Feit of fictie

Is het pensioen met punten een tombola zonder zekerheid?

Het pensioen met punten is geen tombola

“Het pensioen met punten is een tombola: het pensioenbedrag wordt de inzet van 1 grote loterij.” Zo staat het in de pensioenkrant die de drie grote vakbonden onder hun leden verspreidden in de aanloop naar de betoging op 16 mei tegen de pensioenhervormingen van de federale regering. Doordat de regering de waarde van een punt elk jaar kan aanpassen, weten werknemers niet hoeveel pensioen ze zullen hebben, noch hoe lang ze uiteindelijk zullen moeten werken. Volgens de vakbonden leidt dat tot onzekerheid bij de werknemers. De vakbonden noemen het pensioen met punten een verknipte manier om iedereen langer te doen werken voor een lager pensioen.

Incorrect
Gevonden in
De Pensioenkrant
over deze onderwerpen: 
Het middenveld, Pensioenen

Het puntensysteem maakt de pensioenen rechtvaardiger en doorzichtiger

“Het pensioen met punten moet de pensioenen rechtvaardiger en doorzichtiger maken. Het puntenpensioen een verdoken besparing noemen, is onzin.” Dat zeggen de experts van de Academische Pensioenraad in hun jongste rapport.

Uit een simulatie voor mensen die in 2001 met pensioen gingen, blijkt dat er winnaars en verliezers zijn. Voor de meesten verandert er bijzonder weinig. De hoge lonen verliezen een beetje. Maar de opvallende winnaars van het pensioen met punten zijn de vrouwen en de laaggeschoolden. Zij zouden in het nieuwe systeem minstens 59 euro per maand meer ontvangen.

Zoals door de experts gezegd, heeft het puntensysteem het voordeel van de transparantie: op elk ogenblik weet je hoeveel punten je hebt verzameld en hoeveel punten je wint of verliest door een jaar meer of minder te werken.

Bovendien is het pensioen met punten welvaartvast. De waarde van een punt wordt immers pas bepaald op het einde van de carrière en dat op basis van de levensduurte van dat moment. Met andere woorden: het pensioen volgt de evolutie van de lonen. De levensstandaard van gepensioneerden uit de middenklasse zal dus niet verder uitgehold worden.

Dalen de loonkosten minder dan de regering beweert?

Portemonne met geld

“De Taxshift Van een ‘taxshift’ of belastingverschuiving is sprake als je een nieuwe belasting invoert of een bestaande verhoogt om een andere belasting te verminderen of te schrappen. De N-VA is voorstander van een verschuiving van de lasten op arbeid naar die op consumptie of milieuvervuiling bijvoorbeeld, maar niet van een belasting die de totale belastingdruk nog doet toenemen. taxshift doet de loonkosten minder dalen dan de federale regering doet uitschijnen”, schrijft De Standaard. De krant citeert Acerta-directeur Dirk Wijns, die erop wijst dat de verminderde loonkosten deels worden weggevlakt door de afbouw van andere lastenverlagingen. “Er is zeker een extra lastenverlaging bijgekomen, maar minder groot dan gedacht,” zegt Wijns in het artikel.
De Standaard verwijst ook naar berekeningen van Acerta, waaruit blijkt dat “de sociale werkgeversbijdragen eigenlijk ook zonder taxshift al lager waren dan het officiële tarief van 30 procent”. 
Werkgeversorganisatie VBO Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) of Fédération des Entreprises de Belgique (FEB) is een overkoepelende organisatie van Belgische werkgevers uit verschillende bedrijfstakken. Het VBO vertegenwoordigt meer dan 30.000 ondernemingen en is daarmee één van de belangrijkste gesprekspartners in het sociaal overleg in België. VBO beklemtoont bij monde van directeur-generaal Bart Buysse echter dat de bedrijven erop vooruitgaan met de lagere en transparantere loonlasten.
Tot slot merkt De Standaard nog op dat de taxshift niet geldt voor werkgevers uit gesubsidieerde sectoren, zoals de ziekenhuizen.

 

Incorrect
over deze onderwerpen: 
Belastingen, Financiën

De taxshift zorgt voor lagere en heldere loonkosten, zoals de regering altijd gezegd heeft

De sociale lasten dalen naar 25 procent. De lage lonen krijgen zelfs een extra lastenverlaging. Voor de werkgevers daalt de loonkost. Bovendien krijgen ze meer transparantie met het uniforme tarief, wat vooral buitenlandse bedrijven helpt. Ook de werknemer wint. Met een hoger nettoloon wordt werken weer wat lonender.

