Verkiezingen 2009


IV. EEN STERKER VLAANDEREN DRAAGT ZORG VOOR IEDEREEN
                   

4.1 GEZINS- EN SENIORENBELEID

De N-VA blijft kiezen voor gezinnen en wil dat het beleid hetzelfde doet. Het gezin blijft een belangrijke bouwsteen voor een gezonde en hechte maatschappij. Na een jarenlange daling zien we de laatste vijf jaar opnieuw een toename van het aantal geboortes. Toch blijft het geboortecijfer per vrouw laag. De reële kosten van een kind worden onvoldoende gedekt door het huidige systeem van kinderbijslag en ook de combinatie van arbeid en gezin weegt zwaar.

Kiezen voor een gezin, onder welke vorm dan ook, is een persoonlijke keuze maar heeft verstrekkende maatschappelijke gevolgen. Een goed gezinsbeleid moet die keuze vrijwaren en stimuleren. Gezinnen moeten sterker worden gemaakt op financieel gebied om keuzes te kunnen maken i.f.v. arbeid en kinderen. Kinderopvang hoort thuis in de korf van gemeentelijke bevoegdheden, kinderbijslag moet een bevoegdheid zijn van de gemeenschappen. De N-VA wacht niet langer en maakt er zelf werk van op Vlaams niveau.

Minstens even belangrijk is de uitdaging van de vergrijzing die op Vlaanderen afkomt. Vlaanderen mag zich niet beperken tot een voorzieningenbeleid en moet vooral werk maken van een kwalitatief beleid dat de nadruk legt op een rijk gevulde en veilige ‘oude dag’ in een comfortabele woonomgeving. Elke vorm van discriminatie op basis van leeftijdsgrenzen moet weggewerkt worden.

Blikvangers

Vlaanderen maakt het de gezinnen makkelijker

  • We starten met een Vlaamse kinderbijslag met een kindpremie van 500 euro per jaar voor alle kinderen tot en met 3 jaar.
  • Kind & Gezin moet zich verder professionaliseren, maar mag ook niet overmatig reguleren. Daarom pleiten we – naar Deens model – voor een gedecentraliseerde kinderopvang op lokaal vlak (Steden en gemeenten), zowel publiek als privaat. Zij garanderen opvang voor elke vraag, ten laatste als het kind zes maand is. De Vlaamse regering bepaalt verder de regels en normen.
  • Werk en gezin maken we nog beter combineerbaar vooral voor eenoudergezinnen met kind(eren). Dienstencheques, betaalbare en voldoende kinderopvang en telewerken zijn hierin sleutelbegrippen.
  • Een substantiële verhoging van de Vlaamse aanmoedigingspremie voor wie tijdskrediet neemt tot maximum 250 euro biedt ondernemingen de mogelijkheid om, ook in tijden van crisis, hun medewerkers te behouden.

Andere actiepunten voor kinderen en gezin

  • N-VA wil dat de onthaalouders die aan een dienst verbonden zijn kunnen kiezen om in het huidig statuut verder te werken of te opteren voor een volwaardig statuut.
  • Voor de toekomst wil de N-VA een publiek gefinancierde opvang zodat de overheid niet alleen kan toezien op de kwaliteit maar al wie in de kinderopvang werkt ook kan rekenen op een volwaardig sociaal statuut.
  • Bij de geboorte van tweelingen wordt net zoals bij de geboorte van andere meerlingen gedurende een bepaalde periode sociale hulp georganiseerd.
  • Voor kinderen met een handicap wordt, na een globale en multidisciplinaire evaluatie, in een bijzondere‘opvoedingsbijslag’ voorzien. Een getrapt stelsel in plaats van een alles-of-niets-systeem (66 %) is aangewezen.
  • De huidige adoptieprocedure wordt opnieuw grondig geëvalueerd door een stuurgroep waar alle betrokken actoren, ook een vertegenwoordiging van de wensouders, in zetelen en die tot doel heeft de procedure te vereenvoudigen.
  • Vlaanderen onderzoekt de mogelijkheid om samenwerkingsakkoorden rond adoptie aan te gaan met andere Europese overheden die gelijkaardige garanties naar de kinderen toe bieden als de hoge Vlaamse standaarden

Andere actiepunten voor senioren

  • Een betere financiële en personele ondersteuning van de Vlaamse Ouderenraad is op zijn plaats.
  • De steden en gemeenten spelen een belangrijke rol in het aanbod en beleid naar senioren toe. De Vlaamse overheid moet garanderen dat alle lokale overheden vorm geven aan een kwalitatief ouderenbeleidsplan en daar ook concrete acties uit afleiden.
  • De Vlaamse regering maakt een inventaris op van alle leeftijdsgrenzen in haar beleid waaruit een verschil in behandeling ressorteert naar senioren toe, zoals de mogelijkheid om gebruik te maken van bepaalde voorzieningen en diensten. In een stappenplan worden discriminerend werkende leeftijdsgrenzen, zoals bij de dienstverlening van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, systematisch weggewerkt.
  • De inspraak die nu reeds bestaat binnen de rusthuizen en RVT’s moet uitgebreid worden naar andere zorgvormen. Aan de inspraak dient ook concreet gevolg gegeven te worden via een publiek actieplan.
  • Voor een autonoom en kwaliteitsvol leven is het van het allergrootste belang dat primaire valpreventie continu onder de aandacht blijft en elke oudere persoon wordt aangespoord alle principes blijvend vol te houden. Primaire valpreventie dient daarom verankerd te worden in de reguliere werking van het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie (VIGEZ) en de LOGO’s en opgenomen te worden in het opleidingsprogramma van de medische, paramedische en zorgberoepen.
  • Gezondheid is fysisch en sociaal welzijn: in die is het zaak onze bejaarden te laten wel-zijn in hun thuisomgeving. Vlaanderen gaat onverdroten verder op weg met thuiszorg, thuisverpleging en palliatieve thuiszorg.
  • De implementatie van het woonzorgdecreet dient grondig opgevolgd te worden en de nodige middelen dienen voorzien te worden zodat Vlaanderen klaar is om de vergrijzingsgolf op te vangen.
  • In de residentiële zorg moeten wachtlijsten verdwijnen. Een dringende hulpvraag heeft een antwoord nodig in de urgente fase, ook in de thuiszorg. Er is nood aan een globale wachtlijst voor de woon- en zorgcentra. Net zoals voor personen met een handicap dient de individuele keuzevrijheid van de oudere hierbij gewaarborgd te blijven.
  • Een duurzaam en kwalitatief sport- en bewegingsaanbod voor ouderen moet gestimuleerd en financieel ondersteund worden. Beweging is de beste valpreventie.

