I. Naar een Vlaamse staat


I.A Een Vlaamse staat
1. Analyse
2. Visie
3. Op weg naar de toekomst
I.B Brussel: hoofdstad van Vlaanderen
1. Analyse
2. Visie
3. Op weg naar de toekomst
I.C Binnenlands bestuur in Vlaanderen
1. Analyse
2. Visie
3. Naar de toekomst
II. Vlaanderen wereldwijd

II.A Vlaanderen en de Europese Unie
1. Analyse
2. Visie
3. Op weg naar de toekomst
II.B Vlaanderen en de wereld
1. Analyse
2. Visie
3. Op weg naar de toekomst
II.C De wereld in Vlaanderen: migratie
1. Analyse
2. Visie
3. Op weg naar de toekomst
III. Vrije en verantwoordelijke Vlamingen

III.A Sterke democratie
1. Analyse
2. Visie
3. Op weg naar de toekomst
III.B Hechte samenleving
1. Analyse
2. Visie
3. Op weg naar de toekomst
III.C Media
1. Analyse
2. Visie
3. Op weg naar de toekomst



 

 

 

I. Naar een Vlaamse staat

I.A Een Vlaamse staat

  1. Analyse
  2. Vlaanderen is een democratische natie, België niet

    Voor de N-VA wordt het bestaan van een natie bepaald door een gemeenschappelijke publieke cultuur. Dit is het geheel aan regels, gewoonten, opinies en instellingen dat een samenleving harmonieus doet functioneren. De eigenheid van iedere natie of volk ligt in specifieke kenmerken, bij ons is de Nederlandse taal een zeer belangrijke bouwsteen van de Vlaamse identiteit.

    Een sterke publieke cultuur is de basis van een gezonde democratie en dus ook een noodzaak voor een efficiënt sociaal, economisch en cultureel beleid. Democratie en goed bestuur zijn immers maar mogelijk in een samenleving waar gemeenschappelijke opinie- en besluitvorming mogelijk is.

    België bezit al lang geen afdoende publieke cultuur meer: Vlaanderen en Wallonië gaan cultureel en sociaal-economisch hun eigen weg. België is hoogstens een "halve" democratie: Vlaamse en Franstalige partijen besturen samen het land, maar ze leggen electoraal slechts verantwoording af aan hun eigen gemeenschap.

    Op unitair vlak blokkeert de Vlaams-Waalse breuklijn op alle gebieden een efficiënt en democratisch beleid. Alle Vlamingen mogen het eens zijn over iets, het volstaat dat één Waalse partijvoorzitter "non" zegt om de Vlaamse consensus tegen te houden. Denken we maar aan de ondoorzichtige en onproductieve geldstromen van Vlaanderen naar Wallonië, jaarlijks goed voor bijna 10 miljard Euro.

    Zo is België een rem op de uitbouw van de welvaart en het welzijn in zowel Vlaanderen als Wallonië: het is geen federatie, geen confederatie, maar een "contrafederatie". Het Belgisch contrafederalisme is bovendien een belangrijke voedingsbodem voor de antipolitiek en voor het gebrek aan vertrouwen in de overheid.

    Vlaanderen heeft recht op zelfbeschikking

    Het zelfbeschikkingsrecht der volkeren is een fundamenteel beginsel van het internationaal volkenrecht, het wordt onder meer omschreven in artikel 1 van het Handvest van de Verenigde Naties. Vlaanderen beantwoordt bovendien aan alle volkenrechtelijke normen om een staat te worden: een permanente bevolking; een grondgebied met duidelijke buitengrenzen; een rechtstreeks verkozen parlement en een daardoor aangestelde regering; een internationale erkenning als (deel)staat via reeds afgesloten verdragen met andere landen.

    Een Vlaamse staat in ons belang

    De N-VA huldigt een nationalisme van en voor de 21ste eeuw. In het licht van de toenemende – in hoofdzaak economische – globalisering, is zelfbeschikking alles behalve een voorbijgestreefd ideaal. Integendeel, in een wereld die steeds groter en drukker wordt, moet de eigen gemeenschap een warm nest zijn dat inspraak en houvast biedt aan zijn inwoners. Zelfbeschikking laat immers toe om het bestuur dicht bij de mensen te houden en dus het beste beleid te voeren in functie van welvaart, welzijn en culturele bloei. Het feit dat internationale samenwerking steeds belangrijker wordt voor de bepaling van onze toekomst, is trouwens enkel een argument om haast te maken met een Vlaamse staat: Vlaanderen moet zo snel mogelijk als gelijkwaardige partner kunnen meepraten in de wereld.

    Een kleinere staat met een sterke samenhorigheid kan gerust de wereld tegemoet treden. Het is geen toeval dat kleinere, goed bestuurde landen het best presteren op vlak van welvaart en welzijn. We mogen onszelf trouwens niet onderschatten: met 6 miljoen Vlamingen eindigen we qua bevolking rond de 95ste plaats op de circa 193 landen in de wereld; met zijn Bruto Nationaal Product staat Vlaanderen economisch op de 24ste plaats.

  3. Visie
  4. Democratie en zelfbeschikkingsrecht zijn het belangrijkste uitgangspunt van de N-VA, ze vallen samen in de term "zelfbestuur". Volkeren die in staten leven die geen natie (meer) vormen omdat de publieke cultuur er zwak of onbestaande is, hebben het volste recht hun autonomie op te eisen. Vlaanderen wenst dezelfde erkenning als Ierland, Denemarken, Portugal of Tsjechië en andere vergelijkbare naties.

    De N-VA wenst een echte democratie en dus het verdwijnen van de Belgische contrafederatie. Om een levende democratie te worden met goed bestuur en om het behoud en de uitbouw van zijn welvaart, welzijn en cultuur te verzekeren, moet Vlaanderen, in uitoefening van zijn zelfbeschikkingsrecht, een onafhankelijke republiek worden.

    Een Vlaamse staat is ons syndicaat in de wereld: de verdediging van ons democratisch, sociaal-economisch, ecologisch, taal- en cultureel belang, uiteraard niet als eiland waar niets of niemand welkom is, wel als zelfbewuste en open gemeenschap.

    Als rechtvaardigheidspartij streeft de N-VA naar een Vlaanderen dat zorg draagt voor de welvaart en het welzijn van alle inwoners en waakt over de hechtheid van onze samenleving.

  5. Op weg naar de toekomst

In vriendschap scheiden

Voor de N-VA is het vanzelfsprekend dat de opgang van Vlaanderen tot natiestaat geweldloos en democratisch verloopt. Maar aangezien het zelfbeschikkingsrecht onvervreemdbaar is, kan de uitoefening ervan door Vlaanderen niet ondergeschikt zijn aan de Belgische grondwet.

Idealiter sluiten Vlaanderen en Wallonië een scheidingsverdrag. Daarin worden de Belgische staatsschuld verdeeld en afspraken gemaakt over grensoverschrijdende dossiers. Tevens kan er op tijdelijke basis een transparant Vlaams-Waals solidariteitspact afgesproken worden.

Samenwerken als en met goede buren

Het spreekt vanzelf dat Vlaanderen de verdragsrechtelijke verplichtingen waaraan het via België gebonden is, zal overnemen. Het onafhankelijke Vlaanderen kan de verdragen nadien evalueren en eventueel opzeggen.

Vlaanderen zal samenwerking zoeken met anderen door op voet van gelijkheid deel te nemen aan supranationale en internationale verbanden; om te beginnen de Europese Unie, de Raad Van Europa en de organisaties van de Verenigde Naties.

Om redenen van sociaal-economische, taalpolitieke (samen 22 miljoen Nederlandstaligen) en geografisch-infrastructurele aard is het in het belang van Vlaanderen om bijkomende samenwerking te organiseren met (Staats-) Nederland. De reeds bestaande samenwerking, op voet van gelijkheid, in het kader van de Nederlandse (Taal)unie moet uitgebreid worden, vooral inzake taal en cultuur, economie (bv. havenbeleid en vervoer) en onderwijs.

De N-VA is sterk vragende partij voor samenwerking van Vlaanderen met regio’s of gemeenschappen waar het Nederlands of een aanverwante taal gesproken wordt, zoals Frans-Vlaanderen of Zuid-Afrika.

Vlaamse noden op korte termijn

Voor zover de zelfstandigheid van Vlaanderen en Wallonië niet in één beweging kan gebeuren, wil de N-VA niet toetreden tot een federale regering zonder gewaarborgde verwezenlijking van de resoluties van het Vlaams Parlement (1999) inzake de staatshervorming. Ze vraagt van de andere Vlaamse partijen hetzelfde engagement. De N-VA zal slechts deelnemen aan een federale Belgische regering als een 2/3-meerderheid van haar partijcongres daarmee instemt.

Verder heeft Vlaanderen voor een degelijk beleid op korte termijn behoefte aan de volledige bevoegdheden inzake inkomstenbelastingen, Sociale Zekerheid (onder meer werkloosheid, ziekteverzekering, kinderbijslagen, invaliditeit en pensioenen), arbeid en werkgelegenheid, justitie, verkeer ( o.a. spoorwegen) en het beheer van de luchthaven van Zaventem. De bevoegdheid over het continentaal plat is en blijft Vlaams.

De overdracht van deze bevoegdheden zal meteen een einde maken aan de ondoorzichtige geldstromen die Wallonië structureel afhankelijk maken van de Belgische staat zonder bij te dragen tot het herstel van zijn economie.

De N-VA eist een moratorium met onmiddellijke ingang op de oprichting van nieuwe federale instellingen.

Geen Franstalige inmenging meer in Vlaanderen

Voor de N-VA is het eveneens essentieel dat op korte termijn in Brussel-Halle-Vilvoorde de gerechtelijke instellingen en het kiesarrondissement gesplitst worden.

Een cultureel akkoord tussen de Vlaamse en de Franstalige gemeenschap is mogelijk. Alleen moet men dit akkoord koppelen aan de voorafgaande erkenning door de Franstalige gemeenschap van het Vlaamse territorium, en dat in de volle betekenis van het woord. Aan alle inmenging vanwege de Franstalige gemeenschap in Vlaanderen en aan elke inbreuk op het territorialiteitsprincipe moet een einde gemaakt worden.

 

 

 

I.B Brussel: hoofdstad van Vlaanderen

  1. Analyse
  2. Brussel hoort bij Vlaanderen

    Brussel is, ongeacht zijn politiek statuut, de hoofdstad van Vlaanderen op economisch, sociaal en cultureel vlak. Geografisch is Brussel een Vlaamse stad. In een recent verleden was het nog in grote meerderheid Nederlandstalig. Sociaal-economisch zijn Brussel en Vlaanderen sterk op elkaar aangewezen. Cultureel is er echter een breuk gegroeid tussen Vlaanderen en een meerderheid van de Brusselse inwoners. Dit is het gevolg van de verfransing van de Brusselse bevolking gedurende de voorbije twee eeuwen en van anderstalige inwijking in de stad. Een meerderheid van de Brusselaars heeft het Nederlands vandaag niet als moedertaal. Voor velen van hen is Vlaanderen een vreemd en soms zelfs vijandig land; ze klampen zich dikwijls gevoelsmatig vast aan België en vooral aan de bevoorrechte en aparte positie van Brussel daarin. Van de andere kant zijn veel Vlamingen vervreemd van hun hoofdstad.

    Het onzalige derde gewest

    De staatshervorming ging tot nu toe inzake Brussel niet uit van de tweeledigheid van België. Brussel werd als gewest een derde speler, bevoegd voor grondgebonden materies als ruimtelijke ordening, openbaar vervoer, stadsontwikkeling, huisvesting, economische ontwikkeling, voogdij over de gemeenten, buitenlandse handel, huisvuil, arbeidsbemiddeling, monumentenzorg en landbouw. De Vlamingen kregen bovendien onvoldoende inspraak in het gewest en zeker in de 19 Brusselse gemeenten. Bijgevolg worden de taalwetten er flagrant met voeten getreden, bijvoorbeeld bij de talloze onwettige benoemingen van ééntalige Franssprekenden in de diensten van de Brusselse gemeenten. Controlerende instanties als de vice-gouverneur en de Vaste Commissie voor Taaltoezicht staan de facto machteloos. En ook de federale overheid treedt niet op. Integendeel, in de materies waarvoor ze bevoegd is, bevordert ze nog eerder de verfransing. Denken we maar aan de onwettige Franstalige benoemingen in de Brusselse magistratuur.

    De Vlamingen als beschermde diersoort

    Parallel met de ontwikkeling van Brussel als derde gewest, werden de Vlaamse gewest-politici in Brussel verleid tot de rol van steeds beter "verzorgde" minderheid: de Brusselse hoofdstedelijke raad biedt hen volwaardige parlementaire mandaten; de pariteit in de Brusselse regering schept uitzicht op ministerposten. Op deze manier werden zij van "Brusselse Vlamingen" veranderd in "Vlaamse Brusselaars", met andere woorden in objectieve bondgenoten van de Franstaligen in het versterken van de Brusselse apartheid binnen België en dus binnen Vlaanderen. Bijgevolg geven deze politici zelden blijk van veel Vlaamse assertiviteit. Meer nog, het enige echte Vlaamse wapen in het gewest - de dubbele meerderheid in de gewestraad - gaven ze met de Lambermont- en Lombardakkoorden graag uit handen in ruil voor meer en gegarandeerde zetels. Met een paar duizend stemmen raak je nu als Vlaming al verkozen tot parlementslid in de Brusselse gewestraad; meer postjes in ruil voor minder macht.

    Eén en ander verklaart natuurlijk eveneens waarom de Vlaamse gewestpolitici –die samen ook de Vlaamse gemeenschapscommissie in Brussel vormen- zo weinig krachtdadig zijn in het gezamenlijk bestuur met de Franstalige gemeenschapscommissie (COCOF) van de tweetalige gemeenschapsinstellingen in Brussel. Denken we maar aan de schandalige taaltoestanden in de Brusselse OCMW-ziekenhuizen.

