatie over uitstoot en verbruik. Als overheid maken wij geen technologische keuzes maar baseren we ons beleid op objectieve Europese gegevens.

We stimuleren steden om een LEZ in te voeren; we zetten in op emissievrij openbaar vervoer én distributie in de stadscentra.

We verwijderen risicovol asbest uit onze gebouwen, met prioriteit voor de meest kwetsbare doelgroepen (zoals scholen, kinderkribbes, ziekenhuizen …).

Bodem goed beheren

We sturen het erosiebeleid bij, met als uitgangspunt het principe “de vervuiler betaalt”.

Brownfieldterreinen hergebruiken is veel interessanter dan nieuwe gronden aan te snijden ten koste van natuur of landbouw. We zetten bijkomend in op sanering van verontreinigde gronden die een potentieel op herontwikkeling hebben en onderzoeken het potentieel tot ontginning en herontwikkeling van goed gelegen oude stortplaatsen.

Eerlijk duurt het langst

Handhaving blijft een belangrijk sluitstuk van een goed milieubeleid; via datamining zoeken we gerichter waar de echte milieurisico’s optreden en geven prioriteit aan het opsporen van onvergunde activiteiten.

17. Dierenwelzijn

De N-VA heeft een hart voor dieren. Een moderne samenleving met sterke waarden draagt een goede behandeling van alle levende wezens hoog in het vaandel. We willen dierenleed zoveel als mogelijk vermijden en treden hard op tegen elke vorm van dierenmishandeling.

Om het welzijn van onze dieren te waarborgen hebben we nood aan een duidelijk wetgevend kader voor alle segmenten van het dierenwelzijnsbeleid gaande van het kweken, verkopen of houden van gezelschapsdieren en landbouwdieren tot het houden van exotische dieren zowel privé als in de professionele sector. Dit in combinatie met een strikt handhavingsbeleid met strenge controles, een hoge pakkans en doorgedreven sancties.

Dankzij de N-VA staat dierenwelzijn vandaag op de politieke agenda in Vlaanderen. Heel wat historische beslissingen werden reeds genomen: het verbod op onverdoofd slachten, verbod op pelsdierhouderijen en dwangvoederen voor de productie van foie gras, een uitbreiding van de capaciteit bij de Inspectiediensten voor Dierenwelzijn, een betere omkadering van dierenasielen, strengere straffen voor dierenbeulen, een kattenplan, een verbod op deelname aan wedstrijden van geblokstaarte paarden, strengere voorschriften voor dierentuinen, de oprichting van een Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn, enz.

Voorstellen

Vlaanderen vermijdt al het vermijdbare dierenleed

We voorkomen dierproeven zoveel mogelijk. We investeren volop in alternatieven zodat we dierproeven maximaal kunnen vermijden of vervangen door wetenschappelijke methodes. We starten een ronde tafel met de sector om een concreet actieplan uit te werken om dierenproeven geleidelijk af te bouwen.

Vlaanderen blijft ijveren voor een verbod in op de chirurgische castratie van biggen.

We verbieden het gebruik van kooisystemen voor kippen. We bekijken samen met de landbouwsector de meer diervriendelijke alternatieven voor de huidige kooien.

Dierenwelzijn krijgt meer gewicht bij het toekennen van landbouwinvesteringssubsidies voor de bouw van stallen.

We moeten alles in het werk zetten zodat wilde dieren in gevangenschap zoveel mogelijk hun natuurlijk gedrag kunnen vertonen. We bootsen zoveel mogelijk de natuurlijke leefomgeving van dieren na.

We kiezen voor een uitdoofbeleid op termijn voor het houden van dolfijnen in gevangenschap. Ook het gebruik van kermispony’s is iets wat geleidelijk zal uitdoven.

Vlaanderen stimuleert burgers om diervriendelijke keuzes te maken

De fokkerijreglementering voor honden, op dit moment een exclusieve bevoegdheid van de Minister van Landbouw, moet onder de bevoegdheid van de Minister van Dierenwelzijn komen. Bovendien beperken we het aantal honden- en kattenrassen waarmee een kweker mag kweken.

We transformeren de Inspectie Dierenwelzijn in een echte Dierenpolitie. De Dierenpolitie krijgt een zichtbare aanwezigheid in Vlaanderen en zal kordater kunnen optreden door het opleggen van hogere boetes.

Elke Politiezone in Vlaanderen moet een expert hebben voor alles wat te maken heeft met Dierenwelzijn. Deze verantwoordelijke fungeert als intern en extern aanspreekpunt.

Vlaanderen stimuleert gemeenten om diervriendelijk te besturen

Vlaanderen vraagt aan alle gemeenten zich aan te sluiten bij een erkend dierenasiel.

Vlaanderen verhoogt de handhaving inzake het ter beschikking zijn van schuilelementen voor dieren in de wei als de weersomstandigheden dit vragen.

Vlaanderen neemt het voortouw op het gebied van dierenwelzijn

De N-VA wil meer Europese uitwisseling van beste praktijken en kennis inzake dierenwelzijn. We ijveren verder voor een Europees registratiesysteem om de handel in gezelschapsdieren beter te monitoren en sneller te kunnen ingrijpen waar nodig.

De N-VA ijvert voor een herziening van de Europese reglementering van het transport van levende dieren. Het grootste probleem vormen de transporten naar slachthuizen. Zo moet de maximale transportduur absoluut worden ingekort en zouden we op termijn moeten evolueren naar transport van vlees in koelwagens i.p.v. transport van levende dieren.

Het beleid moet weerspiegelen dat de maatschappelijke gevoeligheid voor dierenwelzijn toegenomen is in Vlaanderen. We onderzoeken hoe we dierenwelzijn het beste een plaats kunnen geven in de Grondwet, in navolging van deze evolutie binnen onze samenleving.

Er komt ook een Vlaamse Codex voor Dierenwelzijn.

18. Wonen en omgeving

Ruimtelijk beleid voeren, betekent de juiste keuzes maken zodat we onze kinderen een aangenaam en leefbaar Vlaanderen nalaten. Het is essentieel dat we de inname van onze resterende open ruimte beperken en die maximaal vrijwaren voor natuur, bos, landbouw en klimaatadaptatie. Ook verhoogt de levenskwaliteit wanneer we in onze architectuur en ruimtelijke ordening aandacht hebben voor schoonheid en kleinschaligheid. We moeten de ruimtelijke ontwikkelingen in Vlaanderen verantwoord beheren, zonder betutteling of moraliserend vingertje.

De N-VA wil blijvend groeikansen bieden voor wonen, ondernemingen, recreatie, ... die niet ten koste gaan van onze open ruimte. Dit doen we door in te zetten op kwalitatieve en slimme verdichting en het activeren van onderbenutte terreinen. Zo doen we meer op minder ruimte. We stimuleren het multifunctioneel gebruik en het verweven van ruimte, functies en gebouwen waar mogelijk en wenselijk. Zo bouwen we het bijkomend ruimtebeslag af en roepen het een halt toe vanaf 2040. Het aansnijden van open ruimte zal op termijn nog maar kunnen als die goed gelegen is en elders gecompenseerd wordt. De fiscaliteit moet dit ruimtelijk beleid ondersteunen.

Verdichting en inzetten op stadsontwikkeling betekent niet dat iedereen in de stad moet gaan wonen. Ook onze landelijke kernen kunnen versterken om zo de versnippering tegen te gaan. Verdichting wil ook niet zeggen dat alles bebouwd en verhard moet worden. Levenskwaliteit, publieke ruimte en groenblauwe verbindingen in onze kernen, evenals voldoende aanbod van voorzieningen, scholen en verzorgingsinstellingen zijn essentieel.

Ons ruimtelijk beleid moet resultaatgericht zijn. Voldoende draagvlak vanaf dag één is de sleutel om later in het proces met minder juridische procedures te worden geconfronteerd en om tot een beter resultaat te komen. Tegenover inspraak en betrokkenheid staat ook rechtszekerheid voor de burger en de ondernemer. We blijven de procedures versnellen en vereenvoudigen. Radicaal digitaal is hierbij de regel waarbij we het principe ‘only once’ hanteren. De omgevingsvergunning die de Vlaamse regering heeft ingevoerd, moet feilloos werken.

Zelf eigenaar zijn van je woning is nog steeds de beste verzekering voor de toekomst. Een eigen woning is één van de manieren waarmee we gezinnen willen stimuleren om een kapitaal op te bouwen zodat ze op latere leeftijd kunnen genieten van hun oude dag.

Woningen moeten betaalbaar blijven. We versterken daarom het aanbod via het bedachtzaam aansnijden van goed gelegen gronden en het herontwikkelen van bestaande gebieden waarbij we ook inzetten op collectieve en innovatieve woonvormen.

Woningen moeten kwaliteitsvol zijn. In Vlaanderen is een inhaaloperatie bezig. We versterken die door te werken naar één transparant en effectief ondersteuningssysteem.

Een gezonde vastgoedmarkt betekent ook een stevige huurmarkt. We realiseren een goed evenwicht tussen de rechten en plichten van huurders en verhuurders. Een gezonde huurmarkt biedt een balans tussen kwaliteit en betaalbaarheid voor de huurders aan de ene kant en een betaalzekerheid voor de verhuurders.

Een sociale woning is een instrument om gezinnen te helpen doorgroeien. Die sociale woningen moeten in de eerste plaats worden toegewezen aan zij die er het meest nood aan hebben. We werken de historische achterstand in renovaties van sociale woningen verder weg en zorgen waar nodig voor extra investeringen in sociale huurwoningen. Ook stimuleren we sociale huisvestingsmaatschappijen om bescheiden huurwoningen te bouwen voor starters op de huurmarkt. Dankzij de N-VA werd een recordbedrag van bijna 4 miljard euro geïnvesteerd in sociale woningen. De taalvoorwaarde voor sociale huurders werd verder aangescherpt. En we blijven onverkort inzetten op leefbare buurten.

Voorstellen

Betaalbare, kwaliteitsvolle en duurzame woningen

We zetten verdere stappen in de richting van klimaatneutrale woningen en gebouwen. De overheid is een ondersteunende partner bij de renovatie. We informeren de burgers over het nut en de opbrengst van investeringen in renovatie, isolatie, verwarming, energieverbruik en hernieuwbare energie. We voorzien lokaal een uniek woon- en energieloket. Hiermee kunnen we de burger een betere dienstverlening aanbieden, en de kennis bundelen.

We stellen de renovatiepremies open voor verhuurders. We stimuleren het gebruik van het conformiteitsattest, te beginnen met de oudste huurwoningen.

Kwalitatieve sociale huisvesting voor zij die er het meest nood aan hebben

We blijven investeren in sociale huisvesting. We creëren één transparant financieringssysteem voor alle vormen van sociale huisvesting. Mensen in een vergelijkbare situatie krijgen dezelfde tegemoetkoming.

Misbruik van sociale huisvesting zoals domiciliefraude en overtreding van de eigendomseisen wordt strenger opgespoord en bestraft. We maken gebruik van de middelentoets voor de toegang tot sociale woningen.

Binnen een gemeente of regio laten we de sociale woonactoren hun krachten bundelen. Zo kunnen ze als "woonmaatschappijen" sociale huur, bescheiden huur voor starters en sociale huur van private woningen via één loket aanbieden aan de burger.

We maken één Vlaamse wachtlijst voor een sociale woning. We werken met één Vlaams aanmeldings- en toewijzingssysteem voor alle ondersteuningsvormen. Lokale binding blijft een voorrangscriterium. Burgers kunnen hun wensen kenbaar maken van waar ze willen wonen.

Burgers in een sociale woning hebben soms nood aan woonbegeleiding. Daarom ondersteunen we de samenwerking tussen de sociale huisvestingsmaatschappijen en de welzijnspartners.

Een eenvoudige en hedendaagse woonwetgeving

We werken de juridische drempels weg om de opkomst van collectieve en innovatieve woonvormen te ondersteunen, zoals bijvoorbeeld woonprojecten via recht van opstal, cohousing, community land trusts en nieuwe bouwmethoden.

Vlaanderen en de gemeenten nemen het heft in handen

We bouwen de grondgebonden bevoegdheden van de provincies verder af en brengen ze onder bij Vlaanderen of bij de gemeenten.

We evalueren de Vlaamse bevoogding in het woon- en ruimtelijk beleid. De leidraad daarbij is: "geen betutteling, maar vertrouwen". De gemeenten moeten dan wel aantonen dat ze het vertrouwen waard zijn door de regelgeving correct toe te passen. Vlaamse adviezen voor vergunningen en plannen bundelen we in één geïntegreerd advies.

Een eenvoudige omgevingswetgeving, met snellere procedures

We vereenvoudigen, versnellen en automatiseren de vergunningsprocedures voor projecten die niet afwijken van de bestaande planvoorschriften.

We creëren één omgevingsbesluit, waarin in één procedure (met verschillende beslispunten) de goedkeuring van het bestemmingsplan, milderende/compenserende maatregelen, onteigening, planschade, etc. worden gevat.

Vlaanderen zorgt voor kwalitatieve digitale ruimtelijke data die gemakkelijk beschikbaar zijn. We werken verder aan een performant en klantvriendelijk Omgevingsloket voor alle vergunningsaanvragen. We regionaliseren het kadaster.

We focussen op “risicogerichte” handhaving, met extra aandacht voor niet-vergunde activiteiten en zetten in op samenwerking tussen de verschillende actoren.

Resultaten in plaats van procedures voor de rechtbanken

We betrekken burgers en Middenveld Het maatschappelijke middenveld is het geheel van particuliere organisaties en instellingen die de verschillende groepen, meningen en belangen in onze samenleving vertegenwoordigen. Doordat zij bemiddelen tussen de individuele burgers en de overheid, vervullen zij een belangrijke brugfunctie. De N-VA pleit als gemeenschapspartij voor een vrij en rijk verenigingsleven. Zo rekenen wij naast vakbonden en mutualiteiten ook heel wat andere verenigingen en niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) tot het middenveld, met inbegrip zelfs van actiecomités en buurtinformatienetwerken (BIN). Meer daarover lees je hier. middenveld van bij de start van een groot project om zo stilstand tijdens de procedure te vermijden. Deze vernieuwde aanpak heeft in het Oosterweeldossier tot resultaten geleid. Zo stellen we het algemeen belang opnieuw voorop en voorkomen we blokkeringen verderop in het proces.

Bij nieuwe (industrie)zones zorgen we ervoor dat de opgelegde milieumaatregelen gegarandeerd worden uitgevoerd.

Behoud van onze open ruimte

We stippelen een traject uit om tegen 2040 netto geen bijkomende open ruimte meer in te nemen en verhardingen te compenseren.

Ruimtelijk beleid is niet gratis. We voorzien middelen, passen financieringssystemen aan en zetten in op instrumenten zoals verhandelbare bouwrechten om de Vlaamse open ruimte te beschermen.

We vrijwaren definitief de meest overstromingsgevoelige gebieden van bebouwing. We zorgen ervoor dat slecht gelegen woonuitbreidingsgebieden niet meer worden aangesneden. We voeren een sluitende regeling rond woonuitbreidingsgebieden in.

We gaan naar één regeling voor natuur, bos en ruimtelijke ordening wat betreft groen en bossen. Daarvoor integreren we het bosdecreet en het natuurdecreet.

Een doordacht gebruik van onze Vlaamse ruimte

Een economische gebiedsregisseur gaat proactief te werk om bestemde, maar inactieve bedrijfsterreinen beschikbaar te maken.

We voeren een actief grondbeleid. Via voorkooprecht geven we de overheid het middel om de stadsvernieuwing in goede banen te kunnen leiden. We moedigen de lokale besturen aan om leegstand en verwaarlozing actief tegen te gaan en maximaal in te zetten op verweven van functies. Een groenblauwe dooradering en een groene, kwalitatieve en toegankelijke open ruimte in de buurt worden de norm bij ontwikkelingsprojecten.

Naast de strategische gebieden voor landbouw, natuur en water, omvat de open ruimte gebieden met multifunctioneel ingerichte en gebruikte landschappen. We voorzien een specifieke bestemming voor dergelijke vormen van functieverweving (water, landschap, natuur, agrarische productie, recreatie, …). Ook landbouwgebieden moeten groenblauw dooraderd worden: zowel permanente (bosjes, houtkanten, kleine landschapselementen, oeverzones, waardevolle graslanden) als tijdelijke natuurelementen (bufferstroken, beheerovereenkomsten) dragen hiertoe bij.

Nieuwe landbouwondernemingen ontwikkelen hun activiteiten maximaal op bestaande landbouwsites. We voeren een uitdoofbeleid in voor zonevreemde landbouw in natuurgebieden.

We voorzien ruimte voor intensieve landbouwactiviteiten en serres. We zonderen dergelijke grootschalige, semi-industriële activiteiten af op agro-industrieterreinen met een goede ontsluiting.

19. Vlaamse Rand

De Vlaamse Rand rond Brussel wordt meer nog dan andere regio’s geconfronteerd met een specifieke problematiek van ontnederlandsing, internationalisering en verstedelijkingsdruk. De gevolgen laten zich voelen op het vlak van grond- en woonprijzen, mobiliteit, onderwijs, welzijn en maatschappelijk weefsel. Vervreemding, sociale en culturele verdringing zijn ernstige problemen die een samenleving kunnen ontwrichten.