4.2 WELZIJN EN GEZONDHEID

We moeten ervoor zorgen dat de gezondheidszorg betaalbaar blijft. Op Belgisch niveau is dat niet langer het geval en treedt een sluipende vorm van privatisering op. Nu al betaalt de patiënt 932 euro per jaar uit eigen zak voor de gezondheidsfactuur. Stijgende premies in de hospitalisatieverzekeringen maken deel uit van de problematiek.

Hoog tijd om een eigen gezondheidsbeleid uit te stippelen dat inzet op een decentrale aanpak, een stevig preventiebeleid en aandacht voor geestelijk gezondheid. Maar vooral ook een beleid dat gezondheidszorg opnieuw betaalbaar maakt. De N-VA wil met de bevoegdheden die Vlaanderen heeft werk maken van een eigen sociaal beschermingsstelsel dat wel adequaat is.

Blikvanger

Vlaanderen bouwt een eigen sociale zekerheid uit via de aanvullende zorgverzekering

  • De N-VA wil een aanvullende Vlaamse zorgverzekering voor alle Vlamingen die alle zorgverstrekking (tot en met de tweepersoonskamer) dekt als alternatief voor de steeds duurdere hospitalisatieverzekeringen. In functie van de budgettaire haalbaarheid bepaalt de Vlaamse Overheid haar aandeel en houdt daarbij rekening met de draagkracht voor de laagste inkomens. Ziekenfondsen en/of private verzekeraars kunnen de Vlaamse Aanvullende Zorgverzekering aanbieden en worden via een openbare aanbesteding hiertoe uitgenodigd.

Vlaanderen werkt aan geestelijke gezondheid

  • Het aantal zelfdodingen in Vlaanderen is onaanvaardbaar hoog. Een Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie (VESP) bundelt alle initiatieven om de zelfdodingscijfers sneller te doen dalen bij alle risicogroepen. Tegen het einde van de legislatuur daalt het aantal zelfdodingen minstens tot het West-Europese gemiddelde.

Algemene actiepunten m.b.t. welzijn, gezondheid en ziektepreventie

  • Het relatief en absoluut aandeel van Welzijn in het geheel van de Vlaamse begroting dient jaarlijks toe te nemen.
  • Het budget voor preventie moet omhoog tot op Europees niveau (d.i. ongeveer 3% van het gezondheidsbudget).
  • Vlaanderen zorgt voor voldoende middelen in het VIPA (Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden) zodat onze zorg-gebouwen verder ontwikkeld kunnen worden. Door net als de Franse Gemeenschap in 2008 budgetten ter beschikking te stellen, kunnen we versneld investeren voor toekomstige generaties.
  • De evolutie van het reservefonds van de Vlaamse zorgverzekering dient nauwlettend in het oog gehouden te worden. De twintigers die vandaag bijdragen mogen binnen dertig jaar niet geconfronteerd worden met een leeg fonds.
  • De Vlaamse overheid houdt rekening met een goede regionale spreiding inzake normering, ook op basis van de behoeften van de populatie en het aantal mensen. Men moet in rekening nemen dat West-Vlaanderen en Limburg niet beschikken over een universitair ziekenhuis en dat een klassieke verdeling over de provincies in het nadeel speelt van beide excentrisch gelegen provincies.
  • Om de problemen van chronisch zieken aan te pakken, moet een Staten-generaal worden georganiseerd.
  • De Vlaamse overheid bouwt de bestaande diensten infectieziekten uit tot een volwaardig epidemiologisch instituut. Vlaanderen blijft verder investeren in het Instituut voor Tropische Geneeskunde op voorwaarde dat voldoende cursussen in het Nederlands worden gedoceerd.
  • De N-VA wil dat voor alle beroepen in de welzijnssector (verzorgende, opvoeder, …) een duidelijk opleidingskader met eindtermen wordt vastgelegd en waarbij eventuele wijzigingen een recht op bijscholing bestaat.
  • De Vlaamse overheid gaat onverdroten verder met de projecten Vla-health en E-birth. Ze kan zich hiervoor aligneren op het E-health project.
  • Vlaanderen wil kwaliteitsvolle ziekenhuizen. Patiëntenveiligheid, infectiecontrole, kwaliteitsmeting in de zorg, … zijn zaken die verder ontwikkeld zullen worden zonder dat dit leidt tot een administratieve rompslomp voor de zorginstellingen. Inspecteurs worden adviseurs en zijn pas inspecteurs wanneer dit nodig is.

Bijzondere actiepunten m.b.t. welzijn, gezondheid en ziektepreventie

  • De N-VA pleit voor een gedecentraliseerde uitbouw van onze eigen Vlaamse gezondheidszorg. De LOGO’s moeten daarom verder worden uitgebouwd en beter worden betoelaagd. Ze staan in voor het maximaal realiseren van de Vlaamse gezondheidsdoelstellingen:
    • Middelengebruik voorkomen: drugs- en alcoholpreventie blijft meer dan ooit een prioriteit, maar ook tabakspreventie;
    • De bevordering van gezonde voeding en het voorkomen van ongezond en overmatig eten moeten worden ondersteund;
    • Vaccinatiebeleid: Vlaanderen beslist zelf om nieuwe vaccinatieprogramma’s op te starten en laat zich niet langer blokkeren door de federale overheid of de Franse Gemeenschap;
    • Borstkanker is een belangrijk gezondheidsprobleem. De participatiegraad aan preventief borstkankeronderzoek is gestegen, maar blijft relatief laag. De participatiegraad moet omhoog. Een goede aanzet hiertoe vormt de preventiebonus toegekend aan artsen. Dit experiment moet veralgemeend worden en uitgebreid naar bv. vaccinaties en tot op het niveau van de individuele huisarts worden doorgetrokken;
    • Preventiecampagnes rond seksuele gezondheid, in het bijzonder voor doelgroepen waarbinnen de laatste jaren een stijging van hiv en andere soa’s is vastgesteld;
    • Voorkomen van ongevallen;
    • Voorkomen van zelfdoding en psychisch lijden.
  • Het recent opgerichte VIGEZ (Vlaams Instituut Gezondheidspromotie en Ziektepreventie) wordt uitgebouwd als een volwaardig expertisecentrum ten dienste van de Logo’s en hun lokale noden. Het werkt nauw samen met VAD (Vereniging voor Alcohol en Drugpreventie) en met VESP dat de acties coördineert binnen een bijgewerkt Vlaams Actieplan Suïcidepreventie.