    Slecht bestuur voor alle Brusselaars

    De Brusselaars worden vandaag bestuurd door een kluwen van federale overheid, gewest, 19 gemeentebesturen, Vlaamse gemeenschapscommissie, Franstalige gemeenschapscommissie en gemeenschappelijke gemeenschapscommissie. Dit gaat ten koste van alle inwoners, want de bestuurskwaliteit in Brussel is ronduit erbarmelijk. Slechts enkele voorbeelden: sinds 1981 verloor Brussel 3,2% van zijn werkgelegenheid, terwijl de rest van Vlaanderen er 19,2% op vooruitging; de arbeidsbemiddeling van het Brusselse gewest doet nauwelijks inspanningen om werklozen via Nederlandse taalstages kansen te geven op de arbeidsmarkt; Brussel telt het hoogste aantal krotten van alle Europese hoofdsteden; de urbanistische toestand is op vele plaatsen een ramp.

    Nochtans krijgt het Brusselse gewest een meer dan royale financiering vanwege de federale overheid. Het is dus geen kwestie van te weinig middelen, wel van een slechte besteding en een gebrek aan controle.

  3. Visie
  4. Er kan geen onduidelijkheid zijn over het uiteindelijke streefdoel van de N-VA: Brussel blijft de hoofdstad van een onafhankelijke Vlaamse staat. Voor de N-VA moet Vlaanderen streven naar een integrale opname van Brussel in de Vlaamse staat.

    Vlaanderen nodigt alle anderstalige Brusselaars uit om in het proces van de Belgische boedelscheiding te kiezen voor het Vlaams staatsburgerschap. Gezien de objectieve banden tussen Brussel en de rest van Vlaanderen en gezien de bestuurlijke meerwaarde die Vlaanderen voor alle Brusselaars kan bieden, is de N-VA ervan overtuigd dat dit een voor de hand liggende en toekomstgerichte keuze is voor zowel Brussel als de rest van Vlaanderen. De Franstalige Brusselaars in de Vlaamse staat zullen op het grondgebied van het huidige Brussel hun culturele rechten behouden met eigen instellingen. Voor het overige blijft de publieke cultuur van Vlaanderen evenwel eentalig Nederlands. Indien op het moment van de definitieve Belgische boedelscheiding, toch een meerderheid van de Brusselaars niet wil meestappen in de Vlaamse staat, dan zal de N-VA zich als democratische partij niet verzetten tegen onderhandelingen over de uitoefening van de grondgebonden bevoegdheden in Brussel.

    De huidige 19 gemeenten fusioneren, met een functionele decentralisatie via de invoering van bestuurlijke districten, tot een stadsgewest zoals de N-VA ook voorstelt voor Antwerpen en Gent.

  5. Op weg naar de toekomst

Afschaffing van het gewest

Het huidige Brussels Hoofdstedelijk Gewest leidt ons weg van het gewenste doel en staat een goed bestuur in de weg. De N-VA eist bijgevolg de afschaffing van het huidige gewest.

De N-VA verwerpt dat men er ondertussen nog meer bevoegdheden aan zou toevertrouwen.

Controle op de taalwetten

De toepassing van de taalwetgeving moet op ieder Brussels bestuursniveau doeltreffend gecontroleerd worden. Op overtredingen komen echte sancties. Daarom wordt de schorsingsbevoegdheid inzake taalaangelegenheden van de vice-gouverneur van Brussel uitgebreid tot een vernietigingsbevoegdheid.

Een aanbod van Vlaamse diensten in Brussel

In de huidige toestand verkiest de N-VA een versterking van de Vlaamse positie in Brussel via de inplanting van Vlaamse instellingen in de hoofdstad boven de uitbouw van aparte Vlaams-Brusselse instellingen. Zo moet men de persoonsgebonden gemeenschapsbevoegdheden die Vlaanderen vandaag al uitoefent in Brussel, op een veel assertievere wijze invullen.

Voor alle persoonsgebonden materies moet een kwalitatieve Nederlandstalige dienstverlening in Brussel uitgebouwd worden: onderwijs, ziekenzorg, bejaardenhulp, bibliotheekwerking, theater, integratiebeleid, arbeidsopleidingen… Zo zou Vlaanderen bijvoorbeeld met een sterk concurrentieel gezondheidsnetwerk eindelijk een einde kunnen maken aan de wantoestanden in de zogezegd tweetalige Brusselse ziekenhuizen. De splitsing van de Sociale Zekerheid zal op dit vlak de mogelijkheden van Vlaanderen nog aanzienlijk vergroten.

Dit alles vergt de bereidheid van Vlaanderen om genereus in de toekomst van zijn hoofdstad te investeren.

Een uitgestoken Vlaamse hand aan alle Brusselaars

Het gecreëerde aanbod van Vlaanderen in Brussel moet gericht zijn op ALLE inwoners van Brussel, niet alleen op de huidige Vlamingen in Brussel. Per beleidsdomein moet nagegaan worden hoe men het Vlaamse dienstenaanbod kan richten op anderstalige gebruikers en welk engagement er van hen kan gevraagd worden.

Voor het Nederlandstalig onderwijs in Brussel is een bijzondere rol weggelegd. Het marktaandeel daarvan ging de jongste jaren al in sterk stijgende lijn. De mogelijkheden op vlak van infrastructuur en personeel moeten bijgevolg prioritair worden uitgebreid. Zware investeringen zijn noodzakelijk, alsook bijzondere voorzieningen voor het succesvol begeleiden van grote aantallen anderstalige leerlingen. Men moet waken over het werkelijk Nederlandstalig karakter van dit onderwijs.

Wegwerken van de koudwatervrees

De Vlaamse regering moet meer inspanningen doen om het wonen in Brussel te bevorderen, onder meer door een uitgekiende vastgoedpolitiek.

Daarnaast moet ze inspanningen doen om de samenhorigheid van Vlaanderen en Brussel te vergroten.

Dit moet gebeuren, niet alleen met campagnes naar de Vlamingen toe, maar ook naar de anderstaligen in Brussel. Zij moeten ervan overtuigd worden dat hun sociaal-economische belangen het best gewaarborgd zijn door een integratie van Brussel in Vlaanderen.

 

I.C Binnenlands bestuur in Vlaanderen

  1. Analyse
  2. Het binnenlands bestuur in Vlaanderen loopt mank

    De gemeenten zijn vaak niet opgewassen tegen hun taak, de intercommunales voeren een ondoorzichtig beleid, de provincies trachten zichzelf een rol aan te meten en de Vlaamse overheid wordt in haar beleid nog al te vaak geblokkeerd doordat bepaalde bevoegdheidsonderdelen federaal gebleven zijn. Dit leidt tot heel wat wantoestanden, die door de gemiddelde Vlaming op misprijzen onthaald worden: de federale overheid hervormt de politie maar schuift een deel van de factuur door naar de (vooral Vlaamse) gemeenten, de federale en Vlaamse lastenverlagingen dwingen gemeenten en provincies ertoe hun belastingen te verhogen enz.

    De voorbereiding van het nieuw gemeente- en provinciedecreet, de hervorming van het gemeentefonds, het kerntakendebat en de toepassing van het decreet intergemeentelijke samenwerking geven Vlaanderen de kans om een aantal nieuwe lijnen te trekken.

  3. Visie
  4. De mens leeft in kringen, elke kring heeft zijn vrijheid en verantwoordelijkheid. Vanuit een democratische en federalistische kijk wordt de samenleving opgebouwd van onder uit: het gezin, wijk, buurt of deelgemeente, de stad of gemeente, de streek, de natie, de beschaving en de wereldgemeenschap.

    Voor de bevoegdheidsverdeling tussen deze kringen geldt het subsidiariteitsbeginsel. Wat men het best kan regelen in de kleinste kring, moet men daar beslissen. Wat men op een lager niveau niet behoorlijk kan regelen, draagt men over aan een hoger niveau. Dit subsidiariteitsbeginsel moet bovendien gekoppeld worden aan de coherentieregel: het beleidsniveau dat een bepaalde dienstverlening aanbiedt, beslist erover en zorgt voor de financiering ervan.

    De N-VA wil het zwaartepunt van de politieke besluitvorming bij de steden en gemeenten leggen enerzijds en bij de Vlaamse staat anderzijds.

  5. Naar de toekomst

Categorisering

De N-VA pleit voor bestuurskrachtige steden en gemeenten die over de nodige bevoegdheden en middelen beschikken om hun taken naar behoren uit te voeren. Aangezien het aantal taken van bijv. een landelijke gemeente en een grootstad grondig verschilt, zal het nodig zijn in het Vlaams gemeentedecreet een onderscheid te maken tussen verschillende categorieën gemeenten.

Drie stadsgewesten

Bij de indeling van de steden en gemeenten moet men de grootsteden Brussel, Antwerpen en Gent in een afzonderlijke categorie onderbrengen. Inzake bevoegdheden, gemeentelijke organisatie, financiële middelen en binnengemeentelijke decentralisering moet men voor hen een aparte regeling uitwerken die beantwoordt aan hun (inter)nationale rol en betekenis.

Binnengemeentelijke decentralisering

Vanuit haar bekommernis om het democratisch gehalte en de doeltreffendheid van de besluitvorming, is de N-VA voorstander van een doorgedreven binnengemeentelijke decentralisatie. Dit zal de betrokkenheid van de bevolking bij het beleid ten goede komen.

 

Gemeenten zullen naargelang hun grootte of samenstelling een deel van hun taken moeten delegeren naar districts-, dorps- of wijkraden. Voor grotere steden en gemeenten moet men het systeem van de verkozen districtsraden veralgemenen. In de overige gemeenten kan men inspraak organiseren via erkende dorps- of wijkraden.

Een Sociaal Huis

Het sociale beleid komt volledig in handen van het OCMW, dat tot een sociaal huis wordt uitgebouwd. De OCMW-leden worden rechtstreeks verkozen, de verkiezingen gaan door op de dag van de gemeenteraadsverkiezingen. Daarbij kan men zich enkel verkiesbaar stellen hetzij voor de gemeenteraad, hetzij voor de OCMW-raad. De vergaderingen van het OCMW zijn openbaar, op voorwaarde dat men de individuele dossiers in gesloten zitting en met de nodige discretie (die valt onder het beroepsgeheim) behandelt.

De diensten van het sociaal huis worden, indien mogelijk, in één gebouw ondergebracht. In het sociaal huis kan iedereen informatie inwinnen over belastingen, sociale wetgeving, sociale zekerheidsrechten en de brede waaier van sociale voorzieningen. Het staat ook in voor de uitvoering van de sociale zekerheidswetgeving. Meer bepaald worden door of via het sociaal huis uitkeringen betaald aan uitkeringsgerechtigden: kinderbijslagen, werkloosheids-, invaliditeits- en ziektevergoedingen.

Het sociaal huis moet tevens een afdeling van het Bureau voor Juridische Bijstand huisvesten waarbij mensen terecht kunnen voor rechtshulp.

Ten slotte wordt in het sociaal huis ook een informatiedienst opgericht die de inwoners wegwijs maakt in de hele overheidsadministratie en uitleg geeft over de bevoegdheden van de verschillende bestuursniveaus, van lokaal tot supranationaal. Deze dienst verschaft ook informatie over nuttige publicaties van de overheid en over formulieren die men nodig heeft om op een bepaald recht aanspraak te maken.

Naast het sociaal huis moet er in iedere gemeente een ombudsdienst opgericht worden waar de burger terecht kan met klachten over de administratie en die zonodig bemiddelt tussen burger en overheid. De ombudsdiensten brengen jaarlijks een gebundeld verslag uit van hun werking, aangevuld met beleidsadviezen voor de betrokken overheidsdiensten.

Herwaardering van de kiezer

Het gemeentelijk niveau staat het dichtst bij de burger. Die mag dan ook verwachten dat de samenstelling van de gemeenteraad zijn keuze zo nauwgezet mogelijk weerspiegelt. In een democratie telt elke stem. Dat is thans niet het geval. Het huidige kiesstelsel maakt het mogelijk dat een partij die 42 % van de stemmen behaalt over een absolute meerderheid in de gemeenteraad beschikt. De N-VA eist daarom dat voor de zetelverdeling het huidige systeem (Imperiali) wordt vervangen door een systeem dat de uitslag zo correct mogelijk weerspiegelt (bijv. Niemeyer).

Wanneer geen enkele lijst een absolute meerderheid heeft behaald in de gemeenteraadsverkiezingen, moet de lijst met het grootste aantal verkozenen het initiatiefrecht krijgen voor het starten van coalitieonderhandelingen.

Herwaardering van de verkozene

De N-VA kiest principieel voor een vertegenwoordigingsdemocratie, waarin verkozen mandatarissen voluit hun rol kunnen spelen. Het kan niet dat het college van burgemeester en schepenen feitelijk alle bevoegdheden naar zich toetrekt. Daarom moet men dringend werk maken van een volwaardig statuut voor gemeenteraadsleden. Gemeenteraadsleden moeten alle stukken m.b.t. raads- en commissievergaderingen, alsook documenten die onder het inzagerecht vallen, elektronisch kunnen ontvangen. Corresponderen met het gemeentebestuur moet eveneens zoveel mogelijk via internet kunnen. Daarnaast moet van elke gemeenteraadszitting een woordelijk verslag gemaakt worden. Ten slotte moet de goedkeuringsvoogdij m.b.t. raadsbeslissingen worden afgeschaft en gecompenseerd door een beroepsrecht van elk individueel raadslid tegen raadsbeslissingen, ook al kan hij/zij geen functioneel belang aantonen.

Vertegenwoordigingsdemocratie is volgens de N-VA niet verzoenbaar met een rechtstreekse verkiezing van de burgemeester. De N-VA is voorstander van een verkiezing van de burgemeester door de gemeenteraad en van het ontkoppelen van het burgemeestersambt en het voorzitterschap van de gemeenteraad.

