Feit of fictie

Feit of Fictie: De werkloosheidsgraad daalde met vijf procent toen de ecologisten in de Brusselse regering zaten.

“Toen de ecologisten in de Brusselse regering zaten, hebben we de werkloosheidgraad doen dalen met vijf procent.” Dat beweerde zonder blikken of blozen Ecolo-voorzitter Jean-Marc Nollet in Terzake. Klinkt mooi. Maar klopt dat wel?

Incorrect

Fout, de Brusselse werkloosheidsgraad steeg juist met vijf procent met de groenen aan de macht.

Omdat Nollet ons niet zal geloven, hebben we het zelf nog eens opgezocht bij een minder verdachte bron. Eurostat Eurostat voorziet de Europese Unie van goede statistische informatie. Als bureau voor de statistiek draagt het ook bij tot het harmoniseren van statistieken, zodat gegevens vergelijkbaar worden. Een belangrijke taak van Eurostat is ook om de statistische systemen in kandidaat-lidstaten en ontwikkelingslanden te verbeteren. Correcte, betrouwbare cijfers zijn onmisbaar voor een goed beleid. Daarom baseert de N-VA zich graag op de Eurostat-cijfers. Eurostat houdt de werkloosheidsgraad bij per regio in Europa. Iedereen kan die bevindingen raadplegen op https://ec.europa.eu/eurostat/web/regions/data/database.

Belangrijk om te weten is dat de ecologisten in Brussel aan de macht waren vanaf de regering-Picqué III in 2004 tot en met de regering-Vervoort I in 2014. Wat blijkt nu?

In 2004 bedroeg de Brusselse werkloosheidsgraad 13,4 procent bij 20 tot 64-jarigen. In 2014 lieten de ecologisten een werkloosheidsgraad achter van 18,1 procent. Die vijf procent van Jean-Marc Nollet klopt dus, maar de daling is wel een stijging.

Maar dat is niet alles. Eurostat heeft ook cijfers van de langdurige werkloosheid. In 2004, toen Ecolo tot de Brusselse regering toetrad, stond die in Brussel op 7,7 procent van de actieve bevolking. Op zich al hoog. Maar het kan altijd hoger, moeten de groenen gedacht hebben, want in 2014 stond de teller op 10,6 procent van de actieve bevolking.

Conclusie: wat Jean-Marc Nollet in Terzake zegt, klopt niet.

In de stijging van de koopkracht met +1,2% in 2018 en +2,1% in 2019 is de index ‘inbegrepen’.

Marc Leemans, de voorzitter van de christelijke vakbond ACV, kreeg zondag in de Zevende Dag een vraag over de stijging van de koopkracht. Volgens het Federaal Planbureau Het Federaal Planbureau (FPB) is een Belgische instelling van openbaar nut. Het Planbureau maakt studies en vooruitzichten over sociaal-economische en ecologische beleidsvraagstukken.  Het stelt zijn wetenschappelijke deskundigheid ter beschikking van de regering, het parlement, de sociale partners en nationale en internationale instellingen.  Planbureau (7/02/2019) steeg de koopkracht met 1,2 procent in 2018. Voor 2019 verwacht men een stijging van 2,1 procent. “Die 1,2 procent is index inbegrepen”, sprak Leemans ietwat warrig. Met een wat vreemde vergelijking leek hij zelfs te suggereren dat de mensen er geld bij inschoten. “Dit nu voorstellen alsof de mensen erop vooruitgaan, is helemaal niet waar”, zei Marc Leemans.

Incorrect
over deze onderwerpen: 
Economie

Fout, want de stijging van de koopkracht komt bovenop de indexering.

Die 1,2 procent in 2018 en de verwachte 2,1 procent in 2019 zijn de reële toename van het beschikbaar inkomen van de particulieren, zoals berekend door het Planbureau Het Federaal Planbureau (FPB) is een Belgische instelling van openbaar nut. Het Planbureau maakt studies en vooruitzichten over sociaal-economische en ecologische beleidsvraagstukken.  Het stelt zijn wetenschappelijke deskundigheid ter beschikking van de regering, het parlement, de sociale partners en nationale en internationale instellingen.  Planbureau . Deze stijgingen komen dus bovenop de stijging van de levensduurte, die in België automatisch wordt doorgerekend via een indexering van de lonen en uitkeringen.

De reële netto koopkracht is dus gestegen en zal nog stijgen, onder meer dankzij de Taxshift Van een 'taxshift' of belastingverschuiving is sprake als je een nieuwe belasting invoert of een bestaande verhoogt om een andere belasting te verminderen of te schrappen. De N-VA is voorstander van een verschuiving van de lasten op arbeid naar die op consumptie of milieuvervuiling bijvoorbeeld, maar niet van een belasting die de totale belastingdruk nog doet toenemen. taxshift van voormalig minister van Financiën Johan Van Overtveldt.

Kortom, de mensen zijn er wel degelijk op vooruitgegaan in 2018 en in 2019 zullen ze er opnieuw op vooruitgaan.

De uitleg van Marc Leemans van het ACV is dus onjuist en misleidend.

Is het pensioen met punten een tombola zonder zekerheid?

Het pensioen met punten is geen tombola

“Het pensioen met punten is een tombola: het pensioenbedrag wordt de inzet van 1 grote loterij.” Zo staat het in de pensioenkrant die de drie grote vakbonden onder hun leden verspreidden in de aanloop naar de betoging op 16 mei tegen de pensioenhervormingen van de federale regering. Doordat de regering de waarde van een punt elk jaar kan aanpassen, weten werknemers niet hoeveel pensioen ze zullen hebben, noch hoe lang ze uiteindelijk zullen moeten werken. Volgens de vakbonden leidt dat tot onzekerheid bij de werknemers. De vakbonden noemen het pensioen met punten een verknipte manier om iedereen langer te doen werken voor een lager pensioen.

Incorrect
Gevonden in
De Pensioenkrant
over deze onderwerpen: 
Het middenveld, Pensioenen

Het puntensysteem maakt de pensioenen rechtvaardiger en doorzichtiger

“Het pensioen met punten moet de pensioenen rechtvaardiger en doorzichtiger maken. Het puntenpensioen een verdoken besparing noemen, is onzin.” Dat zeggen de experts van de Academische Pensioenraad in hun jongste rapport.

Uit een simulatie voor mensen die in 2001 met pensioen gingen, blijkt dat er winnaars en verliezers zijn. Voor de meesten verandert er bijzonder weinig. De hoge lonen verliezen een beetje. Maar de opvallende winnaars van het pensioen met punten zijn de vrouwen en de laaggeschoolden. Zij zouden in het nieuwe systeem minstens 59 euro per maand meer ontvangen.

Zoals door de experts gezegd, heeft het puntensysteem het voordeel van de transparantie: op elk ogenblik weet je hoeveel punten je hebt verzameld en hoeveel punten je wint of verliest door een jaar meer of minder te werken.

Bovendien is het pensioen met punten welvaartvast. De waarde van een punt wordt immers pas bepaald op het einde van de carrière en dat op basis van de levensduurte van dat moment. Met andere woorden: het pensioen volgt de evolutie van de lonen. De levensstandaard van gepensioneerden uit de middenklasse zal dus niet verder uitgehold worden.