De Vlaamse Rand is een strategisch gebied zonder kernstad. Brussel speelt niet de rol van centrumstad voor de Rand in tegenstelling tot andere centrumsteden. Integendeel, door het specifieke statuut en de anderstaligheid van Brussel, is de druk op de Vlaamse rand enorm.

Daarom is het belangrijk in te zetten op het behoud van de open ruimte en de versterking van het groen en de Vlaamse rand in haar centrumfunctie te erkennen en te versterken. De huidige extra middelen voor een aantal gemeenten met centrumfunctie in de Rand blijven behouden en worden uitgebreid.

Voorstellen

N-VA wil het specifiek Vlaams randbeleid verderzetten en structureel versterken. N-VA pleit daarom voor de oprichting van een Vlaamse Randfonds - naar analogie met het Vlaamse Brusselfonds - om antwoord te bieden op de grootstedelijke effecten. Het Vlaamse Randfonds zal ter beschikking staan van de minister bevoegd voor de Vlaamse Rand om het beleid in de regio extra te ondersteunen. Zo kan daadkrachtiger opgetreden worden om de achterstand op vlak van kinderopvang, zorg, welzijn en onderwijs versneld in te halen en om een versterkt Nederlands taal- en integratiebeleid te voeren.

N-VA wil verder proactief inzetten op initiatieven om het sociaal weefsel van de regio te versterken, niet enkel gericht op nieuwkomers. Via impulssubsidies moedigen we verenigingen, gemeenten en andere lokale actoren aan om deze handschoen op te nemen. De Cel Vlaamse Rand moet uitgebouwd worden naar een ondersteunende beleidscel die de randgemeenten bijstaat in de aanpak van de specifieke randproblematiek.

Het coördinatieplatform Stand van de Rand zag onder impuls van N-VA het licht. Binnen dit platform worden belangrijke Vlaamse hefboomprojecten opgevolgd en synergieën gedetecteerd. Het platform volgt projecten op met betrekking tot mobiliteit, ruimtelijke ordening, groen, woonbeleid, onderwijs en welzijn. N-VA is voorstander om de lokale besturen nauwer bij het platform te betrekken. We ondersteunen met N-VA het memorandum van het toekomstforum van de burgemeesters van Halle-Vilvoorde.

De Vlaamse Rand moet voor N-VA een sterk merk worden. We ondersteunen Ring TV als identiteitsvormend medium. Deze prachtige streek moet groen blijven (behoud van de open ruimte). We bouwen aan een duidelijk toeristisch profiel. Het Gordelfestival wordt verder uitgebouwd tot een sportieve en recreatieve dag die het groene en Vlaamse karakter van de Rand in de verf zet.

Vzw De Rand speelt al 20 jaar een cruciale rol in de ondersteuning van de 6 Vlaamse faciliteitengemeenten. Gemeenschapscentra, integratieprojecten en eerstelijnswerking in deze gemeenten zijn fundamenten voor het versterken van het Vlaamse (verenigings)leven in ‘de zes’.

Met betrekking tot de luchthaven moet wat N-VA betreft dringend werk gemaakt worden van een oplossing voor de geluidshinder en de rechtsonzekerheid waarin de luchthaven zich bevindt. Een billijke spreiding van de lasten, zowel binnen de Vlaamse Rand als t.o.v. Brussel is en blijft het uitgangspunt. De luchthaven als economische groeipool moet verder kunnen groeien, binnen duidelijk bepaalde grenzen die rekening houden met de leefbaarheid van de regio eromheen.

De veiligheid binnen de Vlaamse Rand staat onder druk Extra middelen voor Brusselse politiezones zorgen voor verschuivingen van problemen naar de randstedelijke omgeving. De gemeenten van de Vlaamse rand krijgen beduidend minder federale middelen voor politie dan de andere gemeenten met vergelijkbare problematiek. De middelen voor veiligheid in de rand moeten verhoogd worden om een afwenteling van Brusselse problemen op Vlaanderen te vermijden.

Inzake ‘toegankelijk groen‘ blijft N-VA erop toezien dat de doelstelling van 1.000 hectare bijkomend toegankelijk groen in de Vlaamse Rand gerealiseerd wordt: samen met ANB werd reeds prioritair ingezet op de verdere uitbreiding en versterking van toegankelijk groen in de Vlaamse rand rond Brussel.

Zo waren er het voorbije jaar diverse initiatieven rond opbouw van een internationaal netwerk van toptuinen in de Rand en de ontsluiting van het Zoniënwoud, maar staan ook de afwerking van het natuurbeheersplan de Wolfsputten in Dilbeek en de verdere aanpak van domein Ter Rijst in Pepingen op het programma.

20. Mobiliteit

We staan te veel stil. Files verlammen mens, milieu en economie. Wie de trein neemt is vaak niet veel beter af met de vele vertragingen. Het is zo erg dat onze levenskwaliteit en groeikansen eronder lijden. We moeten verder investeren in onze mobiliteit, structurele maatregelen durven nemen én de Vlaming zo uitnodigen om zich wat anders te organiseren.

De N-VA staat voor combimobiliteit, die álle aspecten van ons verplaatsingsgedrag erkent. We willen mensen verleiden om de auto vaker te laten staan en in te ruilen voor alternatieven. We bouwen de mobiliteitsknooppunten verder uit en creëren zo over heel Vlaanderen een fijnmazig netwerk van ‘mobipunten’ waar je de keuze krijgt tussen verschillende vervoermiddelen. Wij zijn echter ook realistisch voor wat het autogebruik betreft. Zelfs met een alternatief aanbod voor handen, zullen heel wat Vlamingen nog geen andere keuze hebben dan de auto te nemen. Daarom investeren we zowel in weginfrastructuur als alternatieven voor de wagen. Combimobiliteit is geen anti-autobeleid maar een anders-autobeleid.

Wij staan voor ambitieuze en gezonde vervoersmaatschappijen, met een doordacht en vraaggestuurd aanbod. De prestaties van onze vervoersmaatschappijen moeten veel beter zodat ze de toets in een concurrentiële markt op elk vlak doorstaan: comfort, klantgerichtheid, snelheid en maatschappelijke kost. Een efficiëntere organisatie is daarvoor noodzakelijk. Met de gegarandeerde dienstverlening maakten we het openbaar vervoer alvast betrouwbaarder op stakingsdagen.

Het treinnet vormt de ruggengraat en het treinaanbod moet afgestemd op de behoeften van de reiziger. We blijven investeren in de Vlaamse spoorprioriteiten en stemmen de exploitatie van trein, tram, bus en andere modi op mekaar af door middel van de vervoerregio. Via de basisbereikbaarheid en het vervoer op maat vullen we het aanbod van de NMBS en De Lijn aan met nieuwe fijnmazige mobiliteitsdiensten. Deelsystemen, taxi’s, vrijwilligerssystemen en nieuwe spelers krijgen hier een grotere rol. Met de vervoerregio’s en de mobipunten stemmen we ze beter op elkaar af en organiseren we een grotere nabijheid van bestemmingen.

Vlaanderen wordt hét fietsland bij uitstek in Europa. We brachten de investeringen al op recordniveau en gaan op dat elan verder. We verhogen de investeringen in fietsinfrastructuur, pakken onveilige kruispunten versneld aan en voorzien deelfietsstations en fietsparkings aan de mobipunten.

Verkeersveiligheid is voor ons een topprioriteit. We verhoogden alvast de pakkans en de straffen voor hardleerse verkeersovertreders en we tilden de rijopleiding naar een hoger niveau. Dat loont: het aantal verkeersslachtoffers is sterk gedaald. Dat moet nóg beter. We maken onze infrastructuur veiliger. We bestraffen onveilig gedrag en belonen veilig gedrag. We nemen zoveel mogelijk mensen mee in ons streven naar meer verkeersveiligheid.

Het fiscale beleid ondersteunt het mobiliteitsbeleid. De verkeersbelastingen hebben we vergroend. Dat loont: de luchtkwaliteit wordt almaar beter, ook door de lage emissiezone. Op dat pad gaan we verder. Sterk verlaagde arbeidsbelastingen moeten het interessanter maken te verlonen met loon in plaats van met bedrijfswagens. Vlaanderen moet alle instrumenten in handen krijgen om een gezond en coherent mobiliteitsbeleid te kunnen voeren.

Om de fileproblemen op te lossen, moeten we niet enkel werk maken van alternatieven voor de wagen, maar ook van de nodige infrastructuur. We leggen een investeringsnorm vast die ons in staat stelt de infrastructuur te onderhouden, te verbeteren of uit te breiden. We verbeteren de wegverbindingen op de plaatsen waar heel Vlaanderen nu stil staat. We werken zogenaamde missing links weg. We ontlasten ons wegennet verder door in te zetten op goederenvervoer via water of spoor en brengen goederen op hun finale bestemming via innovatieve methoden.

We willen komaf maken met de eindeloze blokkeringsmechanismen die grote infrastructuurprojecten vertragen of zelfs onmogelijk maken. We trachten particuliere belangen en het algemene belang te verzoenen. En als er bepaalde wetgeving beter kan, kunnen we ook die stilstand doorbreken.

In een moderne, groeiende samenleving zijn internationale verbindingen belangrijk. We investeren dan ook in de toegangspoorten tot Vlaanderen: onze havens en onze luchthavens. Bij de Vlaamse havens investeren we in ‘de voordeur’: vlotte maritieme toegang en voldoende capaciteit om goederen in ontvangst te nemen, maar we investeren evenzeer in ‘de achterdeur’: vlotte hinterlandontsluiting, zodat goederen vlot doorgesluisd kunnen worden via sterke weg-, binnenvaart- en spoorverbindingen.

We faciliteren de verstandige uitbouw van onze luchthavens. De luchthaven van Zaventem moet beter ontsloten worden. Vlaanderen moet de federale participatie in de luchthaven van Zaventem overnemen. De problematiek omtrent de geluidsnormen lossen we op met respect voor het welzijn van alle betrokkenen. Een rechtszekere Vliegwet en verstandige, maatschappelijk verantwoorde investeringen zijn daarvoor essentieel. Met een sterk Vlaams luchtvaartbeleid laten we onze regionale luchthavens een aanvullend en gespecialiseerd aanbod ontwikkelen t.o.v. Zaventem.

Voorstellen

Combimobiliteit en mobiliteit als dienst ondersteund door een performant openbaar vervoer

We zetten de reiziger centraal met de vervoersregio's en de basisbereikbaarheid. De vervoersregio zorgt voor een geïntegreerde mobiliteitsplanning op het vlak van openbaar vervoer, fiets, autoverkeer en andere mobiliteitsvormen

We bouwen onze mobiliteitsknooppunten verder uit en creëren zo een netwerk van ‘mobipunten’ doorheen Vlaanderen: knooppunten waar verschillende vormen van vervoer samenkomen en waar je heel makkelijk de overstap kan maken van de ene modus op de andere.

We zorgen voor betere aansluitingen tussen treinen onderling en met de regionale vervoersmaatschappijen.

We faciliteren de uitbouw van deelfietsstations aan drukke bushaltes en we zorgen ervoor dat je met je busabonnement ook toegang hebt tot het deelfietssysteem.

We integreren samen met de private sector de betaaltoepassingen van gedeeld en openbaar vervoer om één uniform ticket/abonnement te kunnen aanbieden.

We geven een plaats aan nieuwe spelers in de openbaar vervoersmarkt. Hierbij houden we de veiligheid, betaalbaarheid en kwaliteit steeds voor ogen. We nemen de barrières weg die de intrede belemmeren. We zetten de hervormingen bij De Lijn en de NMBS verder zodat ze vanuit een sterke startpositie op deze vrije openbaar vervoersmarkt kunnen opereren. We maken de structuren van de spoorondernemingen efficiënter. We dragen alle spoorinfrastructuur met inbegrip van de stations over aan Infrabel. We schaffen overbodige structuren zoals HR Rail af.

Private ondernemingen krijgen de mogelijkheid om op bepaalde trajecten busverbindingen aan te bieden. We geven ook ruimte aan nieuwe lijnen met goed uitgeruste kantoorbussen. Al deze bussen van private partners kunnen gebruik maken van de busbanen en de spitsstroken.

Bedrijfsterreinen ontsluiten we vraaggericht met het openbaar vervoer en kwaliteitsvolle fietsverbindingen. Bij nieuwe bedrijfsterreinen zorgen we direct voor een goede ontsluiting.

We zorgen ervoor dat de stiptheid van de treinen opnieuw toeneemt. Het loon van het management van de NMBS zal daarom van deze stiptheid afhankelijk gemaakt worden. De stiptheidsmeting moet rekening houden met alle vertragingen uitgezonderd overmacht. We breiden de gegarandeerde dienstverlening uit zodat reizigers tijdens stakingen tijdig op hun bestemming geraken.

We zorgen voor een betere internationale ontsluiting van Vlaanderen met de wereld. Zo geven we de Eurostar een halteplaats in Antwerpen-Centraal.

Vlaanderen als hét fietsland van Europa

We gaan in overleg met de werkgevers om ook hen te overtuigen de fiets te promoten, bijvoorbeeld door fietsenstallingen en douches te voorzien. We doen beroep op privéspelers om een deelfietsennetwerk uit te rollen. De bekende ‘Blue Bikes’ vervellen zo tot Yellow Bikes: een veel uitgebreider systeem van (ook elektrische) deelfietsen.

We hervormen de wegcode om de fiets zijn volle potentieel te laten benutten. Fietsstraten, fietszones, fietsostrades, ... vergen niet alleen een modernisering van de wetgeving, maar ook infrastructurele ingrepen voor een duidelijke en veilige inrichting.

Meer veiligheid op onze wegen

We voeren het rijbewijs met punten in. Recidivisten pakken we harder aan, boetes en straffen moeten daadwerkelijk afgedwongen worden.

We digitaliseren in samenwerking met de private sector het aanrijdingsformulier. Zo krijgen we ook betere verkeersveiligheidsstatistieken. Voor alle verkeersinbreuken moet er gegevensuitwisseling zijn met andere Europese landen. Elke boete moet kunnen geïnd worden.

We maken een Europees Carpass-systeem voor tweedehandsvoertuigen.

Verkeersveiligheid in schoolomgevingen is cruciaal. We zetten maximaal in op schoolstraten. Ingangen van scholen aan drukke (gewest)wegen werken we maximaal weg.

Minder gelijkgrondse treinoverwegen verhogen de veiligheid. Wel zorgen we voor alternatieven wanneer een overweg wordt afgeschaft.

Betere doorstroming voor meer levenskwaliteit en een bloeiende economie

We investeren in alle vormen van vervoer, met name in de alternatieven voor de (vracht)wagen: de voetganger, de fiets, het openbaar vervoer en de binnenvaart. We blijven ook investeren in onze wegen, met voorrang waar er nog missing links zijn en waar de Vlaming nu stil staat. We doen beroep op cofinanciering van derde partijen om projecten met minder belastinggeld te kunnen realiseren.

We installeren meer dynamische verkeerslichten om verkeer beter te laten doorstromen en de uitstoot te beperken. De centrale verkeerscomputer (die de werking van alle verkeerslichten coördineert) heeft zijn nut bewezen in de Antwerpse proeftuin en wordt verder uitgerold in heel Vlaanderen.

We maken deellanen van de busbanen en versoepelen de toegang ertoe voor collectief vervoer.

We zetten samen met private partners sterk in op big data en dynamisch verkeersmanagement om de doorstroming te bevorderen. De digitale mobiliteitsinformatie verbinden we aan elkaar.

Een fiscaliteit die het mobiliteitsbeleid ondersteunt

We vergroenen de verkeersfiscaliteit op basis van daadwerkelijke uitstootcijfers. We zijn daarbij technologieneutraal.

De vele buitenlandse weggebruikers die gebruik maken van onze infrastructuur, moeten we daarvoor mee laten betalen. De netto-inkomsten die hierdoor ontstaan, investeren we in mobiliteit. Daarom voeren we een kilometerheffing voor alle voertuigen in, gedifferentieerd naar plaats, tijdstip en milieukenmerken van het voertuig. We zorgen ervoor dat dit geen belastingverhoging wordt voor de Vlaming. Dat doen we door bestaande autotaksen (belasting op inverkeerstelling en jaarlijkse verkeersbelasting) af te schaffen. Deze maatregel moet mee de files aanpakken.

Vandaag is het draagvlak voor het rekeningrijden echter volledig zoek. Zowel voor- als tegenstanders hebben extreme scenario’s en totaal onrealistische tarieven naar voor geschoven, waardoor zowel politiek als belastingbetaler zich verzetten. Terecht, want een belastingverhoging kan nooit de bedoeling zijn.

We verhogen de kostendekkingsgraad van het openbaar vervoer en laten gedifferentieerde tarieven toe voor trein, tram en bus.

Toekomstgerichte mobiliteit (digitaal – autonoom – emissievrij – delen)

Met een flexibel kader voor zelfrijdende auto's zorgen we dat Vlaanderen hierin een innovatieve voorsprong kan nemen. We faciliteren deelsystemen voor motorische en niet-motorische voertuigen.