Bijzondere actiepunten m.b.t. geestelijke gezondheid

  • De Vlaamse overheid moet de geestelijke gezondheidszorg beter uitbouwen en streven naar een geïntegreerd geestelijk gezondheidsbeleid. Ze zal daarvoor samen zitten met de ziekenfondsen om een uniforme en uitgebreide terugbetaling van het psychologisch consult mogelijk te maken. Ook de aanvullende Vlaamse Zorgverzekering kan hierin bijdragen.
  • Er moet in de gespecialiseerde tweedelijnsvoorzieningen die de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg zijn extra aandacht besteed worden aan de sociaal en financieel zwakkeren.
  • Vlaanderen moet een nieuw Vlaams Actieplan Suïcidepreventie opstellen. Dit moet de doelstellingen van het huidig actieplan overnemen en waar nodig bijstellen. Het nieuwe Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie coördineert de acties binnen dit plan.
  • Het verhogen van de deskundigheid bij professionele internetmoderatoren en internetgemeenschapmanagers, moet een snelle en accurate doorstroming van suïcidale personen naar online hulpverlening mogelijk maken.
  • De psychische thuiszorg zoals die alleen in Vlaanderen bestaat (Geel) verdient een aanvullende steun.

4.3 WELZIJN VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP

De volgende Vlaamse regering zal belangrijke keuzes moeten maken. De economische crisis weegt ook door op het budget van de Vlaamse overheid. Welzijn mag niet het kind van de rekening worden. Meer zelfs, het relatief en absoluut aandeel van het welzijnsbudget moet omhoog. Zo is er nog steeds een belangrijke inspanning te leveren om de wachtlijsten weg te werken. De overheid moet ook werk maken van de automatische toekenning van voordelen zodat niet enkel de best geïnformeerden hun rechten kunnen laten gelden.

De N-VA wil voluit de kaart trekken voor zorguitbreiding en zorgvernieuwing. Nieuwe noden zullen opduiken en vragen een passen antwoord. Om de wachtlijsten weg te werken, zal een ernstige inspanning moeten worden geleverd met de automatische toekenning van het persoonsgebonden budget (PGB) als stok achter de deur. Dit als hefboom om dit instrument op kruissnelheid te brengen.

De N-VA werkte de voorbije jaren hard aan toegankelijkheid voor personen met een handicap. Toegankelijkheid is een begrip dat ruime toepassing verdient.

Blikvanger

Vlaanderen opent deuren voor personen met een handicap

  • Iedereen met een handicap en een urgente zorgbehoefte krijgt na zes maanden op de wachtlijst automatisch een persoonsgebonden budget (PGB).
  • Wij maken écht werk van integrale toegankelijkheid op alle vlakken: openbare en publieke gebouwen en ruimtes, media, internet, en openbaar vervoer

Andere actiepunten

  • Vlaanderen maakt werk van de automatische toekenning van ondersteuningsmaatregelen voor personen met een handicap, inclusief de federale ondersteuningsmogelijkheden.
  • Ook de wachtlijst voor het persoonlijk assistentiebudget (PAB) dient tegen 2014 weggewerkt te worden. Bovenop de huidige groei investeert de Vlaamse regering een extra 100 miljoen in het PAB.
  • Aanpassen van de personeelsnormen om tot in het belang van verzorger en zorgbehoevende de werkdruk te verlagen.
  • Mantelzorgers beter ondersteunen door uitbreiding van de opleidingsmogelijkheden, tijdelijke vervangings- of opvangmogelijkheden. Waardering voor en erkenning van de belangrijke rol van de mantelzorger betekent ook dat professionele hulpverleners hem/haar niet over het hoofd zien.
  • Doorlichting van de werking van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) en betere ondersteuning bij het indienen van aanvragen met het oog op vlotte en correcte beslissingen met een minimum aan administratieve rompslomp.
  • De tussenkomst van het VAPH in het kader van individuele materiële bijstand (IMB) moet beter aansluiten bij de werkelijke kostprijs. Nieuwe hulpmiddelen dienen sneller opgenomen te worden (cfr. box voor audiovisuele ondertiteling). Zowel het algemeen totaal aantal gratis tolkuren als het maximum aantal tolkuren per persoon, zowel voor welzijn als arbeid, dient verder uitgebreid te worden.
  • Op alle niveaus en voor alle belanghebbenden en kwetsbare groepen (kinderen, ouderen, personen met een handicap in de thuisomgeving en voorzieningen) wil N-VA een eenduidig beleid ter preventie van grensoverschrijdend gedrag met één geïntegreerd meldpunt.
  • Voor arbeidsbeleid moet:
    • zowel financieel als personeel de GTB-werking van de VDAB verbeterd worden
    • de maatregelen uit het Meerbanenplan om kansengroepen aan werk te helpen (zoals Jobkanaal, IBO, de tewerkstellingspremie, WEP+,… ) dienen van nabij te worden opgevolgd met het oog op mogelijke bijsturing. (kruisverwijzing programmaonderdeel Werk)
  • Wij maken écht werk van integrale toegankelijkheid op alle vlakken: openbare en publieke gebouwen en ruimtes en media (zie hier onder). Maar ook internet (anysurferlabel), openbaar vervoer, ... moet er zijn voor iedereen. Bestaande toegankelijkheidsnormen dienen geactualiseerd te worden en een gespecialiseerde instelling moet toezien op de effectieve toegankelijkheid van publieke gebouwen bij (ver)nieuwbouw.
  • Binnen de vijf jaar wil de N-VA een volledige ondertiteling van de commerciële zenders alsook de introductie van Vlaamse Gebarentaal, audiobeschrijving en auditieve ondertiteling op de openbare omroep.
  • Ook in het kader van onderwijsbeleid en sportbeleving moeten personen met een handicap de nodige aandacht te krijgen (zie verder 4.6 en 4.8)

4.4 INBURGERING

De N-VA was de drijvende kracht achter het inburgeringsbeleid van de Vlaamse regering. Nieuwkomers moeten in Vlaanderen het recht en vaak ook de plicht krijgen om cursussen Nederlands en maatschappelijke oriëntatie te volgen. Twee derde van de bijna 30.000 nieuwkomers dat vorig jaar in Vlaanderen aankwam, meldde zich aan bij een onthaalbureau en een kleine helft sloot daar ook een inburgeringscontract af. Een kwart doorliep het hele traject en behaalde uiteindelijk een inburgeringsattest.

De resultaten zijn bemoedigend, maar de hoge uitval noopt tot bijkomende maatregelen. De N-VA wil het inburgeringstraject dwingender maken. Daartegenover staat een grotere maatschappelijke erkenning van de geleverde inspanningen.