Vanuit dezelfde logica pleit de N-VA voor het invoeren van de mogelijkheid dat de gemeenteraad met een constructieve motie van wantrouwen de burgemeester, een schepen of het ganse college in de loop van de ambtstermijn vervangt. Gezien de financiële opwaardering van burgemeester en schepenen, kan men het aantal schepenen trouwens beperken.

Aangezien ieder bestuursniveau in Vlaanderen een representatief politiek orgaan heeft en er bovendien inspraak mogelijk is via dorps- of wijkraden, zijn lokale volksraadplegingen overbodig.

Gemeentefinanciën

De N-VA steunt de samenvoeging van het Gemeentefonds, het Investeringsfonds en het waarborggedeelte van het Sociaal Impulsfonds tot één nieuw Gemeentefonds. De N-VA wil de subsidiëring van steden en gemeenten door de Vlaamse overheid vervangen door een stelsel van trekkingsrechten in functie van objectieve criteria.

Toch is het nodig om, zonder de samenhang te verliezen, op een gedifferentieerde wijze de beschikbare middelen te verdelen. De grootsteden, de regionale centrumsteden en de kustgemeenten vervullen een hele resem taken die de lokale mogelijkheden ver overstijgen. Via het herverdelingsmechanisme van het nieuwe Gemeentefonds moeten zij hiervoor jaarlijks bijkomende middelen ontvangen.

Een benadering van de stedenproblematiek via eenmalige injecties is niet wenselijk, omdat zij niet kaderen in een langetermijnvisie, beperkt zijn qua middelen en relatief willekeurig worden toegekend.

Verder kan de Vlaamse overheid in functie van bepaalde doelstellingen gemeenten een aanvullende toelage geven.

Iedere overheid die beslissingen neemt met directe of indirecte financieel nadelige gevolgen voor een lagere overheid, dient deze daarvoor te compenseren.

Klantvriendelijke en efficiënte dienstverlening

De organisatie en werking van de gemeentelijke administratie moeten gericht zijn op een klantvriendelijke en efficiënte dienstverlening.

Een gemeente heeft ook een loketfunctie voor een aantal voorzieningen van de Vlaamse overheid.

De administratieve rompslomp moet tot het minimum herleid worden. Naast de traditionele manier van het indienen van aanvragen, moet dit ook mogelijk zijn via elektronische weg. Wel mag men niet tot een nieuwe tweedeling in de samenleving komen, nl. tussen zij die over de nieuwe technologieën kunnen beschikken en zij die dat niet kunnen. De elektronische dienstverlening mag dus niet leiden tot het afbouwen van de dienstverlening aan de loketten.

De administratie moet verder gemoderniseerd en geprofessionaliseerd worden.De taken van secretaris en ontvanger, zowel van gemeente als OCMW, moeten op grond van de moderne managementprincipes geherdefinieerd worden. De ontvanger wordt losgekoppeld van het plaatselijk bestuur, zowel wat benoeming als wat verantwoording betreft. Voor de ambtenaren moet men grotere mobiliteitsmogelijkheden voorzien, ook tussen het lokale en het Vlaamse niveau.

Bepaalde beslissingen met een goed omschreven, zuiver ambtelijke draagwijdte, die nu nog moeten genomen worden door het college van burgemeester en schepenen, zou men moeten delegeren naar de administratie.

De toepassing van moderne systemen van kwaliteitsmanagement vormt de basis voor een klantvriendelijke en efficiënte dienstverlening, met als sluitstuk een ombudsdienst en een doeltreffende klachtenbehandeling.

Informatie en openbaarheid

De bevolking heeft recht op degelijke en begrijpelijke informatie, zonder partijpolitieke propaganda. Daarom wil de N-VA dat elke gemeente beschikt over een reglement inzake openbaarheid van bestuur en een actief en modern informatiebeleid voert. Hierbij moet ze gebruik maken van zowel de traditionele als de nieuwe communicatiemiddelen (internet, regionale TV, teletekst enz.).

Van provinciebesturen naar streekbesturen

De N-VA pleit voor de vervanging van de huidige provincieraden door rechtstreeks verkozen streekraden, die het bovenlokale en regionale belang beter kunnen behartigen. Concreet denkt de N-VA daarbij aan bovenlokale of regionale aspecten van onder meer ruimtelijke ordening, waterbeheer, toerisme, economische ontwikkeling, rampenbestrijding, mobiliteit en bijzondere infrastructuur voor ouderen- en gezondheidszorg.

De uiteindelijke taakverdeling tussen de drie bestuursniveaus (Vlaanderen, streek, gemeente) zal het resultaat zijn van het gevoerde kerntakendebat. Hierin moet men volgens de N-VA ook de activiteiten herverdelen van de intercommunales, van de Gewestelijke OntwikkelingsMaatschappijen (GOMs) en van andere intermediaire overheidsinstellingen en –organisaties. Het politieke beleidsaspect ervan moet men opnieuw aan rechtstreeks verkozen bestuursorganen toewijzen.

Het aantal streekraden is beperkt, zodat de bestuurlijke draagkracht ervan gewaarborgd is. De precieze geografische omschrijving van de streken is afhankelijk van de regionale samenhang. Lidmaatschap van een streekraad is onverenigbaar met een ander politiek mandaat. De streekraad stelt een beperkt uitvoerend college (het streekbestuur) aan dat altijd politieke verantwoording aflegt aan de raad. De taakstelling van de streekbesturen is gesloten.

 

II. Vlaanderen wereldwijd

II.A Vlaanderen en de Europese Unie

1. Analyse

• De samenwerking van steeds meer Europese landen in het kader van de EG, later EU, heeft zonder twijfel zeer positieve dingen verwezenlijkt en meer bepaald een onmisbare bijdrage geleverd tot de opbouw van vrede, stabiliteit en welvaart in West-Europa. Dit betekent echter niet dat er geen tekortkomingen zouden zijn aan de huidige structuur en politiek van de Europese Unie.

• Vandaag heeft Vlaanderen geen eigen stem in de EU, ook niet over de materies waarvoor het zelf bevoegd is. De EU kent immers alleen nationale staten en dus is alleen België aan de Europese tafel vertegenwoordigd. Voor bevoegdheden die al volledig gesplitst zijn, spreekt er vandaag in Europa afwisselend een vertegenwoordiger van de Vlaamse en van de Waalse overheid. Maar beiden zijn om beurt spreekbuis van België en dus moeten Vlaanderen en Wallonië vooraf overeenstemming bereiken over de in te nemen standpunten. Wanneer dat niet lukt, moet België zich aan de Europese tafel noodgedwongen onthouden; wat vandaag aan de lopende band voorvalt.

Op die manier maakt de EU de verworven autonomie van Vlaanderen deels ongedaan: omdat Vlamingen en Walen in de EU gedwongen worden uit één mond te spreken, zijn er weer Belgische compromissen nodig.

• De EU oefent rechtstreeks gezag uit over haar inwoners, maar ze voldoet op geen enkele manier aan de vereisten van een democratische rechtsstaat. De EU bezit immers geen parlement met volwaardige bevoegdheden en geen regering die aan dat parlement verantwoording aflegt. De uitvoering van de Europese wetten gebeurt onder supervisie van een beperkte Euro-ambtenarij, waarop weinig democratische controle is. Zo neigt de EU naar een "ambtenaren-staat".

De verdragen die de EU vorm geven, worden in België niet aan goedkeuring door de bevolking onderworpen. Maar zelfs waar dit wel het geval is, weigert Europa soms rekening te houden met het resultaat. Zo handelt de EU sinds de verwerping door de Ieren van het verdrag van Nice, toch alsof dit verdrag onverkort in werking is getreden.

Voor Vlaanderen weegt dit algemeen erkende "democratisch deficit" van de EU nog zwaarder aangezien het in het amalgaam van nationale belangen en machtsverhoudingen dat de Europese politiek helaas meestal bepaalt, geen enkele rol speelt.

• De EU blijft al te zeer beperkt tot een louter economisch-financiële en juridisch-politionele éénmaking, het sociale en ecologische Europa blijft ver achterop. Bovendien zijn er nog steeds geen klare afspraken inzake bevoegdheidsverdeling tussen de EU en haar lidstaten. Gezien het hogere juridische statuut van de Europese regels tegenover de nationale wetgeving van bijvoorbeeld België of Vlaanderen, dreigt de "economische orde" van Europa een pletwals te worden over de sociale, ecologische en culturele verworvenheden die "slechts" op het niveau van de lidstaten (of deelstaten daarvan) zijn verankerd.

Zo kan de EU met één pennentrek aspecten van de duur bevochten sociale en Vlaamse ontvoogding van tafel vegen. Denken we maar aan de Vlaamse bedrijven die nu al geen patenten en octrooien meer kunnen aanvragen in het Nederlands.

• De EU raakt het vooralsnog niet eens over fundamentele vragen inzake haar eigen werking, verdieping, uitbreiding en opdracht. In dit debat lijkt de EU haar culturele pluriformiteit bovendien soms meer als een handicap te zien dan als een te vrijwaren wezenskenmerk.

Er bestaat uiteraard wel een overkoepelende Europese identiteit, maar geen Europees volk. De Europese publieke cultuur is dus niet van aard dat ze de basis kan zijn van een democratische eenheidsstaat.

• De wijze waarop in de EU tot nog toe aan eenmaking of harmonisatie van rechtsregels wordt gedaan –namelijk aan de hand van Richtlijnen en Verordeningen, met vooral partiële en heterogene oplossingen- veroorzaakt grote inconsistenties binnen de verschillende nationale rechtsstelsels; onder meer door de absolute voorrang van het Europees recht.

  1. Visie
  2. De N-VA staat positief tegenover het principe en de gunstige gevolgen van de Europese samenwerking. Maar de huidige werking en politiek van de EU moeten dringend hervormd worden. Ons Europees project is immers te belangrijk om het te zien stranden.

    Ten eerste moet Vlaanderen een rechtstreekse stem krijgen in Europa: Vlaanderen moet lidstaat worden van de EU. In afwachting daarvan moet Vlaanderen over de eigen bevoegdheden al aan de Europese tafel kunnen zitten.

    Ten tweede kiest de N-VA voor een democratisch functionerende en confederale EU, die ook andere waarden kent dan louter economische, die het beginsel van de subsidiariteit toepast, die de identiteit van de samenstellende naties respecteert en koestert, die uitdrukking geeft aan de gemeenschappelijke waarden in de publieke cultuur van de Europese volkeren, die haar verantwoordelijkheid kan en durft opnemen binnen en buiten Europa.

    Op langere termijn kan de overkoepelende publieke cultuur van de EU sterk genoeg worden om op federale basis te gaan samenwerken.

  3. Op weg naar de toekomst

Naar een Vlaamse lidstaat

Vlaanderen en Wallonië moeten nu al een eigen stem krijgen in Europa voor de materies waarvoor ze zelf bevoegd zijn en rechtstreeks toegang hebben tot het Europees Hof van Justitie. Dit is echter slechts een halve oplossing, waarvan de realisatie in de huidige EU zeer onzeker is. Reden te meer om het noodzakelijke proces naar Vlaamse onafhankelijkheid zo snel mogelijk af te ronden, zodat Vlaanderen zich kan inschakelen in de bestaande Europese structuur. Alleen als lidstaat kan Vlaanderen streven naar de opbouw van een nieuw Europa.

Deze toekomst moet door de Vlaamse deelstaat actief voorbereid worden. In plaats van zich in het huidige, machteloze "Comité van de regio’s" te laten parkeren, moet Vlaanderen zijn beperkte buitenlandse bevoegdheid ten volle uitoefenen, om bondgenoten te zoeken in alle huidige EU-lidstaten. Tevens om overleg te organiseren met andere naties die binnen grotere staten de weg naar politieke zelfstandigheid ingeslagen zijn, bijvoorbeeld Schotland of Catalonië, en ook met volkeren die recent hun zelfstandigheid verwierven en nu kandidaat-lid zijn van de EU zoals de Baltische staten, Slovenië of Tsjechië.

Naar een confederaal Europa

De N-VA ziet de toekomst van Europa zeker niet als die van een politiek één gemaakte superstaat, waar alles ver boven de hoofden van de mensen wordt beslist, maar als een bond van soevereine lidstaten en/of deelstaten van lidstaten. De leden van deze EU staan een deel van hun soevereiniteit af via verdragen die ze, voor ratificatie, ter beoordeling voorleggen aan hun inwoners. In Vlaanderen moet deze beoordeling door de bevolking volgens de N-VA zeker niet via een referendum gebeuren, maar wel via een tweederde meerderheid in het parlement na verkiezingen; een procedure gelijkaardig aan de huidige regeling voor grondwetsherzieningen.

De bevoegdheidsverdeling is een bevoegdheid van de lidstaten en niet van Europa zelf.

Het is uiteraard onmogelijk een eeuwige of precieze bevoegdheidsverdeling vast te leggen tussen de EU en haar leden. Europa is een levend gegeven dat via verdragen tussen de de leden voortdurend in beweging is. Toch moet men een aantal principes over de uitbouw van de Europese samenwerking vastleggen, met name in een Europees Confederatieverdrag.

Eerst en vooral geldt het principe van de subsidiariteit: een bevoegdheid wordt niet overgedragen als ze even goed of beter op het lagere niveau uitgeoefend kan worden. Het is vanzelfsprekend dat daarbij een aantal essentiële bevoegdheden op het niveau van de lidstaten moet blijven.

Bevoegdheden kunnen enkel via verdragen naar de EU overgeheveld worden. Dit impliceert dat geen enkele lidstaat door de anderen kan gedwongen worden om bevoegdheden af te staan. Zoals vandaag feitelijk het geval is, kan de EU natuurlijk wel op verschillende snelheden verder gaan. Zo kunnen één of enkele lidstaten een akkoord van alle anderen niet blokkeren.