We finaliseren de lang aangekondigde modernisering van de Zeewet.

De groei van scheepvaart en luchtvaart ondersteunen met respect voor mens en milieu

We laten de Vlaamse zeehavens beter samenwerken. Zo zetten we Vlaanderen als nautisch gebied verder op de kaart. Onze havens zetten in op het uitwisselen en integreren van data (bv. NxtPort in Haven Antwerpen). Onze havens moeten voortrekkers in Europa zijn op het gebied van walstroom.

De werking van het loodswezen wordt geoptimaliseerd. Syndicale acties van loodsen, sluiswachters en luchtverkeersleiders mogen niet meer leiden tot de blokkering van onze havens en luchthavens.

We integreren de militaire en de burgerlijke luchtverkeersleiding zodat in geval van problemen de werking van de luchthaven gegarandeerd blijft.

We werken een definitieve oplossing uit voor de problematiek van de geluidsoverlast rond de luchthaven van Zaventem, op basis van een evenwichtige spreiding van het aantal vliegtuigen en met respect voor de historische context. We schaffen de no-flyzone boven het park van Laken af.

We geven de havenondernemingen meer mogelijkheden voor het organiseren van de laatste kilometer van het goederenvervoer in de havens.

Bij de verdere uitbouw van het waterwegennetwerk voorzien we de nodige overslagfaciliteiten, zodat de modal shift maximaal gestimuleerd wordt. We investeren in innovaties die de binnenvaart nog efficiënter, flexibeler en dus aantrekkelijker maken. We geven bijvoorbeeld ruimte aan innovatieve vaartuigen, onbemand varen en een nieuwe generatie van kleinere binnenvaartschepen.

We maken sluitende afspraken en voorzien de nodige middelen voor de realisatie van de IJzeren Rijn.

We moedigen de estuaire vaart verder aan voor de ontsluiting van de Haven van Zeebrugge.

We moderniseren de Wet Major zodat onze havens geen concurrentieel nadeel hebben in logistiek en e-commerce.

21. Cultuur en sport

Cultuur zit in het DNA van de Vlaming. We hebben van vorige generaties een rijke cultuur geërfd die ons vandaag kan inspireren en verheffen, die ons zowel geborgenheid kan bieden alsweerbaar kan maken, en een venster op de wereld kan bieden. Een cultuur die we steeds weer willen vernieuwen om ze aan toekomstige generaties door te geven.

‘Cultuur’ is veel meer dan alleen theater, dans of muziek. Het is onze taal, onze culinaire traditie, onze modeacademies, de stijl waarin onze historische steden gebouwd zijn, onze tradities etc. Cultuur is theater, is muziek en literatuur, is dans, maar is ook erfgoed, onze jeugd- en vrijetijdsactiviteiten, het is sport, media, toerisme en zelfs diplomatie. Het is ook onze creatieve Vlaamse economie met bv. mode, design, gaming en architectuur heeft dit cultureel DNA als grondstof. Kortom, het is onze manier van leven.

Onze cultuur is uniek in de mate waarin ze gebouwd is op onze burgers, op vrijwilligers enerzijds en een uitgebreid Middenveld Het maatschappelijke middenveld is het geheel van particuliere organisaties en instellingen die de verschillende groepen, meningen en belangen in onze samenleving vertegenwoordigen. Doordat zij bemiddelen tussen de individuele burgers en de overheid, vervullen zij een belangrijke brugfunctie. De N-VA pleit als gemeenschapspartij voor een vrij en rijk verenigingsleven. Zo rekenen wij naast vakbonden en mutualiteiten ook heel wat andere verenigingen en niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) tot het middenveld, met inbegrip zelfs van actiecomités en buurtinformatienetwerken (BIN). Meer daarover lees je hier. middenveld anderzijds, die daarin ondersteund worden door zowel de overheid als de ondernemingen. In de cultuursector alleen al zijn honderdduizenden vrijwilligers actief. Zij vormen het sociaal kapitaal van onze samenleving, de dragers van het kostbare weefsel. Vlaanderen wordt ook geroemd voor zijn jeugdwerking. Via de lokale jeugdraden en onze talrijke jongerenorganisaties worden nieuwe generaties al van jongs af aan betrokken bij onze samenleving.

Niet toevallig is onze Vlaamse cultuur dan ook internationaal een sterk merk. De voorbije jaren hebben we ons Vlaams meesterschap lokaal en internationaal in de verf gezet. Op dat elan moeten we durven verdergaan. We hebben al enkele unieke troeven uitgespeeld: de Vlaamse Meesters, onze Vlaamse (Bourgondische) tafelcultuur en onze wielercultuur, onze schrijvers en dichters, maar er was ook aandacht voor de 100-jarige herinnering aan de Eerste Wereldoorlog. We slaagden er verder in enkele grote evenementen met internationale uitstraling naar Vlaanderen te halen, zoals het WK Wielrennen en de World Choir Games.

Maar Vlaanderen heeft zoveel meer te bieden. Er zijn onze belforten en kathedralen, er zijn emblematische gebouwen zoals het Gentse Operagebouw en de Bourlaschouwburg in Antwerpen, er is ons vaak nog onbekende industriële erfgoed, … De volgende jaren willen we verder onze vele vrijwilligers versterken, en tegelijk het culturele ondernemerschap en innovatie stimuleren.

De Vlaamse overheid heeft reeds ingezet op het bewaren en beschermen van waardevolle monumenten, stadsgezichten, dorpsgezichten of landschappen. Parochiekerken die in onbruik geraakt zijn, werden en worden herbestemd met respect voor de ziel van het gebouw.

Sport en cultuur vullen elkaar aan: een gezonde geest in een gezond lichaam. Om een sterke, fitte en zowel fysiek als intellectueel weerbare jeugd te hebben, zorgen we voor voldoende sport en cultuur op school, ook na de schooluren. De voorbije legislatuur bouwden we aan een echte sportmentaliteit in Vlaanderen en creëerden we extra mogelijkheden in woon-, werk- en schoolomgeving zodat sporten voor elke Vlaming een dagelijkse gewoonte zou worden. We investeerden massaal in zwembaden en andere sportinfrastructuur, en overtuigden talrijke scholen om hun sportzalen open te stellen.

We ondersteunden bovendien topsporttalenten, en scoorden vooral met Vlaanderen op de Olympische Spelen en de Europese Kampioenschappen. Dankzij een kwaliteitsvolle publieke omroep, met aandacht voor het Vlaamse karakter, onze taal en cultuur, was dat alles bovendien zichtbaar voor de hele bevolking.

Voorstellen

Toerisme

Flanders State of the Art’ en ons ‘Vlaams vakmanschap’ onderscheiden Vlaanderen van andere bestemmingen en vormen het hart van ons verhaal. Een doorgedreven regiobranding en imagovorming profileren Vlaanderen nog meer als een absolute kwaliteitsbestemming. In samenwerking met lokale partners zetten we ook in op lokaal ambassadeurschap.

We gaan versnippering tegen en richten de middelen en focus op die hefboomprojecten die het verschil maken en Vlaanderen echt op de kaart zetten.

Toerisme Vlaanderen zet nog meer in op het bevorderen van kind- en familievriendelijk toerisme.

Internationale evenementen dragen bij tot een grotere internationale uitstraling en hebben heel wat toeristisch potentieel. Event Flanders haalt topevenementen naar Vlaanderen zoals de World Choir Games in 2020 en het WK Wielrennen in 2021.

We streven naar duurzaam toerisme met een langere verblijfsduur en ontwikkelen een beleid ten aanzien van herhaalbezoekers. We zoeken samen met de sector naar mogelijkheden om onze kunststeden te verbinden met andere steden, de regio’s, of met het eigen hinterland. Dat kan door middel van thematische routes.

Iedereen verdient vakantie. We werken vakantiedrempels weg, door vraag en aanbod af te stemmen, door samenwerking met alle partners en door expertise te delen.

Vlaanderen maakt werk van een performante kwaliteitsvolle toeristische sector. Een gelijk speelveld voor alle logiesvormen, het wegwerken van juridische drempels voor digitalisering en het ondersteunen van bestaande ondernemers om nieuwe businessmodellen te ontwikkelen. We stimuleren innovatie en verhogen de kwaliteit van onze toeristische ondernemingen.

Cultuur

We werken verder aan de Vlaamse natievorming en het zelfbewustzijn van de Vlamingen waarbij onze taal, het Nederlands, centraal staat.

De N-VA gaat voor een sterk en divers cultuurlandschap, dat ook in staat is naast de subsidiëring zelf fondsen te werven, via een actieve en wederzijds verrijkende samenwerking met de privéwereld.

Ook in de volgende regeerperiode blijven we prioritair verder investeren in culturele infrastructuur. Naar buitenlands voorbeeld richten we een museum of belevingscentrum voor de geschiedenis en cultuur van Vlaanderen en Vlaams burgerschap op. Daarnaast zijn projecten rond het nieuwe MHKA, de renovatie van het Gentse Operagebouw, de Bourlaschouwburg in Antwerpen en de renovatie van het Amerikaans theater prioritair.

Wat betreft het internationaal cultuurbeleid geven we prioriteit aan de samenwerking met onze buurlanden, en in het bijzonder Nederland en de Franse Gemeenschap. Daarbuiten maken we de link met het beleid inzake culturele diplomatie.

De aandacht voor cultureel ondernemerschap en aanvullende financiering blijft een prioriteit. De instrumenten (cultuurloket, cultuurbank, kunstkoopregeling…) die onder de regering Bourgeois werden opgezet worden verdergezet, geëvalueerd en waar nodig versterkt.

We geloven in een constructieve samenwerking tussen de cultuurwereld, particulieren en privéondernemers. We investeren in onze creatieve economie. We stimuleren aanvullende financiering vanuit de privé.

Kunsten en erfgoed

De aandacht voor de cultureel erfgoedsector is een prioriteit voor de N-VA. Wij willen de ingezette inhaalbeweging verder honoreren door extra te investeren opdat de musea hun werking kwalitatief kunnen verbeteren en meer en interessantere tentoonstellingen naar Vlaanderen kunnen halen.

We stimuleren samenwerkingen en synergieën met private verzamelaars in een beleid rond presentatie en preservatie. Daarbij blijft de conservatorfunctie voor de Vlaamse erkende musea essentieel.

De N-VA pleit ook voor een (her)waardering van oude en nieuwe ambachten, via een systeem van erkenning van Vlaams Meesterschap. Daarmee slaan we de brug tussen heden en verleden en leggen we de link met toerisme en economie.

Voor Kunstorganisaties die op Vlaams niveau structureel ondersteund worden, willen we de lat hoog blijven leggen. Daarbij willen wij blijvend scherpe keuzes maken om de sector verder te professionaliseren en te ondersteunen.

Het sociaal-cultureel werk is essentieel voor het sociaal weefsel in onze Vlaamse samenleving. Wij blijven de reële werking op het terrein meenemen als belangrijke parameter voor de ondersteuning.

We erkennen de kritische en maatschappelijke rol van de sociaal-culturele sector. Organisaties dienen onze gemeenschappelijke sokkel van waarden, fundamentele rechten en vrijheden na te leven om in aanmerking te komen voor subsidiëring.

We verzelfstandigen de federale wetenschappelijke instellingen juridisch en we geven hen, naar internationaal en Vlaams voorbeeld, autonomie inzake management, personeelsbeheer en budgetbeheer.

Onroerend Erfgoed

De wachtlijst met restauratie- en erfgoedpremiedossiers zal weggewerkt worden via een daartoe gereserveerd budget per jaar. Voor de restauratie van sites zetten we ook in op financiering uit de privésector en op crowdfunding.

Voor grote restauraties of herbestemmingsprojecten die onderdeel zijn van stadsontwikkelingsprojecten wordt gewerkt met projectregisseurs die zorgen voor de integrale afweging van alle belangen en met alle partners samenwerken.

Inzake landschappen voeren we een volwaardig landschapsbeleid zodat we onze meest waardevolle cultuurhistorische landschappen opnieuw en beter beschermen. De grote uitdaging is om binnen deze ontwikkelingen een geïntegreerde aanpak voor een kwalitatieve ontwikkeling van het landschap tot stand te brengen. Zo kunnen het ruimtelijk, het erfgoed-, het natuur-, het plattelands- en landbouwbeleid beter op elkaar afgestemd worden.

Jeugd

We blijven investeren in jeugdhuizen en jeugdlokalen, die we multifunctioneel inzetten voor en door de jeugd. We investeren verder in tenten, kampmateriaal, - vervoer, kampplaatsen en jeugdherbergen.

Vlaanderen stimuleert en coacht om zoveel mogelijk speelzones en speelbossen te ontwikkelen en te onderhouden in overleg met alle partners.

We pakken de overregulering in de jeugdsector verder aan en zetten in op digitalisering.

We behouden en versterken het label ‘kindvriendelijke steden en gemeenten’, wat de lokale focus voor kinderen en jongeren moet vergroten. Gemeenten die dit label willen behalen, moeten aantonen dat ze het verdienen door inspanningen te leveren voor hun jongste burgers over verschillende beleidsdomeinen heen.

We erkennen het belang van onze jeugdbewegingen en jeugdverenigingen. We ondersteunen jeugdbewegingen in campagnes om leiders aan te trekken.

We zorgen voor een echte cultuur van bewegen en sporten

We richten pleinen en straten zo in dat ze mensen uitnodigen om te bewegen en te sporten. Met sport-apps tonen we zoveel mogelijk Vlamingen de weg naar waar ze makkelijk en comfortabel kunnen bewegen en sporten, op pleintjes in de buurt, in parken en bossen, op mountainbikeroutes en looproutes, enz.

We zorgen voor sport op school net na de schooluren, in elke gemeente en in zoveel mogelijk scholen.

We zetten in op nieuwe innovatieve manieren van bewegen, zoals met augmented en virtual reality (AR/VR), ook voor zij voor wie sporten minder evident is zoals mensen met een beperking.

We lanceren collectieve sportuitdagingen om heel Vlaanderen aan te zetten tot bewegen.

We blijven investeren in sportinfrastructuur

We bouwen de databank van Sport Vlaanderen verder uit tot het centrale verzamelpunt van informatie, onder meer over sportinfrastructuur in Vlaanderen. Op die manier helpen we bijvoorbeeld gemeenten die willen samenwerken rond bovenlokale sportinfrastructuur om partners te vinden.

We blijven ook volop inzetten op het naschools openstellen van sportzalen in scholen en nemen dit meteen mee bij nieuw te bouwen scholen. We richten speelplaatsen zo in dat ze aanzetten tot bewegen en we ze veilig kunnen openstellen voor de buurt en voor vb. jeugdbewegingen.

We bieden onze topatleten de beste omkadering en maximale kansen. Met het aantrekken van internationale topwedstrijden als het WK wielrennen en het WK gymnastiek geven we hen de kans te schitteren voor eigen publiek. We versterken de sensibilisering tegen dopinggebruik.

We stimuleren de vorming van onderuit van samenwerkingsverbanden tussen naburige sportclubs, zodat ze multisporthubs worden met een breed aanbod waar kinderen én ouders gelijktijdig kunnen proeven van verschillende sporten.

We trachten sportfederaties meer te laten samenwerken om hun slagkracht verder te verhogen. Zo stimuleren we hen om administratieve ondersteuning te delen of samen evenementen te organiseren.

Media

De N-VA maakt een sterk en divers privaat medialandschap mogelijk in een steeds internationaler wordende markt, door een duidelijk en stabiel kader dat kansen geeft aan Vlaamse mediaondernemingen die hier investeren en mensen te werk stellen. Daarbij moedigen we investeringen in de productie van eigen Vlaamse en Nederlandstalige kwaliteitsvolle audiovisuele producties aan.

De overgang naar een digitaal radiolandschap wordt verder ondersteund. DAB+ zal op termijn FM vervangen als belangrijkste uitzendtechniek voor radio. Binnenshuis zal internetradio ook steeds sterker worden.

Voor de gamesector gaan we op het niveau van de federale overheid voor een taks-shelter die meer investeringen naar deze belangrijke opkomende sector moet leiden.

Wat betreft de sociale media bekijken we hoe we media-actoren kunnen aanmoedigen om ondertiteling te voorzien bij filmpjes die ze posten.

VRT

De VRT is een belangrijke gemeenschapsvormende hefboom en zet in op een brede doelgroep van Vlaamse mediagebruikers. Daarbij is het behalen van een groot marktaandeel geen doel op zich. Het blijft een belangrijke taak van de openbare omroep om onderscheidend te zijn en programma’s te brengen die door de private omroepen niet gebracht worden.

Wij gaan voor een kwaliteitsvolle en kostenefficiënte openbare omroep die kwaliteitsvolle eigen programma’s brengt in een sterke Vlaamse mediasector. De VRT grijpt de natuurlijke uitstroom aan om door middel van gerichte en selectieve aanwervingen haar personeelsbestand verder te laten evolueren tot een performante, digitale en crossmediale mediaorganisatie.

De VRT moet vanuit haar werking ook marktversterkend zijn voor de hele Vlaamse mediasector. De openbare omroep moet zich terughoudend opstellen op de advertentiemarkt.