Helaas is het dweilen met de kraan open zolang er federaal geen duidelijk migratie- en asielbeleid wordt gevoerd. Vlaanderen werkt een onthaalbeleid uit, maar heeft geen zeggenschap over wie zich hier mag vestigen. Het is en blijft lastig dansen op één been in het migratiedebat.

Niettemin weigert de N-VA de handdoek in de ring te gooien en de problemen onder de mat te schuiven. In tegenstelling tot andere partijen dragen we oplossingen aan. Te beginnen met de kennis van het Nederlands. Want dat is en blijft de hoeksteen van elk inburgeringsbeleid dat nieuwkomers wil aanzetten tot werken en actief participeren aan onze samenleving.

Blikvanger

Vlaanderen investeert verder in een rechtlijnig maar rechtvaardig inburgeringsbeleid

  • De kennis van onze taal, wetten en gewoonten is een belangrijke voorwaarde voor nieuwkomers om zich hier definitief te vestigen. De N-VA zette de bakens voor het inburgeringsbeleid uit in 2002 en doet dit vandaag opnieuw. We moeten wel, want België zet de kraan open via een ongecontroleerde migratiepolitiek die op geen enkele manier aansluiting vindt met wat in andere moderne Westerse landen al lang verworven is en wat Vlaanderen nu zelf uitbouwt: een fatsoenlijk onthaalbeleid dat culturele en sociaal-economische integratie mogelijk maakt. De N-VA wil dat nieuwkomers in Vlaanderen het Vlaams burgerschap kunnen verwerven door een verplicht, maar helpend en rechtvaardig inburgeringsbeleid, ook in het land van herkomst: dé sleutel tot participatie en werk.

Andere actiepunten

  • De hervorming van de diversiteitssector belooft een erg moeilijke discussie te worden. Voor de N-VA is het belangrijk dat er een meer centrale aansturing komt. In dit kader pleit de N-VA voor de oprichting van een Vlaams Expertisecentrum voor Inburgering en Diversiteit.
  • Vlaanderen voert het waarborg- en vergoedingssysteem in als blijkt dat het huidige systeem van administratieve boetes er niet in slaagt de afdwingbaarheid van de inburgeringsplicht te verzekeren. Gezien de inspanningen die Vlaanderen doet om een kwalitatief en professioneel inburgeringsaanbod mogelijk te maken, is het volgens de N-VA vanzelfsprekend dat van de inburgeraar een engagement wordt gevraagd dat men het traject volledig zou beëindigen.
  • Een inburgeringsexamen toont aan of de inburgeraar voldoende Nederlands kent en in welke mate hij of zij op de hoogte is van alle mogelijkheden, rechten én plichten die hij of zij in Vlaanderen heeft. Een voorwaarde voor de invoering van het examen is de effectieve en aanzienlijke verhoging van het civiel effect van het inburgeringsattest.
  • De N-VA blijft ‘concrete stappen’ vragen om het civiele effect van het inburgeringsattest te verhogen. Zo moeten de mogelijkheden inzake valorisatie bij sollicitatieprocedures worden onderzocht. Hiervoor zou een overleg tussen werkgevers en werknemers georganiseerd kunnen worden. Het inburgeringsattest moet als competentiebewijs een plaats krijgen in de kwalificatiestructuur van het Vlaamse competentiebeleid.
  • Met het oog op een vlotte integratie voorziet de Vlaamse overheid in een aanbod inburgering in het land van herkomst en werkt hiertoe een basispakket inburgering uit. Met dit voorstel wil de N-VA kandidaat-inwijkelingen de mogelijkheid geven zich reeds in het land van herkomst voor te bereiden op hun komst naar Vlaanderen en zo hun integratie en inburgering vlotter te laten verlopen.
  • De Vlaamse overheid maakt werk van een vlotte overgang tussen het primair en secundair traject alsook van een inhoudelijk goed uitgewerkt secundair traject voor inburgeraars met een maatschappelijk of educatief doel verblijven. Terwijl het primair traject voor mensen met een professioneel perspectief de afgelopen jaren zorgvuldig werd uitgewerkt, staat het secundaire traject voor mensen met een maatschappelijk of educatief perspectief nog in zijn kinderschoenen. Nochtans is dat tweede deel van het inburgeringstraject volgens de N-VA een belangrijk zoniet essentieel onderdeel van het inburgeringsbeleid.
  • De N-VA wil inburgeraars de mogelijkheid bieden tot zelfstudie. In plaats van klassikaal de cursussen maatschappelijke oriëntatie en NT2 te volgen, neemt de inburgeraar zelfstandig één of meerdere vormingspakketten van het inburgeringstraject door. Hij of zij wordt daarbij begeleid en opgevolgd door het onthaalbureau. De grotere flexibiliteit vergemakkelijkt de combinatie met een baan, stage of vrijwilligerswerk.
  • Aandacht ook voor de implementatie van het registratie-en cliëntvolgsysteem m.b.t. de minderjarige anderstalige nieuwkomers (matrix junior). Daarnaast moet bekeken worden welke rol lokale besturen en jeugddiensten kunnen spelen bij het stimuleren van vrijetijdsbeleving voor minderjarige nieuwkomers.
  • Een consequent oriënteringsbeleid op vlak van vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst moet een essentieel onderdeel worden van het migratie- en inburgeringsbeleid. Volgens de N-VA is het noodzakelijk de taboesfeer hier rond te doorbreken en moeten we over een degelijk en menswaardig beleid inzake vrijwillige terugkeer durven spreken. Dit kan door de eerste- en tweedelijnsdiensten te versterken en bijkomende sensibiliseringsacties op poten te zetten.
  • Vlaanderen voert een brede, maatschappelijke publiciteits- en sensibiliseringscampagne over het belang van het Nederlands als voorwaarde voor participatie. Dit lijkt evident, maar is het niet.

4.5 CULTUUR, ERFGOED EN MEDIA

Geen beleidsdomein is zo veelzijdig als cultuurbeleid. Maatschappelijke en technologische evoluties spelen in op vormgeving en inhoud. Het beleid richt zich op iedereen en op sommigen, op het lokale en op het internationale. Het cultuurveld telt talloze actoren in verschillende uiteenlopende disciplines. Interesse voor cultuur begint op jonge leeftijd en moet daar al gestimuleerd worden.

Het mediabeleid van de volgende Vlaamse regering moet verder bouwen en inzetten op een sterke publieke omroep en moet op de kar springen van nieuwe technologische evoluties.