Enerzijds is er nood aan een algemene harmonisatie op Europees vlak van die delen van het privaatrecht die van economisch belang zijn. Anderzijds is het niet verantwoord de bevoegdheid daarover volledig naar de EU over te hevelen. Deze dient beperkt te blijven tot fundamentele normen waarin geen diversiteit kan worden aanvaard. De lidstaten moeten dan ook, zoals in de VS, een Europees modelwetboek uitwerken met behoud van de mogelijkheid om daarvan op specifieke punten af te wijken.

Naar een democratisch Europa

De bevoegdheden die aan de EU overgedragen worden, kunnen alleen uitgeoefend worden door een politiek verantwoordelijke regering en dus niet door een "ambtenarenregering" zoals de huidige Europese Commissie.

Uiteraard veronderstelt dit de oprichting van een Europees Parlement met volwaardige bevoegdheden. De N-VA is voorstander van een tweekamerstelsel waarbij de ene kamer een afspiegeling zou zijn van de demografische verhoudingen in de hele Unie, terwijl de andere kamer een gelijkwaardige vertegenwoordiging van de lidstaten zou garanderen.

Een democratische werking veronderstelt ook dat de EU rekening moet houden met de constitutionele realiteit van haar lidstaten. Concreet betekent dit dat deelstaten van lidstaten rechtstreeks kunnen meepraten in Europa over de materies waarvoor zij bevoegd zijn.

Ten slotte kan men in de gevallen waarbij er per lidstaat gestemd wordt (zoals vandaag in de Europese ministerraden), de houding van een lidstaat niet zomaar laten bepalen door de vertegenwoordigende minister of regering ervan. Zij zijn verantwoording verschuldigd aan hun nationaal parlement en mogen het mandaat daarvan niet te buiten gaan.

Naar een leefbaar Europa

De EU mag geen louter economische orde - een "marktmaatschappij"- zijn of opleggen aan haar lidstaten. Europa moet ook sociale en ecologische minimumnormen bepalen. Daarnaast moet de EU de solidariteit tussen de verschillende naties verder uitbouwen.

Verder zou het welzijn van de Europese burgers gebaat zijn bij meer samenwerking op vlak van onder andere gezondheidszorg, buitenlands beleid en conflictpreventie, justitie, veiligheid, defensie en migratie, milieuzorg en diplomatieke bescherming van EU-onderdanen.

Bovendien moet de EU erover waken dat haar instellingen geen culturele of sociale onevenwichten veroorzaken op de plaatsen waar ze gevestigd zijn. De N-VA denkt hierbij met name aan Vlaams-Brabant dat cultureel en sociaal onder druk staat, mede door stijging van de grondprijzen die de plaatselijke bevolking de facto verdrijft.

Naar een pluriform Europa

De overkoepelende publieke cultuur van Europa mag voor de N-VA gerust sterker worden en mee vorm geven aan onze identiteit. Maar de EU mag niet ontaarden in een machine van culturele gelijkschakeling, hetgeen ze vandaag op sommige vlakken wel is. Voor de N-VA liever geen "United States of Europe", Europa houdt op waar de eigenheid van zijn componenten begint. Dit heeft heel wat directe implicaties.

Zo mag de EU op vlak van taalgebruik geen enkele sociale of economische barrière opwerpen tegen haar inwoners. Dit betekent dat men zich in iedere levende taal die in de EU gesproken wordt, moet kunnen uitdrukken in de politiek vertegenwoordigende organen van Europa.

Tevens moet iedereen zich in al deze talen tot de diensten van de EU kunnen wenden en geholpen worden.

 

Enkel een beperking van het aantal interne werktalen van de Euro-ambtenarij is voor de N-VA bespreekbaar, al is het voor de N-VA wel evident dat een Europese instelling zeker de taal of talen moet hanteren van de plaats waar ze gevestigd is.

Europese waarden, maar geen Europees imperialisme

Alhoewel de N-VA opteert voor een gezamenlijke Europese defensie, kiest ze zeker niet voor de opbouw van een militaire supermacht. De EU moet niet als grootmacht optreden. Dit betekent enerzijds dat de EU geen enkele vorm van militair, industrieel of moreel imperialisme mag hanteren in haar buitenlandse politiek. Anderzijds moet Europa wel zichzelf zijn in de wereld en durven opkomen voor de waarden van haar publieke cultuur.

Kandidaat-leden van de EU die voldoende compatibel zijn met deze publieke cultuur, moeten in de Europese koepel verwelkomd worden. Europa moet in deze landen de welvaart, het welzijn, de stabiliteit en de democratie helpen herstellen en/of verankeren.

Dus wenst de N-VA enerzijds geen EU-groepsegoïsme ter uitsluiting van landen die door de geschiedenis aan de andere kant van het IJzeren gordijn terechtkwamen.

Anderzijds wil de N-VA geen opname van kandidaat-landen die op het moment van hun aanvraag niet democratisch zijn en de mensenrechten niet respecteren en/of die te ver staan van de Europese publieke cultuur.

II.B Vlaanderen en de wereld

1. Analyse

De economische globalisering

Sinds de industriële revolutie is er een gestage vergroting van de schaal waarop de mens goederen produceert en handel drijft. Onmiskenbaar is daardoor de welvaart in de wereld verhoogd, zij het niet overal in dezelfde mate en aan hetzelfde tempo. Anderzijds gaat de globalisering gepaard met het doordringen van een zuiver economische logica op alle terreinen van de samenleving: de dreiging van een "marktmaatschappij" is reëel.

Op sociaal-economisch vlak komt dit tot uiting in het feit dat nationale staten steeds minder corrigerende impact hebben op de wetten van vraag en aanbod. Het wordt immers steeds moeilijker regels of beperkingen op te leggen aan almaar groter wordende bedrijven en concentraties van kapitaal. Daardoor hebben staten minder mogelijkheden om de welvaart te herverdelen in functie van het algemeen welzijn van hun bevolking. Een gevolg daarvan is de dualisering van de maatschappij, dit is een steeds scherper onderscheid tussen wie mee kan en wie niet. Bovendien leven alsmaar meer mensen in onzekerheid over hun tewerkstelling en inkomen.

Ook op cultureel vlak heeft de economisering van de samenleving negatieve gevolgen. Een loutere toepassing van de wetten van vraag en aanbod op cultuur, leidt ertoe dat kleinere culturen in de verdrukking komen en dat er in het algemeen een verschraling is van het cultureel aanbod. De concurrentiepositie van een kleinere cultuur is immers per definitie zwak. Dit is vooral al pijnlijk duidelijk in de audiovisuele sector, Amerikaanse producties overheersen sterk in het aanbod van film, TV en muziek; wat niet echt gepaard gaat met een verhoging van de gemiddelde kwaliteit. Zonder de zaken te dramatiseren, ziet men toch reeds de gevolgen van een mondiale "hamburgercultuur". Denken we maar aan het trendy gebruik van stereotiepe Amerikaans-Engelse termen in de reclame en de recreatie.

Rijk en arm

Hoewel de rijkdom globaal stijgt, gebeurt dit bepaald niet gelijkmatig. Aan het ene uiterste is er een ongeziene verzameling van kapitaal in de handen van een klein deel van de wereldbevolking, aan het andere uiterste leeft een groot deel van de mensen in de ontwikkelingslanden in bittere armoede.

Ontwikkelingshulp lijkt een druppel op een hete plaat. Bovendien speelde en speelt bij de officiële ontwikkelingshulp in de westerse wereld al te vaak het nationale of economische eigenbelang als criterium. Het resultaat daarvan zijn de zogenaamde "witte olifanten": projecten die de mensen in de ontwikkelengslanden niet helpen, maar wel de eigen belangen en bedrijven. Soms schrikt men er ook niet voor terug samen te werken met lokale regimes die de lotsverbetering van hun bevolking niet op de agenda hebben staan.

Sommige zogezegde ontwikkelingshulp werkte zelfs manifest contraproductief; bijvoorbeeld het dumpen van voedseloverschotten uit de eigen, gesubsidieerde landbouw in de ontwikkelingslanden waardoor lokale boeren geen geld meer kregen voor hun producten.

Te weinig vrede, te weinig respect voor de fundamentele vrijheden van mens en volk

Na de Koude Oorlog was er even hoop op een duurzame wereldvrede. Helaas bleek het tegendeel waar. Sindsdien waren en zijn er talloze gewapende conflicten. Bijzonder tragisch zijn de wrede burgeroorlogen –zoals in ex-Joegoslavië- die vooral in de ontwikkelingslanden eindeloos blijven duren. Jaarlijks sterven bij dit alles miljoenen mensen, meestal buiten de interesse van perscamera’s, vooral door "domme", goedkope wapens zoals landmijnen en handvuurwapens.

Met het respect voor de elementaire vrijheden van mens en volk is het in heel wat landen evenmin erg goed gesteld. Voor een groot deel van de wereldbevolking blijft democratie onbekend of onbereikbaar.

2. Visie

Voor de N-VA is de eigen gemeenschap het kader waarin de mens zich optimaal geborgen weet in de bescherming van zijn inspraak en van zijn ecologische, culturele, sociale, economische en politieke verworvenheden. De globalisering moet daarin haar grenzen kennen.

Vlaanderen moet zijn verantwoordelijkheid opnemen in de wereld. De N-VA pleit voor de vervanging van de ontwikkelingshulp door structurele solidariteitsverbanden; net zoals bij ons de armenzorg overstegen werd door de opbouw van de sociale zekerheid. Dat zal ook bijdragen tot het terugdringen van de internationale migratiestromen vanuit de ontwikkelingslanden, die hierdoor ernstig geschaad worden in hun levenskracht. Vlaanderen moet deskundigheid ter beschikking stellen van plaatselijke medewerkers in de ontwikkelingslanden zelf.

Vlaanderen moet zijn traditie van vredelievendheid, vertaald in de woorden "nooit meer oolog", verder zetten. Dat betekent zeker niet dat we ons moeten afschermen in een doffe neutraliteit. Integendeel, onze expertise in geweldloze strijd voor de rechten van mens en volk, moet de hoeksteen worden van een actieve conflictpreventie en –bemiddeling.

 

 

 

Op weg naar de toekomst

3.1 Beter globaal, meer lokaal

Geen Big Brother

Het is een illusie dat de mens vandaag in staat zou zijn als individu te participeren aan een mondiale samenleving. Voor de N-VA mag de mens nooit herleid worden tot een onbeduidend element in een reusachtig, zuiver economisch en ondoorzichtig systeem.

Bijgevolg verzet de N-VA zich tegen het doordringen van de globalisering en de louter economische logica tot het niveau waar ze de democratie, de fundamentele vrijheden van de mens, de culturele diversiteit of de kwaliteit van het leven zouden aantasten.

Wereldburgerschap is en blijft natuurlijk een mooi ideaal. De N-VA laakt echter het gebruik ervan als pseudo-progressieve slogan tegen het koesteren of zelfs erkennen van de eigen identiteit. Daarbij vergeet men dat de zogeheten "global village" vandaag enkel een zaak is van de rijken.

Geen uitbuiting

Economische globalisering is slechts legitiem als alle participanten er de vruchten van dragen. Het kan dus niet dat rijke landen vrije handel eisen en tegelijk hun markten afschermen voor producten uit de ontwikkelingslanden. Dit is uitbuiting. In het bijzonder moet men de invoertaksen op producten uit ontwikkelingslanden die inspanningen doen op democratisch en sociaal vlak, gevoelig verminderen of opheffen.

In dit verband is de N-VA ook vragende partij voor meer democratische controle op internationale financiële instellingen als de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds. Staten en volkeren hebben het recht om zelf hun eigen weg naar ontwikkeling te bepalen.

Verder wil de N-VA werk maken van een sociale en ecologische globalisering om de onvermijdelijke uitwassen van een ongebreideld kapitalisme te vermijden.

De Vlaming dient respect te tonen voor andere beschavingen in zijn zakelijke en toeristische contacten ermee.

3.2 Hulp wordt solidariteit

Een solidair Vlaanderen

Een evaluatie van de officiële Belgische ontwikkelingshulp tot nu toe, kan slechts tot de conclusie leiden dat deze al te vaak werd geïnspireerd door eigenbelang en zelden leidde tot een duurzame verbetering voor de gewone bevolking ter plaatse. Vlaanderen moet het beter doen. Daarom moet Vlaanderen onmiddellijk over alle beleidsinstrumenten terzake beschikken. Het uitgangspunt van de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking is de internationale solidariteit met mensen die strijden voor de verbetering van hun leven.

Vlaanderen kan volgens de N-VA ontwikkelingshulp vervangen door een geïnstitutionaliseerde en structurele solidariteit. Daarin moet jaarlijks minstens 0,7% van het Bruto Binnenlands Product geïnvesteerd worden. Het budget voor ontwikkelingssamenwerking wordt de komende 5 jaar geleidelijk opgetrokken tot die 0,7%.

De financiering daarvan gebeurt uit de algemene belastinginkomsten, dus de actuele mix van personen-, bedrijfs-, onroerende belasting en BTW. Natuurlijk blijft de belastingsopbrengst bedoeld om het algemeen welzijn van de eigen gemeenschap te verzekeren, maar daartoe mag het rijke Vlaanderen zich niet beperken. Voor de N-VA geen naïviteit, maar ook geen groepsegoïsme. Zo wil de N-VA een oprechte bijdrage leveren tot een Vlaams wereldburgerschap.

Samen werken

De organisatie van solidariteit met de ontwikkelingslanden moet steunen op wederzijds engagement en verantwoordelijkheid. Idealiter sluit Vlaanderen ontwikkelingscontracten, met wederzijdse resultaatsverbintenissen, met de landen waarmee het wil samenwerken.