De VRT moet meer dan nu aandacht hebben voor onze identiteit, voor een correct gebruik van het algemeen Nederlands in alle programma’s van de openbare omroep, voor kleine sporten, voor nieuw talent, voor de samenwerking met Nederland alsook voor een intensievere uitdieping en promotie van onze gemeenschappelijke cultuur.

22. Vlaanderen in de wereld

Vlaanderen gaat voor een realistisch buitenlandbeleid dat onze politieke, economische en culturele belangen verdedigt in de wereld. Vlaanderen moet internationaal meer zichtbaar worden. Wij kiezen daarbij voluit voor internationalisme: soevereine staten die uit vrije wil internationaal samenwerken. Wij verwerpen de sluipende evolutie naar globalisme, waarbij steeds meer macht versluisd wordt naar globale instituties en een globale rechtsorde omdat dit de macht bij de burgers weghaalt en het voeren van het democratisch gedragen beleid belemmert.

Vlaanderen kiest voor multilateralisme en wil dus voluit Europees en internationaal samenwerken waar dat nuttig is en tot resultaten leidt. Door het sluiten van nieuwe allianties met gelijkgestemden kan Vlaanderen als meest open economie nieuwe kansen grijpen en kunnen we onze belangen verdedigen. Vlaanderen neemt een actieve rol op in de Benelux voor het aanpakken van sociale fraude, het bevorderen van arbeids-en leermobiliteit of meer samenwerking tussen de veiligheidsdiensten. In het post-Brexit tijdperk zal de N-VA binnen Europa de banden met de noordelijke lidstaten versterken. Buiten Europa zetten we in op de trans-Atlantische band en de belangrijke geostrategische landen.

We zijn de drijvende kracht voor meer en betere ambitieuze handelsakkoorden. Met minder obstakels en administratieve lasten. Want Vlaanderen onderneemt internationaal. We zijn de meest open economie en vijftiende exportnatie ter wereld. Vrije en eerlijke wereldhandel en een Europese Unie die de interne markt verder verdiept zijn prioritair. Sociale dumping en oneerlijke concurrentie worden structureel aangepakt.

De Vlaamse economische, culturele, toeristische en academische troeven worden internationaal sterker uitgespeeld. Vlaanderen als sterke en bij uitstek internationaal georiënteerde natie moet meer internationale herkenbaarheid krijgen. In het confederaal model ligt de klemtoon ook bij de regio’s. Want Vlaanderen is gericht op de transities van de toekomst: op vlak van energie, mobiliteit, digitalisering, hoogtechnologische innovatie en meer. Die ambitie dragen we ook uit, internationaal en op Europees vlak.

Om de Vlaamse politieke en economische belangen wereldwijd te behartigen, versterken we resoluut de uitbouw van het Vlaams diplomatiek en economisch netwerk. Vlaanderen heeft een eigen diplomatieke dienst, actief in meer dan 100 landen, die zowel versterkt als verdiept moet worden. We richten ons in de eerste plaats op de landen van de Europese Unie en de Europese instellingen. Op andere continenten ontplooien we onze aanwezigheid via de federale diplomatie, die volledig ten dienste staat van de deelstaten.

In een realistisch buitenlands beleid kiest de N-VA om te werken binnen een multilateraal kader. Zonder blind te zijn voor de uitholling van de soevereiniteit, het Zelfbeschikkingsrecht Zelfbeschikkingsrecht (van volkeren): Term uit het internationale staatsrecht die het recht aanduidt van volkeren over de hele wereld om zelf te beslissen tot welke staat hun grondgebied zal behoren of onder welk bestuurlijk gezag zij willen vallen. De N-VA staat onverkort achter dit universele en onbetwistbare recht. zelfbeschikkingsrecht en democratische besluitvorming. Het internationaal kader moet sporen met onze belangen. Wanneer blijkt dat verdragen of instellingen het uitvoeren van een democratisch gedragen beleid bemoeilijken of verhinderen, moeten we de internationale instellingen en verdragen durven hervormen of de modaliteiten van ons lidmaatschap herzien.

In ons ontwikkelingsbeleid staat een win-win relatie voor Vlaanderen en de partnerlanden centraal. Al te lang werd gedoneerd om te doneren, zonder enig geostrategisch kompas. Het verbeteren van opvang in de regio voor de vele oorlogsvluchtelingen wereldwijd vormt een nieuwe opdracht. Ontwikkelingsbeleid wordt voortaan afhankelijk gemaakt van volledige medewerking inzake veiligheid, migratie en terugkeer. In het belang van de economische ontwikkeling vergroten we de rol van privé-actoren.

We bouwen constructieve relaties op als gelijkwaardige partners met de landen in de periferie van Europa. Het gaat om Noord- en West-Afrika en het Midden-Oosten. We richten ons ontwikkelingsbeleid daarbinnen op het versterken van de economie, de welvaart en de stabiliteit. We hebben oog voor het probleem van de bevolkingsexplosie, die zorgt voor migratiedruk, politieke en sociale instabiliteit en ecologische overbelasting.

Voorstellen

Eén internationale visie en strategie voor Vlaanderen.

Vlaanderen bouwt één centrale visie en strategie uit voor een internationaal Vlaanderen. Die strategie omvat alle andere domeinen die gelinkt zijn met het buitenland: van ondernemen, tot cultuur over energie en veiligheid.

Een realistisch internationalisme.

De N-VA kiest voor internationale samenwerking die ten dienste staat van de burgers en de lidstaten en wil dus voluit Europees en multilateraal of bilateraal samenwerken waar dat nuttig is en tot resultaten leidt.

Vooraleer multilaterale akkoorden worden goedgekeurd dient dan ook steeds grondig te worden nagegaan welke gevolgen dat zou hebben op onze soevereiniteit. Wanneer blijkt dat verdragen de uitvoering van een democratisch gedragen beleid bemoeilijken of de belangen van de burger schaden, pleit de N-VA voor de heronderhandeling of hervorming van die verdragen.

Meer vrijhandel voor meer welvaart.

Vlaanderen profileert zich als topregio voor internationaal ondernemen. We trekken actief buitenlandse ondernemingen en talent aan en verankeren ze voor de productie van goederen of investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Door onze centrale ligging zijn we de logistieke toegangspoort tot de Europese markt.

We sluiten nieuwe ambitieuze vrijhandelsakkoorden. Deze akkoorden geven onze ondernemingen maximaal toegang tot nieuwe buitenlandse markten en werken handelsbelemmeringen een voor een weg. De Europese Unie moet assertief nieuwe markten aanboren. We focussen op groeilanden en grote economieën.

Onze economie is open, zonder naïef te zijn. Wederkerigheid is de kern in ons handelsbeleid: wie toegang wil tot onze sectoren, moet zijn markt ook voor Vlaamse ondernemers openstellen. We houden een slag om de arm en treden kordaat op tegen oneerlijke concurrentie of dumping op onze markt. We steunen de screening op Europees niveau van directe buitenlandse investeringen in strategische sectoren wanneer onze openbare orde of veiligheid in het gedrang zou komen.

Vlaanderen ondersteunt onze exporteurs en buitenlandse investeerders nog meer in hun zoektocht naar nieuwe internationale horizonten. Ons professioneel binnen- en buitenlands netwerk van Flanders Investment & Trade begeleidt Vlaamse ondernemers van fabriekspoort tot in de toonzaal in het buitenland.

Een sterke Vlaamse stem op het internationale toneel.

Vlaanderen spreekt met één stem in het buitenland. We werken aan meer synergieën tussen alle actoren en stroomlijnen onze acties in het buitenlands beleid. De vele actoren hebben elk hun eigenheid en specialisatie maar we vermijden dubbel werk.

We versterken en bouwen het Vlaamse diplomatieke postennetwerk verder uit. We focussen op de Scandinavische landen, groeilanden en versterken de Vlaamse stem in Europa.

Een (Vlaams) Mercator instituut voor internationale relaties zal onderbouwd richting geven aan de toekomstgerichte thema's die Vlaanderen globaal in de kijker zet. Deze diplomatieke academie voor opleiding en specialisatie zal nauw samenwerken met andere instituten en onze Vlaamse universiteiten.

Nauwe band met Vlamingen in de wereld

We versterken de banden met Vlamingen in de wereld en zetten Vlaanderen internationaal op de kaart. We doen dat via een top-imago-versterkend programma van Vlaanderen. We betrekken de Vlaming in het buitenland actief en communiceren doelgericht over onze troeven.

Samen met Nederland zetten we Vlaams-Nederlandse culturele projecten op die ons (kunsten)patrimonium en erfgoed in de kijker zetten. Onze Vlaamse Meesters staan daarbij centraal. We richten de eerste Rubenshuizen op bij de Vlaamse vertegenwoordiging in het buitenland. In verschillende wereldsteden, van Parijs tot Londen en New York zal iedereen kunnen kennis maken met de Nederlandse taal en de Vlaamse geschiedenis en cultuur.

In de aanloop naar internationale sportevenementen, zoals paralympische en olympische spelen, EK’s en WK’s, zetten we Vlaanderen op de kaart als uitmuntende sportnatie. We dragen onze sporters en kampioenen uit, van Flandriens over voetballers, atleten, en duivenmelkers.

We ondersteunen Vlamingen die hun loopbaan internationaal willen oriënteren.

Een federale diplomatie die ten dienste staat van de deelstaten

Vlaanderen is een open en exportgerichte economie en voert een ambitieus buitenlands beleid. De federale diplomatie moet ons hierbij ondersteunen. Vlaanderen communiceert zelf doelgericht over zijn acties in het buitenland.

Alle economische taken die de federale overheid uitvoert moeten gestaakt worden, want ze doorkruisen het Vlaams beleid en beletten een goede zichtbaarheid. Elke onduidelijkheid is nefast voor onze ondernemingen. De federale economische adviseurs schaffen we af. Federale restbevoegdheden zoals de promotie van het fiscale investeringsklimaat worden de verantwoordelijkheid van de deelstaten. De federale staatssecretaris voor buitenlandse handel wordt geschrapt.

Alle samenwerkingsakkoorden buitenlands beleid worden in lijn gebracht met de zesde staatshervorming.

De diplomatie besteedt bijzondere aandacht en zorg aan het in kaart brengen en de bescherming van religieuze en levensbeschouwelijk minderheden. Ze moet meer constructieve relaties opbouwen met herkomst- en transitlanden op vlak van migratie en met oog op het sluiten van terugnameakkoorden. Speciaal aangeduide migratie-ambassadeurs beschikken over de juiste expertise en worden tijdelijk uitgezonden.

Het federale diplomatiek (posten)netwerk wordt gerationaliseerd ten voordele van de Vlaamse aanwezigheid. Vlaanderen moet mee kunnen beslissen over de geografische spreiding van de federale diplomatieke posten. We moeten aanwezig zijn in toekomstgerichte of strategisch belangrijke regio’s en landen. Het netwerk moet flexibel zijn zodat het dynamisch aangepast kan worden op de actuele ontwikkelingen. We leggen voldoende soepelheid aan de dag om posten te openen wanneer het opportuun is, en te sluiten als de aanwezigheid niet in verhouding staat tot de prioriteiten.

We bevorderen de depolitisering van de benoeming en bevordering van diplomaten.

Ontwikkelingsbeleid gericht op structureel toekomstperspectief.

Ontwikkelingsbeleid schrijft zich in het buitenlands beleid, handelsbeleid, migratie en terugkeer in. Onze Vlaamse strategie zet in op economische ontwikkeling dat leidt tot welvaart en toekomstperspectief in eigen land of regio. De private actoren hebben een leidende rol bij het uitbouwen van de handelsrelaties. Handel en ontwikkelingssamenwerking zijn een natuurlijke tandem en motor voor duurzame groei.

We ondersteunen de ontwikkeling van de privésector, het ondernemerschap en werkgelegenheid in de ontwikkelingslanden. Onze aandacht gaat naar het optimaliseren van de noodzakelijke randvoorwaarden zoals de stabiele rechtsorde, bescherming van zakelijke rechten en bescherming van eigendom. De financiering en uitvoering van projecten kunnen ook aan deze voorwaarden afhankelijk gemaakt worden.

Onze projecten richten zich verder op het stimuleren van een veilige – stabiele omgeving, het onderwijs, demografie, duurzaamheid, de seksuele – reproductieve gezondheidszorg en rechten.

We dragen onze Vlaamse expertise en technische knowhow uit in functie van ontwikkelingsbeleid

Innovatieve financiering.

Voor elk ontwikkelingsdoel wordt steeds de meest passende financiering gezocht. Private actoren worden de katalysator en centrale partner. We zetten de publieke middelen daar in waar private partners het risico (niet alleen) kunnen dragen of die geen passende oplossing kunnen bieden.

Ontwikkelingsbeleid met publieke middelen gaat steeds uit van meerwaarde, is doelmatig en gericht op zelfredzaamheid. Transparantie van de bestede middelen is een noodzaak en wordt gekoppeld aan samenwerking op vlak van migratie, justitie en veiligheid.

Herstel van het Middenveld Het maatschappelijke middenveld is het geheel van particuliere organisaties en instellingen die de verschillende groepen, meningen en belangen in onze samenleving vertegenwoordigen. Doordat zij bemiddelen tussen de individuele burgers en de overheid, vervullen zij een belangrijke brugfunctie. De N-VA pleit als gemeenschapspartij voor een vrij en rijk verenigingsleven. Zo rekenen wij naast vakbonden en mutualiteiten ook heel wat andere verenigingen en niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) tot het middenveld, met inbegrip zelfs van actiecomités en buurtinformatienetwerken (BIN). Meer daarover lees je hier. middenveld : komaf met levenslange financiering.

De overheid kan voor de uitvoer van haar ontwikkelingsbeleid samenwerken met private actoren, ngo’s of middenveldorganisaties. De verschillende actoren zullen in de uitvoer van deze taken verder gealigneerd en geprofessionaliseerd worden.

We sporen ngo’s aan om andere financieringsbronnen te mobiliseren. Een gezonde balans van middelen, bijvoorbeeld in samenwerking met de privé actoren zorgt voor meer onafhankelijkheid van publieke overheden. Publieke budgetlijnen zijn altijd tijdelijk en geen eindeloze levenslijn. De publieke middelen kunnen uitsluitend gebruikt worden voor ontwikkelingsbeleid in het buitenland.

Ontwikkelingsbeleid is niet louter de zaak van overheden. Burgers die zich engageren voor specifieke ontwikkelingsprojecten moeten daar de ondersteuning en ruimte voor krijgen.

23. Vlaanderen in Europa

De N-VA is een eurorealistische partij die met een positieve ingesteldheid en een kritische blik de vinger aan de Europese pols houdt. Enkel waar optreden van de Unie noodzakelijk is en een meerwaarde biedt, is het gerechtvaardigd. We pleiten voor een haalbare en gedragen Europese samenwerking, die geworteld is bij de burgers en ten dienste staat van de lidstaten.

Subsidiariteit Principe dat stelt dat het laagst mogelijke niveau waarop een bestuur (nog) doeltreffend is, het meest geschikte niveau is om op te besturen. Daarom worden enkel de bevoegdheden die een lagere instantie niet of minder goed kan uitoefenen, aan een centrale of hogere instantie toegekend, en omgekeerd. De idee hierachter is dat politieke besluiten het best zo dicht mogelijk bij de burgers worden genomen en uitgevoerd. Subsidiariteit , verantwoordelijkheid en solidariteit - en wel in die volgorde - vormen onze leidraad. We willen een Europese Unie die realistische doelstellingen zet en bovenal eerst uitvoert wat al afgesproken werd. Meer Europa is niet altijd beter. Wij kiezen voor een Europa dat een toegevoegde waarde genereert voor Vlaanderen, van onder uit wordt opgebouwd en geworteld is bij de burgers.

De uitdagingen zijn groot: de migratiecrisis, terroristische aanslagen in verschillende lidstaten, de klimaatverandering, aanhoudende problemen met de euro, de Brexit, politieke gevangenen in een Europese lidstaat, … Momenteel zien we te veel slecht bestuur in Europa. We hebben nood aan een modern en efficiënt beleid. Europa biedt schaalvoordelen die Vlaanderen ons niet kan bieden. Hervormingen zijn noodzakelijk om het vertrouwen van de burgers te behouden en te versterken.

Wij kiezen voor een hervormd Europa dat ongecontroleerde migratie aanpakt. Een Europa dat voluit inzet op jobs. Een Europa dat zorgt voor uw veiligheid en sterke grenzen. Een Europa dat eenheid in verscheidenheid boven eenheidsdenken plaatst. Een Europa dat ons erkent en waarin wij onszelf herkennen.