Blikvanger

Vlaanderen draagt zorg, ook voor cultuur en media

  • We realiseren een betere samenwerking tussen onderwijs, meer specifiek kunstonderwijs, en de culturele sector. Algemeen moet via het onderwijs – op alle niveau’s en voor alle leeftijden – de culturele competentie verbreed en versterkt worden. Daarbij geldt ‘jong geleerd is oud gedaan’. Een gespecialiseerd voltijds kunstenonderwijs moet daarnaast onze jonge artiesten op de best mogelijke wijze voorbereiden voor een succesvolle professionele loopbaan.
  • In het kunstenbeleid kiezen we resoluut voor kwaliteit – getoetst binnen en aan een nationaal en internationaal referentiekader – en veelzijdigheid. Hierbij komen zowel vernieuwende, als klassieke aanpakken en repertoires op een correcte wijze aan bod.
  • We voeren een internationaal kunstenbeleid dat onze artistieke creativiteit centraal stelt en de Vlaamse kunstenaars kansen biedt en uitstraling geeft op de voor hen artistiek relevante buitenlandse podia.
  • De komende vijf jaren plukken de Vlamingen volop de vruchten van de digitale media-evolutie. Dat wil zeggen: nog meer concurrentie en minder monopolies inzake TV-distributie. Digitale ethertelevisie groeit uit tot een goed uitgebouwd betaalbaar omroepplatform, met een breed aanbod aan tv-zenders. De digitale media-evolutie zorgt er ook voor dat je nog meer programma’s kan bekijken op een moment dat je dat zelf wil en op je pc. Er komt in Vlaanderen eindelijk mobiele TV, via DVB-H.
  • We investeren verder in een sterke Vlaamse publieke omroep, die een bron moet zijn van pluriforme informatie, de grootste drager van de Nederlandse cultuur en de Vlaamse identiteit, de motor van de Vlaamse creatieve media-industrie.

Andere actiepunten voor cultuurbeleid en erfgoed

  • De Vlaamse overheid moet de eigen decreten en de culturele sector ernstig nemen. Dit wil zeggen dat ook in de volgende regeerperiode voldoende financiële middelen voorzien moeten worden om de aangegane engagementen en de gecreëerde verwachtingen in te lossen.
  • Het taal- en letterenbeleid blijft een prioriteit, nu meer dan ooit.
  • Cultuur is een ideale ontmoetingsplaats voor Vlamingen met diverse achtergronden en afkomst. Een doeltreffend interculturaliseringsbeleid legt de klemtoon op stimulering, samenwerking en duurzaamheid.
  • Participatie blijft een werkpunt. Objectieve drempels moeten, eventueel met overheidsondersteuning, worden weggewerkt. Niet iedere bevolkingsgroep moet evenwel verhoudingsgewijs participeren. Het doel is hen de kans geven dit te doen.
  • De overheid moet erover waken dat het beleid, uitgewerkt door het werkveld, niet leidt tot verschraling en groeiende eentonigheid. Het probleem van de participatie mag de vraag naar kwaliteit en diversiteit niet doorkruisen.
  • Het Taalunieverdrag en het Cultureel Verdrag bepalen dat op het vlak van taal en cultuur nauw moet worden samengewerkt met Nederland. Meer dan vandaag het geval is, moeten beleidsmensen en ambtenaren zich bij de initiatieven die ze nemen de vraag stellen of niet kan worden samengewerkt met Nederland en/of daar inspiratie kan gevonden worden.
  • Het infrastructuurbeleid moet geobjectiveerd worden. Voor nieuwe initiatieven zijn deskundige, maar vooral objectieve haalbaarheidsonderzoeken noodzakelijk. En alle beslissingen moeten altijd gekaderd worden in een Vlaamse visie op noodzakelijke infrastructuur op lange termijn.
  • De N-VA wil dat het statuut van kunstenaars verder verfijnd wordt en rekening houdt met het volatiel verloop van een kunstenaarsloopbaan.
  • De N-VA wil dat de fiscale regeling voor audiovisuele producties (tax shelter) wordt verruimd voor andere takken binnen de cultuursector en voor culturele evenementen.

Andere actiepunten voor het mediabeleid

  • Vlaanderen investeert meer in de ondertiteling van tv-programma’s op de commerciële en regionale tv-omroepen. Toegankelijkheid van de media betekent ook dat er werk moet gemaakt worden van audiodescriptie, auditieve ondertiteling, Vlaamse Gebarentaal en de toegankelijkheid van de digitale televisiemenu’s voor blinden en slechtzienden.
  • De Vlaamse Regering maakt de nodige budgetten vrij voor de financiering van de digitalisering van het VRT-archief. Het gedigitaliseerde VRT-archief wordt ter beschikking gesteld van scholen, bibliotheken, culturele organisaties, wetenschappelijke instellingen en particulieren.
  • Het budget voor Kranten in de Klas wordt tijdens de volgende regeerperiode nogmaals verhoogd.
  • De Vlaamse overheid versterkt het ondersteuningsbeleid voor de kwaliteitsvolle journalistiek. De mogelijkheden voor het gratis ter beschikking stellen van door de VRT-redactie verzamelde nieuwsfeiten en audiovisueel materiaal aan andere nieuwsredacties worden nader onderzocht.
  • De N-VA wil de onderlinge uitwisseling en samenwerking tussen regionale televisiezenders bevorderen.
  • De overheid onderzoekt hoe ze een open glasvezelnetwerk kan realiseren waarop ieder die wil zijn diensten kan aanbieden en waardoor de burger toegang krijgt tot een brede waaier van diensten tegen een aanvaardbare prijs.

4.6 ONDERWIJS

Onderwijs in Vlaanderen is een breed en boeiend werkterrein. Van het instapklasje voor peuters tot de doctorandus aan de universiteit, van basiseducatie tot de lerarenopleiding. Er valt veel over te zeggen, bijvoorbeeld dat we over een bijzonder kwaliteitsvol onderwijs beschikken. Vlaanderen doet het goed wanneer het bevoegd is.

Dat wil de N-VA ondersteunen en belonen. Door te investeren in leraren, in schooldirecties en infrastructuur. Dat wil de N-VA verbeteren. Niet door een drastische onderwijshervorming, maar door zachte bijsturingen die de mensen op het veld vooruit helpen en geen tijd doen verliezen aan debatten over structuren.

De N-VA is niet blind voor de nieuwe uitdagingen die op ons onderwijs afkomen. Maar we doen dat niet door de lat omlaag te leggen, wel door iedereen mee naar boven te trekken. Dat is een enorme uitdaging, zeker binnen een almaar complexer wordende maatschappij. Een sterk taalbeleid met een grondige kennisverwerving van het Nederlands als prioriteit maakt daar integraal en prioritair deel van uit.