De N-VA koestert niet de arrogante illusie dat we alle landen inzake democratie en mensenrechten moeten beoordelen volgens onze eigen normen. Het is echter vanzelfsprekend dat Vlaanderen niet zal samenwerken met regimes die op dit vlak niet de minste garantie (willen) geven. In dat geval moeten we manieren zoeken om de lokale bevolking rechtstreeks bij te staan.

3.3 Nooit meer oorlog

Beter praten dan vechten

Voor kleine landen is geweldloosheid vaak een vanzelfsprekende houding. Vlaanderen heeft de plicht om binnen zijn mogelijkheden bij te dragen tot de oplossing van conflicten via dialoog in plaats van met wapens.

Daarnaast moet het – zonder naïeve verwachtingen of misplaatste superioriteitsgevoelens - een actief beleid voeren met het oog op de verspreiding en verdieping van de beginselen van de democratische rechtstaat en van de fundamentele vrijheden van de mens.

Voor de N-VA moet Vlaanderen in zijn buitenlands beleid bijzondere aandacht besteden aan het ondersteunen van volkeren die een legitieme strijd voeren voor het behoud of het herstel van hun politieke, economische, sociale en culturele identiteit.

Wapenbeheersing

Vlaanderen moet het engagement volhouden om op zijn grondgebied geen productie, opslag of handel te organiseren in ABC-wapens (nucleaire, biologische of chemische wapens) of landmijnen.

Verder wenst de N-VA een strenge controle op de productie en handel in vuurwapens voor militair gebruik.

Daarnaast moet Vlaanderen nauwlettend toezien op de uitvoer van producten die in aanmerking komen voor militair gebruik.

Naar een Europees leger

De N-VA wenst de Vlaamse defensie te organiseren in een internationale alliantie, wel op voorwaarde dat die in eerste instantie gericht is op de gezamenlijke verdediging van de leden ervan. In deze context is de N-VA voorstander van de oprichting van een Europese defensiemacht.

De EU-landen zouden, met heel wat minder geld dan ze nu elk apart uitgeven aan defensie, een compact en efficiënt Europees leger kunnen oprichten. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om daarmee te gaan optreden als militaire grootmacht. Wel kan de Europese defensiemacht ingezet worden voor vredeshandhaving of vredesafdwinging. Dat laatste mag echter nooit lichtzinnig gebeuren: eerst moet er gewerkt worden aan een degelijke Europese politiek van conflictpreventie. Militair ingrijpen kan maar overwogen worden als alle middelen daarvan gefaald hebben.

 

 

II.C De wereld in Vlaanderen: migratie

 

  1. Analyse
  2. Migratiestromen zijn een fenomeen van alle tijden. In wezen zijn het reacties op bepaalde onevenwichten: mensen die op de vlucht gaan voor culturele, politieke of religieuze verdrukking; arbeidskrachten die zich verplaatsen naar plaatsen met kennis en kapitaal; armen die rijkere gebieden opzoeken.

    Gezien het bovenstaande is het niet moeilijk te begrijpen dat de Westerse wereld een grote aantrekkingskracht uitoefent op migranten. Bovendien zijn de mogelijkheden op vlak van transport en telecommunicatie vandaag van die aard dat er vanuit de hele wereld mensen toestromen om hier hun geluk te beproeven.

    Vroeger werd door België migratie georganiseerd, in de jaren ‘60 vooral vanuit Marokko en Turkije, om de toenmalige krapte op de arbeidsmarkt te verlichten. Tegenover deze migranten, die uit een zeer verschillende cultuur kwamen, werden geen verwachtingen uitgesproken inzake inburgering. Er werd door de overheid terzake ook geen beleid gevoerd. Men dacht immers dat deze "gastarbeiders" na verloop van tijd zouden terugkeren. Dat gebeurde natuurlijk niet.

    Inmiddels leven in de centrumsteden, meestal gegroepeerd in bepaalde wijken, al grote groepen migranten van de tweede en derde generatie. Veel meer dan gemiddeld hebben zij het moeilijk om een volwaardige plaats te vinden in de samenleving. Onder meer daardoor stellen zich in de steden specifieke problemen inzake kleine criminaliteit, onveiligheidsgevoel, zuurtegraad en vervreemdingsgevoel.

    Sinds de jaren ’70 geldt er officieel een migratiestop. Maar feitelijk is er sindsdien een onoverzichtelijke migratie via illegale inwijking, de praktijk van de gearrangeerde huwelijken en via de asielprocedure. Het is een publiek geheim dat de overgrote meerderheid van de asielzoekers feitelijk economische migranten zijn. Tegen de achtergrond daarvan floreert een bijzonder winstgevende mensenhandel door de georganiseerde misdaad.

    De illegale migranten en asielzoekers vestigen zich meestal noodgedwongen in kansarme wijken, met al een grote aanwezigheid van migranten, waardoor de druk op de stedelijke weefsels nog verhoogd wordt.

    Deze problematiek doet zich voor in de hele EU, maar desondanks is er zelfs nog niet het begin van een Europese aanpak. Helaas worden de problemen door een verstrengen van het vreemdelingenbeleid in één land al te vaak "doorgeschoven" naar de buurlanden, waardoor een opbodsituatie ontstaat. De "resultaten" van het beleid worden dan eerst en vooral uitgedrukt in de vermindering van het aantal nieuwe inwijkelingen in eigen land.

    De vreemdelingenproblematiek is in Vlaanderen sinds de verkiezingen van 1991 voorwerp van een felle politieke polarisatie. De twee uitersten –degenen die de werkelijkheid inzake migranten zo slecht of zo goed mogelijk voorstellen- trokken zich daarbij aan elkaar op en emotioneerden het debat. Als gevolg daarvan werd het steeds moeilijker voor wie de zaken genuanceerd probeert te bekijken. Wie niet meedoet met het opbod tussen de zogenaamde politieke correctheid enerzijds en radicaal rechts anderzijds, wordt door beide kampen tegelijk tot vijand verklaard. Bovendien wordt in het debat en in de regelgeving al te vaak één pot nat gemaakt van verschillende begrippen: naturalisatie en regularisatie; staatsburgerschap en verblijfsrecht; politiek asiel en illegale inwijking.

    Aangezien Vlaanderen behoort tot de EU, beperkt het migratiedebat zich voor ons in hoofdzaak tot niet-EU-burgers. De EU voorziet immers in een vrij verkeer van personen en goederen. Concreet betekent dit dat je binnen de EU mag wonen en werken waar je wil. Tevens heb je als EU-burger ook in alle EU-landen stemrecht op gemeentelijk vlak.

    Natuurlijk moeten EU-burgers wel het Nederlandstalig karakter van het openbaar leven in Vlaanderen respecteren. Hetzelfde geldt voor niet-EU-burgers die tijdelijk bij ons verblijven om professionele redenen.

     

  3. Visie
  4. Volgens de N-VA wordt identiteit bepaald door deelname aan een publieke cultuur: Vlaming ben je niet alleen door afkomst, je kan het ook worden door volwaardig en correct deel te nemen aan de regels, gewoonten en instellingen die onze samenleving doen functioneren. Op die manier vormt Vlaanderen een inclusieve gemeenschap. Dat wil zeggen dat nieuwkomers volwaardig Vlaming kunnen worden als ze daarvoor kiezen en een inspanning leveren om in te burgeren.

    Etnische identiteit (huidskleur, religie, kledij, eetgewoonten…) behoort voor de N-VA tot de private cultuur. De N-VA heeft dus geen enkel probleem met de realiteit dat er Vlamingen zijn van verschillende etnische origine. De geschiedenis leert trouwens dat het samenleven als burgers in één publieke cultuur, na verloop van tijd ook etnisch tot een synthese leidt, hetgeen goed is voor de culturele dynamiek van een volk.

    Bovenstaande impliceert dat de N-VA nooit een minderhedenbeleid zal voeren waarbij etnische groepen een apart statuut zouden krijgen in de samenleving. Ze zal integendeel waken over de homogeniteit van de Vlaamse publieke cultuur. Nieuwkomers kunnen zich dus nooit op hun etnische eigenheid beroepen om uitzonderingen te krijgen. Zo mag men iedere godsdienst belijden in Vlaanderen, maar niemand kan zich op godsdienst beroepen om als minderheid in te gaan tegen fundamentele aspecten van onze publieke cultuur, bijvoorbeeld de scheiding van kerk en staat of de gelijkwaardigheid van man en vrouw.

     

  5. Op weg naar de toekomst

3.1 De migranten die er al zijn

Migranten die hier al tientallen jaren verblijven en allochtonen van de tweede en derde generatie

De N-VA is zeker niet blind voor de specifieke samenlevingsproblemen in de Vlaamse centrumsteden met sommige, overwegend jonge, allochtonen van de tweede en derde generatie. Hierover kan geen enkele onduidelijkheid bestaan: de wet geldt voor iedereen op dezelfde manier. Een allochtonen-knuffelbeleid is beledigend voor autochtonen én allochtonen.

De N-VA wijst er wel op dat de bestaande problemen grotendeels het gevolg zijn van de migratiepolitiek uit het verleden en van de lange periode waarin er totaal geen beleid werd gevoerd inzake allochtonen. De problemen die je zelf creëert, moet je zelf oplossen. Het is dus niet correct en zelfs onethisch de zaken voor te stellen alsof de problemen met bepaalde allochtonen, die hier geboren en opgegroeid zijn, moeten opgelost worden door hen "terug" te sturen. Zeker niet als men in één beweging hele groepen de schuld in de schoenen probeert te schuiven.

Een integrale en kordate aanpak

Volgens de N-VA ligt de enige oplossing van de bestaande problemen in een realistisch en volgehouden beleid waarbij men allochtonen enerzijds kordaat aanspoort en anderzijds kansen geeft om als volwaardige burgers te functioneren in de Vlaamse publieke cultuur. Dit vereist een integrale aanpak vanuit verschillende beleidsdomeinen (jeugd, onderwijs, justitie, welzijn, arbeid, sport…).

Daarom pleit de N-VA voor de oprichting van een bijzondere beleidscel waarin men vanuit verschillende ministeriële departementen en administraties samenwerkt. Uiteraard betrekt men hierbij ook de lokale besturen en maakt men de nodige middelen vrij om de steden en gemeenten in de uitvoering van het uitgestippelde beleid te ondersteunen, De beleidscel vervangt het huidige "Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding". Volgens de N-VA heeft dat zich immers veel te weinig gericht op het bevorderen van de inburgering van allochtonen. Bovendien heeft het sterk bijgedragen tot de polarisatie rond de allochtonen. Het past hoegenaamd niet in een rechtsstaat dat de taken van het Openbaar Ministerie inzake opsporing en vervolging van misdrijven overgenomen worden door agentschappen van de regering; deze kunnen onmogelijk dezelfde waarborgen bieden van onpartijdigheid en behartiging van het algemeen belang. Via inburgering zullen allochtonen zelf hun rechten leren kennen en verdedigen, zoals alle andere Vlamingen.

Uitgangspunt van ieder beleid is het wegwerken van een eventuele taal- en leerachterstand bij allochtonen.

3.2 Nieuwe migranten en asielzoekers: geen open grenzen, wel open armen

Alleen nog echte gezinsherenigingen

Gezinshereniging is geen uitzondering op de regels van legaal verblijf en inburgeringscontract. Wie zich in Vlaanderen wil herenigen met zijn uitheems gezin, is daadwerkelijk medeverantwoordelijk voor de inburgering van zijn gezinsleden. Tevens moet het duidelijk zijn dat de praktijk van gedwongen huwelijken niet strookt met de Vlaamse publieke cultuur.

Uitwijzing illegalen

Voor de N-VA kan illegale inwijking op geen enkele wijze beloond worden, ook niet via de achterdeur van een feitelijk gedoogbeleid. Mensenhandel kan je immers maar bestrijden als duidelijk is dat je de mensen die illegaal naar hier gebracht worden, ook effectief uitwijst. Wie na uitwijzing illegaal terugkeert naar ons grondgebied, verbeurt het recht om het land nog te betreden. Criminele groepen die illegale inwijking organiseren, moet men streng aanpakken.

Georganiseerde inwijking

Legale inwijking moet voor de N-VA mogelijk zijn, idealiter georganiseerd op Europees niveau. Binnen de EU moeten de lidstaten quota bepalen die zeggen hoeveel inwijkelingen er vanuit welke landen welkom zijn. Kandidaat-inwijkelingen (gezinnen) kunnen een aanvraag indienen via een EU-ambassade of consulaat.

Het bezitten van kennis of vaardigheden die op onze arbeidsmarkt nodig zijn, is zeker een element van overweging bij het selecteren van een kandidaat-inwijkeling. Maar het kan niet de bedoeling zijn alleen hoger opgeleiden uit te kiezen of broodnodige arbeidskrachten aan de landen van herkomst te onttrekken. Het is wel een noodzakelijke voorwaarde voor selectie dat kandidaat-inwijkelingen in aanmerking komen om een aangeboden opleiding te volgen die leidt tot tewerkstelling in Vlaanderen.

Via verplichte inburgering naar mogelijke nationaliteitsverwerving

Een legale inwijkeling krijgt eerst een tijdelijke verblijfsvergunning en gaat in de termijn daarvan een verplicht inburgeringscontract aan. Daarbij engageert de overheid zich om de nieuwkomer "op te leiden" in onze publieke cultuur. Naast een taalbad Nederlands, betekent dit ook vorming in maatschappelijke oriëntering. Verder moet men opleidingen voorzien die gericht zijn op onze arbeidsmarkt. Ten slotte moet men, net als voor de al aanwezige allochtonen, in het onderwijs een bijzondere inspanning doen om een eventuele leerachterstand van de kinderen van nieuwkomers weg te werken. Uitgangspunt van dit alles is dat inwijkelingen niet alleen verblijfsrecht krijgen, maar ook een startpositie die hen en hun kinderen in staat stelt om zich op te werken in onze samenleving.