De Unie worstelt met een vertrouwensbreuk en systematische crisissen. De N-VA hoopt dat de Brexit een wake-up call kan zijn. Verschillende economische en culturele realiteiten in de diverse lidstaten vragen niet om eenheidsworst, maar om maatwerk. Wij kiezen resoluut voor een confederaal Europa waarin de lidstaten samen beslissen wat ze samendoen, niet omdat ze moeten maar omdat ze dat willen. Daarbij moeten wetgeving en beleid zo dicht mogelijk bij de burger worden gemaakt en uitgevoerd. We moeten ons durven afvragen of alles wat de EU doet wel nodig is en of bepaalde initiatieven niet beter aan de lidstaten worden overgelaten. Net zoals de deelstaten in de Confederatie België eigenaar zijn van de bevoegdheden en beslissen welke bevoegdheden confederaal uitgeoefend worden, staan de leden enkel bevoegdheden af aan de Europese Unie als al zijn leden daarin een meerwaarde zien. In de besluitvorming binnen de Europese instellingen worden de bestaande meerderheidsregels toegepast met respect voor het subsidiariteitsbeginsel. Daarin kan Vlaanderen in zijn eigen belang nauwere samenwerkingen met bepaalde lidstaten of binnen de Benelux vormgeven.

De N-VA pleit voor een Europese Unie die elke euro twee keer omdraait alvorens die uit te geven. Want goed besteed geld leidt tot degelijke investeringen. Daarom moet er een shift komen naar toekomstgericht beleid en moeten traditionele programma's zoals het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het cohesiebeleid aanzienlijk hervormd worden. Met het vertrek van de Britten is het logisch dat de Europese begroting krimpt. De gratis politiek van de Unie zoals gratis treintickets en WIFI kosten de burger handenvol geld en biedt geen meerwaarde. Transfers De geldstromen van Vlaanderen naar Brussel en Wallonië worden transfers genoemd. De transfers via de federale begroting, de financieringswet en de sociale zekerheid zouden tussen 6 en 7 miljard euro per jaar bedragen. En zelfs tot 11 miljard euro, als je de afbetaling van de schuld meetelt. De omvang van de transfers wordt steeds betwist van Franstalige zijde of de transfers worden gewoon als solidariteit afgedaan. Een studie van Vives (KULeuven) toonde aan dat de transfers de solidariteit niet dienen, maar verlammend werken op de groei van zowel de Waalse als de Vlaamse economie. Transfers zonder enige vorm van Responsabilisering Het verantwoordelijk maken van de deelstaten, zodat ze beloond worden voor goed beleid en gestraft voor slecht beleid. Die responsabilisering was een eis van de N-VA tijdens de regeringsonderhandelingen van 2010-2011 over de herziening van de financieringswet. De N-VA wil onder meer een belangrijke fiscale autonomie voor de deelstaten en eigen verantwoordelijkheid over onder meer arbeidsmarktbeleid, gezondheidszorg en kinderbijslag.  responsabilisering ondermijnen het draagvlak voor Europese solidariteit. Het maandelijkse verhuiscircus tussen Brussel en Straatsburg moeten we eindelijk afschaffen. Fraude met Europees geld moeten we beter opsporen en strenger aanpakken.

Voorstellen

Geen institutionele big bang maar aandacht voor Europese meerwaarde en de Vlaamse stem

De N-VA wil een Europese Unie van eenheid in verscheidenheid. We waken over het respect voor talen, culturen, volkeren en het regionale zelfbestuur in de Unie. We kiezen voor een Europese Unie die trouw is aan haar devies van eenheid in verscheidenheid, de overbodige regeldruk tegengaat, eerst uitvoert wat reeds beslist is alvorens ze nieuwe wetgeving vooropstelt en focust op beleidsdomeinen die meerwaarde bieden.

We verstevigen de positie van de nationale en deelstaatparlementen in de Europese besluitvorming, zo wordt de rechtstreekse band tussen Vlaanderen en Europa sterker. Het Vlaams Parlement moet over een handrem beschikken als het Europese niveau bevoegdheden naar zich toetrekt die een negatieve impact hebben op de deelstaten.

We werken een netwerk van sterke partners uit om onze stem te laten weerklinken. We moeten de ambitie hebben een partnerschap te sluiten met de noordelijke landen, die een tegengewicht willen vormen tegen de visie van enkele grote landen om de Unie te domineren.

De zetel van het Europees Parlement is in Brussel en de Europese Commissie wordt kleiner en efficiënter. We houden één vergaderplaats voor het Europees Parlement in Brussel. De maandelijkse verhuis naar Straatsburg stopt want hij is geldverslindend en inefficiënt.

We willen meer transparantie bij de uitvoering van het mandaat van Europarlementslid. Ondanks herhaalde oproepen om meer openheid te verschaffen over de manier waarop Europarlementsleden hun taken vervullen, blijft het Parlement ver achter om verplichtingen op te leggen of de mogelijkheden te scheppen om dat te verwezenlijken. Daarom dringt de N-VA aan op een gedragscode voor de Europarlementsleden waarbij per kalenderjaar verslag gemaakt wordt over de wijze waarop de code wordt nageleefd.

De EU is een belangrijke schakel in een streng en rechtvaardig asiel- en migratiebeleid.

Voor de N-VA is het absoluut noodzakelijk de bescherming van onze buitengrenzen te versterken en illegale migratie te stoppen. Net als het voorzien van opvang in de regio en het sluiten van terugname-akkoorden is dat essentieel om ongecontroleerde migratie tegen te gaan.

Versterken van de interne markt, de economische ader voor onze welvaart

De verdieping van de interne markt in energie, transport en digitalisering is onze prioriteit. We werken de handelsbarrières maximaal weg en ontwikkelen zo veel als mogelijk gelijke standaarden.

Sociale rechten: touwtjes in handen.

De N-VA wil dat lidstaten zelf kunnen beslissen over de toegangsvoorwaarden van de Sociale zekerheid De sociale zekerheid is in België tot nader order federaal. De belangrijkste pijlers van de Belgische sociale zekerheid zijn: de ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV), de pensioenen, de werkloosheidsverzekering en de kinderbijslagen. Daarnaast ook nog beroepsziekten, arbeidsongevallen en jaarlijkse vakantie. Sommige Vlaamse partijen ijveren al lang voor de overheveling van (grote delen van) de sociale zekerheid naar gewesten en gemeenschappen. sociale zekerheid . Er moet eerst worden bijgedragen eer er gebruik gemaakt kan worden van het genereus systeem. Alleen zo kunnen we de sociale zekerheid betaalbaar houden en rechtvaardig organiseren.

Europees beleid moet de lidstaten ondersteunen, niet tegenwerken. Daarom komt er geen Europese sociale zekerheid, geen Europese werkloosheidsuitkering noch een uniform sociaal beleid.

De sociale dumping en fraude pakken we structureel aan. De oneerlijke concurrentie wordt een halt toegeroepen, ook voor de transport-, bouw- en schoonmaaksector. We blijven werken aan een gelijk speelveld voor ondernemingen.

Een slagkrachtig extern beleid van de Europese Unie voor vrije en eerlijke handel

We zetten in op een slagkrachtig en sterk Europa in de wereld. De Europese Unie is de hefboom om onze Vlaamse handelsbelangen te vrijwaren en onze stem te laten weerklinken. De Europese Unie moet zich in haar extern beleid maximaal inzetten voor de gemeenschappelijke belangen en de bescherming van haar burgers.

De Europese Unie moet proactief nieuwe buitenlandse afzetmarkten aanboren in het belang van de Vlaamse ondernemingen, jobs en welvaart. We willen geen nieuwe CETA-saga. De Unie is exclusief bevoegd en het gepaste niveau om handelsakkoorden te sluiten en te ratificeren.

Duurzaamheid en leefbaarheid zijn bij uitstek grensoverschrijdend en vergen dus Europese samenwerking. Dit weerspiegelt zich voor de N-VA in een doordacht materialen- en grondstoffenbeleid zodat we minder afhankelijk worden van derde landen, betere luchtkwaliteit, bescherming van onze natuur en biodiversiteit, en een ambitieuze maar realistische klimaat- en energiepolitiek.

Een Europees defensiebeleid: strategisch samenwerken

De Europese defensie- en veiligheidssamenwerking wordt uitgebreid. We gaan niet dromen over een eengemaakt Europees leger maar evolueren stapsgewijs naar een permanente defensiesamenwerking met de andere Europese lidstaten. Die is complementair aan ons NAVO-bondgenootschap en vervangt onze eigen inspanningen niet.

De Europese samenwerking voor een competitieve en innovatieve defensie-industrie versterken we. We gaan onnodige capaciteit of duplicatie tegen maar zetten in op specialisatie en gezamenlijke aankopen. We zorgen ervoor dat onze Vlaamse ondernemingen het potentieel van de Europese onderzoeksprogramma’s maximaal kunnen benutten. We versterken de concurrentiepositie van onze Vlaamse defensie-industrie.

De EU moet de Vlaamse ambitie voor gecontroleerde wapenhandel volgen. De Unie moet strenger en meer consistent de wetgeving handhaven. We streven naar een Europees wapenembargo tegen landen die systematisch en ernstig de mensenrechten schenden.

Het versterken van de binnenlandse veiligheid is meer dan ooit internationaal. Het Europese niveau is goed geplaatst om de strijd aan te gaan tegen het terrorisme, mensensmokkel en cybercriminaliteit. Dat vraagt een versterkte samenwerking.

Europees budget: snoeien om te bloeien

De N-VA pleit voor een slanke begroting die strategisch inzet op de uitdagingen van de toekomst en de sectoren die grote toegevoegde waarde creëren. We willen een omslag realiseren. We verschuiven de middelen weg van het cohesie- en gemeenschappelijk landbouwbeleid, dat nog te veel gericht is op transfers, te weinig steun biedt aan onze eigen landbouwers en samenleving, en te weinig focust op structurele maatregelen voor meer welvaart in Europa. De vrijgekomen middelen investeren we in de versterking van onze economie, innovatie, migratiebeheer, veiligheid en defensie.

Het gemeenschappelijk landbouwbeleid moet slanker, groener en gemoderniseerd worden. Het landbouwbeleid blijft beslissend voor onze strategische voedselzekerheid. Maar het huidige beleid is al te vaak de melkkoe van grote industriële ondernemingen, ten koste van de landbouwer. We decentraliseren en flexibiliseren delen van het landbouwbeleid, zodat meer rekening gehouden kan worden met de noden van onze Vlaamse landbouwers. We ijveren ervoor dat een deel van de financiering ook door de lidstaten wordt voorzien en dat er rekening wordt gehouden met verschillen in lonen, koopkracht en exploitatiekosten van de landbouwers.

Het budget daalt met het vertrek van de Britten en we wijzen elke nieuwe belasting om de EU te financieren af. Vlaanderen mag geen twee keer betalen voor de Brexit – door een negatieve impact op ons handelsbeleid en door een hogere Europese budgetbijdrage – en het Europese budget wordt in de eerste plaats gespijsd vanuit de lidstaten. Dat is solidair, fair en transparant.

Europese samenwerking moet meerwaarde opleveren. Domeinen zoals werk, onderwijs, jeugd, sport, cultuur, taal en toerisme horen niet thuis op Europees niveau. Fiscaliteit blijft een exclusieve bevoegdheid van de lidstaten. Voor ons geen Europese belastingen.

Een sterke euro.

In de eurozone is nood aan duidelijke afspraken die nageleefd worden. N-VA stelt het principe voorop dat elk land zijn begroting op orde houdt, zijn schuld onder controle en zijn economie competitief. Transfers of een politieke unie zullen enkel voor nog sterker conflict zorgen tussen Noord en Zuid.

De Europese bankensector moet haar risico’s verder afbouwen. Dat is de essentiële voorwaarde om de bankenunie succesvol af te werken. Want zonder risicovermindering kunnen er geen risico’s gedeeld worden. De belastingbetaler mag niet opdraaien voor hun wanbeleid.

We vergemakkelijken en verruimen de mogelijkheden voor de financiering van onze ondernemingen op Europees niveau. Door de kapitaalmarktenunie af te werken kunnen ondernemers alternatieve financiering aantrekken voor hun groei, zoals obligaties of beursfinanciering.

Euro-obligaties zijn geen goed idee. Gemeenschappelijke schuldfinanciering lost onderliggende problemen niet op en is zeker geen duurzame oplossing voor het vermijden van een financiële crisis. Lidstaten schuiven hiermee hun verantwoordelijkheid af en wentelen de kosten naar toekomstige generaties.

Een handelsvriendelijke Brexit

We ijveren resoluut voor een handelsvriendelijk akkoord met het Verenigd Koninkrijk. We verzetten ons tegen douanerechten, invoerrechten of quota en willen maximale mogelijkheden voor samenwerking in beleidsdomeinen zoals wetenschap, Erasmus, maritiem transport of veiligheid.

Geen uitbreiding, wel inbreiding en goed nabuurschap.

De Europese Unie moet zich eerst verdiepen en resultaten boeken alvorens er sprake kan zijn van een nieuwe uitbreidingsronde. Bovendien zijn de vorige uitbreidingen nog niet geabsorbeerd. Turkije zal nooit lid worden van de Europese Unie. We moeten wel werk maken van een strategisch partnerschap met het land, o.m. op vlak van migratie of de strijd tegen de georganiseerde misdaad.

Pre-toetredingssteun wordt geobjectiveerd en geschorst als een land afwijkt van de Europese waarden. De pre-toetredingssteun aan Turkije wordt dan ook volledig en onmiddellijk stopgezet.

Deelstaten in de Unie die op een democratische wijze onafhankelijk worden, worden ook automatisch lid van de Europese Unie. De N-VA wil ter zake een voortrekkersrol blijven spelen en is waakzaam voor de ondemocratische evoluties in Spanje.

Confederalisme

Veilig. Verantwoord. Vlaams.

1. Verantwoordelijkheid belonen

Basisbeginselen

In de Confederatie België zijn Vlaanderen en Wallonië volledig verantwoordelijk voor de eigen uitgaven én de eigen inkomsten. Hetzelfde geldt in beginsel voor de regio Brussel-Hoofdstad. Belastingen die betrekking hebben op persoonsgebonden materies liggen bij Vlaanderen en Wallonië. Belastingen die betrekking hebben op grondgebonden materies liggen bij Vlaanderen, Wallonië en de regio Brussel- Hoofdstad. Die regeling bouwt verder op de huidige bevoegdheidsverdeling in persoonsgebonden en grondgebonden aangelegenheden.

De btw en de accijnzen zijn, gelet op de Europese regelgeving, uniform in de hele confederatie en krijgen een specifieke bestemming. Ze dienen voor de wettelijk vastgelegde financiering van de Europese Unie, de afbouw van de huidige Belgische staatsschuld, de financiering van de interestlasten op deze schuld en de interconfederale solidariteit. Het saldo wordt verdeeld over de deelstaten in verhouding tot de mate waarin ze hebben bijgedragen tot de opbrengst.

Vlaanderen, Wallonië en de regio Brussel-Hoofdstad zijn elk verantwoordelijk voor het naleven van de Europese regels inzake budgettair en economisch beleid. Een boete moet worden toegewezen aan de overheid die ervoor verantwoordelijk is, of automatisch afgetrokken worden van het aandeel van de betrokken overheid in het saldo van de btw en accijnzen.

De Duitstalige regio maakt in beginsel voor haar financiering afspraken met Wallonië. Bij gebrek aan consensus geniet de Duitstalige regio de autonomie om zich de bevoegdheden toe te eigenen die ze nodig acht.

Persoonsgebonden

Vlaanderen en Wallonië zijn exclusief verantwoordelijk voor de personenbelasting, de successie- en schenkingsrechten, de roerende voorheffing en de belastingen die met inkomstenbelastingen zijn gelijkgesteld. Zij bepalen de belastbare basis, de tarieven, de tariefschijven, de belastingaftrekken, de belastingverminderingen en -vermeerderingen en de belastingkredieten. Zij regelen de administratieve geschillenprocedure en de uiteindelijke invordering.

De personenbelasting wordt, zoals in andere landen, geheven in de woonplaats van de belastingplichtige. In de regio Brussel-Hoofdstad kan elke inwoner via de zgn. Brusselkeuze zelf beslissen of hij onder het Vlaamse dan wel het Waalse stelsel van personenbelasting valt.

Net zoals vandaag kunnen de gemeenten een aanvullende belasting heffen op de personenbelasting van hun inwoners.

Grondgebonden

Vlaanderen, Wallonië en de regio Brussel-Hoofdstad zijn exclusief verantwoordelijk voor de vennootschapsbelasting, alsook voor de andere grondgebonden belastingen zoals de onroerende voorheffing en de registratie- en hypotheekrechten.

Voor de vennootschapsbelasting wordt de belastbare basis op confederaal niveau geharmoniseerd, dit ter wille van uniforme boekhoudkundige regels en in afwachting van een verdere Europese harmonisatie. De bestaande regeling geldt als uitgangspunt. Een wijziging in de belastbare basis is enkel mogelijk bij akkoord in de Belgische Raad. Vlaanderen, Wallonië en de regio Brussel-Hoofdstad zijn bevoegd voor het tarief, belastingaftrekken, belastingverminderingen en -vermeerderingen en belastingkredieten.

Zoals het internationaal de standaard is, wordt de vennootschapsbelasting geheven op de plaats van de feitelijke vestiging, en niet van de maatschappelijke zetel.