In het onderwijs doet Vlaanderen het beter wanneer het sterker is. Dat toont internationaal onderzoek van de OESO onomstotelijk aan. Daarom ook vraagt de N-VA opnieuw om de resterende federale bevoegdheden inzake onderwijs en vorming over te hevelen. Het betreft de vastlegging van het begin en het einde van de leerplicht, de minimumvereisten inzake het uitreiken van diploma’s en de pensioenregeling.

Blikvanger

Vlaanderen kiest voor leerlingen, leraren en schooldirecties en niet voor structuren

  • Tegen 2020 zijn er op elk onderwijsniveau nog slechts twee netten actief. In het basisonderwijs zijn dit het vrije gesubsidieerd onderwijs en het officieel gesubsidieerd onderwijs (steden en gemeenten), in het secundair onderwijs het vrije gesubsidieerd onderwijs en het gemeenschapsonderwijs. Tegen 2011 wordt hierover, in samenspraak met het hele onderwijsveld, een concreet stappenplan uitgewerkt. Hierin worden sluitende garanties voor leerlingen en personeel opgenomen. De grondwettelijk vastgelegde vrije keuze van onderwijs zal in ieder geval gegarandeerd blijven.
  • Efficiënte keuzes stellen ons in staat om op de eerste plaats te investeren in een betere ondersteuning en extra middelen voor het basisonderwijs en het hogeschoolonderwijs. Het dreigende lerarentekort moeten we opvangen met goed opgeleide leraren die we kunnen aantrekken en behouden. Wie op latere leeftijd geroepen wordt door het onderwijs, moet zijn anciënniteit kunnen meenemen.
  • De volgende Vlaamse regering lanceert een grootscheeps actieplan ter promotie en verbetering van de taalvaardigheid Nederlands in ons onderwijs, van het kleuterklasje tot het hoger onderwijs. In de Vlaamse Rand verdubbelen we het bedrag voor scholen met meer dan 10% anderstalige leerlingen vanaf 2010. Er komt een verplicht taalbadjaar voor anderstalige leerlingen die teveel taalachterstand oplopen.
  • Tegen 2015 heeft minstens één student op twee tijdens zijn hogere onderwijsstudies een buitenlandse studie-ervaring opgedaan. Internationale studentenmobiliteit wordt een recht voor alle studenten.

Andere actiepunten

  • Voor schoolinfrastructuur realiseren we de absoluut noodzakelijke inhaalbeweging. Om de wachtlijsten inzake schoolinfrastructuur aan te pakken wordt de BTW verlaagd van 21% tot 6%. Scholen krijgen, binnen vooropgestelde kwaliteitsdoelen en –normen, de ruimte om autonoom en met inspraak van alle betrokken actoren hun kwaliteitsbeleid uit te bouwen.
  • De N-VA pleit voor het invoeren, in alle richtingen, van een vak ‘maatschappelijke oriëntatie’, congruent met het vak ‘MO’ dat nieuwkomers in het kader van hun primair inburgeringstraject krijgen. Binnen dat vak passen thema’s als sociale zekerheid, verkeerseducatie, duurzaam vervoer en energie, kennis van de economische en financiële wereld … Ook sensibilisatie inzake SOA’s, veilig vrijen, holebi’s komt er aan bod.
  • Indien de Franstalige politieke wereld zich blijft verzetten tegen de integratie van het Franstalig faciliteitenonderwijs in de Vlaamse regelgeving en tegen de subsidiëring van het Vlaams schooltje te Komen, moet de geldkraan ondubbelzinnig dichtgedraaid worden.
  • De N-VA blijft zich fors verzetten tegen een eenzijdige en drempelverhogende verengelsing van ons hoger onderwijs. Het Nederlands moet een volwaardige onderwijs- en wetenschapstaal blijven.
  • Het buitengewoon onderwijs wordt hervormd met de finaliteit dat het gewoon en het buitengewoon onderwijs, elk met hun eigen expertise, moeten blijven bestaan en beide erkend moeten worden in hun waarde. N-VA vraagt bij de verdere implementatie van het Leerzorgkader aandacht voor de omkadering en het statuut van de leerkrachten, voldoende ondersteuning van de betrokken leerlingen, de noodzakelijk infrastructuur en de mogelijkheid tot professionalisering.
  • De N-VA wil voor elke leerling een persoonlijk rugzakje waarin 'zijn' of 'haar' ondersteuning zit. Men neemt deze mee naar de onderwijsinstelling waar men studeert. Afhankelijk van het profiel wordt per leerling een budget toegekend . Deze budgetten moet de school dan vertalen in extra ondersteuning (GOn, extra ondersteuning, tolken VGT, hulpmiddelen zoals brailleregels, ...).
  • We versterken de bestaande ondersteuning in het regulier onderwijs van leerlingen met een zorgbehoefte en geven specifiek aandacht aan dove leerlingen en leerlingen met autisme.
  • Grondige herziening van de mate van ondersteuning in het volwassenenonderwijs alsook van de bureaucratische aanvraagprocedures.
  • Vlaanderen wemelt van de regionale ordeningen die bovendien voor elk onderdeel van het onderwijs verschillend zijn. Er zijn onderwijszones, werkingsgebieden, regionale consortia, RESOC-gebieden, filialen, associaties, LOP-gebieden … De N-VA wil een territoriale visie uittekenen die voor alle onderwijsniveaus op een transparante manier gevolgd wordt. Binnen één regionale omschrijving moeten onderwijsterritoria worden vastgelegd waarin een volwaardig aanbod voor het leerplichtonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, het volwassenenonderwijs bestaat. Daarnaast treedt deze regio faciliterend op en vormt het werkterrein voor de centra voor leerlingenbegeleiding, voor de RTC’s en voor de lerarenopleiding. Ook de scholengemeenschappen zouden in deze regio’s moeten passen.
  • De lerarenopleiding moet een masteropleiding worden. Eenmaal aan de slag, moet de beginnende leerkracht voldoende ondersteund worden door een mentor. Hiervoor moet extra geld voorzien worden. Daarnaast moeten zij-instromers gemakkelijker in het onderwijs aan de slag kunnen, o.a. door het meenemen van hun volledige anciënniteit. Naast de lerarenopleiding zijn uiteraard de professionalisering van leraren, het doorbreken van de vlakke loopbaan en hun voortdurende nascholing onmisbaar.
  • De directies van het basisonderwijs moeten zich ten volle op hun veelzijdige taak kunnen toeleggen. Ze moeten ontheven worden van de taak ‘lesgeven’, ze moeten dringend meer administratief omkaderd worden en hun loon moet omhoog getrokken worden. Een noodzakelijke eerste stap is de gelijkschakeling van de wedde van alle directeurs basisonderwijs, ongeacht de schoolgrootte (barema 464).
  • Meer uren lichamelijke opvoeding en sport op school is noodzakelijk (zie 4.8 sport).
  • De Vlaamse overheid maakt voor 2010 werk van een zesjarige opleiding geneeskunde zoals in heel Europa bestaat.