Nieuwkomers die resoluut weigeren zich in te burgeren, worden verplicht tot een begeleide terugkeer. Wie vrijwillig terug wil, krijgt daartoe de mogelijkheden.

Komt voor een permanente verblijfsvergunning in aanmerking: de inwijkeling die (1) zich ingeburgerd heeft, (2) minimum vijf jaar met een tijdelijke verblijfsvergunning in het land verblijft, (3) geen correctionele veroordeling opliep.

Komt voor de verwerving van de nationaliteit in aanmerking: de inwijkeling die (1) zich ingeburgerd heeft, (2) minimum tien jaar legaal in het land verblijft, (3) geen correctionele veroordeling opliep.

Het inburgeringbeleid mag niet ondergraven worden door de instroom van ideeën uit de herkomstlanden die lijnrecht ingaan tegen onze publieke cultuur.

Politiek asiel blijft een fundamenteel recht

Voor de N-VA is het evident dat Vlaanderen zijn verantwoordelijkheid neemt tegenover mensen die moeten vluchten voor vervolging in eigen land.

Het dichtslibben van de asielprocedure door feitelijk economische inwijkelingen, kan opgelost worden door de organisatie van een legale inwijking en door het kordaat maar humaan uitwijzen van afgewezen asielzoekers. Bijgevolg zal men ook de erkenningprocedure voor politiek asiel kunnen inkorten tot een redelijke termijn, waarbij men het gebruik uitsluit van rechtsmiddelen die alleen tot doel hebben om de procedure te rekken.

Wie de status van erkend politiek vluchteling verkrijgt, kan op een verblijfsvergunning en op onze gastvrijheid rekenen zolang de situatie in het land van herkomst niet is genormaliseerd.

Het is begrijpelijk dat vluchtelingen vrij exclusief georiënteerd blijven op hun eigen land. Maar het kan zijn dat iemand die hier gedurende een lange periode verblijft, in de feitelijke situatie van een legale inwijkeling terechtkomt. Daarom moet men politieke vluchtelingen aanmoedigen om deel te nemen aan het inburgeringaanbod.

Wie tegen de normalisering in zijn/haar land van herkomst al stevig verankerd is in onze samenleving, heeft het recht geregulariseerd te worden tot legale inwijkeling.

Geen overheveling of inperking van het asielrecht

Voor de N-VA moet het politiek asiel, binnen het kader van het verdrag van Genève, onverkort een nationale bevoegdheid blijven. De beslissing of iemand om politieke redenen vervolgd wordt in zijn/haar eigen land, moet dus genomen worden door het land waar de vluchteling zich aanbiedt. Deze bevoegdheid mag niet overgeheveld worden naar bijvoorbeeld de EU.

Het is eveneens onaanvaardbaar dat het Europees aanhoudingsmandaat betrekking heeft op mensen die in aanmerking komen voor politiek asiel.

Zo is het verontrustend dat Spanje de aanhouding en uitlevering eist van een hele reeks Basken, terwijl de ervaring leert dat Spanje ook mensen vervolgt die vreedzaam opkomen voor hun identiteit en daarbij het staatsterrorisme niet schuwt. En dan zwijgen we nog over de situatie in sommige kandidaat-lidstaten van de EU.

Geen inburgering, geen stemrecht

Voor de N-VA blijft het verkrijgen van nationaal en Europees stemrecht in ieder geval verbonden aan de verwerving van de nationaliteit. Het verkrijgen daarvan geldt als het sluitstuk van de volledige inburgering van een nieuwe Vlaming.

Wie een permanente verblijfsvergunning bezit, komt in aanmerking voor lokaal stemrecht. Wij herinneren eraan dat een permanente verblijfsvergunning alleen toegekend wordt aan wie minstens vijf jaar legaal in het land verblijft, geen correctionele veroordelingen opliep en zich ingeburgerd heeft.

De N-VA eist een dringende herziening van de snel-Belgwet, die de nationaliteit heeft uitgehold tot een vodje papier. Zonder deze herziening blijft het vreemdelingenstemrecht voor de N-VA onbespreekbaar.

Ook Franstalige inwijkelingen moeten zich inburgeren

Vlaanderen kent alleen in Brussel tweetaligheid. Dit impliceert dat Franstaligen, net zoals andere ingeweken EU-burgers, die zich elders in Vlaanderen vestigen, bijvoorbeeld in Vlaams-Brabant, moeten aanvaarden dat het openbaar leven er volledig in het Nederlands verloopt. De Vlaamse rand rond Brussel is en blijft Vlaams grondgebied.

Bijgevolg eist de N-VA dat de faciliteiten in de Vlaamse rand- en taalgrensgemeenten eindelijk afgeschaft worden.

Daarnaast dient Vlaanderen de subsidiëring van anderstalig basisonderwijs op zijn grondgebied (buiten Brussel) stop te zetten.

De grondwettelijke vrijheid van taal (voor Franstaligen de facto de vrijheid om geen Nederlands te spreken) kan niet ingeroepen worden om faciliteiten te eisen. In de Belgische wetgeving geldt immers al sinds de jaren 1930 het principe van de regionale eentaligheid; nota bene ingevoerd op eis van de Franstaligen. Dus net als in Zwitserland, moet men zich aanpassen aan de taal van de plaats waar men zich vestigt, niet omgekeerd. De Vlamingen hebben het volste recht om via taalwetten hun cultuur te beschermen, net als de Franstaligen in Canada.

De N-VA eist de afschaffing van de functie van adjunct van de gouverneur in Vlaams-Brabant (bevoegd voor het taaltoezicht in de faciliteitengemeenten).

 

III. Vrije en verantwoordelijke Vlamingen

 

 

III.A Sterke democratie

  1. Analyse
  2. Onze democratie is in hoofdzaak gebaseerd op drie pijlers: iedereen is gelijk voor de wet en geniet dus dezelfde fundamentele rechten; politieke beslissingen worden genomen door instellingen die het volk vertegenwoordigen; het volk is soeverein, het oefent de macht uit door zijn vertegenwoordigers aan te duiden bij verkiezingen.

    De Vlaamse democratie wordt gehalveerd en geblokkeerd door het Belgische gegeven. Bovendien neemt de EU, in zijn huidige structuur, belangrijke politieke beslissingen zonder nog maar de schijn van inspraak op te houden. Daarnaast worden ook nog heel wat politieke beslissingen genomen door instanties die niet door het volk gekozen zijn. Dit alles verklaart waarom twee pijlers van de democratie geërodeerd zijn: velen hebben de indruk dat de instellingen die het volk vertegenwoordigen niet echt de macht uitoefenen en dat het volk bijgevolg geen reële inspraak heeft in de maatschappelijke ontwikkelingen. Veel mensen voelen zich niet zozeer bedreigd in hun rechten, maar dus wel politiek machteloos. Dit veroorzaakt de fameuze kloof tussen politiek en burger.

    Om de kloof dicht te rijden, loopt in de politieke wereld al enige jaren, met wisselende intensiteit, het debat over de zogeheten politieke vernieuwing. Daarbij gaat het vooral over zaken als het hervormen van de kieskringen, het al dan niet afschaffen van de lijststem, het (on)nut van de stemplicht of het al dan niet invoeren van het referendum in deze of gene vorm. Meestal zijn het echter vraagstukken die vooral het leven van de politici zelf aanbelangen en weinig kunnen bijdragen tot een reële versterking van de democratie. Meer nog, sommige voorgestelde hervormingen zouden leiden tot het versterken van de particratie en tot de verdere verschraling van de politiek tot een spel tussen de grote (media)persoonlijkheden.

    België is een monarchie, de koning is staatshoofd van het land. Deze staatsvorm is een overblijfsel uit de geschiedenis, feitelijk voorbijgestreefd gezien de opkomst van de democratie. Zoals reeds gezegd, geldt in een democratie immers het gelijkheidsbeginsel: iedereen is gelijk voor de wet, niemand kan door geboorte publieke functies opeisen. Monarchie rijmt dus niet op democratie.

    De Belgische monarchie wordt vandaag nog door veel mensen verdedigd als een nuttig instrument met bovendien een sentimentele waarde. Een wandeling door de geschiedenis van het land leert echter dat het optreden van het Belgisch koningshuis bijna altijd een rem was op de democratische, de sociale, de ethische, de Vlaamse en niet het minst de koloniale ontvoogding. Denken we maar aan de miljoenen Kongolezen die in opdracht van Leopold II eind 19de eeuw vermoord werden in zijn jacht op rubber en ivoor.

    De politieke rol en macht van de koning staan nog steeds onverminderd in de grondwet, maar in de realiteit oefent de koning die rol niet meer uit. Dat belet niet dat het Hof achter de schermen nog voortdurend zijn invloed doet gelden. Recente voorbeelden zijn de nefaste tussenkomsten inzake Sabena en de manipulaties rond de bouwvergunning voor het klooster te Opgrimbie.

    In veel Europese landen wordt de democratie uitgedaagd door extreme partijen die zich buiten de zogeheten maatschappelijke consensus plaatsen. Dit wil zeggen dat zij ideeën voorstaan die raken aan de grondvesten van de samenleving. Het succes van dergelijke partijen hangt nauw samen met het hierboven beschreven gevoel van politieke machteloosheid.

    Ook Vlaanderen kent zo’n partijen, waarvan één met electoraal succes. De andere partijen reageerden hierop met het cordon sanitaire: het principe van niet-samenwerking. Gaandeweg werd het cordon echter veel meer dan dat. Er werd een bijna totalitaire sfeer rond geweven, af en toe op en over de rand van de morele hysterie. Bovendien werden de thema’s die de betrokken partij bespeelt vaak automatisch tot taboe verklaard. Het resultaat is dat het cordon tot heden alleen gewerkt heeft als electorale richtingwijzer voor iedereen met een reden om ontevreden te zijn over het establishment.

  3. Visie
  4. In een gezonde democratie wordt de burger niet alleen gerespecteerd in zijn fundamentele rechten, hij/zij moet ook daadwerkelijk inspraak hebben in de maatschappij. Het herstel van een sterke democratie is de basis voor een nieuw burgerschap waarbij individuele vrijheid spontaan gekoppeld wordt aan verantwoordelijkheid voor de hele gemeenschap. Alleen zo kan men de sociale ontrafeling van onze samenleving en de antipolitieke tendensen tegengaan.

    Daarom wil de N-VA échte maatregelen voorstellen om onze democratie te versterken.

    Als consequent democratische partij opteert de N-VA alvast voor een republiek, waarin het staatshoofd een louter ceremoniële rol heeft.

    Tevens wenst de N-VA in het debat over al dan niet ondemocratische partijen af te stappen van het contraproductieve cordon sanitaire.

  5. Op weg naar de toekomst

3.1 De drie machten herbekeken

De wetgevende macht: naar een sterkere volksvertegenwoordiging

Zoals eerder al gesteld, pleit de N-VA voor een sterke volksvertegenwoordiging, aangeduid door periodieke verkiezingen, op ieder niveau waar er aan politieke besluitvorming gedaan wordt; van gemeenteraad tot Europees parlement.

De volksvertegenwoordiging moet zich bezig houden met zijn democratische kerntaak: de krijtlijnen van het beleid bediscussiëren, degelijke en begrijpelijke wetgeving produceren en toezien op de uitvoering ervan door de regering. Het parlement dient dus niet om (op weinig deskundige wijze) alle regels tot in het kleinste detail uit te werken en zeker niet als forum om allerlei particuliere of plaatselijke belangen te proberen behartigen.

Volgens de N-VA zal de kloof met de burger verkleinen en de kwaliteit van het parlement verhogen als de volksvertegenwoordigers minder afhankelijk zijn van het politieke bedrijf en meer in contact blijven met de samenleving.

Naast de beperking van het parlement tot zijn wetgevende en controlerende kerntaak, pleit de N-VA daarom voor een betere professionele omkadering van de parlementsleden. Samen zal dit de mogelijkheid creëren voor parlementsleden om een deeltijds beroepsleven naast de politiek te behouden of uit te bouwen. Van de andere kant zouden op die manier mensen vanuit het beroepsleven ook eenvoudiger in de politiek kunnen stappen en een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan het parlementair werk.

Wie verkozen wordt voor een mandaat, wordt geacht ontslag te nemen uit alle daarmee onverenigbare mandaten, ook al zou hij/zij het nieuwe mandaat niet opnemen.

De uitvoerende macht: de regering op haar plaats gezet

De regering voert de beslissingen van het parlement uit en wordt erdoor gecontroleerd. De N-VA pleit voor een slagkrachtige regering die, binnen de krijtlijnen getrokken door het parlement, verder reguleert en optreedt.

Naast de collectieve verantwoordelijkheid van de regering voor het parlement, pleit de N-VA ook voor een invulling van de individuele politieke verantwoordelijkheid van een minister. De volksvertegenwoordiging moet een falende minister dus ter verantwoording kunnen roepen en indien nodig sanctioneren. Men moet een minister kunnen beoordelen op zijn/haar beleid zonder dat meteen de regering in gevaar komt omdat zijn/haar politieke partij dit niet pikt.

Verder wenst de N-VA een daadwerkelijke scheiding der machten. Men moet nadenken over schotten tussen het lidmaatschap van de uitvoerende macht en dat van de wetgevende macht. Wanneer een parlementslid ontslag geeft als hij/zij minister wordt, kan hij/zij zijn/haar parlementair ambt niet meer opnieuw opnemen na beëindiging van het ministerschap, zoals dit nu het geval is.

De rechterlijke macht: gecontroleerd maar onafhankelijk

De N-VA bevestigt haar geloof in een rechterlijke macht die in volle onafhankelijkheid, maar wel onder toezicht op kwaliteit en efficiëntie, haar taak uitoefent.

