Onderwijs in Brussel

Onderwijs in Brussel

Onderwijs in Brussel is een pijnpunt. Van alle Belgische 20- tot 24-jarigen heeft 17 procent geen diploma secundair onderwijs. In Brussel loopt dat op tot 28 procent. Vooral het Franstalig onderwijs presteert ondermaats. 

De lage opleidingsgraad leidt tot een mismatch op de arbeidsmarkt. Hoewel er in Brussel 700.000 arbeidsplaatsen zijn, is meer dan 20 procent van de beroepsactieve bevolking werkloos. Bij jongeren is dat zelfs 35 procent.

De N-VA gaat uit van het principe dat elk kind dat les wil volgen in het Nederlandstalig basis- en secundair onderwijs, een plaats krijgt. Daarom moet de capaciteit in Brussel worden opgetrokken. Daarbij moet er een voorrangsbeleid gelden. Eerst broers en zussen; dan kinderen van personeelsleden; daarna wie Nederlands als thuistaal heeft en ten slotte kinderen van ouders die bij de Brusselkeuze voor het Vlaamse stelsel hebben gekozen.

Om pedagogische redenen wil de N-VA leerlingen die niet de vereiste Nederlandse taalkennis hebben, een taalbad laten volgen. Tevens met er een taalscreening komen. Enerzijds bij de overgang van kleuter naar lager onderwijs en van lager naar secundair onderwijs. Maar ook bij leerlingen die zich voor de eerste maal inschrijven in het Nederlandstalig onderwijs. 

De Nederlandstalige scholen moeten worden ingebed in het lokale socio-culturele leven. Verder zet de N-VA in op de aanwerving van lokale leerkrachten die als rolmodel kunnen dienen. 

Voor studenten ingeschreven in het Nederlandstalig hoger onderwijs willen we minstens 500 extra studentenkamers bouwen.

Lees meer overBrussel