4.7 JEUGD

Jeugd en jongeren krijgen steeds meer aandacht in onze samenleving. Vaak positief, soms ook negatief. Een volwassen jeugdbeleid steunt op de mening van jongeren. De N-VA gaat moeilijke kwesties niet uit de weg en wil dat jongeren zich beter in hun vel voelen. Allerhande signalen duiden op het tegendeel en moeten op een coherente manier aangepakt worden.

Blikvanger

Vlaanderen en jeugd

  • Wij willen een Vlaams actieplan jongerenwelzijn. Een school is een leeromgeving én een leefomgeving. Het sociaal welzijn van jongeren staat mee centraal in het schoolbeleid. Bestaande plannen en acties rond pesten, spijbelen, geweld, drugs, zelfdoding, … worden gebundeld in een geïntegreerde aanpak rond geestelijke gezondheid.
  • Jongeren moeten volwaardig kunnen participeren in het besluitvormingsproces en dat niet alleen over jeugdthema’s.

Andere actiepunten voor jeugdbeleid

  • De N-VA hecht veel belang aan de rol die jeugdraden kunnen spelen binnen het gemeentelijk en provinciaal beleid. De afdwingbare rol van de jeugdraden in het gemeentelijk beleid en het stimuleren van brede lokale jeugdparticipatie zijn hierin kernpunten. De N-VA wijst ook op het belang van de Vlaamse Jeugdraad als adviesraad voor de Vlaamse overheid.
  • De N-VA is een sterke pleitbezorger voor een ‘geïntegreerd’ jeugdbeleid. Zo moet elke minister of schepen specifiek aandacht hebben voor jongeren. Het is ondenkbaar in eender welk domein een beleid te voeren, zonder rekening te houden met één derde van de samenleving. Inspraak en overleg met jongeren moet een natuurlijke reflex zijn bij beleidsverantwoordelijken.
  • De N-VA is resoluut voorstander van een éénsporenbeleid in het jeugdwerk. Jongeren van allochtone afkomst moeten in contact gebracht worden met het bestaande aanbod van sportclubs, jeugdhuizen, culturele centra, … Een jeugdhuis dat zich voornamelijk richt op jongeren van allochtone afkomst is perfect mogelijk, alleen wordt van de jongerenbegeleiders verwacht dat ze het maatschappijbeeld van de jongeren verruimen. Samenwerken, samen sporten, samen leren is hierbij de leidraad. Niet vanuit een bepaalde etnische groep, maar vanuit het samen jong zijn.
  • De verantwoordelijkheid van ouders én van jongeren moet worden benadrukt. Ouders kunnen de opvoeding van hun kind niet overlaten aan het onderwijs, welzijnswerkers en de straat. Jongeren moeten voor hun verantwoordelijkheid geplaatst worden, maar hetzelfde geldt ook voor de ouders. Het verhogen van de sociale controle, een grotere betrokkenheid van de ouders en veelal een goede beheersing van de taal kunnen problematische opvoedingssituaties vaak voorkomen.
  • De N-VA wil dat kinderen en jongeren binnen het verenigingsleven gebruik kunnen maken van aangepaste en veilige jeugdinfrastructuur. Met name op vlak van brandveiligheid durven gemeenten en verenigingen de jeugdlokalen vaak niet te toetsen aan de brandveiligheidsnormen op vele niveaus uit vrees dat lokalen niet voldoen en moeten sluiten. We mogen onze ogen evenwel niet sluiten voor deze problematiek. Daarom wil de N-VA dat er duidelijke brandveiligheidsnormen komen die vanuit Vlaanderen worden aangestuurd en gekoppeld worden aan de nodige financiële impulsen om op lokaal niveau de problemen aan te pakken en vooruitgang te boeken.
  • Het derdebetalersysteem voor de jeugdsector in het kader van de billijke vergoeding is een goede basis, maar is op vele vlakken niet aangepast aan de noden van de jeugdsector. Om die reden wil de N-VA een grondige evaluatie van het systeem die de bestaande knelpunten prioritair moet aanpakken.
  • De N-VA verzet zich tegen een te hoge planlast en het aanmaken van nutteloze of slechte regelgeving voor de jeugdsector, en dit op alle beleidsniveaus.
  • Buiten spelen is in Vlaanderen niet overal even evident meer. Ook iets oudere jongeren worden vaak als overlast gezien. Om die reden vindt N-VA het belangrijk dat Vlaanderen het lokale niveau ondersteunt in het uitbouwen van speelgelegenheid en andere plaatsen voor kinderen en jongeren.
  • De N-VA wil tegemoetkomen aan de diverse informatiebehoeften bij jongeren door middel van doelgroepgerichte campagnes, uitgewerkt met alle actoren, gericht op zowel kinderen, jongeren als de ouders. Extra aandacht dient te gaan naar kinderen uit gezinnen met een niet-traditionele samenstelling, jongeren die werken, zittenblijvers en kinderen met een andere afkomst.

Andere actiepunten voor jongerenwelzijn

  • Preventiestrategieën gericht op jongeren dienen bijzondere aandacht te besteden aan nieuwe vormen van media als chat, internetgemeenschappen, internetfora, … Het aanbod online hulpverlening dient verder uitgebreid en ondersteund te worden.
  • Sleutelfiguren die dicht bij jongeren staan, dienen gevormd te worden in preventie van geestelijke gezondheidsproblemen. Deze deskundigheidsbevordering moet primair gericht zijn op het tijdig (h)erkennen van signalen en het bieden van een eerste opvang. Scholen moeten beschikken over een uitgewerkt draaiboek dat aangeeft hoe er gereageerd moet worden bij een zelfdoding(spoging).
  • De N-VA wil dat in afwachting van een eigen Vlaams jeugdsanctierecht de Vlaamse overheid alles in het werk stelt om met haar federale collega’s actuele knelpunten zo spoedig en efficiënt mogelijk oplost. Onder meer het gelijk stellen van de termijn van het vooropgestelde begeleidingstraject binnen de instelling met de termijn in de beschikking van de jeugdrechter moet dringend worden gerealiseerd. Het heeft immers geen nut jongeren opnieuw te laten gaan wanneer de begeleiders het begeleidingstraject niet kunnen voleindigen.
  • Het hulpaanbod voor minderjarigen in de zorg is veel te beperkt. De N-VA pleit voor een significante uitbreiding van het aantal beschikbare plaatsen. Binnen de regeerperiode moet een verdubbeling van het aantal plaatsen in gesloten instellingen worden gerealiseerd evenals een toename van 25% in het plaatsaanbod voor jongeren met psychologisch en/of verslavingsproblemen. Deze capaciteitsverhoging moet steeds gepaard gaan met het significant verhogen van kwaliteit van de begeleiding.