3.2 Het spel van de democratie kan beter

Actieve democratie

Voor de N-VA wordt de democratie niet versterkt door het uithollen van de functie van de volksvertegenwoordigende organen ten voordele van de invoering van vormen van "directe" democratie zoals het referendum of de rechtstreekse verkiezing van de burgemeester. Het resultaat hiervan is immers dikwijls schijndemocratie waar de toon aangegeven wordt door emotie en platte stemmingmakerij.

Politici moeten hun verantwoordelijkheid nemen in plaats van die terug te schuiven naar het volk. "Directe" democratie als manier om inspraak te organiseren is voor de

N-VA bijgevolg slechts een uitzonderlijke mogelijkheid, namelijk om voorafgaand aan de politieke besluitvorming een beslissing te nemen over een algemeen principe.

Natuurlijk is democratie meer dan af en toe gaan stemmen. Inspraak van zowel de georganiseerde als ongebonden burger is mogelijk via adviesraden. Zulke adviesraden moet men, op alle beleidsniveaus, reglementeren en (her)waarderen, zonder een inefficiënt overaanbod te creëren.

Openbaarheid van bestuur

Bestuursbeslissingen moeten genomen worden waar het hoort en niet, naar Belgische gewoonte, in duistere vergaderingen met onbekende deelnemers. Een eerste garantie hiervoor is dat informatie over bestuursbeslissingen in regel openbaar moet zijn. Dit staat trouwens in artikel 32 van de Grondwet. De wet van 11 april 1994 stelde dat openbaarheid de regel is en beslotenheid de te motiveren uitzondering. De uitvoering daarvan liep helaas spaak. De wet voorziet immers dat als een overheid niet antwoordt op een vraag tot informatie, de vraag als afgewezen beschouwd wordt. Door al dan niet moedwillige nalatigheid is er dus feitelijk geen echte openbaarheid van bestuur. De N-VA wil dit rechtzetten: nalatigheid moet geïnterpreteerd worden als een positief antwoord.

Bovendien moet de "Commissie Openbaarheid van Bestuur", die advies verleent over het al dan niet toegankelijk maken van documenten, lokale afdelingen inrichten per streek zodat iedere burger plaatselijk inzage in overheidsdocumenten kan aanvragen.

Stemrecht

Van vrije en verantwoordelijke burgers mag men verwachten dat ze minstens deelnemen aan de democratie door hun stem te gaan uitbrengen bij verkiezingen. De N-VA ziet er echter geen enkele meerwaarde in hen hiertoe te verplichten. Ze pleit dan ook voor de afschaffing van de stemplicht. Wel moeten de diverse overheden de burger actief aansporen om bij verkiezingen, op ieder niveau, te komen stemmen.

Vlamingen in het buitenland moeten op eenvoudige wijze kunnen deelnemen aan verkiezingen in Vlaanderen en, als ze buiten de EU wonen, ook aan verkiezingen voor het Europees Parlement.

Afschaffing Senaat

De geloofwaardigheid van de politiek zou er wel bij varen als men de moed had om overbodige instellingen consequent af te schaffen. De Senaat is daar één van.

Inperking verkiezingspropaganda

De N-VA pleit voor een radicale inperking van de uitgaven die partijen en kandidaten mogen doen in verkiezingsperiodes en voor een afdoende controle daarop.

Bij iedere verkiezing moet het beleidsniveau waarvoor gekozen wordt, een officiële folder verspreiden onder alle kiesgerechtigden waarin iedere deelnemende partij evenveel ruimte krijgt om haar programma voor te stellen.

3.3 Meer burgerzin en meer bestuurskwaliteit

Ook de burger zelf kan beter

Het herstel van de democratie via een Vlaamse staat en de verbetering van de democratische werking van de instellingen, moet ook beantwoord worden door een positievere houding van de burger ten opzichte van de overheid. Vlamingen gedragen zich vaak alsof de overheid een bezettende macht is waarvan men de regels zoveel als mogelijk moet zien te omzeilen. Een fraudeur bijvoorbeeld kan bij ons veel te snel rekenen op begrip.

De N-VA pleit voor een meer volwassen houding tegenover het overheidsgezag. Niemand kan zich zomaar onttrekken aan de publieke zaak.

Deze mentaliteitsverandering moet onder andere via het sociaal-cultureel werk en via meer politieke en maatschappelijke vorming in het onderwijs bewerkstelligd worden.

Eén en ander heeft trouwens ook praktische gevolgen. Volgens de N-VA heeft niemand het recht om vanuit zijn/haar eigen grote gelijk de democratische regels naast zich neer te leggen, uitgezonderd bij schending van zijn/haar fundamentele vrijheden. In het kader van een sociale actie betekent dit dat, zonder afbreuk te doen aan het stakingsrecht, de aangewende middelen niet onbeperkt toelaatbaar zijn.

Beter besturen

Iedere burger moet op een behoorlijke manier door iedere overheidsdienst geholpen worden.

Bij het opleggen van allerlei kwaliteitsregels vergeet de overheid wel eens het eigen bestuur. De N-VA streeft onder meer naar: wetgevingskwaliteitsbeleid, wetsevaluatie, vereenvoudiging van de administratie, vermindering en vereenvoudiging van de bureaucratische rompslomp, elektronische dienstverlening met één toegangsloket en oog voor personen met speciale behoeften zoals visueel gehandicapten, kwaliteitsnormen voor en depolitisering van de administratie, waarborgen voor een klantgerichte en gebruiksvriendelijke dienstverlening.

3.4 Van monarchie naar republiek

De N-VA streeft naar een onafhankelijke Vlaamse republiek

Maar ook in afwachting daarvan is zij sterk vragende partij voor een hervorming van de Belgische monarchie. Als deze (nog) niet democratisch afgeschaft kan worden, wenst de N-VA minstens dat de omschrijving van de politieke rol van de koning uit de grondwet geschrapt wordt en de monarchie dus enkel en alleen nog een ceremoniële functie vervult. In dit verband wenst de N-VA ook dat er geen adellijke titels meer verleend worden en dat bestaande niet langer erfelijk zijn.

Een vaak verspreide misvatting is dat in een republikeinse staatsvorm per se een president verkozen zou moeten worden. Voor alle duidelijkheid: de N-VA is geen voorstander van de invoering van een presidentieel systeem zoals bijvoorbeeld in de Verenigde Staten. Het staatshoofd zou vooral een protocollaire taak vervullen. Daarvoor hoeft zij/hij niet eens de titel van president te dragen, laat staan dat hij/zij zou moeten verkozen worden door het volk. Verschillende buitenlandse modellen zijn toepasbaar, bijvoorbeeld een beurtrol waarbij de ministers afwisselend de rol van staatshoofd vervullen.

3.5 Correcte spelregels

Vrijheid van meningsuiting

Voor de N-VA is het evident dat in een democratie iedere opinie getolereerd wordt; zelfs al zou een opinie inhouden dat fundamentele vrijheden en beginselen van onze samenleving moeten veranderd worden. Dit ligt trouwens volledig in de lijn van de rechtspraak van het Arbitragehof hierover.

Slechts wanneer vanuit een bepaalde ideologie wordt aangezet tot de vernietiging van het principe van de democratische rechtsstaat of tot schendingen tegen de fundamentele rechten en vrijheden van de mens, kan en moet de samenleving optreden.

Een eerlijke houding

Partijen die toegelaten worden tot verkiezingen en de verkozenen ervan, moet men behandelen zoals alle andere partijen en hun gekozenen. Het kan dus niet dat een wettige partij systematisch uitgesloten wordt van politiek overleg. Evenmin is het toegestaan dat de openbare omroep eigenmachtig een redactionele strategie voert tegen een wettige partij. Laat staan dat men overheidsinstellingen opricht met de, al dan niet verborgen, opdracht om een wettige partij te bestrijden.

Bovenstaande doet niets af aan het recht en de keuze om op basis van inhoudelijke verschillen niet met een bepaalde partij samen te werken.

Alleszins zal de N-VA op een volwassen manier aan politiek doen en dus ieder wetsvoorstel van andere partijen enkel op basis van de inhoud goed- of afkeuren.

III.B Hechte samenleving

  1. Analyse
  2. Onze samenleving kent een hoge welvaart, nooit hadden we het met z’n allen materieel zo goed als nu. Bovendien genieten we van een sterk uitgebouwde Sociale Zekerheid, een degelijk onderwijs en een goede gezondheidszorg. Toch is het maar de vraag of de gemiddelde Vlaming zoveel gelukkiger is dan vroeger. Een aantal indicatoren staat alvast op rood: een torenhoog zelfmoordcijfer, vooral bij jongeren én bij bejaarden; verkeersagressie die hand over hand toeneemt; een veel te laag geboortecijfer; onveiligheidsgevoelens en onzekerheid over tewerkstelling en inkomen; huwelijken en duurzame relaties die steeds meer op de klippen lopen; een ongezien hoog aantal alleenstaanden, met daaraan gekoppeld veel mensen die ongewild eenzaam zijn; steeds meer mensen die het tempo van het leven en de veranderingen in de samenleving niet kunnen volgen; almaar meer mensen, en niet het minst kinderen, die kampen met een depressie; stijgend druggebruik.

    Een mens wordt niet in een vacuüm geboren en is niet gemaakt om alleen te leven. Hij/zij wordt slechts zichzelf door te participeren aan de samenleving zoals die werd opgebouwd door de generaties die voorafgingen en door in dat kader relaties aan te knopen met anderen. Deze relaties situeren zich op verschillende niveaus, in kringen waarvan de hechtheid afneemt naarmate ze groter worden: van gezin over vereniging, buurt en natie tot wereldgemeenschap.

    Als onze enorme welvaart onvoldoende of niet beantwoord wordt door een groter geluksgevoel, is het omdat de mens steeds meer op zichzelf teruggeworpen wordt. Onze samenleving ontrafelt: de kringen die het kader van ons leven vormen en die houvast bieden op sociaal-economisch, cultureel en moreel vlak, worden steeds minder hecht. Wat dreigt over te blijven is het individu als eiland, de mens die er alleen voor staat en bijgevolg een steeds zwaardere druk op de schouders krijgt. Ook wie het materieel goed heeft, leeft dan in een knagende onzekerheid over zijn bestaan.

  3. Visie
  4. De rode draad in de visie van de N-VA is dat de samenleving evenzeer behoefte heeft aan immateriële als aan materiële waarden. Civiele waarden als vriendschap, trouw, solidariteit, respect, intellectuele eerlijkheid, moed, zin voor verantwoordelijkheid, erkentelijkheid en uiteindelijk burgerzin, zijn essentieel voor de uitbouw van een harmonieuze samenleving.

    Iedere mens telt mee voor en in de gemeenschap: vrij en verantwoordelijk.

  5. Op weg naar de toekomst

Een integrale benadering

Voor het behoud en het herstel van een gezonde samenleving is op de eerste plaats aandacht nodig voor een gericht beleid inzake gezin, welzijn, gezondheidszorg, onderwijs, ecologie, cultuur, sport…

Inclusief beleid; geen discriminatie

Iedere Vlaming behoort, met behoud van zijn/haar specifieke eigenheid, tot de gemeenschap. Daarin heeft hij/zij rechten maar ook plichten. De mentaliteit waarbij men staat op de individuele vrijheid en tegelijk de individuele plichten probeert terug te schuiven naar de gemeenschap, moet tegengegaan worden door in alle beleidsdomeinen te streven naar een gezonde gemeenschapsvorming. De samenleving draagt verantwoordelijkheid tegenover alle burgers en omgekeerd, vrijheid wordt begrensd door verantwoordelijkheid. Dit doet natuurlijk niets af van de fundamentele vrijheden die de basis vormen van de democratie zoals de vrijheid van meningsuiting en pers, van vereniging, van onderwijs, van godsdienst en geweten e.d.m. Deze creëren de mogelijkheid om zich vrijwillig te organiseren in maatschappelijke verbanden en daarin werk te maken van zingeving, cultuuroverdracht, zorg en solidariteit.

Het bovenstaande impliceert dat er in het publieke leven in beginsel geen discriminatie toegelaten is. Iedere Vlaming is gelijkwaardig, ongeacht leeftijd, geslacht, sociale afkomst, woonplaats, handicap, vermogen, etnische origine, seksuele geaardheid, politieke of religieuze overtuiging.

Samen sterk

Tussen de individuele Vlaming en de overheid in al zijn facetten staat het zogeheten middenveld. Dit is een weefsel van allerhande verenigingen: niet alleen verenigingen ter behartiging van sociale belangen, zoals vakbonden of ziekenfondsen, maar ook een rijk palet aan organisaties met culturele, sportieve, politieke, recreatieve of andere doelstellingen. Het is algemeen aanvaard dat actieve deelname aan een vereniging een individu sociaal sterker en gelukkiger maakt; een sportclub zo goed als een vakbond of een partij.

Volgens de N-VA is het de taak van de overheid om het verenigingsleven actief te ondersteunen, onder andere door het ter beschikking stellen van infrastructuur en indien nodig van toelagen.

Daarnaast moet men werk maken van een fiscaal en sociaalrechtelijk statuut voor vrijwilligerswerk; uiteraard in de zin dat dit aangemoedigd wordt en ook beter toegankelijk voor mensen die leven van een vervangingsinkomen (bijv. gepensioneerden, werklozen of mensen met een handicap). Voor de N-VA zijn er immers ook buiten de reguliere arbeidsmarkt mogelijkheden om zich nuttig te maken in en voor de samenleving.

Buiten het verenigingsleven kan ook een herwaardering van het buurtleven, vooral in de steden, een bijdrage leveren tot het tegengaan van sociale vervreemding en vereenzaming.

Gezond verenigingsleven is iets anders dan sociaal corporatisme

Het is niet de taak van de overheid om politieke of levensbeschouwelijke neutraliteit aan het verenigingsleven op te leggen (ontzuiling). Mensen mogen zich verenigen op basis van hun politieke overtuiging, bijvoorbeeld in vakbonden met een bepaalde kleur, of in functie van hun religieuze overtuiging.