Overigens heeft de regering nooit beweerd dat de verlaging van het basistarief gelijkstaat aan een evenredige daling van de loonkost. Enkele bijzondere lastenverlagingen uit het verleden worden omgezet in de verlaging van het nieuwe basistarief.

Tot slot klopt het niet dat werkgevers uit de zorgsector uit de boot vallen. Ook al ligt de focus op de commerciële private sector, toch geniet ook de social profit van een extra lastenverlaging van 477 miljoen euro.

Is er minder jeugdwerkloosheid in Brussel dan in Antwerpen?

‘Warme overdracht’ helpt jongeren bij zoektocht naar job

In juli is de jeugdwerkloosheid in Brussel voor de vijftigste maand op een rij gedaald, berichtte Le Soir begin augustus. De krant baseerde zich daarvoor op cijfers van Actiris, de Brusselse tegenhanger van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling ( VDAB De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) is een Vlaamse overheidsdienst die vraag en aanbod op de arbeidsmarkt samenbrengt, bemiddelt voor werkzoekenden en hen naar werk begeleidt via een traject op maat. In het kader van de zesde staatshervorming werd ook de controle en sanctionering van werkzoekenden, een vroegere RVA-bevoegdheid, in 2016 een taak van de VDAB. De Waalse tegenhanger van de VDAB is Forem en de Brusselse Actiris. VDAB ). Opvallend genoeg zou Brussel het in dat opzicht een stuk beter doen dan Antwerpen, de tweede stad van het land, als we de algemeen directeur van Actiris mogen geloven: terwijl de Brusselse jongerenwerkloosheid in juli zakte tot 20,7 procent, bedroeg zij diezelfde maand in Antwerpen nog 27,2 procent.

Vraag is natuurlijk hoe Actiris aan dat percentage komt ...

Incorrect
Gevonden in
LE SOIR - 2/8/2017

De jeugdwerkloosheid is in Brussel zeker niet lager dan in Vlaanderen

In de praktijk blijkt het zo goed als onmogelijk om de Brusselse werkloosheidscijfers van Actiris correct te vergelijken met de Vlaamse en dus ook de Antwerpse cijfers van de VDAB De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) is een Vlaamse overheidsdienst die vraag en aanbod op de arbeidsmarkt samenbrengt, bemiddelt voor werkzoekenden en hen naar werk begeleidt via een traject op maat. In het kader van de zesde staatshervorming werd ook de controle en sanctionering van werkzoekenden, een vroegere RVA-bevoegdheid, in 2016 een taak van de VDAB. De Waalse tegenhanger van de VDAB is Forem en de Brusselse Actiris. VDAB . Zo rekent Actiris ook alle expats mee tot de beroepsbevolking, wat een aanzienlijk hoger aantal werkende Brusselaars oplevert. De VDAB van zijn kant telt meer leefloongerechtigden mee in zijn statistieken van werkzoekenden, maar ook meer jongeren uit het deeltijds beroepssecundair onderwijs (DBSO). In juni waren die laatsten goed voor bijna elf procent van de Antwerpse jeugdwerkloosheid.

Daarnaast verloren in Brussel verhoudingsgewijs veel meer jonge werkzoekenden hun uitkering dan in Antwerpen, door de hervorming van de zogenoemde beroepsinschakelingstijd (BIT) en de beperking in de tijd van de inschakelingsuitkering. Zij verdwenen dus wel uit de statistieken van Actiris, maar niet doordat zij een job vonden. Dat wordt ook bevestigd door een recente RVA De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) of Office National de l'Emploi (ONEM) is een federale openbare instelling van Sociale Zekerheid. De RVA past het stelsel van de werkloosheidsverzekering toe en bepaalt onder meer het recht op en de omvang van uitkeringen. De RVA is ook bevoegd voor bepaalde tewerkstellingsmaatregelen en voor het stelsel van tijdskrediet en loopbaanonderbreking. De Belgische federale regelgeving wordt uitgevoerd door de RVA. RVA -studie over werkzoekenden die hun inschakelingsuitkering verloren. Daaruit blijkt dat in Brussel maar liefst 22,4 procent van hen een leefloon ontvangt. In Vlaanderen is dat slechts 9,3 procent.

Dat alles verklaart waarom de VDAB meer jonge werkzoekenden telt dan Actiris. Als Actiris dezelfde methode zou hanteren als de VDAB, dan vielen de cijfers over de Brusselse jeugdwerkloosheid een pak hoger uit dan vandaag. Dat de jeugdwerkloosheid in Brussel lager is dan in Antwerpen, klopt dus niet. Of zoals Le Soir zelf concludeert op zijn website: “Ondanks alle positieve berichten blijven Brussel en Wallonië onder het tewerkstellingsniveau in Vlaanderen.”