Voor een bedrijf dat vestigingen heeft in meer dan één gebied (Vlaanderen, Wallonië en regio Brussel- Hoofdstad) wordt de belastbare basis verdeeld over de twee of drie gebieden waar het actief is. De verdeling gebeurt (zoals bijvoorbeeld in Duitsland) volgens de loonmassa, nl. de brutolonen van alle werknemers die het bedrijf in elk van de gebieden tewerkstelt. Het bedrijf moet slechts één aangifte doen, meer bepaald in het gebied met de grootste loonmassa, en krijgt maar één aanslag. De betrokken belastingdienst staat in voor de volledige afhandeling en stort de belastingsom door die aan de andere overheid of overheden verschuldigd is.

Ook op de onroerende voorheffing kunnen de gemeenten nog steeds opcentiemen heffen.

Een Sociale zekerheid De sociale zekerheid is in België tot nader order federaal. De belangrijkste pijlers van de Belgische sociale zekerheid zijn: de ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV), de pensioenen, de werkloosheidsverzekering en de kinderbijslagen. Daarnaast ook nog beroepsziekten, arbeidsongevallen en jaarlijkse vakantie. Sommige Vlaamse partijen ijveren al lang voor de overheveling van (grote delen van) de sociale zekerheid naar gewesten en gemeenschappen. sociale zekerheid , sociaal en zeker

 

Basisbeginselen

Vlaanderen, Wallonië en in bepaalde gevallen ook de regio Brussel- Hoofdstad zijn verantwoordelijk voor de sociale bescherming en voor de inkomsten en uitgaven van de sociale zekerheid.

Voor alle persoonsgebonden aspecten (gezondheidszorg, gezinsbijslag, pensioenen, invaliditeitsuitkering, werkloosheid, bijstand, …) gelden dezelfde rechten en plichten voor alle inwoners uit dezelfde deelstaat. Voor deze sociale risico’s vallen mensen dus onder de sociale zekerheid van de plaats waar ze wonen. In Brussel geldt de Brusselkeuze.

Voor alle aspecten die verband houden met de werkplek of het arbeidscontract (technische werkloosheid, tijdelijke arbeidsongeschiktheid, bevallingsverlof, arbeidsongevallen, arbeidsrecht, sociaal overleg,…) gelden dezelfde rechten voor alle werknemers op dezelfde werkplek. Voor deze aspecten vallen mensen dus onder de regeling van de plaats waar ze werken zoals bepaald in de arbeidsovereenkomst (Vlaanderen, Wallonië of de regio Brussel-Hoofdstad). Deze benadering bouwt verder op de huidige bevoegdheidsverdeling in persoonsgebonden en grondgebonden aangelegenheden, en garandeert de gelijke behandeling van alle werknemers op dezelfde werkvloer.

Persoonsgebonden

De organisatie van de sociale bijstand en de persoonsgebonden takken van de sociale zekerheid is toevertrouwd aan Vlaanderen en Wallonië. Vlaanderen en Wallonië bepalen de berekeningsgrondslag, het tarief, de vrijstellingen en verminderingen van de sociale bijdragen, alsook de bedragen en de toekenningsvoorwaarden van de vergoedingen en de uitkeringen.

De aansluiting bij de Vlaamse of Waalse sociale zekerheid gebeurt op basis van de woonplaats van de verzekerde. In de regio Brussel-Hoofdstad kan elke inwoner door de Brusselkeuze zelf beslissen om bij het Vlaamse dan wel bij het Waalse stelsel aan te sluiten.

Deze keuze impliceert zowel de bijhorende rechten als plichten. Ook de gezondheidszorginstellingen en de zorgverstrekkers in Brussel maken zulke Brusselkeuze en volgen de daaraan verbonden (taal)regels en financiering.

Vanzelfsprekend kan elke patiënt te allen tijde dringende zorg krijgen in elk ziekenhuis, ongeacht zijn SZ-stelsel. Ook voor ’niet-dringende’ ambulante en ziekenhuiszorg is de patiënt vrij in de keuze van zorgverstrekker of ziekenhuis. In de regio Brussel-Hoofdstad garanderen de zorginstellingen een tweetalige dienstverlening voor dringende medische hulp. De terugbetaling wordt geregeld via de (sociale) verzekeringsinstelling waarbij de patiënt aangesloten is (met gebruik van het E-health De elektronische uitwisseling van gezondheidsgegevens, van het elektronisch patiëntendossier tot elektronische voorschriften. e-health -platform en de kruispuntbank).

Werkgebonden

Voor alle werkgebonden aspecten van de sociale zekerheid zijn Vlaanderen, Wallonië en de regio Brussel-Hoofdstad verantwoordelijk. Net vanwege de rechtstreekse band met de werkplek, geldt hetzelfde voor het arbeidsrecht, het sociaal overleg, de loon- en arbeidsvoorwaarden en de omzetting van de internationale (Europese) normen inzake arbeidstijden, ploegen- en nachtarbeid en veiligheid op het werk.

Die regeling garandeert de gelijke behandeling van collega’s op dezelfde werkplek. Voor alle werknemers van dezelfde bedrijfsvestiging gelden dezelfde loon- en arbeidsvoorwaarden, ongeacht hun woonplaats.

Financiering

Vlaanderen en Wallonië zijn volledig verantwoordelijk voor de werknemers- en de werkgeversbijdrage, evenals voor de uitkeringen. Ter wille van de gelijke behandeling van collega’s binnen hetzelfde bedrijf, wordt de werkgeversbijdrage voor persoonsgebonden risico’s in de regio Brussel-Hoofdstad berekend als een gewogen gemiddelde van de bijdragevoet in Vlaanderen en Wallonië.

De overheid van het werkgebied van de betrokken werknemer bepaalt en int de sociale bijdragen voor de dekking van risico’s die gekoppeld zijn aan het arbeidscontract en de werkplek (tijdelijke arbeidsongeschiktheid, arbeidsongevallen, bevallingsverlof en technische werkloosheid).

De inning van de sociale bijdragen gebeurt door de deelstaten. In de regio Brussel-Hoofdstad werken ze samen zodat steeds één dienst de inning en de verdeling naar de verschillende overheden verzorgt. Inwoners die verhuizen van en naar het buitenland of tussen deelstaten bouwen gemengde (pensioen)rechten op, net zoals dit vandaag bijvoorbeeld het geval is voor wie een gemengde loopbaan opbouwt als werknemer, ambtenaar en/of zelfstandige. Een confederale Kruispuntbank voor Sociale Zekerheid zorgt voor de nodige uitwisseling van gegevens.

Ambtenaren en zelfstandigen

Het overheidspersoneel volgt het stelsel van de overheid waarvoor ze werken, tenzij voor de persoonsgebonden takken van de sociale zekerheid die door hun woongebied worden verzekerd. Voor zelfstandigen geldt het woongebied als criterium voor alle stelsels van sociale zekerheid.

Werknemers die gedeeltelijk op pensioen zijn of deels het werk hervatten (bv. via progressieve tewerkstelling) ressorteren voor hun arbeidsrelatie onder het stelsel van het werkgebied waar ze (deeltijds) werken en voor hun deeltijdse uitkering onder het stelsel van hun woongebied.

Een sterke Vlaamse economie

Welvaart – en dus ook welzijn – staat of valt met een gezonde economie en sterke ondernemingen. In de Confederatie België hebben Vlaanderen, Wallonië en de regio Brussel- Hoofdstad, naast de fiscale autonomie, alle bevoegdheden en instrumenten om onder eigen verantwoordelijkheid een economisch beleid te voeren dat op hun maat gesneden is en aan hun inzichten beantwoordt.

Bovenop de bevoegdheden die ze als Gewest in het federale België al hadden, worden ze volledig verantwoordelijk voor de buitenlandse handel. Inzake de vergunningen voor grote handelsvestigingen worden projecten die grensoverschrijdende gevolgen hebben besproken in de Belgische Raad.

Vlaanderen en Wallonië regelen autonoom de aansluiting bij de deontologische en economische orden. In Brussel maakt de aansluiting bij een orde deel uit van de Brusselkeuze.

In afwachting van een Europees akkoord ter zake regelt de Belgische Raad de koppeling van de drie kruispuntbanken van ondernemingen. De betrokken overheden sluiten een akkoord over de gegevensuitwisseling en de toegang tot elkaars databanken.

2. Gemeenschap vormen

Confederalisme = verantwoordelijkheid
Politiediensten op één niveau

Wie bevoegd is de wetten te schrijven, beschikt best over de nodige instrumenten om de naleving ervan af te dwingen. Vlaanderen, Wallonië en de regio Brussel-Hoofdstad zijn bevoegd voor de organisatie, de werking en de inrichting van de politiediensten op hun grondgebied, alsook voor de regelgeving inzake de private beveiligingsdiensten.

Een confederale Veiligheidscel oefent taken uit in het kader van de bestrijding van grootschalige misdaad zoals terrorisme, illegale wapenhandel en mensenhandel. Op termijn dient een en ander Europees te worden aangepakt. De veiligheidscel neemt ook de opdracht van de Staatsveiligheid waar, die wordt bemand door experts afgevaardigd door Vlaanderen, Wallonië en de regio Brussel-Hoofdstad. Politiek is de confederale minister van Veiligheid bevoegd.

Justitie: slepende impasse doorbreken

In een confederaal systeem is justitie een verantwoordelijkheid van de deelstaten. Vlaanderen en Wallonië hebben een eigen rechtsmacht, die instaat voor de handhaving van de eigen, de confederale en de Europese rechtsregels, en hebben een eigen gevangeniswezen.

In Brussel behandelen de Vlaamse rechtbanken de Nederlandstalige zaken en de Waalse rechtbanken de Franstalige zaken, zoals vandaag. Het parket bestaat er uit gedetacheerde Vlaamse en Waalse tweetalige magistraten. Het staat onder de bevoegdheid van de Brusselse minister van Veiligheid en onder leiding van de tweetalige Brusselse procureur des Konings. We kiezen voor de meest bekwame kandidaat en breken dus met de apartheidsregeling van de zesde staatshervorming die hiervoor steeds een Franstalig diploma vereist.

Het Confederaal Grondwettelijk Hof en het Confederaal Hof van Cassatie bestaan beide uit een Vlaamse, een Waalse en een gemeenschappelijke kamer. De Vlaamse en de Waalse kamer van het Grondwettelijk Hof toetsen de eigen normen aan het eigen Grondrecht en aan het Grondverdrag van de Confederatie. De Vlaamse en de Waalse kamer van het Hof van Cassatie zijn bevoegd voor de interpretatie van het eigen recht en het confederale recht. De gemeenschappelijke kamers van beide hoven behandelen de zaken die beide deelstaten aanbelangen of die betrekking hebben op een verschillende interpretatie van het confederale recht.

Een confederaal parket is bevoegd voor de grootschalige en de (inter)nationale criminaliteit. Het bestaat uit gedetacheerde Vlaamse en Waalse magistraten, onder leiding van een tweetalige confederale procureur die beurtelings van de Nederlandse en Franse taalrol is. Het valt onder de bevoegdheid van de confederale minister van Veiligheid.

Het Strafwetboek dat het materieel strafrecht vastlegt, valt onder de bevoegdheid van de Confederatie, dit is ook het geval voor de elementen in het Burgerlijk wetboek die niet grondgebonden zijn.

Defensie in een confederale context

Defensie overschrijdt de staatsgrenzen. Einddoel van de internationale samenwerking is een Europees defensiebeleid en een Europese Krijgsmacht, maar dit is niet haalbaar in de nabije toekomst. Tussenstap naar en katalysator van de vorming van een Europese Krijgsmacht is een Benelux- militair project. Door samen te werken, kunnen we de militaire inspanningen op elkaar afstemmen, wat leidt tot een meer efficiënte en meer performante defensie.

Confederalisme = duidelijkheid
Energie als brandstof voor onze gemeenschap

Vlaanderen, Wallonië en de regio Brussel-Hoofdstad worden verantwoordelijk voor het energiebeleid. Op hun grondgebied verzekeren zij de energieproductie en de energiebevoorrading, het transport en de distributie van elektriciteit en van aardgas, inclusief de tarieven, de ondergrondse opslag van gas en het beheer van de strategische aardolievoorraad. Vlaanderen wordt ook verantwoordelijk voor de Noordzee en regelt dus onder meer de energieproductie op de Noordzee.

Vlaanderen, Wallonië en de regio Brussel-Hoofdstad beslissen zelf al dan niet een beroep te doen op kernenergie. Vlaanderen, Wallonië en de regio Brussel-Hoofdstad staan in voor de nucleaire veiligheid op hun grondgebied, in lijn met de Europese regels. De Confederale Veiligheidscel ziet erop toe dat elke overheid haar verantwoordelijkheid ter zake opneemt. Zij oefenen elk voor hun deel de taken uit van het huidige Federale Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) en de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en verrijkte Splijtstoffen (NIRAS). Vlaanderen beheert het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) in Mol en Belgoprocess in Dessel, Wallonië beheert het Nationaal Instituut voor Radio-elementen (IRE-ELiT) in Fleurus.

Een coherent mobiliteitsbeleid

In een confederaal België zijn Vlaanderen, Wallonië en de regio Brussel-Hoofdstad verantwoordelijk voor verkeersveiligheid en zijn ze bevoegd voor opleiding, infrastructuur en handhaving. Zij regelen de verkeerswetgeving, inclusief het toezicht daarop met een eigen wegpolitie.

Vlaanderen, Wallonië en de regio Brussel-Hoofdstad zijn eigenaar van en verantwoordelijk voor de spoorinfrastructuur en de aan de spoorwegen gerelateerde gronden en vastgoed op hun grondgebied. De exploitatie van het spoorwegnet wordt geregeld door Vlaanderen, Wallonië en de regio Brussel-Hoofdstad. Zo’n confederale aanpak versterkt een goede samenwerking. Dat leert het voorbeeld van het Zwitserse Bazel waar meer dan tien maatschappijen uit drie landen met zelfs twee munten en twee talen een samenhangend en geïntegreerd trein-, tram- en busaanbod verzorgen.

De coördinatie wordt verzekerd. Vandaag controleert de Dienst Veiligheid en Interoperabiliteit der Spoorwegen (DVIS) de veiligheid op het spoor en waarborgt ze de interoperabiliteit in de Europese Unie. Binnen de confederale Veiligheidscel zal de DVIS het treinverkeer regelen dat de grenzen van Vlaanderen, Wallonië en Brussel overschrijdt (toewijzing van de rijpaden voor het reizigers- en goederenverkeer, frequentie, amplitude, commerciële snelheid,…). Ze wordt samengesteld met experten uit de deelstaten en de regio Brussel- Hoofdstad en ze adviseert de verschillende regeringen bij de opmaak van investeringsplannen die betrekking hebben op grensoverschrijdende dienstverlening, bepaalt de tarieven en verdeelt de inkomsten tussen de treinmaatschappijen die grensoverschrijdend opereren.

Vlaanderen en Wallonië zijn bevoegd voor de luchthavens op hun grondgebied. Voor de luchtverkeersleiding wordt, in afwachting van de inwerkingtreding van FABEC (Functional Airspace Block Europe Central, samen met Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Nederland en Zwitserland), een FAB-Benelux opgericht. De problematiek van de grensoverschrijdende vertrek- en aanvliegroutes en de bijhorende geluidsnormen wordt afgestemd binnen de Belgische Raad, vertrekkend van de internationaal geldende luchtvaartregels en -normen.

Voortbouwen op het Vlaams woonbeleid

Vlaanderen, Wallonië en de regio Brussel-Hoofdstad zijn verantwoordelijk voor het woonbeleid op hun grondgebied. In het kader van hun fiscale autonomie kunnen zij bijvoorbeeld maatregelen nemen om eigendomsverwerving te ondersteunen en de private huurmarkt te stimuleren.

Geïntegreerde brandweer en civiele bescherming

Vlaanderen, Wallonië en de regio Brussel-Hoofdstad zijn verantwoordelijk voor de organisatie en werking van de brandweerdienst en de civiele bescherming op hun grondgebied. Vanzelfsprekend worden onderlinge afspraken gemaakt, in het bijzonder voor de aanpak van grensoverschrijdende rampen.

In Brussel geldt de tweetaligheid ook voor de brandweerlui, de spoeddiensten (bemanning MUG, ziekenwagens,…) en medewerkers van de civiele bescherming. Zo maken we meteen komaf met de eindeloze juridische discussies over de brandweerkaders waardoor gedurende lange periodes niemand meer kon worden aangeworven en de veiligheid in het gedrang kwam.

Confederalisme = opbouwen
Migratie die de gemeenschap versterkt

In de Confederatie België zijn Vlaanderen en Wallonië verantwoordelijk voor het migratiebeleid. In de regio Brussel- Hoofdstad kiest de gezinshereniger, arbeids-, kennis- of medisch Migrant Een persoon die zijn land verlaat om naar een ander land te trekken, met het doel er langdurig of definitief te verblijven. De term maakt geen onderscheid op basis van migratiemotieven: het kan gaan om arbeidsmigranten, maar ook om vluchtelingen e.a. migrant voor de Vlaamse of de Waalse procedure en maakt hij zo ook een Brusselkeuze. Een voldoende coherentie tussen het Vlaamse en het Waalse migratiebeleid is verzekerd, aangezien beide zich moeten inschakelen in de Europese regelgeving.