Anderzijds mag de overheid ook geen ideologische opdeling (verzuiling) aan de samenleving opdringen door zuilorganisaties exclusieve posities te geven of er taken aan toe te vertrouwen die de gemeenschap zelf in handen dient te houden. Voor de N-VA is het onaanvaardbaar dat vakbonden de kans krijgen om niet-politieke werknemersverenigingen van sociaal overleg uit te sluiten of posities te monopoliseren en te bestendigen in bepaalde sectoren door geen sociale verkiezingen meer te organiseren. Het is ook onaanvaardbaar dat vakbonden of mutualiteiten overheidsgeld mogen uitkeren in de vorm van werkloosheidsvergoedingen of ziektevergoedingen. Tevens moeten vakbonden rechtspersoonlijkheid aannemen zodat men ze indien nodig ter verantwoording kan roepen.

Net als in de private sector, moet men in de overheidssector op regelmatige tijden sociale verkiezingen houden.

Op zoek naar zingeving

In onze zogezegd postmoderne samenleving staat het goed om te twijfelen aan de waarde van religieuze of filosofische overtuiging, omdat de postmoderne mens geen nood meer zou hebben aan deze kunstmatige constructies. Volgens de N-VA is dit onzin. Er is vandaag integendeel een grote behoefte aan zingeving: de materiële rijkdom van onze samenleving staat in schril contrast tot de spirituele armoede ervan.

De N-VA erkent als verdraagzame en pluralistische partij de waarde van zowel het religieuze denken als het humanistisch/vrije denken bij het zoeken naar zingeving en als grondslagen van onze samenleving.

Daarom wenst de N-VA dat de samenleving het kader creëert waarin mensen en groepen optimaal de mogelijkheid hebben om hun religieuze en/of filosofische overtuiging te beleven, uiteraard zonder maatschappelijke privileges te verlenen of te dulden dat vanuit een bepaalde overtuiging wordt aangezet tot ondermijning van de publieke cultuur.

Respect voor de menselijke waardigheid

Voor de N-VA moet de samenleving de grootste terughoudendheid aan de dag leggen bij het beoordelen van de waardigheid van het menselijk leven. In een hechte samenleving is er eerbied voor ieder leven.

Inzake euthanasie betekent dit dat actieve levensbeëindiging voor de N-VA maar toegestaan is als er geen enkele andere uitweg is om aan het onmenselijk lijden van een terminale patiënt een einde te maken en de betrokkene er zelf om verzoekt.

Geen aanvaarding van drugs

In onze samenleving zijn twee drugs wettelijk en sociaal aanvaard: alcohol en nicotine. Naar schatting 600.000 Vlamingen kampen met een problematisch drankgebruik. Verslaving aan sigaretten kost tientallen Vlamingen per dag het leven.

Wie streeft naar een hechte samenleving, kan moeilijk anders dan de conclusie trekken dat men de sociale en daarna wettelijke aanvaarding van nieuwe roesmiddelen niet mag aanmoedigen. Integendeel, men moet meer inspanningen leveren om het gebruik van de reeds aanvaarde en gelegaliseerde drugs terug te dringen.

Voor de N-VA kunnen drugs niet gelegaliseerd worden. Wie drugs uit het strafrecht haalt, ontneemt de samenleving immers elk dwingend instrument om op te treden in geval van probleemgebruik, waardoor de betrokkene zichzelf en zijn omgeving zware schade toebrengt. Verslaafden moeten natuurlijk eerder behandeld dan vervolgd worden.

De sociale aanvaarding van drugs moet tegengegaan worden door intensieve preventiecampagnes bij de jeugd vanaf jonge leeftijd. Daarnaast moet de overheid alles in het werk stellen om via sensibilisatie het gebruik van alle roesmiddelen te ontraden.

De N-VA is niet blind voor het feit dat het gebruik van sommige softdrugs, vooral bij de jeugd, al een hoge graad van sociale aanvaarding kent. Een vervolgingsbeleid tegen iedere kleine gebruiker heeft dan ook geen zin. Problematisch gebruik en handel moeten aangepakt worden.

Het medisch gebruik van bepaalde softdrugs moet men toelaten en ondersteunen. Wetenschappers krijgen de mogelijkheid om legaal klinische studies uit te voeren met softdrugs, zoals cannabis, in de strijd tegen bepaalde (chronische) ziekten.

III.C Media

De pers is vrij, maar ook verantwoordelijk.

  1. Analyse
  2. Een vrije, gevarieerde en degelijke pers is onmisbaar in een sterke democratie. Het is geen toeval dat in totalitaire regimes altijd eerst en vooral de pers aan banden gelegd wordt.

    In een niet eens zo ver verleden leefde de pers in Vlaanderen in een nauwe verwantschap met de politiek. Persorganen hadden toen een duidelijk politiek profiel, hoofdredacteurs van kranten die zetelden in het parlement waren geen uitzondering. Sindsdien is de positie van de pers radicaal veranderd. De greep van de politiek erop verdween gelukkig, maar maakte helaas plaats voor die van de commercie. Inhoud staat vandaag meer en meer in functie van verkoopscijfers. Redacties zijn ondergeschikt aan het commercieel management; uitgevers gedragen zich als verkopers van gedrukt papier.

    Gevolg van deze evolutie zijn onder meer de popularisering van het informatieaanbod, wat soms uitdraait op regelrechte debilisering, en het verschijnen van stuntjournalistiek, waarbij deontologie nog van weinig tel is. Het respecteren van elementaire privacy of van menselijke waardigheid is in de berichtgeving vaak ondergeschikt aan verkoopsargumenten. Langzaam glijden we af naar Amerikaanse toestanden: nieuws in functie van spektakelwaarde. Blijkens onderzoeken heeft de gemiddelde Vlaming in vergelijking met andere EU-burgers nu al het minste vertrouwen in de media.

    Parallel met de hierboven geschetste evolutie, zag men de pers in Vlaanderen en daarbuiten steeds meer in handen komen van steeds minder bedrijven; wat de commerciële greep op de media nog verhoogt. Er bestaan vandaag al mediaconcerns die via hun berichtgeving de politiek op wereldvlak mee kunnen sturen; zonder enige controle. Deze bedrijven monopoliseren ook bepaalde informatie die nog slechts voor astronomische bedragen (bijv. uitzendrechten) te verkrijgen is. Bovendien komen er naast de verslaggeving steeds minder verschillende opinies tot uiting in de media.

    Tegelijk is via internet het aanbod aan informatie nog nooit zo groot, zo vrij en zo verscheiden geweest als vandaag. De betrouwbaarheid is echter soms twijfelachtig en de efficiëntie bezwijkt onder het reusachtige volume.

    De veranderingen in de pers gingen gepaard met de opkomst van een nieuw soort politiek. Politicus en journalist gebruiken elkaar om te "scoren". Daarbij gaat het vaak veel minder om inhoud dan om verpakking: de thema’s moeten liefst choquerend zijn; de berichtgeving is vluchtig en doorspekt met oneliners; de gewekte perceptie is veel belangrijker dan de feiten zelf. Media- en communicatiespecialisten maken volop hun intrede in de politiek en blijken soms al mee aan de beleidstafel te zitten.

    Het is opvallend dat vooral in landen waar het gemiddeld vertrouwen in de overheid laag is, deze evolutie nog een stap verder gaat. Zo is in Vlaanderen de grens tussen entertainment en politiek zeer dun geworden. Van de twee kanten zijn er overstekers: politici die een vedettenstatus bereiken door "tof" te zijn in plaats van door inhoudelijk sterk te staan; vedetten (naaktmodellen, zangeressen, sportlui) die plots de politiek instappen. Bepaalde media werken hier gretig aan mee: enerzijds worden vandaag uit het niets politici gemaakt via oppervlakkige praatprogramma’s (soms inclusief televoting), anderzijds worden "toffe" politici gretig opgevoerd in allerlei spelprogramma’s.

    Naast de commerciële media bestaat er in Vlaanderen ook de openbare omroep VRT die, vooral gefinancierd met belastinggeld, radio en TV-uitzendingen brengt. De VRT gedraagt zich echter in het grootste deel van zijn activiteiten meer en meer als een commercieel bedrijf; kijk- en luistercijfers zijn het belangrijkste criterium geworden voor het al dan niet uitzenden van programma’s.

  3. Visie
  4. Volgens de N-VA is betrouwbare en bereikbare informatie een wezenlijk belang van iedere burger. Om dit te verzekeren moet men streven naar een nieuw evenwicht tussen de samenleving en de "vierde macht": de pers is vrij, maar verantwoordelijk.

    De maatschappij moet het nodige doen om een kader te scheppen waarin journalisten de nodige ruimte krijgen om op een onafhankelijke manier hun werk te doen en waarin een zo groot mogelijke verscheidenheid aan meningen uitdrukking kan vinden in de media.

    Van de andere kant moeten de media beseffen dat het recht op informatievergaring beperkt wordt door verantwoordelijkheid tegenover de individuele burger en tegenover de samenleving.

    Daarnaast moeten de media in hun verslaggeving objectief en correct zijn, in het bijzonder de openbare omroep. Het onderscheid tussen berichtgeving en eventuele duiding moet duidelijk zijn.

    In de politieke wereld pleit de N-VA voor het aannemen van een deontologische code waarbij politici afspraken maken rond hun relatie met de media.

  5. Op weg naar de toekomst

Scheiding tussen inhoud en commercie; verscheidenheid in de media

Een scheiding tussen redactioneel en commercieel beleid is de eerste stap naar meer geloofwaardigheid van de media. De N-VA pleit voor de invoering van een redactiestatuut dat een waarborg inhoudt voor een onafhankelijke werking van de journalisten. Dit kan uitgewerkt worden door de Vlaamse Raad voor Journalistiek.

Vlaanderen kan zo’n redactiestatuut opleggen aan radio- en televisiezenders als voorwaarde voor het verkrijgen van een licentie. Voor de schrijvende pers kan het als voorwaarde gekoppeld worden aan specifieke overheidstussenkomsten.

Verder zou men maatregelen moeten nemen om het eigendomsrecht en de beslissingsmacht in mediaorganen zo te beperken dat er een gezonde verscheidenheid in de media gegarandeerd wordt.

Correcte journalistiek, geloofwaardige berichtgeving

De invoering van een redactiestatuut zal helpen om journalisten te beschermen tegen overdreven druk van kijk-, lees- of luistercijfers. Daardoor zal het risico van journalistieke ontsporingen verminderen net als de verleiding om toch maar uit te pakken met een zogeheten scoop, ook al is de informatie onvoldoende gecontroleerd.

Daarnaast moet men journalisten ter verantwoording kunnen roepen. Zeker aangezien het menselijk leed, veroorzaakt door foutieve berichtgeving, naderhand vaak moeilijk te herstellen is. Vandaag is toezicht op een correcte manier van werken in de media nog op louter vrijwillige basis georganiseerd door de beroepsjournalisten zelf, met name via de Raad voor Deontologie. Daarom steunt de N-VA de aangekondigde oprichting van een "Vlaamse Raad voor Journalistiek" waarin alle betrokken partijen – journalisten, uitgevers, directies en externen - aanwezig zijn. Dit orgaan moet openstaan voor alle burgers of instanties met klachten over wat zij ervaren als onethische journalistiek.

Bereikbare informatie

Nergens ter wereld hebben zoveel woningen een aansluiting op de kabeldistributie als in Vlaanderen. Informatie stroomt vaak vooral via de kabel de huiskamer binnen. Gezien het ontbreken van concurrentie of volwaardige alternatieven, pleit de N-VA voor het verplicht splitsen van het kabelaanbod in een basispakket en een extra aanbod. Het basispakket moet verzekerd worden aan een opgelegde, sociaal verantwoorde prijs.

Commerciële televisie komt voor de N-VA niet in aanmerking voor structurele financiële ondersteuning. Uitzondering zijn echter de regionale televisiestations, die onmiskenbaar succes hebben bij het publiek en die een specifiek lokaal informatieaanbod verzorgen. Aan deze zenders kan men een jaarlijkse basistoelage toekennen, mits aanvaarding van het redactiestatuut en uitsluitend gericht op de werking van hun nieuwsredacties.

Private radio’s dreigen meer en meer herleid te worden tot loutere ontspanningsmedia en tot schakels in de commerciële mediaconcerns. Een wettelijk kader zou divers gebruik van private radio en verscheidenheid in het programma-aanbod moeten bevorderen.

Een specifieke taak voor de openbare omroep

Volgens de N-VA is het aanbieden van kwaliteitsvolle informatie- en ontspanningsprogramma’s de eerste taak van de VRT. Voldoende kijk- en luistercijfers zijn natuurlijk niet onbelangrijk, maar kunnen voor de VRT niet het doorslaggevende criterium zijn voor de programmering.

Bovendien moet de openbare omroep aanvaarden dat de Vlaamse overheid het recht heeft om rekenschap te vragen. Dit betekent uiteraard niet dat we terug moeten naar de onzalige tijd van rechtstreekse politieke inmenging.

Een code voor politici: meer inhoud, minder verpakking

De N-VA pleit voor een deontologische code waarin politici afspreken niet langer op te draven in programma’s die geen enkele informatieve waarde hebben. De N-VA wenst dus liever geen politici te zien "optreden" in allerlei spelprogramma’s. Ze pleit ook voor enige gezonde terughoudendheid vanwege politici bij het meewerken aan zogeheten "human interest" programma’s, met name bij reportages waarin enkel en alleen het privé-leven uitgesmeerd wordt.

In hetzelfde verband pleit de N-VA voor het stopzetten van de zogeheten regeringsmededelingen. Als ministers iets belangrijk te vertellen hebben, zal dit zijn weg wel vinden via de normale persverslaggeving.