4.8 SPORT

Recent onderzoek bevestigde opnieuw dat de algemene fysieke conditie van de Vlamingen en in het bijzonder van jongeren ondermaats is. En ook in het topsportsegment blijven de prestaties van individuele atleten en teamsporters onder de verwachtingen. Nochtans is er de afgelopen jaren sterk geïnvesteerd in sport. Het Vlaams sportbudget steeg tijdens deze regeerperiode met maar liefst 76% tot 124,5 miljoen euro.

De N-VA wil een tweesporenbeleid uitstippelen dat prioritair wil inzetten op het optimaliseren van het sportklimaat d.m.v. een planmatig sportinfrastructuurbeleid en het stimuleren van sport voor iedereen. Te beginnen bij de schoolomgeving. En de N-VA wil optimale kansen geven aan getalenteerde sporters door een doelmatig beleid dat investeert in sporters, niet in structuren.

Blikvanger

Vlaanderen en sport

  • Uiterlijk in 2011 lanceert de Vlaamse regering een nieuwe ambitieuze sportpromotiecampagne in de lijn van de succesvolle “sport is tof!” - & “Als het kriebelt moet je sporten!”-campagnes uit het verleden. De Vlamingen moeten meer bewegen.
  • Het aantal gediplomeerde trainers neemt tegen 2015 met de helft toe. De Vlaamse Trainersschool is hiertoe het gewezen instrument. Een specifiek statuut wordt uitgewerkt. We geven ook studenten Lichamelijke Opvoeding (L.O). de mogelijkheid om zich in de sportclubs in te zetten en maken hiertoe afspraken tussen het onderwijs en de sportclubs. Sportfederaties die een beroep doen op voldoende gediplomeerde trainers worden beter ondersteund.
  • Tegen 2015 komt er een Liga van de Lage Landen in verschillende sporttakken, zeker inzake topclubs.

Andere actiepunten

  • Het verder verhogen van de beleidserkenning van sport door de Vlaamse overheid door:
    • een verdere geleidelijke verhoging van het budget voor sportbeleid en het bundelen van de verschillende budgetten (Lotto, federale middelen)
    • het oprichten van een Vlaams Sportinstuut waar alle topatleten van alle sporten, begeleid door toptrainers, topsportwetenschappers samen werken, trainen en studeren.
    • Het creëren van een Vlaamse Interfederaal en Olympisch Comité en op termijn een fusie van deze Vlaamse Interfederale met de Vlaamse Sport Federatie (VSF)
    • Het betrekken van ex-atleten en topsportexperten bij het topsportbeleid
    • Een wetenschappelijke onderbouwing van het sportbeleid via een beleidsvoorbereidende en -evaluerende cel binnen het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
  • Het voeren van een planmatig sportinfrastructuurbeleid door:
    • het uitwerken van een wetenschappelijk onderbouwd sportinfrastructuurbeleid voor Vlaanderen;
    • een verplichting om de sportinfrastructuur van scholen na de schooluren ter beschikking te stellen van de sportclubs;
    • er voor ijveren dat sport op vlak van de ruimtelijke ordening meer oppervlakte toegewezen krijgt voor sportaccommodatie.
  • Het stimuleren van meer sport vanuit de schoolomgeving door:
    • een verhoging van het aantal uren lichamelijke opvoeding voor alle kinderen en scholieren;
    • het verleggen van de klemtoon in de lessen Lichamelijke Opvoeding van het aanleren van technische sportieve vaardigheden, naar het op peil brengen van de algemene fysieke conditie van de jeugd;
    • het stimuleren van leerlingen uit het middelbaar en basisonderwijs om ook aan buitenschoolse sportactiviteiten deel te nemen. Scholen zelf moeten aangemoedigd worden buiten de lesuren sport aan leerlingen aan te bieden in overleg met de lokale sportclubs;
    • Het uitbreiden van het "bredeschoolconcept" met een sportaanbod.
  • Het vrijwaren van de integriteit van de sport door een systeem van spijtoptanten te organiseren
  • Het verder implementeren van het Topsportactieplan Vlaanderen 2016 met o.a.:
    • hogere subsidies aan de topsportfederaties voor voorbereiding en deelname aan internationale wedstrijden en voor topsportscholen;
    • het verder uitbreiden van de pool van voltijdse topsporttrainers en jeugdtrainers.
  • het prioriteitenbeleid m.b.t. specifieke doelgroepen in het teken stellen van personen met een handicap. Voldoende personen met een handicap dienen in de bestuursorganen te zitten zodat het echt representatief is. Ze dienen ook de nodige middelen te krijgen zodat alle sporters met een handicap die in aanmerking komen ook effectief kunnen deelnemen aan de Deaflympics, de Special Olympics en de Paralympics.
  • Het evalueren van het decreet ter ondersteuning van het lokaal en provinciaal sportbeleid en van het sportbeleid van de VGC (het zogenaamde ‘Sport voor Allen’-decreet).

4.9 VRIJWILLIGERS

In Vlaanderen zet ongeveer 1 op 5 mensen zich in als vrijwilliger. Vrijwilligerswerk is bij uitstek een persoonsgebonden materie die aansluit bij de bevoegdheden van de Vlaamse Gemeenschap. Momenteel heeft dat beleid nog geen vorm gekregen, laat staan inhoud. De federale vrijwilligerswet moet dan ook dringend vertaald worden in een kwalitatief ondersteunend beleid. Want vrijwilligers verdienen meer dan een schouderklopje.

Blikvanger

Vrijwillig Vlaanderen

  • Vrijwilligerswerk is het cement van de Vlaamse samenleving. Het levert een belangeloze maar uiterst belangrijke bijdrage aan de samenleving. De Vlaamse overheid erkent het belang van vrijwilligerswerk in de verschillende domeinen en ondersteunt het vrijwilligerswerk in Vlaanderen met een sterk, gecoördineerd beleid. 0mdat vrijwilligerswerk nooit vrijblijvend is, mag ook het vrijwilligersbeleid niet vrijblijvend zijn. De Vlaamse Regering en het Vlaams parlement maken daarom werk van een Vlaams Decreet Vrijwilligerswerk.