Voor de verhuizingen tussen Vlaanderen en Wallonië en voor de wijzigingen van de Brusselkeuze in de regio Brussel-Hoofdstad wordt het model van het personenverkeer tussen de lidstaten van de Europese Unie toegepast. Wie verblijfsrecht kreeg in Wallonië en zich in Vlaanderen wil vestigen, moet een nieuwe aanvraag indienen. Dat kan met een versnelde procedure bij de Vlaamse overheid of via een systeem van wederzijdse erkenning. Hij zal zich vervolgens moeten inschakelen in het algemene beleid van Vlaanderen. Zo garanderen we de Responsabilisering Het verantwoordelijk maken van de deelstaten, zodat ze beloond worden voor goed beleid en gestraft voor slecht beleid. Die responsabilisering was een eis van de N-VA tijdens de regeringsonderhandelingen van 2010-2011 over de herziening van de financieringswet. De N-VA wil onder meer een belangrijke fiscale autonomie voor de deelstaten en eigen verantwoordelijkheid over onder meer arbeidsmarktbeleid, gezondheidszorg en kinderbijslag.  responsabilisering van de verschillende overheden, en tegelijk ook van de individuele migrant.

Het asielbeleid wordt een toonbeeld van onze internationale solidariteit. In afwachting van een Europees asielbeleid, gebeurt de erkenning als Vluchteling Een persoon die zijn land van herkomst heeft verlaten omdat zijn leven of persoonlijke veiligheid in gevaar is. De juridische definitie van een vluchteling volgens de Conventie van Genève vind je hier. vluchteling of als subsidiair beschermde door het confederale Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen. Het wordt bemand door experts afgevaardigd door Vlaanderen en Wallonië en is paritair samengesteld. Na de erkenning als vluchteling geldt de vrijheid van vestiging op het hele grondgebied van de Confederatie.

De nationaliteitsverwerving wordt geregeld op confederaal niveau. De hoeksteen van elke nationaliteitsverwerving en van elk gelijke kansen- en integratiebeleid is verplichte Inburgering Vlaanderen voert een inburgeringsbeleid. Dat is een begeleide en doelgericht gestuurde vorm van maatschappelijke integratie van mensen van vreemde afkomst. Bedoeling is de nieuwkomers een volwaardige plaats te geven in de samenleving door insluiting in plaats van uitsluiting. De inburgering, met onder meer taallessen en inburgeringscursussen, werd concreet door de deelname van de N-VA aan de Vlaamse regering sinds 2004 en de aanstelling van een minister van Inburgering. inburgering . De Raad voor Vreemdelingen- betwistingen (RvV) volgt de confederale visie op justitie.

Verantwoordelijkheid voor ons leefmilieu

In de Confederatie België zijn Vlaanderen, Wallonië en de regio Brussel-Hoofdstad verantwoordelijk voor het leefmilieubeleid (en dus het klimaatbeleid), dierenwelzijn, duurzame ontwikkeling en het productbeleid.

Om maximale schaalvoordelen te verzekeren, is het aangewezen het productbeleid nog meer op het Europese niveau te organiseren.

Doordat Vlaanderen, Wallonië en in verschillende domeinen ook de regio Brussel-Hoofdstad fiscaal autonoom zijn, kunnen zij hun fiscaal beleid sturend inzetten om klimaat- en milieudoelstellingen te halen. De klimaatinkomsten komen hen toe.

Internationale klimaatdoelstellingen van de Confederatie België zijn de som van de doelstellingen van Vlaanderen, Wallonië en, in voorkomend geval, de regio Brussel-Hoofdstad. Indien de internationale gemeenschap en/ of de Europese Unie een ('nationale') doelstelling opleggen aan de Confederatie, bepaalt de Belgische Raad de verdeelsleutel.

Duurzame ontwikkeling wordt als beleidsprincipe ingeschreven in het Grondverdrag van de Confederatie België. De Belgische Regering past het beginsel uiteraard toe in haar beleidsdomeinen.

Een volledig onderwijspakket

Vlaanderen en Wallonië zijn integraal bevoegd voor het onderwijs. Er is geen enkele reden om de drie huidige federale uitzonderingen te behouden (het begin en einde van de leerplicht, de minimumvoorwaarden om een diploma te behalen, en de pensioenen van het onderwijzend personeel).

Cultuur en Wetenschap: verantwoordelijkheid en visie

In de Confederatie België vallen de huidige federale culturele en wetenschappelijke instellingen en alle bevoegdheden met betrekking tot wetenschap en innovatie onder de verantwoordelijkheid van Vlaanderen en Wallonië. Dat kan door de instellingen toe te wijzen aan de deelstaten, dan wel door ze door beide deelstaten samen te laten beheren.

Een eerste reeks instellingen komt onder de unieke verantwoordelijkheid van Vlaanderen respectievelijk Wallonië te staan, omdat ze in Vlaanderen dan wel in Wallonië gelegen zijn. Andere instellingen werken op thema’s die nauw aansluiten bij bevoegdheidsdomeinen van Vlaanderen en Wallonië. De deelstaten werken samen om hun taken uit te oefenen. De universiteiten zijn de partners bij uitstek om deze instellingen mee te beheren.

Een tweede reeks instellingen situeert zich in Brussel (Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, Koninklijk Museum voor Kunst en Geschiedenis, Algemeen Rijksarchief, Koninklijke Bibliotheek, Muntschouwburg, BOZAR,…). Ze worden verzelfstandigd en voortaan samen beheerd door Vlaanderen en Wallonië. De keuze voor verzelfstandiging maakt het mogelijk de samenwerking met private partners en het Middenveld Het maatschappelijke middenveld is het geheel van particuliere organisaties en instellingen die de verschillende groepen, meningen en belangen in onze samenleving vertegenwoordigen. Doordat zij bemiddelen tussen de individuele burgers en de overheid, vervullen zij een belangrijke brugfunctie. De N-VA pleit als gemeenschapspartij voor een vrij en rijk verenigingsleven. Zo rekenen wij naast vakbonden en mutualiteiten ook heel wat andere verenigingen en niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) tot het middenveld, met inbegrip zelfs van actiecomités en buurtinformatienetwerken (BIN). Meer daarover lees je hier. middenveld te versterken, wat de instellingen meer maatschappelijk draagvlak geeft.

Autonomie en responsabilisering zijn noodzakelijk voor een goed bestuur van deze instellingen. Er wordt dan ook werk gemaakt van een afgestemde beleidsvisie in een strategisch meerjarenplan zoals nu al gebeurt bij instellingen zoals Bozar NV.

3. Onze toekomst kiezen

Grondbeginselen

De Confederatie België bestaat uit de twee deelstaten Vlaanderen en Wallonië. In de Confederatie hebben de regio Brussel-Hoofdstad en de Duitstalige regio een bijzonder statuut.

Vlaanderen heeft volheid van bevoegdheid in de huidige provincies Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant, West-Vlaanderen en de territoriale wateren. Wallonië heeft volheid van bevoegdheid in de huidige provincies Henegouwen, Luik, Luxemburg, Namen en Waals-Brabant. De twee deelstaten oefenen in de regio Brussel-Hoofdstad de persoonsgebonden bevoegdheden uit. Brussel blijft de hoofdstad van Vlaanderen.

Vlaanderen en Wallonië zijn eigenaar van alle bevoegdheden. Ze oefenen op hun grondgebied alle bevoegdheden uit, behalve deze die zij overdragen aan de Confederatie België. In een transitieperiode kunnen specifieke overgangsmaatregelen gelden.

De regio Brussel-Hoofdstad en de Duitstalige regio hebben specifieke beleidsbevoegdheden. Voor de regio Brussel-Hoofdstad gaat het in het bijzonder om grondgebonden bevoegdheden zoals politie, mobiliteit, milieu en het economisch beleid.

De Duitstalige regio oefent op haar grondgebied de bevoegdheden uit van de huidige Duitstalige Gemeenschap. In onderling akkoord kan zij bevoegdheden van Wallonië overnemen. Bij gebrek aan consensus heeft de Duitstalige regio het recht om zich de bevoegdheden toe te eigenen die ze nodig acht.

Vlaanderen en Wallonië sluiten samen een Grondverdrag. Het Grondverdrag van de Confederatie België bevat:

  • De basisregels voor de organisatie en de werking van de instellingen van de Confederatie;
  • Een opsomming van de fundamentele rechten en vrijheden die gelden voor alle inwoners van de Confederatie; de lijst van de bevoegdheden die Vlaanderen en Wallonië samen zullen uitoefenen, niet langer omdat ze moeten, maar omdat ze willen.

Vlaanderen en Wallonië beschikken over de grondwetgevende autonomie. De inrichting, samenstelling en werking van de Vlaamse instellingen wordt bepaald met een tweederde meerderheid. In de regio Brussel- Hoofdstad gebeurt dat met een gekwalificeerde meerderheid, dit wil zeggen: een tweederde meerderheid in het regioparlement en een meerderheid in elke taalgroep van dat regioparlement.

Democratische instellingen

De Europese Unie is een voorbeeld van een hedendaagse confederatie. De Confederatie België kan een gelijkaardig institutioneel schema hanteren. We streven daarbij een evenwicht na tussen de rol en de positie van de confederatie enerzijds en die van de deelstaten anderzijds. Een overzichtelijke en transparante structuur zal bijdragen aan het herstellen van het vertrouwen tussen de burgers en de politiek.

 

Parlement

De Kamer van Volksvertegenwoordigers en Senaat worden afgeschaft. Ze worden vervangen door één Belgisch Parlement, met één wetgevende kamer.

Na de zesde staatshervorming tellen de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat nog steeds 150 rechtstreeks verkozen Kamerleden, 10 gecoöpteerde Senatoren en 50 Senatoren die ook deel zullen uitmaken van de deelstaatparlementen. In het confederale model worden zij allen vervangen door 50 niet-rechtstreeks verkozen parlementsleden. Een netto besparing van 160 parlementszetels.

Om uiting te geven aan de confederale samenwerkingslogica, is de helft van deze 50 leden tevens lid van het Vlaams Parlement, de andere helft is ook lid van het Waals Parlement. Bij de aanwijzing van zijn 25 leden past Vlaanderen de evenredige vertegenwoordiging toe en waarborgt het de vertegenwoordiging van leden van het Brussels Hoofdstedelijk regioparlement. Wallonië geeft dezelfde waarborgen voor het Brussels Hoofdstedelijk regioparlement en voor het Parlement van de Duitstalige regio.

Het Belgisch Parlement schrijft de wetgeving uit met betrekking tot de confederale bevoegdheden en controleert de Belgische Regering. Het komt ten minste eenmaal per maand in plenumvergadering bijeen.

Regering en Raad

De Belgische Regering is de uitvoerende macht voor de confederale bevoegdheden. Ze is paritair samengesteld en telt maximum zes ministers die allen bewijzen tweetalig te zijn (Nederlands en Frans). Minstens één van hen moet een voldoende kennis hebben van de Duitse taal.

Twee voltijdse ministers worden voorgedragen door het Vlaams Parlement en twee door het Waals Parlement. Eén van hen zit de regering voor. Vlaanderen en Wallonië bepalen elk voor zich de wijze van voordracht. Daarnaast maken ook één minister van de Vlaamse Regering en één minister van de Waalse Regering deel uit van de Belgische Regering als adviserend minister. Dit dubbelmandaat verzekert de verbinding en informatiedoorstroming tussen de Confederatie enerzijds en Vlaanderen en Wallonië anderzijds.

Net als in de EU wordt de samenwerking binnen de Confederatie België geregeld via een Belgische Raad en de Belgische Ministerraden. Ze hebben volgende taken:

  • De samenwerking in de Confederatie; de verhoudingen tussen de deelstaten, de regio Brussel-Hoofdstad en de Belgische Regering. Ook de samenwerkingsakkoorden tussen, onder meer, Vlaanderen en Wallonië worden er uitgewerkt;
  • Regeling van de belangenconflicten binnen de Confederatie, met inbegrip van een systeem van arbitrage;
  • Voorbereiding van het standpunt van de Confederatie in internationale fora, o.m. in de Europese (Minister)raden;
  • Overleg over de hoofdstedelijke en internationale rol van Brussel (zie verder).

De Vlaamse en de Waalse minister- president vormen samen de Belgische Raad. Zij verzekeren het voorzitterschap op een gelijkaardige wijze als is voorzien voor de Belgische Regering. De Raad kan worden uitgebreid met de minister-president van de regio Brussel-Hoofdstad en/of de Duitstalige regio wanneer het te behandelen onderwerp dit vereist.

De samenstelling van de Belgische Ministerraden is afhankelijk van de geagendeerde onderwerpen. Een Ministerraad bestaat uit de betrokken vakminister(s) van de Vlaamse Regering, de Waalse Regering, en in voorkomend geval de regering van regio Brussel-Hoofdstad en/of de Duitstalige regio.

Monarchie

De monarchie is een achterhaalde staatsvorm, het geboorterecht strookt niet met de democratische basisbeginselen. In de overgangsfase naar de invoering van de republikeinse staatsvorm, wordt de Belgische monarchie onmiddellijk hervormd tot een protocollaire monarchie. Geen politieke opdrachten meer; geen medeondertekening; geen formatieopdrachten; geen buitenlandse missies zonder akkoord van de deelstaten; geen gratieverleningen; geen nieuwe adellijke titels; geen militaire functies;... Enkel het staatshoofd en zijn of haar echtgeno(o)t(e) dragen de titel van koning en koningin. De kabinetschef van de koning komt, zoals in Nederland, onder politiek toezicht te staan.

Financiering

De financiering van de confederale bevoegdheden gebeurt via rechtstreekse dotaties uit de eigen middelen van de deelstaten.

De Confederatie België heft geen eigen belastingen. Op het niveau van de Confederatie worden enkel de btw en de accijnzen geregeld.

Wat de btw betreft, staat de Confederatie voor de regelgeving in. Vlaanderen en Wallonië zijn verantwoordelijk voor de inning en de controle; ze storten de opbrengst door naar de Confederatie. Via een confederaal orgaan met afvaardiging uit beide deelstaten staan de twee deelstaten samen in voor de inning en de controle in de regio Brussel- Hoofdstad.

In overeenstemming met de Europese richtlijnen worden ook de accijnzen en gerelateerde belastingen, zoals de verpakkingsheffing en de milieuheffing, confederaal geregeld. De inning en controle gebeuren op dezelfde wijze als voor de btw.

Het doorstorten van de opbrengst van die belastingen naar de Confederatie versterkt het vertrouwen bij internationale investeerders en op de financiële markten, vooral omdat deze middelen een specifieke bestemming krijgen.

Ten eerste is er, door een voorafname, de wettelijk vastgelegde financiering van de Europese Unie zoals die ook vandaag bestaat (de zogenaamde btw- bijdrage).

Daarna dient de opbrengst van beide belastingen achtereenvolgens voor de financiering van de confederale interestlasten, de afbouw van de huidige Belgische staatsschuld en de solidariteit binnen de confederatie.

Ten slotte wordt het saldo verdeeld over de deelstaten in verhouding tot de mate waarin ze hebben bijgedragen tot de opbrengst van deze belastingen. De herverdeling van het restsaldo heeft zo een responsabiliserend effect en spoort de betrokken overheden aan om de inning en de controle zo efficiënt mogelijk te organiseren.

De douanerechten zijn een Europese belasting die geïnd wordt door de lidstaten. Deze mogen 25% van de opbrengst houden als kostenvergoeding voor de administratie, inning en controle. In de Confederatie België gebeurt de inning en de controle op dezelfde manier als voor de btw en de accijnzen. Bijgevolg wordt deze kostenvergoeding toegekend aan Vlaanderen of Wallonië, afhankelijk van waar de goederen worden ingevoerd en wie dus de douanerechten int. In de regio Brussel-Hoofdstad dient de vergoeding voor de financiering van de kosten voor de gemeenschappelijke administratie van btw, douane en accijnzen.

Schuldafbouw

Om de historische schuld van het federale België af te bouwen voert het Grondverdrag een absolute schuldenrem in op het confederale niveau, zodat er geen financieringstekorten meer mogelijk zijn. Daarnaast wordt de bestaande federale schuld in een delgingsfonds ondergebracht en met de opbrengst van de btw en de accijnzen in een tijdspanne van 25 jaar afgelost.

De deelstaten kunnen de gederfde inkomsten compenseren door besparingen en/of eigen schuldcreatie. Vlaanderen voert een toekomstgericht schuldbeheer met een eigen schuldagentschap, en zal zijn schuld onder de Europese 60%-norm houden.

Bij de start van de Confederatie wordt een basisbedrag vastgesteld ter financiering van de intrestlasten en de aflossing van het geleende kapitaal. Dat basisbedrag wordt welvaartsvast gemaakt. Doordat het basisbedrag welvaartsvast is, zal het verschil tussen dat bedrag en de effectief betaalde intrestlast toenemen. Dat verschil wordt gebruikt om de leningen af te lossen. Het aandeel interestlasten zal daardoor dalen, het aandeel schuldafbouw zal toenemen.

