Els Demol

Els Demol is mama van zes kinderen, zus, schoonzus, tante van velen en nu ook oma. Als we het over haar grote gezin en uitgebreide familie zouden hebben, dan blijft niet veel ruimte over voor al het andere. Er zou ook te weinig plaats zijn als we zouden uitwijden over de jaren die ze met haar man en gezin in het buitenland doorbracht: Ierland, Venezuela, Australië, Egypte, Griekenland. Toch is dit het vermelden waard om Els beter te leren kennen, ook als politica.

Lid van vele verenigingen

Uit al deze levenservaringen heeft Els geleerd niet bij de pakken te blijven zitten. Zij steekt graag de handen uit de mouwen. Een groot maatschappelijk engagement is daar de vrucht van. Els is lid van verschillende sociaal-culturele verenigingen, zowel lokaal als nationaal. Tot 6 juli 2010 was zij ondervoorzitster van het Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen.

Resolute keuze voor N-VA

Door haar uitgebreide netwerk, haar engagement en haar politieke overtuiging maakt Els in 2001 haar intrede in de lokale politiek. Ze wordt verkozen als gemeenteraadslid in Herent voor VU-ID. Bij het uiteenvallen van de Volksunie koos Els resoluut voor N-VA. In 2007 werd ze schepen en bij de parlementsverkiezingen van 13 juni 2010 kwam ze samen met Theo Francken in de Kamer van Volksvertegenwoordigers voor het arrondissement Leuven.

In de Kamer is Els lid van de Commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en is ze ondervoorzitster van het Adviescomité voor de Maatschappelijke Emancipatie. Samen met Lieve Maes en Ingeborg De Meulemeester maakt Els deel uit van de Belgische delegatie bij de Parlementaire Assemblee van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa.  Els is voorzitter van de bilaterale vriendschapsgroep België–Verenigd Koninkrijk binnen de IPU.

De lokale lijn naar het federale

Als volksvertegenwoordigster is Els niet beperkt tot de commissies waar ze in zetelt als vast lid. Ze is ook een aanspreekpunt in Vlaams-Brabant en haar gemeente Herent. Federale materie kan namelijk ook lokale problematiek teweegbrengen en dan is zo’n ‘rechtstreekse lijn’ naar het federaal niveau zeker wenselijk.