Door deze omgekeerde rentesneeuwbal kan in een termijn van 25 jaar de federale schuld volledig afgebouwd worden. Wanneer de schuld helemaal is afgelost, wordt het bedrag dat daardoor vrijkomt in de confederale begroting doorgestort naar de deelstaten in verhouding tot de mate waarin ze hebben bijgedragen tot de opbrengst van deze belastingen.

Door de schuldafbouw zullen de deelstaten de eerste 25 jaar minder middelen krijgen dan ze bij ongewijzigd beleid uitgeven. Gezien de omvang van de historische schuld, zal dat verschil niet volledig weggewerkt kunnen worden. De deelstaten beslissen autonoom of en in welke mate ze die tekorten financieren met eigen schuldcreatie dan wel met besparingen.

Solidariteit

Doordat Vlaanderen en Wallonië verantwoordelijk zijn voor hun eigen sociale zekerheid, valt deze impliciete transfer weg. Doordat de begroting van de Confederatie België beperkt van omvang is, droogt ook die transfer op.

Vlaanderen zegt de financiële solidariteit met Wallonië en Brussel echter niet op. Integendeel, een confederaal model biedt net de kans om op een objectieve, transparante, efficiënte en responsabiliserende wijze, en dus écht solidair te zijn, vanzelfsprekend op basis van respect voor elkaars autonomie en eigenheid.

De deelstaten regelen de solidariteit. Zij voorzien vooreerst in een tijdelijk solidariteitsmechanisme om de overgang van het federale naar het confederale model op te vangen en Vlaanderen en Wallonië de garantie op een gelijke relatieve startpositie te geven. Zij organiseren ook de solidariteit met de regio Brussel-Hoofdstad binnen de financiering van haar internationale en hoofdstedelijke functie.

Het tijdelijk solidariteitsmechanisme bestaat erin het begrotingssaldo van Vlaanderen en van Wallonië, uitgedrukt als percentage van de eigen middelen, in het startjaar gelijk te schakelen.

Daartoe wordt het gezamenlijke begrotingssaldo van Vlaanderen en Wallonië berekend en uitgedrukt als percentage van hun gezamenlijke inkomsten (gewogen gemiddelde saldo).

De deelstaat met een begrotingssaldo onder het gewogen gemiddelde, ontvangt bijkomende middelen uit het confederaal Solidariteitsfonds om het verschil weg te werken. Dit Solidariteitsfonds wordt gefinancierd uit de opbrengst van de btw en de accijnzen.

Deze gelijkschakeling vindt plaats in het eerste jaar. Het solidariteitsbedrag van dat startjaar wordt vervolgens in een tijdspanne van ten hoogste 25 jaar afgebouwd. Het tijdelijk mechanisme verdwijnt sneller wanneer en vanaf het ogenblik waarop het omkeerbaar solidariteitsmechanisme voor de ontvanger gunstiger is dan het tijdelijke.

Dat omkeerbaar solidariteitsmechanisme is bedoeld om de verschillen in fiscale capaciteit tussen Vlaanderen en Wallonië gedeeltelijk uit te vlakken. De financiering van het omkeerbaar solidariteitsmechanisme verloopt eveneens via de confederatie.

Hiervoor wordt de fiscale capaciteit van Vlaanderen en Wallonië berekend op een geharmoniseerde basis van de personenbelasting en de sociale bijdragen per inwoner. Wanneer de fiscale capaciteit per inwoner lager is dan 95% van het confederatiegemiddelde, ontvangt de betrokken deelstaat een bijdrage uit de confederale middelen die zijn fiscale capaciteit optrekt tot 95% van het confederatiegemiddelde.

De toepassing van het omkeerbaar solidariteitsmechanisme kan er nooit toe leiden dat de fiscale capaciteit van de andere deelstaat onder de 105 % van het confederatiegemiddelde daalt.

Een toekomst voor Brussel

Een eenvoudiger Brussel

Het aantal instellingen – een vijftigtal – wordt gehalveerd. Ook het politiek personeel wordt drastisch verminderd waarbij minstens 500 van de 1.100 mandaten worden geschrapt.

Het huidige Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de 19 gemeenten en de Brusselse agglomeratie worden samengevoegd tot één bestuursniveau: de regio Brussel- Hoofdstad.

Het nieuwe parlement van de regio Brussel-Hoofdstad bestaat uit 70 leden en wordt rechtstreeks verkozen door alle inwoners van de regio. Er is een gegarandeerde vertegenwoordiging van minstens 15 leden van elk van de beide taalgroepen. De parlementsleden worden verkozen op een Nederlandstalige of Franstalige lijst, volgens de procedure die vandaag van kracht is.

In bepaalde aangelegenheden, onder meer taalkundige en culturele bescherming, delegatie van bevoegdheden aan de districten en inrichting van de eigen instellingen, beslist het parlement met gekwalificeerde meerderheid.

De regering is paritair samengesteld en bestaat uit een minister-president, een viceminister-president en maximaal zes ministers. Elke minister moet de steun hebben van een meerderheid van zijn taalgroep in het regioparlement. De samenstelling en de werking van de regering gebeuren op basis van 'machtspariteit': de bevoegdheden en budgetten van de verschillende ministers worden paritair verdeeld, waarbij ook alle belangrijke functies, zoals minister-president en de viceminister-president, roteren of paritair worden verdeeld.

De zes politiezones worden samengevoegd tot één zone. Wat in New York, Parijs en Berlijn kan, moet in Brussel ook kunnen. Ook de negentien OCMW’s worden samengevoegd tot één OCMW met een gegarandeerde vertegenwoordiging van elke taalgroep en met gedecentraliseerde sociale huizen. Dat zal de slagkracht van de regio Brussel-Hoofdstad bij, onder meer, de armoedebestrijding verhogen.

Ook in een grootstad blijft bestuurlijke nabijheid vanzelfsprekend essentieel: Brussel wordt gedecentraliseerd met districten naar het voorbeeld van Antwerpen en Parijs. De districten vallen grosso modo samen met de huidige gemeenten. De regio Brussel- Hoofdstad kan bevoegdheden op een symmetrische wijze delegeren naar de districten. Elk district krijgt dus dezelfde bevoegdheden, maar de regio blijft wel over de mogelijkheid beschikken om ultiem beslissingen te herroepen. Elk district telt minstens één districtsschepen van elk van de beide taalgroepen.

Buurten en wijken ondersteunen het lokale leven en kunnen een motor zijn van sociale cohesie, zeker voor Brusselaars van vreemde origine. Daarom zal de regio Brussel-Hoofdstad inzetten op een degelijke wijkwerking, met financiële maar vooral logistieke steun voor wijkinitiatieven.

Een sterker Brussel

Een sterker Brussel betekent een slagkrachtiger Brussel. Een Brussel dat verantwoordelijk is. Zoals hoger beschreven neemt de regio Brussel- Hoofdstad de huidige bevoegdheden over van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Brusselse agglomeratie en de 19 gemeenten.

Bovendien krijgt de regio nieuwe bevoegdheden. De huidige federale bevoegdheden die kunnen worden gekwalificeerd als grondgebonden, worden toegewezen aan Vlaanderen, Wallonië en aan de regio Brussel- Hoofdstad. Zo zal ze nieuwe sociaaleconomische bevoegdheden krijgen om een aangepast en doelgericht beleid te voeren.

Meer bevoegdheden betekent ook meer verantwoordelijkheid. De regio Brussel-Hoofdstad wordt niet langer gefinancierd met vrijblijvende dotaties uit de federale kas maar wordt voortaan in hoge mate zelf verantwoordelijk voor de eigen uitgaven én inkomsten. Ze staat bijvoorbeeld volledig zelf in voor de onroerende voorheffing en andere grondgebonden belastingen zoals de vennootschapsbelasting.

Een structurele politieke band met onze hoofdstad

Vlaanderen, Wallonië en Brussel zijn met elkaar verstrengeld. Vlaanderen ziet evenwel geen nood om zijn naam te wijzigen tot 'Vlaams-Brusselse Federatie'. Wij zien Brussel als een natuurlijk deel van onze open gemeenschap. Wel moet Brussel zijn meervoudige hoofdstedelijke functie waarmaken. De hoofdstad van de Confederatie België moet een structurele politieke samenwerking tussen de regio Brussel-Hoofdstad en de deelstaten verzekeren.

In het Vlaams Parlement worden ten minste zes leden verkozen door kiezers die in Brussel wonen. Ze hebben ook zitting in het parlement van de regio Brussel-Hoofdstad en bekleden dus een dubbelmandaat.

In de Vlaamse Regering is één minister bevoegd voor Brussel. Het Vlaams beleid in Brussel wordt zo ingepast in het algemeen beleid.

In de Belgische Ministerraden zullen de Vlaamse Regering, de Waalse Regering en de regering van de regio Brussel-Hoofdstad regelmatig overleggen over de hoofdstedelijke en internationale rol van Brussel. De samenstelling van de delegaties kan wijzigen naargelang van de agenda. Het overleg spitst zich toe op onder meer mobiliteit, veiligheid, stadsinrichting, tweetaligheid, ...

Daartegenover geldt de vaststelling dat de internationale en hoofdstedelijke functie van Brussel extra kosten met zich meebrengt. Op basis van duidelijke afspraken, transparantie en responsabilisering, kunnen de deelstaten hiervoor een extra financiering overeenkomen in de Raad.

In de Belgische Ministerraden wordt er regelmatig overlegd tussen de Vlaamse Regering en de Nederlandstalige leden van de regering van de regio Brussel-Hoofdstad. Een gelijkaardig overleg bestaat vandaag reeds aan Franstalige zijde.

Het parlement van de regio Brussel-Hoofdstad kan een lid van de Vlaamse of de Waalse Regering om advies vragen. Dit is mogelijk mits er een meerderheid in het parlement of in een taalgroep daar om verzoekt of mits een adviesvraag uitgaat van de regioregering. Zo kunnen de Vlaamse en Waalse regeringsleden de impact van bepaalde beslissingen in Brussel duiden.

Respect voor Franstalige én Nederlandstalige cultuur

Brussel is een tweetalige hoofdstad. De gelijkwaardigheid van het Nederlands en het Frans is essentieel voor een hoofdstedelijke functie.

Het principe van de tweetaligheid van de dienst dat nu geldt voor de administratie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt daarom vervangen door het principe van de tweetaligheid van alle overheidspersoneel, zonder onderscheid, zoals nu reeds het geval is voor de gemeentelijke administratie. De tweetaligheid wordt gemeten en erkend door middel van een taalattest. Ook van de ministers wordt tweetaligheid vereist.

De taalwetgeving is daarenboven pas relevant, wanneer ze afdwingbaar is. Vandaag kan de Vaste Commissie voor Taaltoezicht enkel niet-bindende adviezen geven. Bij de Raad van State Een bijzonder adviesorgaan en administratief rechtscollege, opgericht in 1946. Zijn belangrijkste bevoegdheid is het schorsen en vernietigen van administratieve rechtshandelingen die strijdig zijn met de geldende rechtsregels. Als hoogste administratief rechtscollege zijn zijn uitspraken bindend. De Raad is ook cassatierechter voor beroepen tegen de uitspraken van de lagere administratieve rechtscolleges. Daarnaast geeft de Raad van State advies op wetgevend en reglementair gebied. Raad van State kan men evenmin terecht om de toepassing van de taalwetgeving af te dwingen. Daarom moet er een omkering van het toezichtmechanisme komen. Bij het niet tijdig intrekken of rechtzetten van een administratieve beslissing die om taalredenen is geschorst, mondt de schorsing van rechtswege uit in een vernietiging van de betrokken handeling. Daarnaast kan men voor taalwetschendingen terecht bij een rechtscollege dat een bindende beslissing neemt ten aanzien van het bestuur en kan een dwangsom worden opgelegd.

De Brusselaars krijgen nog meer keuze: de Brusselkeuze

De aanwezigheid van de huidige Gemeenschappen wordt algemeen ervaren als een belangrijke meerwaarde voor Brussel. Brusselaars genieten vandaag immers het voorrecht om te kiezen tussen het aanbod van zowel de Vlaamse Gemeenschap als de Franse Gemeenschap inzake de persoonsgebonden aangelegenheden zoals onderwijs en gezondheidszorg.

Die logica wordt doorgetrokken voor de nieuwverworven bevoegdheden van de deelstaten, in het bijzonder voor de sociale zekerheid. Brussel mist trouwens de financiële draagkracht en kent een te grote concentratie van ‘negatieve risico’s’ om zelf de sociale verzekering te kunnen organiseren.

De Brusselkeuze maakt het de Brusselaars mogelijk om aan te sluiten bij een Vlaams, dan wel Waals stelsel. Zo wordt de interpersoonlijke solidariteit tussen Brussel en Vlaanderen of Wallonië gerealiseerd. De Brusselkeuze is ook een middel om het engagement van de beide gemeenschappen te verankeren in en ten aanzien van Brussel.

De Brusselkeuze geldt voor een volledig pakket van dienstverlening, met rechten (tegemoetkomingen) en plichten (bijdragen). Wie kiest voor het Vlaams stelsel valt onder dezelfde regeling als de Vlamingen in de rest van Vlaanderen. Dat garandeert een transparante, solidaire aanpak.

Het pakket omvat onder meer de personenbelasting, de kostencompenserende stelsels van de sociale zekerheid, sociale bijstand, de inkomensvervangende uitkeringen, arbeidsbemiddeling, welzijnsinstellingen, jeugdbescherming, migratie en inburgering en stemrecht voor het Vlaams resp. het Waals Parlement.

Met dit model kiezen we voor een inclusief systeem. Elke Brusselaar maakt een eigen, vrije keuze. Kinderen vallen, zolang ze ten laste zijn, onder het stelsel van de ouders. Wanneer de ouders voor een verschillend stelsel opteren, bepalen objectieve criteria onder welk stelsel het kind valt (systemen die werken met objectieve criteria bestaan nu ook reeds, zoals bijvoorbeeld in de kinderbijslag).

De keuze is niet noodzakelijk definitief. Mits een wachtperiode (bijvoorbeeld drie jaar) in acht te nemen, kan iemand naar het andere stelsel overstappen, conform het rugzakprincipe. De wachtperiode is nodig om de solidariteit met anderen die eerder dezelfde keuze hebben gemaakt niet plots onder druk te zetten. Vanaf het ogenblik waarop iemand niet langer ten laste is van de ouders, kiest hij zelf zonder een wachttermijn te moeten respecteren.

Het principe dat Brusselaars toegang hebben tot de instellingen en infrastructuur van beide gemeenschappen blijft vanzelfsprekend gelden.

Alle kinderen zijn welkom in het Nederlandstalig onderwijs maar er geldt, net zoals vandaag, een voorrangsbeleid. Voor de inschrijving komen eerst de broers en zussen (inclusief deze van een nieuw samengesteld gezin) van leerlingen van de school in aanmerking; vervolgens de kinderen van de personeelsleden van de school, daarna wie Nederlands als thuistaal heeft; en verder kinderen van ouders die bij de Brusselkeuze voor het Vlaamse stelsel hebben gekozen (waarbinnen GOK-criteria van toepassing zijn).

Zo blijft het Nederlandstalig onderwijs enerzijds openstaan voor iedereen, wordt in functie van het kwaliteitsbehoud het criterium ‘Nederlands thuistaal’ versterkt en wordt er een band gecreëerd tussen de bijdrage aan het systeem en voorrang om effectief van de diensten van het systeem te kunnen genieten.

Logischerwijs zal de Vlaamse overheid ervoor moeten zorgen dat minstens alle aangeslotenen effectief gebruik kunnen maken van de Vlaamse diensten. Vlaanderen zal dus moeten investeren in het Brussels aanbod, naargelang van de Brusselkeuze die de Brusselaars maken.

Naast eigen instellingen, kan Vlaanderen voor verzorgings- en welzijnsinstellingen waarbij het taalgebruik een belangrijke factor is (bv. woonzorgcentra en ziekenhuizen), taallabels toekennen naargelang van de effectieve tweetaligheid van de aangeboden dienstverlening. De toekenning van een taallabel kan gepaard gaan met financiële afspraken.

Door ook stemrecht op te nemen in het pakket, wordt een democratische band gelegd tussen het persoonsgebonden beleid en de begunstigden ervan. Wie de Vlaamse Brusselkeuze maakt, wijst – naast uiteraard de leden van het parlement van de regio Brussel- Hoofdstad – de zes leden van het Vlaams Parlement aan die tevens in het parlement van de regio Brussel- Hoofdstad zitting hebben.

Zo bepalen de gebruikers de beleidskeuzes. Dit responsabiliseert de overheid en verplicht Vlaamse en Waalse partijen aandacht te hebben voor Brussel en Brussel mee te nemen in hun beleid.

Eén Vlaamse Brussel-administratie

De Vlaamse, Franse en Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie – en dus de betrokken regeringen, parlementen en administraties – worden afgeschaft. In Brussel oefenen Vlaanderen en Wallonië hun persoonsgebonden bevoegdheden rechtstreeks uit. Uiteraard staat het Wallonië vrij om die bevoegdheden te delegeren aan een afzonderlijke instelling gericht op de inwoners van Brussel.

De VGC-administratie en de Brussel-administratie binnen de Vlaamse overheid worden geïntegreerd.